reportage

Ook buiten Myanmar leven opgejaagde Rohingya in doodsangst

In het immense vluchtelingenkamp van Kutupalong-Balukhali leven 693.000 Rohingyamoslims in erbarmelijke omstandigheden. ©BELGAIMAGE

Het grootste vluchtelingenkamp ter wereld in Bangladesh huist honderdduizenden Rohingyamoslims. Ze zijn ternauwernood ontsnapt aan de bloederige vergeldingszucht van het Myanmarese leger. Nu zijn hun levens opnieuw in gevaar door de dreigende moessonregens.

Het huis van Mohammed Hayis is gebouwd op een hoge heuvel van zand en modder. Vanuit de deuropening kijkt hij uit over het grootste vluchtelingenkamp ter wereld, dat 623.000 inwoners telt. Het is een uitzicht dat Hayis het liefst zo snel mogelijk kwijt is. Als het kon, zou hij vandaag nog verhuizen.

De 29-jarige Hayis maakt zich grote zorgen over de moessonregens die zich in Bangladesh als een ware stortvloed kunnen voordoen. De regenbuien kunnen zijn huis, niet meer dan een hut van bamboe en plastic, zo wegspoelen. ‘Het heeft ’s nachts al een paar keer flink geregend. Dan zijn mijn vrouw en ik klaarwakker. We zijn doodsbang dat de kinderen iets overkomt.’

Alleen als ze ons echt erkennen als inwoners van Myanmar kunnen we een terugkeer overwegen. Zo niet, dan kunnen ze ons net zo goed hier doden.
Habib Ullah
gevluchte rohingya-moslim

De angst is terecht, menen hulporganisaties. Ze waarschuwen dat de levens van duizenden Rohingyamoslims in gevaar zijn. Nu niet omdat ze, zoals vorig jaar, door het Myanmarese leger met de dood worden bedreigd. Maar omdat de moessonregens grote schade kunnen aanrichten in het immense vluchtelingenkamp van Kutupalong-Balukhali. In juni kwamen drie Rohingyavluchtelingen om toen hevige moessonregens aardverschuivingen veroorzaakten en hutjes onder de modder bedolven. Wordt het gebied getroffen door een cycloon - niet ongewoon in Zuid-Bangladesh - dan kan zich een nog grotere ramp voordoen.

693.000 Rohingya zijn bijna aan jaar geleden vanuit de Myanmarese deelstaat Rakhine naar Bangladesh gevlucht. De Rohingya, een moslimminderheid, zijn al lang het slachtoffer van discriminatie en onderdrukking. Myanmar beschouwt hen als illegaal in het land levende Bengalen en weigert hen als staatsburger te erkennen. Ze zijn geregeld het doelwit van bruut geweld. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN sprak vorig jaar zelfs van ‘een schoolvoorbeeld van etnische zuivering’.

Vorig jaar in augustus escaleerde de crisis toen het Myanmarese leger een nietsontziende vergeldingsactie begon nadat een groep Rohingyamilitanten politieposten had aangevallen. Tientallen dorpen werden platgebrand en vermoedelijk zijn duizenden mensen gedood. De moslims sloegen op de vlucht en kwamen in Cox’s Bazar terecht, een district in het zuiden van Bangladesh. Omdat het gebied al ruim 200.000 vluchtelingen huisvestte, wonen nu meer dan 900.000 Rohingya in het gebied.

Wankele hutten

In de kampen zijn de uitdagingen groot. De straatarme moslims leven er in wankele hutten die inderhaast in de modder en de klei zijn gebouwd. Tienduizenden wonen op een plek waar ze gevaar lopen voor overstromingen en aardverschuivingen. Hulporganisaties hebben veel vluchtelingen overgebracht naar een veiliger plek, maar nu de moessonregens het kamp geregeld in alle hevigheid teisteren, is het risico groot.

Mohammed Asadullah had het regenwater onlangs in zijn huis staan. Hij zit met zijn kinderen voor zijn hut onderaan een heuvel, langs een steil pad. ‘Als het hard regent, loopt het water zo bij ons naar binnen.’

KORT

Het Myanmarese leger begon in augustus vorig jaar een vergeldingsactie tegen de Rohingyamoslims, een minderheidsgroep in het Zuidoost-Aziatische, overwegend boeddhistische land. Vermoedelijk duizenden mensen werden vermoord, Bijna 700.000 Rohingya sloegen op de vlucht naar het buurland Bangladesh. De mensenrechtenorganisatie Amnesty International eist dat de legertop van Myanmar vervolgd wordt voor misdaden tegen de mensheid.

De 40-jarige Asadullah vluchtte in september met zijn vrouw en kinderen naar Bangladesh. Hij werkte als boer en moest zijn huis, land en koeien achterlaten. In Bangladesh waant hij zich veilig. Hij denkt er dan ook niet aan elders te gaan wonen. ‘Dit is mijn huis nu’, vertelt hij. ‘Ik heb veel betaald om het te kunnen bouwen. Ik wil hier blijven, zelfs als het straks gaat stormen.’

Even verderop worden maatregelen genomen om het heuvelachtige kamp stormbestendig te maken. Wegen worden opgeknapt, afwateringssystemen worden aangelegd en bruggen worden gebouwd. Ook vinden er rampenoefeningen plaats. Het gevaar is groot, zegt Peter Guest, rampencoördinator bij het Wereldvoedselprogramma (WFP). ‘Iedereen doet zijn best om zo veel mogelijk maatregelen te nemen, maar op deze schaal valt dit niet zomaar even op te lossen. Het baart ons grote zorgen.’

De moesson is niet de enige uitdaging. Hulporganisaties houden er rekening mee dat de Rohingya nog lang in Bangladesh blijven. Omdat de vluchtelingen de kampen niet mogen verlaten en het overgrote deel van hen geen inkomsten heeft, zijn ze afhankelijk van noodhulp. De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) zegt voor dit jaar ruim 200 miljoen euro nodig te hebben. Volgens woordvoerder Caroline Gluck is nog niet de helft van dat budget gedekt.

Het leger heeft mijn huis platgebrand en het land van mijn familie ingepikt. Wij hadden geen andere keuze dan naar Bangladesh te gaan.
Habib Ullah
Vluchteling en apotheker

Het is een probleem waarmee ook andere organisaties worden geconfronteerd. ‘Wij hebben 17 miljoen euro per maand nodig om alle vluchtelingen te kunnen voeden’, zegt Peter Guest van het WFP. ‘Als de financiering niet stabieler wordt, kijken we hier tegen een nog grotere crisis aan.’

De Rohingya proberen hier een nieuw leven op te bouwen. Sommigen helpen Bengaalse boeren met de rijstoogst, anderen verbeteren de wegen en de afwatering in het kamp. Habib Ullah (37) wist met hulp van vrienden een kleine medicijnwinkel in het kamp te openen. ‘Ik heb in Myanmar tien jaar lang als apotheker gewerkt. Ik zou niet weten wat ik anders moet doen om geld te verdienen’, vertelt hij vanachter een rij doosjes met medicijnen tegen verkoudheid, diarree en andere veelvoorkomende kwalen.

Platgebrand

Ook hij moest huis en haard achterlaten. ‘Het leger heeft mijn huis platgebrand en het land van mijn familie ingepikt. Wij hadden geen andere keuze dan naar Bangladesh te gaan’, zegt Ullah, die met zijn familie drie dagen door de jungle moest lopen om het kamp in Kutupalong-Balukhali te bereiken.

Vanuit Bangladesh is nog geen enkele vluchteling vrijwillig teruggekeerd naar Myanmar.

De regering van Bangladesh dringt al tijden aan op een massale terugkeer van de vluchtelingen. Ze sprak eind vorig jaar met Myanmar af dat die repatriëring spoedig zou beginnen. De UNHCR echter zegt dat de situatie in Myanmar nog veel te onveilig is om de Rohingya terug te laten keren en wijst erop dat vanuit Bangladesh nog geen enkele vluchteling vrijwillig is teruggekeerd.

Voor het gros van de Rohingya geldt dat ze een terugkeer pas zullen overwegen als hun veiligheid is gegarandeerd. Zou het onverhoopt tot een gedwongen repatriatie komen, dan verwacht Ullah veel verzet. ‘Alleen als ze ons echt erkennen als inwoners van Myanmar kunnen we een terugkeer overwegen. Zo niet, dan kunnen ze ons net zo goed hier doden.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content