reportage

Ontbossen op leven en dood

Rieth Hun Nea smokkelt om zijn vrouw en drie kleine dochters iets meer te kunnen bieden. ©rv doc

Hoewel de export van Cambodjaans hout via Vietnam al vier jaar verboden is, rijden illegale houtkappers dagelijks met indrukwekkende ladingen de grens over. De politie staat erbij en kijkt ernaar. Wij volgden het spoor van vernieling naar het hart van de houtsmokkel.

van onze verslaggever in Cambodja

Het Aoral Wildlife Sanctuary is slechts drie uur rijden van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh, maar je waant je in een ander tijdperk. In het beschermde natuurgebied - net iets groter dan Limburg - staat een legerpost, vredig en pittoresk.

Het is een typische paalwoning met hangmatten, kippen en ijskoud bier. Een zwart varken zit met zijn neus in de grond. Enkele soldaten spelen petanque op een keurig aangelegde baan.

Hoe idyllisch deze plek in het Cardamomgebergte ook oogt, ze is de bron van een zwarte wereldmarkt die miljarden dollars waard is. Houtkappers rooien hier zeldzame en beschermde bomen om ze via Vietnam aan China en Europa te verkopen.

Cambodja

Cambodja is een ruraal land met 15,5 miljoen inwoners. Zelfs naar Aziatische normen is het arm. Het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt 16 miljard euro. Ter vergelijking: dat van België bedraagt 422 miljard euro. De economie kent wel een sterke groei: 7 procent in 2017.

Landbouw is goed voor 35 procent van het bbp en 56 procent van de werkgelegenheid. De textielindustrie groeit met 8,4 procent per jaar. Het toerisme met 5 procent per jaar.

Het land is nog erg afhankelijk van buitenlandse steun. Meer dan de helft komt uit China. Er is één Belgisch bedrijf actief: 7FTD. Het maakt prefab betonproducten zoals elektriciteitspalen en funderingen. De voorzitter is Edouard Vancanneyt.

De illegale handel houdt een corrupt regime in het zadel en maakt doden. En hij plaatst Cambodja in de wereldtop van genadeloze ontbossers. Volgens de ngo Open Development Cambodia is in de jongste twaalf jaar 7 procent van het woud verdwenen.

Samen met enkele boswachters en milieuactivisten wil ik het spoor van hebzucht, uitbuiting en moord volgen. Per scooter, want voor andere vervoermiddelen zijn de paden te grillig. De legerchef wil ons enkel doorlaten als we ons laten escorteren door twee soldaten, of beter: twee pubers met machinegeweren. Ik schrik, maar de chef stelt me gerust. De kindsoldaten mogen hun wapens niet gebruiken, ze zijn maar show. Maar zonder enige bescherming is de jungle te gevaarlijk: illegale houtkappers zijn een ruig volk en er wordt geregeld geschoten.

Aan de rand van het Aoral Wildlife Sanctuary voel je meteen dat er iets niet klopt. Terwijl hout kappen hier verboden is, sleept de ene na de andere tractor een lading hout het reservaat uit, ongehinderd door de rangers. Het zicht is alarmerend. Het grootste deel van het bos is al gerooid. Eindeloze plantages met rubberbomen en maniok strekken zich uit tot aan de heuvels waar de laatste resten jungle nu ook worden bedreigd.

Mechanische koe

‘Stil’, zegt een van de boswachters tijdens een korte lunchpauze. Door het gekwetter van vogels horen we in de verte een kettingzaag. We springen snel weer op onze scooters en racen stevig door over de hobbelige paadjes. Ik moet me stevig vasthouden aan mijn chauffeur. Gelukkig gelden Cambodjanen als de beste motorrijders ter wereld.

Het geluid van de kettingzaag komt snel dichterbij. Waar ons pad een diepe plas wordt en twee ossen verkoeling vinden, moeten we te voet voort, een heuvel op. Aun Pheap, journalist bij The Cambodia Daily en mijn vertaler, vermoedt dat de stropers op zoek zijn naar ‘sokrom’, Cambodjaans voor het zeldzame en dure palissanderhout. ‘Ze moeten er steeds dieper de jungle voor in. In Vietnam zijn de bomen al niet meer te vinden, in Cambodja wordt de laatste palissanderboom vermoedelijk in 2026 geveld.’

Dit trio werkt drie dagen voor één houttransport van 50 euro. ©rv doc

Sinds 2002 is het verboden om palissander te kappen. Maar de verleiding is groot. Het kersenbruine hout met zijn donkere tinten is een van de meest begeerde houtsoorten in de wereld. Het is waterdicht, en dus ideaal voor tuinmeubelen en parketvloeren. Vooral Chinezen zijn er gek op, want palissander geeft meubelen een antieke uitstraling.

We betrappen de houthakkers in ontbloot bovenlijf. Het drietal staat zich te wassen in een plas. Een van hen is Putt Thim, een 42-jarige boer die met zijn rijstveld 500 dollar per jaar verdient. ‘Ik weet dat dit illegaal is, maar wat kan ik doen? Mijn gezin is arm’, zegt hij. Met een microlening hebben de drie een ‘yun koo’ gekocht, een mechanische koe. Met de kleine tractor vervoeren ze het gestroopte hout. ‘We werken drie dagen voor één houttransport. Dat levert ons 50 dollar op. Niet erg lucratief, maar het helpt.’

Ik heb een licentie: al het hout dat ik koop, wordt dus legaal zodra ik het verkoop.
Hut Sila
Een handelaar in illegaal hout

Voor Chea Hean, de directeur van de Cambodjaanse ngo ACNCIPO voor de bescherming van natuurlijke rijkdommen en wilde dieren, is het herkenbaar. ‘Telkens opnieuw proberen we mensen uit te leggen waarom het bos belangrijk is voor de toekomst. Maar ze luisteren niet.’ Hij is gefrustreerd omdat de regering zo weinig doet tegen een van de dringendste problemen van het rurale Cambodja.

De tol van de ontbossing is zwaar voor de ecosystemen, zoals in de Cardamom, waar olifanten steeds hoger de heuvels worden opgejaagd. En in dit straatarme land zijn ook veel mensen afhankelijk van het bos om te overleven.

Bed van 1 miljoen

Verderop ligt een stam palissander op een aanhangwagen, klaar voor transport. Drie jonge stropers slaan op de vlucht. ‘Het is beter ze te laten gaan’, zegt Aun Pheap. ‘We jagen op de tijger. Gevaarlijke dieren moet je niet in de hoek duwen.’ De stam die ze achterlaten, is nochtans veel waard. In Cambodja wordt 700 dollar per kubieke meter gerekend. De bestemming is vermoedelijk China, waar soms 50.000 dollar per kubieke meter wordt betaald. In Sjanghai kost een palissanderbed in Ming- of Qing-stijl makkelijk 1 miljoen dollar.

‘We moeten vertrekken. Het wordt hier snel donker en gevaarlijk’, zegt ngo-directeur Chea. De hele dag heb ik nog niets gemerkt van enige agressie, maar Thaise boswachters schieten wél op Cambodjaanse stropers die de grens durven over te steken. Vanop onze scooters zien we de mechanische koeien traag richting de uitgang van het Aoral Wildlife Sanctuary rammelen. Het is druk in de jungle.

Een volgestouwd busje hobbelt richting de Vietnamese grens. ©Pascal Laureyn

De stropers vertellen allemaal hetzelfde verhaal: ze zijn arme boeren die hier een centje komen bijverdienen. De boswachters kunnen er niets tegen beginnen. Integendeel, hun lage loon maakt het verleidelijk om steekpenningen aan te nemen. Aan een controlepost van de rangers ontstaat een file van stropers. Ze houden het geld al klaar. De ranger krijgt 10.000 riel (2,20 euro) toegestopt. Het afscheid is amicaal. ‘Tot binnenkort.’

‘Stropers zoeken, dat is mijn job. De eerste keer zeg ik dat het niet mag. De tweede keer worden de stropers gearresteerd’, zegt ranger Suen Kom Saan op officiële toon. Als ik vraag hoeveel arrestaties hij al heeft gedaan, antwoordt hij onbewogen: ‘Geen enkele.’ ‘Ze doen één oog open en sluiten het andere’, vat ngo-directeur Chea Hean samen.

Aan de rand van het natuurpark neem ik een kijkje bij Hut Sila, een 22-jarige vrouw die timmerhout uit de jungle verkoopt. ‘Ik weet dat het illegaal is, daarom doe ik het maar een beetje. Ik heb een licentie: al het hout dat ik koop, wordt dus legaal zodra ik het verkoop.’

Wettige landroof

Het is pikdonker nu. In de verte flakkeren vlammen op. Opnieuw een stuk woud dat verloren gaat, gerooid en afgebrand om plaats te maken voor een plantage. De brand woedt vermoedelijk op een terrein van LHL Agriculture, een dochter van de Singaporese LHL Group. Op een concessie van 10.000 hectare wordt maniok geteeld, binnen de grenzen van het natuurgebied.

In Cambodja zijn grote stukken land uitgedeeld aan machtige vrienden van het regime onder de vorm van Economic Land Concessions, kortweg ELC’s. 22 procent van Cambodja is een ELC of een andere concessie, liefst 80 procent van de ELC’s ligt in beschermd bosgebied. Op ELC’s mag legaal worden gekapt. Maar de bedrijven zijn een dekmantel voor illegale houtkap in de jungle, waar de arme boeren het vuile werk doen. Het verschil tussen het legale en het illegale hout verdwijnt in de zagerij van de ELC. Zo blijven de bijzonder winstgevende ELC’s de motor van de ontbossing.

LHL Agriculture wordt geregeld beschuldigd van landroof en ontbossing. Dorpelingen in de omgeving protesteren hevig, maar het heeft geen zin. De directeur van LHL Agriculture is Hun Seng Ny, de zus van Hun Sen, al 32 jaar premier van Cambodja. Hij wordt ook wel de Poetin van Zuidoost-Azië genoemd.

‘Zelfs als de premier het zou willen, kan hij de illegale houtkap niet stoppen’, schrijft de Australische journalist Sebastian Strangio in zijn boek ‘Hun Sen’s Cambodia’. ‘De opbrengst van de houthandel is de lijm die het corrupte systeem van dit regime samenhoudt. Daarmee kan de regering de loyauteit van de elite kopen die ze nodig heeft om in het zadel te blijven.’

Ook Phnom Penh Sugar Company en Kampong Speu Sugar Company hebben concessies in Aoral. Ze zijn eigendom van Ly Yong Phat, senator voor de CPP. In 2006 liet hij een dorp met 250 gezinnen bulldozeren om plaats te maken voor een suikerplantage. Het leger schoot met scherp toen de dorpelingen zich verzetten, er vielen zeven gewonden.

Terwijl de illegale activiteiten van de ELC’s ongemoeid blijven, worden critici hard aangepakt. In 2012 werd de milieuactivist Chut Wutty in de Cardamom vermoord. Zes maanden later werd journalist Serei Oudon dood teruggevonden in de kofferbak van zijn auto. Politiek analyst Kem Ley werd vorig jaar doodgeschoten in de hoofdstad Phnom Penh.

Niets gezien

We staan aan de niet-officiële grenspost van Daun Roath in de provincie Tbong Khmum. Een roestende bareel markeert de grens met Vietnam. Het is er doods. Alleen zwerfkippen maken de overtocht. Op een veldbed zit de grenswachter in bloot bovenlijf een spelletje op zijn smartphone te spelen. Echt welkom voel ik me niet. Hij kijkt me niet eens aan als ik hem iets vraag. ‘Ik ontken formeel dat hier hout gesmokkeld wordt’, bromt hij. ‘Ik heb hier nog nooit iets gezien. De regering heeft de smokkel al lang stilgelegd.’

De export van Cambodjaans hout naar Vietnam is sinds 2013 verboden. Toch is het Khmer-koninkrijk - Cambodja heeft een koning, een begeerde balletdanser en vrijgezel - de grootste leverancier. Volgens de Vietnamese douane ging in 2015 voor 380 miljoen dollar hout de grens over. Dat is alleen de geregistreerde export. Dure en zeldzame houtsoorten waren goed voor 82 procent. De wereldmarkt in palissander was vorig jaar 2,6 miljard dollar waard.

Alles rustig bij de grenspost. ©rv doc

Volgens de Cambodjaanse minister van Milieu Say Samal zijn die cijfers ‘ongegrond en vervalst’. ‘Hoe kan je 10.000 kubieke meter hout de grens oversmokkelen zonder dat iemand het ziet?’, vroeg hij uitdagend aan Channel NewsAsia.

Ik vraag het aan een passerende smokkelaar, die een balk van 3 meter op het bagagerek van zijn motor heeft liggen. Door die paar honderd kilo duurt het even voor Rieth Hun Nea (30) stilstaat. Hij heeft het hout gekocht op de plantage van een ELC in Snuol, zegt hij. ‘Ik verkoop het aan een Cambodjaan in Vietnam. Ik betaal 5.000 riel (1,10 euro) aan de grenswachter, soms geef ik een kilo vlees.’ Hij krijgt 500.000 riel (110 euro) voor zijn balk.

Machtige smokkelaars

Op de National Highway 7 floreert de zwarte markt ongegeneerd. Met vrachtwagens, bestelwagens en motorfietsen worden tonnen hout richting Vietnamese grens gereden. De bewijzen van smokkel - én de betrokkenheid van diverse overheden - liggen voor het rapen.

Op een kilometer van de grens zien we een terrein met daarop tientallen balken luxehout. Een klein kapitaaltje. Er is geen omheining of markering. Een man komt aangereden en begint zenuwachtig foto’s van ons te maken. De eigenaar van de lap grond is zijn oom, zegt hij, een chef bij de grenspolitie.

Ook Antwerpen verwerkt illegaal hout

Niet alleen Vietnam en Cambodja zijn draaischijven in de handel in illegaal hout, ook de haven van Antwerpen speelt een rol. Door Belgiës koloniale verleden heeft Antwerpen de infrastructuur om ruwe boomstammen te verwerken.

Congolees hout vindt dus makkelijk zijn weg naar Antwerpen. Ook schepen met verdacht Braziliaans hout meren er geregeld aan. Bovendien staat de Antwerpse haven bekend om haar zwakke controles.

Aan het eetkraampje bij de grenspost van Daun Roath zijn ze niet erg spraakzaam. ‘Ik weet van niets, ik ben altijd zat’, zegt een vijftiger. Maar als we verder wandelen, komt hij achter ons aan gelopen. Praten kan hem zijn job kosten, zegt hij. ‘Ik zie het elke nacht gebeuren. Met bestelwagens en luxewagens. Veel functionarissen. Niemand durft die auto’s tegen te houden. Als er een transport van Hun Ayn komt, gaat de grens vanzelf open.’ De angst van de man is begrijpelijk: Hun Ayn is de voormalige gouverneur van deze contreien, en de broer van premier Hun Sen.

Een buurtbewoner raadt ons aan te gaan kijken op een terrein van de legerbasis van Snuol, vlak bij een officiële grensovergang. Er liggen stapels palissander in het gras, goed voor duizenden dollars. Volgens Sokh Khorn, de 54-jarige bewaker van het terrein, zijn de balken van het leger en zijn ze bedoeld om peperplanten recht te houden. Dat gelooft uiteraard niemand. Net zoals de bewaker ons niet gelooft als we zeggen dat we toeristen zijn. Hij begint nerveus te sms’en.

Een dure Lexus komt aangereden. Twee sjofel geklede mannen stellen zich voor als militairen, maar het enige dat die bewering enigszins ondersteunt, zijn de kaki petjes en de pistolen in hun broekzak. Een van hen lijkt ons te willen arresteren. Maar mijn vertaler Pheap is een klasseacteur en weet de stemming te keren. Na een kwartier wordt er hard gelachen en op schouders geklopt. We mogen gaan.

EU-uitdagingen

Dat de politie en het leger op grote schaal medeplichtig zijn aan de illegale houthandel, maakt transparante controles onmogelijk. Dat is een probleem voor de eurocraten, die volop aan een handelsakkoord met Vietnam timmeren. Dat moet de Vietnamese export van hout versoepelen. Maar aan de grens met Cambodja is duidelijk dat de uitdagingen groot zijn.

‘De controle op de houthandel moet zeker in het akkoord zitten. Het kan niet dat de smokkelwaar via de vereenvoudigde procedures van het vrijhandelsakkoord naar de EU wordt uitgevoerd. Anders zou het akkoord de illegale handel en smokkel faciliteren en legitimeren’, stelt Groen-europarlementslid Bart Staes in een e-mail.

Ik betaal 1 euro aan de grenswachter, soms geef ik een kilo vlees.
Rieth Hun Nea
Houtsmokkelaar

Europese bedrijven moeten nu al bewijzen dat geïmporteerd hout legaal is, maar het is onmogelijk om een honderd procent zuivere handel te verzekeren. Dat zegt Rolf Schipper, campagneleider bossen bij de Nederlandse actiegroep Milieudefensie. ‘Op de Europese markt wemelt het nu al van de producten die ontbossing en landroof veroorzaken. Bedrijven lossen dit zelf niet op. De EU moet deze destructieve handel stoppen.’

In Cambodja liggen smokkelaars niet wakker van de Europese gevoeligheden. In Snuol hobbelt een bemodderde bestelwagen met een indrukwekkende lading smokkelhout gemoedelijk door een rubberplantage naar de grens. Ik moet denken aan wat Rieth Hun Nea, de man met de driemeterstam op het bagagerek van zijn brommer, me toevertrouwde ‘Ik heb een vrouw en drie kleine dochters. Ik wil dit niet blijven doen, maar voorlopig moet ik wel. Ook de grenspolitie begrijpt dat.’ En zo blijft Cambodja het Wilde Westen van het Verre Oosten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content