Belgische staat zit zelf op Britse Maagdeneilanden

De Belgische staat is volgens de gelekte Paradise Papers al jaren mede-eigenaar van InfraAsia Development (Vietnam) Limited. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is dat bedrijf niet gevestigd in Vietnam, wel op de Britse Maagdeneilanden. ©REUTERS

De Belgische staat, die moet strijden tegen constructies in belastingparadijzen, blijkt al jaren zelf aandelen te hebben op de Britse Maagdeneilanden. Dat onthullen de Paradise Papers.

Tussen de bijna 7 miljoen documenten die zijn uitgelekt bij het advocatenkantoor Appleby vonden we zo’n 500 namen van bedrijven en personen uit België. Ze hebben allemaal op de een of andere manier constructies opgezet in de beruchtste belastingparadijzen. Ze gebruikten daarvoor minstens een van de exotische postbusadressen van Appleby. Eén Belgische naam sprong tijdens ons onderzoek snel in het oog, die van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering (SBI/BMI).

Dat is niet zomaar een privébedrijf. De investeringsmaatschappij is voor 64 procent in handen van de Belgische staat, via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (58%) en de Nationale Bank van België (6%). De resterende aandelen zitten verspreid over banken en privé­bedrijven, zoals BNP Paribas Fortis, ING België en Electrabel. Al sinds 1971 helpt de SBI/BMI Belgische ondernemingen met investeringen in ‘moeilijke’ landen. In de raad van bestuur zitten mensen van onder andere de federale overheidsdiensten. 

Financiën en Economie

Het adres van het advocatenkantoor Appleby op de Britse Maagdeneilanden. ©rv

Met de Belgische staat als aandeelhouder gaat de investeringsmaatschappij prat op ‘sociaal verantwoord ondernemen’. Toch duikt ze op in de Paradise Papers, in de gelekte mails en documenten van het Appleby-kantoor op de Britse Maagdeneilanden. Dat is ondergebracht in een lichtgeel gebouw, omgeven door palmbomen, dat de naam Jayla Place draagt. Het ligt aan de Wickhams Cay 1 in de hoofdstad Road Town.

Toch wordt het adres gebruikt voor duizenden postbusvennootschappen die alleen op papier bestaan. Wat heeft de Belgische staat te zoeken in zo’n berucht belastingparadijs, terwijl de Belgische regering al jaren strijdt tegen exotische constructies, onder andere via de Kaaimantaks? Die verplicht belastingbetalers sinds 2015 om exotische constructies aan te geven. Al meer dan zeven jaar moeten Belgische bedrijven ook alle betalingen boven 100.000 euro aangeven als die vertrekken naar 30 landen die België bestempelt als belastingparadijzen. In beide gevallen moet een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden knipperlichten doen branden.

Er zijn niet echt economische redenen te bedenken om er een bedrijf te hebben. Daartegen­over staat dat je op de Britse Maagden­eilanden geen belastingen betaalt. Uitgerekend zo’n bedrijf blijkt de Belgische staat al jaren in handen te hebben.

De Belgische staat is volgens de gelekte Paradise Papers al jaren mede-eigenaar van InfraAsia Development (Vietnam) Limited. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is dat bedrijf niet gevestigd in Vietnam, wel op de Britse Maagdeneilanden. De oprichtingsakte dateert van 29 oktober 1996. Hoe kan zoiets 21 jaar onder de radar blijven? 

©rv

Antwerpse instructies

De palmboomconstructie zou toch moeten blijken uit de jaarrekeningen van de Belgische investeringsmaatschappij? Ja, dat zou wettelijk zo moeten zijn. Maar in haar jaarrekeningen schrijft de investeringsmaatschappij al jaren dat InfraAsia geen adres tussen de palmbomen heeft, wel aan de Dien Bien Phu Street 29 in de grote Vietnamese havenstad Hai Phong. Dat kunnen we nu doorprikken, dankzij de Paradise Papers. Het klopt niet. Het echte adres is op de Britse Maagden­eilanden. Het opzettelijk en bedrieglijk vervalsen van jaarrekeningen is strafbaar. Valt het verzwijgen van een adres in een belastingparadijs daaronder?

De hamvraag is echter waarvoor de postbusvennootschap op de Britse Maagdeneilanden al jaren dient. Dat verraadt een schemaatje dat we terugvonden in het mailverkeer tussen een Antwerpse advocaat en het advocatenkantoor op de Maagdeneilanden. De exotische vennootschap blijkt eigenaar te zijn van een project in Vietnam: de Dinh Vu Industrial Zone. En dat doet wel een belletje rinkelen. Het is het grote havenproject in Vietnam waar al menige Belgische minister - van Jean-Luc Dehaene (CD&V), Didier Reynders (MR) tot Patrick Dewael (Open VLD) - en zelfs koning Filip en koningin Mathilde halt hielden tijdens hun bezoeken en handelsmissies aan Vietnam. Oud-minister en ex-gouverneur Steve Stevaert (sp.a) kreeg er in 2010 zelfs een topfunctie als voorzitter van de raad van toezicht. Staatssecretaris Pieter De Crem (CD&V) was er onlangs nog te gast. 

©REUTERS

Nooit raakte bekend dat achter dat prestigieuze Belgisch-Vietnamese project een constructie op de Britse Maagden­eilanden schuilging. En het gaat wel degelijk om een constructie die alleen op papier bestaat, bewijzen de gelekte Paradise Papers. Het plaatselijke advocatenkantoor in het lichtgele kantoortje dat de postbus levert, volgt al jaren via mail de instructies op die een advocaten­kantoor uit Antwerpen geeft. Dat geeft op zijn beurt de instructies van zijn Belgische cliënt door: het Antwerpse bedrijf Rent-a-Port, eigendom van de holding Ackermans & van Haaren en van de industriële groep CFE, die met de Belgische investeringsmaatschappij al sinds 1997 eigenaar is van het havenproject.

De laatste gelekte mails met instructies uit Antwerpen dateren van maart vorig jaar. Daaruit blijkt ook hoe alles 'maar’ een constructie is. Het zijn de Antwerpse advocaten die alle identiteitsgegevens en documenten van de betrokken directeurs doormailen aan het kantoor op de Maagdeneilanden. Het gaat zelfs zo ver dat het kantoor op de Maagdeneilanden in 2013 aan de Antwerpse advocaten moest vragen wie nu juist de aandeelhouders waren van de vennootschap, die nochtans op hun adres gevestigd is. 

Het kantoor heeft bijvoorbeeld lange tijd niet geweten wie de Thaise minderheidsaandeelhouders van de postbusvennootschap waren. Plotseling stelden de advocaten op de Maagdeneilanden ook vast dat de Limburgse groep Machiels zonder hun medeweten al haar aandelen had doorverkocht aan Rent-a-Port, zonder dat dat ooit officieel was geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden. Dat moest na de feiten worden rechtgezet.

Is de papieren constructie opgezet om belastingen te ontwijken? Uit de gelekte mails leren we dat de vennootschap op de Maagdeneilanden inkomsten krijgt uit dividenden en intresten op leningen die te maken hebben met het Vietnamese havenproject. Op de Britse Maagdeneilanden blijven zulke inkomsten onbelast. Ook toen de Antwerpse advocaten in oktober 2012 opdracht gaven aan hun collega’s op de Maagdeneilanden om 2 miljoen euro uit de vennootschap te halen, wat uiteindelijk niet doorging, kwam vanuit de Scheldestad zwart op wit de instructie dat er geen belastingen betaald mochten worden in België. Het mocht daarom niet via een dividend gebeuren, wel via een terugbetaling van kapitaal. De gelekte mails verwijzen ook expliciet naar ‘Belgische belastingadviseurs’. Op de Maagdeneilanden moesten de advocaten alleen het papierwerk in orde brengen.

Hongkong

Wist de investeringsmaatschappij van de Belgische staat dat allemaal, als medeaandeelhouder van de postbusvennootschap op de Britse Maagdeneilanden? Wist ze ook dat sommige aandelen van de postbusvennootschap in handen waren van nog een andere postbusvennootschap op de Maagdeneilanden, genaamd Gaisford Investments Corp? Die kreeg onlangs nog aandelen toegewezen, in juni 2014. En ze gebruikte een tweede postbusadres in het belastingparadijs. Waarom? Terwijl de Vietnamese overheid haar aandeel van 25 procent in het havenproject gewoon aanhoudt in Vietnam zelf. 

Samen met hon­der­den an­de­re on­der­zoeks­jour­na­lis­ten uit 70 lan­den ont­hult De Tijd hoe een web van exo­ti­sche post­bus­be­drij­ven ge­bruikt wordt om be­las­tin­gen te ont­lo­pen en za­ken­part­ners ge­heim te hou­den. Nog tot en met vrij­dag 10 no­vem­ber leest u de ont­hul­lin­gen van Lars Bové en zijn in­ter­na­ti­o­na­le col­le­ga's in het dossier Paradise Papers.

De structuur op de Maagdeneilanden bestaat al meer dan twintig jaar, maar vier jaar geleden werd er een andere vennootschap tussen geschoven, met een licht andere naam: InfraAsia Investment (Vietnam). Die staat nu boven InfraAsia Development (Vietnam) op de Maagden­eilanden. Maar ook die nieuwe vennootschap zit niet gewoon in Vietnam of in België, wel in Hongkong, met een bureau in een grote wolkenkrabber, 78 verdiepingen hoog. Sinds midden vorig jaar bestempelt ons land ook Hongkong officieel als een belastingparadijs, omdat je er evenmin belastingen betaalt op opbrengsten die buiten Hongkong zijn gegenereerd.

Maar de fiscus is al langer beducht voor artificiële constructies via Hongkong. In welke mate in dit geval ook in Hongkong weinig meer te vinden is dan een postbusadres konden we niet natrekken. Veel papierwerk wordt in elk geval geregeld door lokale trust- en advocatenkantoren in Hongkong, blijkt uit de gelekte Paradise Papers. In een document dat het kantoor op de Maagdeneilanden kreeg over het Hongkongse adres van InfraAsia Investment staat ook gewoon het Belgische telefoonnummer en het Belgische e-mailadres van Rent-a-Port in Antwerpen. De man die in hetzelfde document als directeur van de Hongkongse vennootschap wordt vermeld, woont gewoon in België, niet in Hongkong. Dat blijkt uit een gelekt document dat ondertekend is door een Belgische notaris.

 

Topman fiscus

De topman van de fiscus, Hans D'Hondt. ©Dieter Telemans

Hans D’Hondt, de baas van de fiscus, was jarenlang ook bestuurder bij de Belgische investeringsmaatschappij die nu opduikt in de Paradise Papers. De 59-jarige D’Hondt is al meer dan zeven jaar voorzitter van de federale overheidsdienst Financiën. Daar strijden zijn belastingcontroleurs tegen constructies in belastingparadijzen. Zeker ook op de Britse Maagdeneilanden, want die staan op de officiële Belgische lijst van belastingparadijzen. Maar D’Hondt was dus ook tien jaar lang, van 23 maart 2006 tot 8 juni vorig jaar, bestuurder bij de Belgische investeringsmaatschappij, die aandeelhouder was van zo’n postbusvennootschap op de Maagdeneilanden. Nadat D’Hondt als ex-kabinetschef van premier Yves Leterme (CD&V) in februari 2010 topman van de fiscus was geworden, bleef hij nog meer dan zes jaar bestuurder bij de investeringsmaatschappij.

Was de baas van de fiscus dan al die tijd niet op de hoogte van de investering via de Maagdeneilanden? D’Hondt beweert van niet. ‘De beslissing om in het Dinh Vu-project in Vietnam te stappen, is inderdaad genomen lang voor ik bestuurder werd. Ik nam van dat project pas kennis via de tussentijdse rapporteringen over de stand van de globale investeringsportefeuille. Bij die rapporteringen werd het Dinh Vu-project steeds als een project in Vietnam opgenomen. Voor alle projecten wordt de eindbestemming vermeld. Bij zo’n globale stand van zaken over de hele portefeuille gaat het over de stand en de inschatting van de projecten. De historiek wordt niet expliciet besproken. Ik ben er dan ook altijd van uitgegaan dat dit een project was in Vietnam. Het is volgens mij ook nooit een gespreksonderwerp op de raad van bestuur geweest.’

Ik ben er altijd van uitgegaan dat dit een project was in Vietnam.
Hans D'Hondt
Topman Fiscus

Behalve D’Hondt heeft de Belgische staat nog andere vertegenwoordigers in de raad van bestuur. Momenteel is de voorzitter Jean-Claude Fontinoy, die ook voorzitter van de NMBS is. In de jaren 90 was de voorzittersstoel van de investeringsmaatschappij bezet door Philippe Wilmès, de vader van de huidige minister van Begroting, Sophie Wilmès (MR).

De Amerikanen

De advocaat van Rent-a-Port, Dirk Wellens, die namens de aandeelhouders vanuit Antwerpen instructies doorspeelde aan het kantoor op de Britse Maagdeneilanden, benadrukt hoe het ooit begon in de jaren 90. ‘Het waren niet de Belgen die de vennootschap op de Britse Maagdeneilanden hebben opgericht. Wel de Amerikaanse verzekeraar AIG. De Belgen hebben pas in 1997 een participatie in die vennootschap verworven.’ 

Toch verklaart dat lang niet alles. Waarom is de structuur dan gewoon blijven bestaan? Ook toen de Amerikanen er in 2007 uit stapten en Rent-a-Port de volledige controle overnam? ‘Op dat ogenblik wensten de aandeelhouders niet meer op de Britse Maagdeneilanden te blijven. Er is fiscaal advies ingewonnen in België. Vervolgens zijn de effectieve leiding en de activiteiten van de vennootschap verplaatst naar Hongkong. Daar vinden de raden van bestuur plaats en bevindt zich het centrum van de ontwikkeling. Daar is de vennootschap ‘tax resident’ (fiscaal ingezetene), omdat Hongkong een juridisch stabiele economie is.’ 

Maar waarom worden dan nog steeds instructies gegeven aan het advocatenkantoor Appleby op de Maagdeneilanden? ‘Er is een historie op de Britse Maagdeneilanden die we op bepaalde ogenblikken nog moeten onderhouden, zoals het opvragen van bepaalde certificaten, het aandeelhouderschap van vroeger, de update van registers, omdat de vennootschap nu eenmaal daar is opgericht. Het is niet omdat een structuur historisch wordt onderhouden, dat daar iets achter moet worden gezocht. Er zijn geen dividenden of kapitalen opgehaald. Dat is destijds overwogen, maar niet doorgegaan, omdat men beslist heeft te herinvesteren in Vietnam. De vennootschap op de Maagdeneilanden is nooit opgedoekt, om de continuïteit van het project in Vietnam te handhaven.’

Insinuaties

Rent-a-Port-topman Marc Stordiau. ©Wim Kempenaers (WKB)

Rent-a-Port-topman Marc Stordiau stelt dat ‘elke insinuatie over belastingontwijking uit de lucht gegrepen is’. ‘Omdat we onze business in Vietnam doen en daar de nodige belastingen betalen, legaal en in volle transparantie. De Vietnamese regering gaat zeer voorzichtig te werk als ze zo’n concessie toekent. Het zou onterecht zijn een team van zeven Belgen en 102 Vietnamezen in een kwaad daglicht te plaatsen, terwijl ze zich ontpopten tot de grootste investeerders in Vietnam.’ 

Hoe dan ook blijft de betrokkenheid van de Belgische staat bij een postbusvennootschap op de Britse Maagdeneilanden behoorlijk controversieel. De investeringsmaatschappij heeft haar aandeel in het Vietnamese project intussen wel laten zakken van zo’n 12 procent in 1999 naar nog 6,87 procent begin vorig jaar, tot 3,96 procent nu. Maar hoe klein dat aandeel intussen ook is geworden, voor de privépartner Rent-a-Port is het van goudwaarde, om in Vietnam de nodige politieke deuren te openen. Afwachten of die politieke steun na twee decennia nu overeind blijft.

Vergissing

De toplui van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering (BMI), Philippe Hermans en Erna Vandeplas, geven wel toe dat het ‘een vergissing’ was om in de jaarrekeningen niet te vermelden dat ze investeerden in Vietnam via de Britse Maagdeneilanden. ‘Het was zeker niet de bedoeling zaken te verbergen. Maar het klopt dat er beter ‘Britse Maagdeneilanden’ had gestaan. In onze statistieken nemen we altijd de finale bestemming op waar het geld naartoe gaat, en dat is Vietnam. Zo is dat land in onze jaarrekeningen terechtgekomen.’

Destijds zijn er over de Maagdeneilanden geen grote discussies geweest. Wellicht omdat het andere tijden waren, en omdat het duidelijk was dat de vennootschap niet was opgezet om te foefelen.
Philippe Hermans en Erna Vandeplas
Toplui van de Belgische Maatschappij voor Internationale Investering (BMI)

Zouden ze vandaag nog in een structuur op de Britse Maagden­eilanden stappen? ‘Hoe rendabel het project ook is, tegen constructies via de Maagdeneilanden zeggen we vandaag nee, alleen al om de schijn van fiscale optimalisatie weg te nemen. Zo heeft onze raad van bestuur ook al eens een dossier afgekeurd waarin een fiscale montage via Luxemburg zat. Maar destijds zijn over de Maagdeneilanden geen grote discussies geweest. Wellicht omdat het andere tijden waren, en omdat het duidelijk was dat de vennootschap niet was opgezet om te foefelen. Want voor alle duidelijkheid: voor ons is er geen enkel belastingvoordeel bij.’

Waarom is, volgens de toplui, de postbus­vennootschap op de Britse Maagdeneilanden nooit opgedoekt de voorbije twintig jaar? ‘Dat bleek te moeilijk. De vennootschap op de Maagdeneilanden is de aandeelhouder in Vietnam, en we weten uit ervaring dat het complex is om in Vietnam zaken te veranderen in het aandeelhouderschap. Het is niet aan ons om de vennootschap op te doeken. Ik zie zelfs niet hoe we het zouden doen. En waarom zouden we, als je ziet wat het project in Vietnam betekent voor het Belgische imago? Weet u, we hebben ooit eens een dossier gehad waarbij achteraf bleek dat niet de Belgische partner maar de lokale Russische partner banden had met de maffia. BMI is onmiddellijk uit het dossier gestapt, het heeft de (Belgische) cliënt heel veel tijd en moeite heeft gekost om uit dit joint venture project te geraken en zij hebben dus hemel en aarde heeft moeten bewegen om de joint venture op te doeken.’

Bekijk hier de volledige constructie

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content