De Belg die de cacaosector moet redden

©rv

Als nieuwe baas van de International Cocoa Organization moet de Belg Michel Arrion straatarme cacaoboeren een betere verkoopprijs geven in een volatiele markt. Mensenrechten, de planeet en de bevoorrading van de chocolademarkt staan op het spel.

Chocolade mag westerse consumenten dan wel gelukkig maken, voor de cacaoboeren in Ivoorkust en Ghana - samen goed voor 60 procent van de wereldproductie - betekent het doffe ellende. De grote meerderheid leeft in barre armoede. Twee miljoen kinderen zwoegen mee op cacaoplantages in de plaats van naar school te gaan. Intussen verdwijnt het regenwoud er in een alarmerend tempo om plaats te maken voor cacaobomen. En voor wat? Amper 5,5 procent van de totale waardeketen van de chocolademarkt - die ruim 100 miljard dollar groot is - ging in 2015 naar de cacaoproducenten in Ivoorkust en Ghana.

Voor Michel Arrion is het duidelijk. ‘Alles begint met een betere prijs voor de cacaoboeren. Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen realiseren - zoals de ontbossing, armoede en kinderarbeid terugdringen - vloeit daaruit voort. Dat is mijn heel persoonlijke mening.’ Met die laatste kwalificatie laat Arrion verstaan dat hij als nieuwe directeur van de International Cocoa Organization (ICCO) van plan is aan de boom te schudden. Dat moet ook wel: zijn voorganger waarschuwde vorig jaar al dat ‘business as usual’ niet langer een optie is voor de cacaowereld.

Als je als cacaoboer met minder dan 1 dollar per dag een familie in leven moet houden, lig je niet wakker van ontbossing of de aanschaf van meststoffen.
Michel Arrion
directeur van de International Cocoa Organization

Het wordt een hele klus voor Arrion, die tijdens een uitgebreid telefooninterview vanuit zijn kantoor in de Ivoriaanse havenstad Abidjan meermaals laat vallen hoe ‘complex’ de situatie is. Voor de 60-jarige Belg is het zijn laatste uitdaging, nadat hij er 30 jaar als EU-diplomaat heeft op zitten. De helft van die periode vertegenwoordigde hij Europa in Afrikaanse landen, waaronder cacaoproducenten Ivoorkust, Nigeria en Liberia.

Daar kruiste de cacaoboon telkens weer zijn pad, zoals tijdens de burgeroorlog in Ivoorkust, waar rebellen zich financierden via de cacaohandel. Zulke instabiliteit verklaart mee de wilde prijsschommelingen op de cacaomarkt, die in het najaar van 2016 nog een crash kende door overproductie (zie inzet). De cacaoboeren krijgen steeds de volle laag, zodat de volgende generatie dreigt af te haken en investeringen achterwege blijven. Onhoudbaar, aldus Arrion.

Wat is het precieze doel van de ICCO?
Michel Arrion: ‘De organisatie ontstond in de jaren 70 onder impuls van de Verenigde Naties om ontwikkelingslanden te helpen bij het valoriseren van grondstoffen als cacao. Met onze 52 leden - 22 productielanden, 30 consumptielanden - discussiëren we over de regulering van de internationale markt, het vermijden van overdreven prijsvolatiliteit en het verbeteren van transparantie via statistieken. Enkele jaren geleden is daar een nieuw doel bijgekomen: mee waken over het realiseren van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN.’

De cacaoprijs kende de voorbije jaren erg wilde schommelingen. Wat kunnen jullie daartegen beginnen?
Arrion: ‘We hebben intussen het idee laten varen dat we iets tegen de prijsvolatiliteit kunnen doen. We kopen en verkopen tenslotte zelf geen cacaobonen. Wel kunnen we de markttransparantie vergroten door te wijzen op mogelijke productietekorten of -overschotten. Op langere termijn zijn vraag en aanbod in de cacaomarkt beide stijgende en dus min of meer in evenwicht, maar op korte termijn kan een relatief klein overschot de prijs doen kelderen. Zoals in 2016, toen er na een goede oogst een overschot was van zo’n 5 procent van de totale markt.’

De cacaomarkt is een kleine wereld, met vijf à tien bedrijven die 80 tot 90 procent van de productie opkopen en dus veel marktmacht hebben.
Michel Arrion
Topman International Cocoa Organization

‘Het probleem is dat de cacaomarkt een kleine wereld is, met vijf à tien bedrijven die 80 tot 90 procent van de productie opkopen en dus veel marktmacht hebben. Daar tegenover staan een vijftal landen die 80 procent van het aanbod leveren. In zo’n markt speelt psychologie een belangrijke rol. Een gerucht dat Ivoorkust cacaovoorraden in zijn haven zou vasthouden, kan een grote prijsimpact hebben. Wij proberen dat te counteren door een helder beeld te geven, bijvoorbeeld via schattingen van voorraadcijfers.’

Ivoorkust en Ghana wezen voor het productiesurplus dat de crash veroorzaakte naar de chocolade-industrie, die een hogere productiviteit van de cacaoteelt nastreeft. Ivoorkust besliste zelfs de distributie van hoger renderende cacaozaden op te schorten, hoewel die zaden het inkomen van boeren zouden opkrikken. Wie heeft gelijk?
Arrion: ‘Het is terecht dat Ivoorkust en Ghana erover waken dat geen overproductie dreigt. Maar dat betekent niet dat we productiviteitsverbeteringen moeten tegenhouden. Hier is het probleem: als je meer cacao kan oogsten op eenzelfde hoeveelheid land en er dus meer mee kan verdienen, krijgen boeren een prikkel om nog meer regenwoud te kappen voor het planten van cacaobomen. Je moet de push voor een hogere productiviteit daarom koppelen aan inspanningen om de wetgeving tegen ontbossing beter te doen naleven.’

‘Op die manier verklein je tegelijk het beschikbare land voor cacao en voorkom je dat de hogere productie de cacaoprijs doet instorten. Om dezelfde reden moeten boeren diversifiëren en andere gewassen telen naast cacao. Dan zijn ze minder afhankelijk van cacao. Er zijn voldoende mogelijkheden. Zo voeren Ivoorkust en Ghana tomaten en uien in van Europa. Dat is toch te gek voor woorden?’

Computers enteren cacaomarkt

De handel in cacaobonen is een notoir volatiele markt. Als landbouwproduct is cacao extra gevoelig voor schommelingen in vraag en aanbod. Vooral plotse tekorten of overschotten in het aanbod doen de prijs soms wild schommelen. ‘Het weer, politieke factoren en wisselkoersen sturen het aanbod’, weet Justin Grandison, cacaomakelaar voor ABN AMRO in Londen.

‘Te veel of te weinig zon en regen kan een grote impact hebben op de oogst. Net als de politiek, wat duidelijk wordt als je op een wereldkaart kijkt. Landen rond de evenaar bieden de beste condities voor cacao, maar helaas zijn dat niet altijd de stabielste landen.’ Zo was Ivoorkust, ’s werelds grootste cacaoproducent, enkele jaren geleden nog in een burgeroorlog verwikkeld. Onrust in een van de grote cacaolanden laat zich daardoor snel voelen in de marktprijs. De cacaovraag daarentegen gaat relatief stabiel in stijgende lijn, met dank aan ’s werelds groeiende middenklasse.

Alsof de cacaomarkt niet wispelturig genoeg was, vertroebelt de opmars van computerhandel via algoritmes het plaatje nog meer. ‘Zulke speculanten hebben de prijsbewegingen de jongste jaren doen toenemen’, legt Grandison uit. ‘Door hun grote volumes hebben ze een grote prijsimpact die zelfversterkend werkt als anderen mee op de trein springen.’

‘Daarbij laten ze zich leiden door momentum, technische signalen en statistische analyse. Fundamentele factoren - het weer, aanplantingen, voorraden - raken zo steeds meer ondergesneeuwd. Talloze ervaren cacaotraders hebben er dan ook de brui aan gegeven. Ze kunnen niet opboksen tegen de schaal van de computertraders. Het maakt het voorspellen van de markt alweer lastiger.’

Of de twee grootste cacaoproducenten - Ivoorkust en Ghana - tegengewicht kunnen bieden door net zoals het OPEC-oliekartel samen het aanbod te sturen, is twijfelachtig. Beide landen ontvouwden vorig jaar plannen om hun productie en prijzen beter te coördineren, maar Grandison betwijfelt of ze veel impact op de internationale cacaoprijs zullen hebben.

‘Het is een historische stap, maar ze moeten eerst nog hun verschillende marktsystemen zien te verenigen. Bovendien kan je niet zoals met olie de kraan dichtdraaien als overproductie dreigt.’ Cacaobomen blijven produceren, terwijl bonen niet eeuwig opgeslagen kunnen worden, wat de handelaars ook weten.

‘Een hogere cacaoprijs moet bovendien gepaard gaan met hogere prijzen voor de koffie, katoen en cashewnoten die ze in die landen al telen. Zo niet kiezen boeren voor duurdere cacao en verlies je de diversificatie. Je moet dus altijd het brede plaatje bekijken. Dat maakt het zo complex.’

U noemde heel wat uitdagingen. Waarmee zou u beginnen?
Arrion: ‘Mijn topprioriteit is de prijzen en dus het inkomen van boeren drastisch te verhogen. Veel mensen verdienen veel geld met cacao en chocolade - van grote verwerkers als Barry Callebaut tot chocoladereuzen als Mondelez. Maar niet de boeren, van wie velen moeten overleven met minder dan 1 dollar per dag. Als je daarmee een familie in leven moet houden, lig je niet wakker van ontbossing of de aanschaf van meststoffen. Alles begint met een correcte prijs.’

Hoe wilt u dat forceren?
Arrion: ‘In veel productielanden garandeert de overheid een minimumprijs voor de boeren. In Ghana koopt de overheid alle cacaobonen op tegen een vaste prijs, Ivoorkust werkt met veilingen. In beide gevallen bedraagt de minimumprijs zo’n 60 procent van de internationale marktprijs. Dat wil zeggen dat 40 procent verdeeld wordt onder handelaars en overheden via belastingen. Als Ivoorkust en Ghana zouden beslissen hun prijs per ton op te trekken van 1.200 naar 2.000 dollar, zien ofwel de tussenhandelaars en overheden hun 40 procent wegsmelten, ofwel moeten de fabrikanten meer betalen.’

©Mediafin

‘Die laatste zullen lobbyen tegen een drastische prijsverhoging. Het moet dus geleidelijk gebeuren. Maar hun dreigement dat de eindconsument dan veel meer zal moeten betalen voor een chocoladereep en zal afhaken, is niet helemaal correct. Cacao vertegenwoordigt amper 6 procent van de kostprijs van een chocoladereep. De prijs zou dus hoogstens met enkele procenten toenemen.’

Door de toenemende concentratie in de chocolade-industrie worden de afnemers steeds groter en machtiger. Hoe kunnen cacaoproducenten een vuist maken?
Arrion: ‘Ten eerste zijn de grote chocoladebedrijven erg gevoelig geworden voor alles wat met duurzaamheid te maken heeft. Ze volgen de consument, die steeds meer fairtradeproducten eist. Ook Europese overheden laten zich gelden, vooral dan in de strijd tegen ontbossing.’

‘Daarnaast zie ik een groeiend aantal ‘bean to bar’-initiatieven, waarbij ambachtelijke chocolatiers in België, Frankrijk of Japan ter plaatse hoogwaardige cacaobonen selecteren en daar een veel hogere prijs voor betalen. In een moeite schakelen ze alle tussenpersonen uit. Het gaat voorlopig om 5 tot 6 procent van de wereldproductie, maar het knaagt aan de transactieketens.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content