reportage

Angst voor kogels smoort verzet Cambodjaanse textielarbeiders

©Kristof Vadino

De jeansbroek of de jas die u tijdens de koopjes hebt gekocht, zijn mogelijk in Cambodja gefabriceerd. Een staking van duizenden textielarbeiders werd daar een jaar geleden bloedig neergeslagen. Sindsdien is er weinig veranderd.

Op een stoffig en lawaaierig industrieterrein in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh omklemt Keo Sokmeng een portret van haar zoon. De vrouw zit op haar knieën en is omringd door boeddhistische monniken, activisten en arbeiders. Een traan loopt over haar wang. Haar stem breekt. ‘Ik wil dat er gerechtigheid komt voor mijn zoon’, snikt ze. ‘Ik hield zo ontzettend veel van hem.’ Zaterdag was het exact een jaar geleden dat Keo’s zoon, Pheng Kosal, samen met vier andere arbeiders werd doodgeschoten.

De overheid moet haar mensen beschermen. Maar in de plaats daarvan heerst een cultuur van wetteloosheid.
ny chakrya
mensenrechtenactivist

In de laatste dagen van 2013 sloot de textielarbeider Pheng zich aan bij een massale staking om een minimumloon van 160 dollar per maand te eisen. Het protest verliep aanvankelijk vreedzaam, maar op 3 januari 2014 opende de militaire politie het vuur op de met stenen en flessen bewapende menigte. Vijf arbeiders - onder wie Pheng Kosal - werden gedood. Tientallen raakten gewond. Een jaar later blijkt het bloedbad de arbeiders weinig vooruitgang te hebben gebracht. Volgens de vakbonden worden ze nog dagelijks met dezelfde problemen geconfronteerd als voor de staking. De werkdruk is hoog, de vrijheden zijn beperkt en werkweken van 60 uur zijn eerder regel dan uitzondering. Onder druk van internationale campagnes wordt het minimumloon deze maand wel verhoogd van 100 naar 128 dollar per maand. Maar doordat deze maand ook de huren en de voedselprijzen stijgen, geloven veel arbeiders niet dat de loonsverhoging iets zal verbeteren. Yang Sophorn, de voorzitster van de Cambodian Alliance of Trade Unions, ziet de frustratie dagelijks bij haar duizenden leden. ‘Er is nauwelijks iets veranderd’, vertelt de vakbondsleidster. ‘Arbeiders staan onder grote druk om veel werk te verzetten en iedere dag overuren te draaien. Doe je dat niet, dan heb je niet genoeg inkomen om te kunnen leven. Dat het loon naar 128 dollar gaat, zal weinig verschil maken. De overheid geeft niets om hen. Ze probeert de arbeiders niet eens meer tevreden te stellen.’

4,4 miljard

Tijdens de eerste negen maanden van 2014 bracht de export van Cambodjaans textiel 4,4 miljard dollar op, een stijging van 6 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2013. Textiel is de belangrijkste pijler van de Cambodjaanse economie.

620.000

Naar schatting 620.000 mensen werken in de circa 960 kleding- en schoenfabrieken. Het gros van de in Cambodja geproduceerd textiel wordt via merken als H&M, Puma, Adidas en Levi’s in Europa en de Verenigde Staten verkocht.

128 dollar

Het minimumloon van de textielarbeiders stijgt dit jaar van 100 naar 128 dollar per maand. Ter vergelijking: de huur van een klein appartement (circa 4 op 5 meter) kostte de arbeiders in 2014 tussen 25 en 35 dollar per maand. Aan maaltijden wordt per dag 1,5 à 2 dollar uitgegeven. Zowat 12 dollar per maand gaat naar kleding, medicijnen, communicatie, onderwijs en transport. De meeste arbeiders proberen iedere maand ook 50 tot 70 dollar naar hun familie te sturen. Die leeft veelal onder armoedige omstandigheden op het platteland.

De frustraties blijven niet zonder gevolgen. Volgens het ministerie van Arbeid werd er het afgelopen jaar 276 keer gestaakt. Dat is aanzienlijk minder dan in 2013, maar volgens arbeiders is dat niet omdat ze nu meer tevreden zijn. Angst houdt hen tegen. Het geweld van 3 januari heeft diepe littekens achtergelaten. ‘We zijn nog veel te bang om opnieuw massaal te demonstreren’, erkent Chea Canmoeun, een Cambodjaan die als assistent-manager op papier een goede baan heeft, maar zonder overwerk blijft steken op het minimumloon van 128 dollar.

De ontevredenheid werd in september erkend door onder meer de kledingmerken H&M, C&A en Primark. In een open brief aan de Cambodjaanse overheid verzochten ze de betrokken partijen op zoek te gaan naar een ‘stabiele en vreedzame oplossing’. De merken verklaarden bovendien de eis voor een leefbaar loon te steunen, ook als dat tot hogere kosten zou leiden. Volgens de minister van Arbeid wordt daar met het nieuwe minimumloon aan voldaan. Activisten en vakbondsleiders beschuldigen de overheid er echter van geen politieke wil te tonen om echte veranderingen door te voeren. Ny Chakrya, het hoofd van mensenrechtenorganisatie ADHOC, heeft er weinig goede woorden voor over. ‘De overheid heeft de taak haar mensen te beschermen, maar in plaats daarvan heerst een cultuur van wetteloosheid.’ Dat voelt ook Keo Sokmeng. Een compensatie voor de dood van haar zoon heeft ze niet ontvangen, noch heeft de overheid geprobeerd haar uit te leggen waarom de onbewapende Pheng Kosal werd gedood. Terwijl boeddhistische monniken bidden voor de zielen van de vermoorde arbeiders, laat Keo haar tranen nogmaals gaan. Een groep bewapende soldaten kijkt vanop afstand toe.

Thuy Yan, tijdens herdenkingsplechtigheid, op Veng Sreng Road, tijdens herdenking van de politie schietpartie op 3 januari 2014, vijf textielarbeiders werden doodgeschoten en 40 anderen werden gewond. ©Kristof Vadino
Veng Sreng Road ligt al langer dan een jaar open, het waait er voortdurend stof, niet heel gezond voor de arbeiders. ©Kristof Vadino
Kao Sokming, 50 jaar oud, ze verloor haar zoon Pheng Kosal op 3 januari 2014, de zoon is doodgeschoten door de politie op Veng Sreng Road, op Veng Sreng Road, tijdens herdenking van de politie schietpartie op 3 januari 2014, vijf textielarbeiders werden doodgeschoten en 40 anderen werden gewond. ©Kristof Vadino
Canadia Industrial Park; een groot complex van textielfabrieken, waar de politie op 3 januari 2014 vijf textielarbeiders doodde en meer dan personen 40 werden verwond. ©Kristof Vadino
Canadia Industrial Park, bewaakt door private veiligheidsagenten. ©Kristof Vadino
Canadia Industrial Park; een groot complex van textielfabrieken. ©Kristof Vadino
Canadia Industrial Park; een groot complex van textielfabrieken. ©Kristof Vadino
Canadia Industrial Park; een groot complex van textielfabrieken. ©Kristof Vadino
Textielarbeiders gaan in trucks die als taxi dienen naar huis, de trucks zijn overvol en en de arbeiders opeengepakt. ©Kristof Vadino

'Ik heb nu geen alternatief', Arbeidster Tuy Yan

©Kristof Vadino

Een van de aanwezigen op de herdenking dit weekend, was Tuy Yan (32). ‘Ik ben hier om mijn steun te betuigen. De gedode arbeiders hebben hun leven gegeven om onze leefomstandigheden te verbeteren.’

Na het gewelddadig neerslaan van de protesten een jaar geleden heeft ze een collecte georganiseerd voor de slachtoffers. ‘We hebben 350 dollar opgehaald en aan de families van de slachtoffers gegeven.’

Als dochter van een rijstboer in de provincie Kampong Thom loopt ze al zes jaar zes keer per week om half zeven ’s morgens naar de Cambo Handsomefabriek waar ze als naaister werkt. Hoewel haar gewone werkdag na acht uren arbeid eindigt, werkt ze vaak tot zes of zeven uur ’s avonds door. ‘De lange dagen en het lage loon maken het zwaar om in de fabriek te werken’, vertelt de gescheiden moeder van twee kinderen. ‘Maar als ik genoeg overuren maak, verdien ik 180 dollar per maand. Dat geld heb ik nodig voor mijn kinderen. Zij leven op het platteland waar mijn ouders voor ze zorgen.’

©Kristof Vadino

Net als veel van haar collega’s zou Tuy Yan de fabriek het liefst zo spoedig mogelijk vaarwel zeggen. ‘Een job vinden als textielarbeider is makkelijk. Veel moeilijker is het om hier weer weg te komen. Maar als ik genoeg geld heb, ga ik terug naar mijn dorp. Misschien open ik daar dan een groentewinkel.’

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud