analyse

Waarom onafhankelijkheid niet lukt voor de Catalanen

©BELGAIMAGE

De Catalanen roepen volgende week mogelijk de onafhankelijkheid uit. Ze zouden niet aan hun proefstuk toe zijn. Vorige pogingen om een eigen staat te creëren liepen faliekant af.

Durven de Catalaanse leiders het volgende week aan om zich eenzijdig af te scheuren van Spanje? Die vraag brandt veel Catalanen, Spanjaarden en Europeanen ongetwijfeld op de lippen.

De regering in Barcelona laat voorlopig niet in haar kaarten kijken. Maar volgens de Spaanse historicus José Álvarez Junco is de poging tot scheiding bij voorbaat tot mislukken gedoemd. ‘Het Catalaanse nationalisme heeft geen toekomst’, stelt hij. Dat besluit hij na 25 jaar onderzoek naar het nationalisme in de wereld en in Spanje.

In het boek ‘Dioses Útiles’ (2016) wijdt Junco een lijvig hoofdstuk aan de Catalaanse zoektocht naar een eigen identiteit en staat. De Catalaanse drang naar zelfbeschikking is zeker geen nieuw gegeven. Wat kunnen de Catalanen leren van hun eigen geschiedenis? En kan die eeuwenlange historie - de Catalaanse identiteit kreeg 1.000 jaar geleden al vorm - helpen voorspellen hoe het nu voortgaat in de regio?

1. Zonder internationale steun maakt een afscheuring niet veel kans

In 1640 probeerde Catalonië zich, net als Portugal, los te wrikken van het Spaanse rijk. Maar in tegenstelling tot in Portugal mislukte de poging.

Terwijl de Portugezen konden bogen op rugdekking van Engeland, moesten de Catalanen alleen optornen tegen de Spaanse troepen. ‘Als de Catalanen wel op internationale steun waren kunnen terugvallen, waren de zaken mogelijk anders gelopen’, meent Junco.

Omdat het onafhankelijkheidsproject van de Catalaanse regering vandaag evenmin op brede internationale steun kan rekenen, zit er volgens de historicus ook niet veel toekomstmuziek in.

2. Bij een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring dreigt verlies van de regionale autonomie

Als de Catalaanse regering volgende week unilateraal de onafhankelijkheid van de regio uitroept, tekent ze zeker niet voor een primeur. Want op 14 april 1931 deed de toenmalige leider van de ERC, de linkse partij die ook vandaag mee in de Catalaanse bestuursploeg zit, haar dat al eens voor.

nationalisme en economie

In Catalonië stak de nationalistische reflex vaak de kop op om economische redenen. Dat was zo in de 19de eeuw.

De industrialisering lokte heel wat migranten. Maar die spraken geen Catalaans. Omdat de taal in de verdrukking dreigde te raken, stond een generatie nationalisten op.

Een tweede migratiegolf in de jaren 50 en 60 leidde tot eenzelfde reflex. Ook het huidige onafhankelijkheidsproces heeft een economische drijfveer.

Een lang leven was zijn Catalaanse Republiek evenwel niet beschoren. Amper 72 uur later krabbelde de ERC-leider al terug. Hij bekwam wel enkele toegevingen: Madrid stemde in met de oprichting van de Generalitat, de regionale regering.

Catalonië mocht zich voortaan ook een autonome regio binnen de Spaanse staat noemen en kon een eigen scholennet uitbouwen waar Catalaans de voertaal was.

Ruim drie jaar later ondernam de toenmalige Catalaanse premier, Lluís Companys, een nieuwe poging om de Catalaanse staat uit te roepen. De reactie uit Madrid was dit keer heftiger. De Spaanse machthebbers namen Catalonië zijn autonomie af.

De huidige Spaanse grondwet laat de regering in Madrid eveneens toe de controle over de regio over te nemen. De Spaanse premier Mariano Rajoy gaf al te kennen alles in het werk te zullen stellen om de grondwet te doen naleven.

Een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring laat de constitutie uit 1978 niet toe. In het meest extreme geval kan Madrid het leger naar Catalonië sturen om in te grijpen. De regio kan in dat geval haar autonomie pas terugkrijgen na een stembusslag.

3. Catalaanse leiders riskeren achter tralies te belanden

De eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring had in 1934 niet alleen gevolgen voor Catalonië maar ook voor de toenmalige premier Companys. Hij belandde in de cel. Uiteindelijk werd hij in 1940 door troepen van generaal Francisco Franco gefusilleerd op de Montjuïc.

Tijdens protesten in Catalonië droegen studenten vorige week pancartes met zich mee waarop generaal Francisco Franco en huidig Spaans premier, Mariano Rajoy, elkaar kussen. ©AFP

Een letterlijke executie hoeven de huidige Catalaanse leiders niet te vrezen. Maar het valt niet uit te sluiten dat de Spaanse justitie Puigdemont en co. laat oppakken wegens ongehoorzaamheid, opruiing of het aanzetten tot rebellie. In de laatste gevallen riskeren ze 15 tot 25 jaar cel.

4. Bevolking rebelleert mogelijk tegen een Spaanse interventie

De hamvraag luidt hoe de Catalaanse bevolking gaat reageren als Rajoy de regio haar autonomie afneemt. Tot nu verliep het protest tegen de Spaanse aanpak van de crisis vrij vreedzaam aan Catalaanse kant.

Dat was in het verleden wel anders. Tot aan de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) was Catalonië wellicht de meest gewelddadige en chaotische regio van Spanje.

Geweld zit de Catalanen zeker niet in het DNA.
José Álvarez Junco
historicus

‘Maar geweld zit de Catalanen zeker niet in het DNA. Die conflicten waren het gevolg van de omstandigheden’, stelt historicus Junco in zijn boek. Tijdens de dictatuur van Franco (1939-1975) grepen de Catalanen trouwens naar andere middelen om hun ongenoegen te uiten. Grote stakingen bijvoorbeeld.

Dergelijke acties vallen nu evenmin uit te sluiten. Dinsdag legden de voorstanders van onafhankelijkheid Catalonië al lam om te protesteren tegen het hardhandige optreden van de Spaanse ordediensten aan de stembureaus.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud