Thai op zoek naar democratie en beter leven

De huidige premier van Thailand Prayuth Chan-ocha beloofde al meermaals de democratie te herstellen, maar de verkiezingen werden telkens uitgesteld. ©REUTERS

Vijf jaar na de machtsgreep van het leger, trekt Thailand naar de stembureaus. Het herstel van de democratie en betere leefomstandigheden vormen de inzet.

Op een boerenerf nabij Chiang Mai, de grootste stad in het noorden van Thailand, hangt een grote foto van Maha Vajiralongkorn, de immer ernstig kijkende koning van Thailand. Een paar meter verder ligt een stapel brandhout, wachtend op de koele avonden die deze streek in de winter soms overvallen.

Dit is het terrein van Udom Singhkaew, een 64-jarige man die al meer dan 30 jaar als rijstboer werkt. Hij is een van de miljoenen Thai wier leven tussen 2001 en 2014 aanzienlijk verbeterde. Dat had alles te maken met de regering die Thailand in die jaren, met enkele tussenpozen, bestuurde. ‘We gingen er plots enorm op vooruit’, zegt de zestiger. ‘Gezondheidszorg werd toegankelijk, wegen werden heraangelegd en boeren kregen een veel betere prijs voor hun product.’

Kort

Thailand kiest morgen een nieuw parlement. Onder het bewind van de junta, de machtsgreep van het leger in 2014, ging het bruto binnenlands product (bbp) er stevig op vooruit. In vijf jaar tijd groeide het met 12 procent en het minimumloon steeg vorig jaar 7 procent.

Toch hebben veel Thai het moeilijk. Ze gaan gebukt onder schulden en de inflatie. Alle partijen beloven een herstel van de democratie en een beter leven.

Singhkaew trekt vandaag, net als 51 miljoen andere Thai, naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Het zijn de eerste verkiezingen sinds het Thaise leger in mei 2014 de regering van premier Yingluck Shinawatra (51) met een staatsgreep aan de kant schoof. De leider van die junta en de huidige premier Prayuth Chan-ocha beloofde de democratie spoedig te herstellen, maar de verkiezingen werden keer op keer uitgesteld.

Voor Shinghkaew is er geen twijfel mogelijk: zijn stem gaat naar Pheu Thai (Voor De Thai), de partij van de roodhemden. Dankzij die partij is zijn leven aanzienlijk verbeterd, vertelt hij. ‘Hier stemt iedereen op Pheu Thai. Als die straks het land bestuurt, gaat alles vast weer beter.’

Pheu Thai is de partij van Thaksin Shinawatra (69), een telecommagnaat die in de jaren 90 in de politiek ging. Hij richtte in 2001 de partij Thai Rak Thai op en werd meteen premier van Thailand. Alle volgende verkiezingen werden gewonnen door een aan hem verbonden partij.

Hoewel de zakenman al sinds 2008 in zelfgekozen ballingschap leeft om een omstreden celstraf voor corruptie te ontlopen, beschouwen velen hem nog als de strateeg van de roodhemden. Zijn populariteit blijft ongezien groot.

Jarupan Chaichanan, die we even buiten Chiang Mai ontmoeten, is al 18 jaar een partijmilitante van Pheu Thai. Als campagneleidster somt ze de programmapunten voor de komende verkiezingen moeiteloos op. ‘Betere toegang tot onderwijs, hervormingen in de gezondheidssector, een hoger minimumloon, hogere pensioenen, en natuurlijk extra geld voor jongeren die net afgestudeerd zijn. Een beleid voor de grote meerderheid dus.’

Heropvoedingskamp

De inzet van de verkiezingen is groter dan de vraag wie een meerderheid van het volk achter zich krijgt. Het is ook een strijd tegen de junta. Volgens het leger had Yingluck Shinawatra, een jongere zus van Thaksin, het land naar de rand van de afgrond gebracht en was de coup nodig om te voorkomen dat Thailand verstrikt zou raken in chaos en geweld.

De machtsgreep verliep niet zonder slag of stoot. Tal van activisten werden gearresteerd en kregen celstraffen omdat ze zich tegen de junta verzetten. Voor veel politici resulteerde het in een verblijf in een militair ‘heropvoedingskamp’. Politieke activiteiten organiseren was voor hen ten strengste verboden. Dat verbod werd pas in december vorig jaar opgeheven.

Als de verkiezingen niet eerlijk verlopen, trekken we de straat op.
Runchai Malaphing
radiomaker van de roodhemden

Dat Shinawatra werd afgezet was geen verrassing. Thailand worstelt al tijden met de diepe kloof tussen de roodhemden en de geelhemden, de aanhangers van het koningshuis en de elite. Het diepgewortelde conflict - waarbij sociaal-economische ongelijkheid een grote rol speelt - leidde tot demonstraties waarbij de ene keer de roodhemden en de andere keer de geelhemden massaal de straat inpalmen om te demonstreren. Het kwam al meermaals tot dodelijk geweld.

Militaire coups zijn bovendien verre van uitzonderlijk in Thailand. Sinds 1932 zette het leger al twaalf keer een regering aan de kant, waaronder ook die van Thaksin Shinawatra in 2006.

Runchai Malaphing (50) nam als roodhemd meermaals deel aan demonstraties. In 2010 moest hij rennen voor zijn leven toen soldaten met scherp op demonstranten schoten. ‘Ik zag hoe mensen gewond raakten door kogels die vanuit het niets leken te komen. Ik ben nog nooit zo bang geweest als die dag’, vertelt hij.

Net na de coup ondervond Malaphing opnieuw moeilijkheden. Hij had een lokaal radioprogramma gemaakt dat de junta niet beviel. Hij werd naar een heropvoedingskamp gestuurd en moest zich ruim vier jaar elke woensdag melden bij de autoriteiten. ‘De soldaten zeiden dat ik radicaal en agressief was. Ze waren bang dat ik mensen aanzette tot verzet.’

De junta probeert hem nog steeds te intimideren, maar Malaphing trekt zich er weinig van aan. ‘Ik wil dat Thailand weer een democratie wordt en dat we eerlijke verkiezingen krijgen’, klinkt het.

Partij ontbonden

Voor de roodhemden wordt het moeilijker dan acht jaar geleden om de verkiezingen te winnen. Toen gingen 265 van de 500 zitjes in het parlement naar Pheu Thai. Ondertussen ontbond het Thaise constitutioneel hof een partij waarmee Pheu Thai wilde samenwerken. In sommige kiesdistricten hebben de roodhemden zelfs geen lijst ingediend. Daar blijven nu stemmen liggen.

En dan is er nog de grote concurrent Prayuth Chan-ocha. Hij wil doorgaan als premier en heeft de grondwet laten wijzigen. Het leger duidt de 250 senatoren aan, die samen met de 500 verkozen parlementsleden de premier kiezen. Chan-ocha heeft de senaat aan zijn kant en heeft dus minder stemmen nodig dan Pheu Thai.

Toch is Julapan Amornvivat hoopvol gestemd. Hij sloot zich 17 jaar geleden aan bij Pheu Thai en werd drie keer verkozen tot parlementslid. Ook nu is hij kandidaat. ‘Deze verkiezingen zullen niet volstaan om de democratie te herstellen, maar ze zijn een noodzakelijke stap’, vertelt hij in een café in Chiang Mai.

Net als veel kiezers vindt Amornvivat dat een nieuwe regering de kwakkelende economie moet herstellen. De junta beloofde dat in 2014 ook en zette in op grootschalige infrastructuurprojecten, het verhogen van de export en groei van de toeristische industrie. Het bruto binnenlands product (bbp) steeg in 2017 met 4 procent.

Maar ondanks die groei en het feit dat het minimumloon vorig jaar met 7 procent steeg, gaan veel Thai er niet op vooruit. Ze hebben schulden en gaan gebukt onder de inflatie. ‘Voor de werkende klasse is het leven alleen maar moeilijker geworden. Veel boeren kunnen hun leningen niet meer afbetalen’, weet Amornvivat.

De politicus denkt dat een overwinning voor Pheu Thai goed mogelijk is. Volgens hem heeft de partij nog evenveel steun als in het verleden. En wat als het niet lukt? ‘Dan moeten we de oppositie in. Ik denk dat iedereen nu wel heeft geleerd dat politiek geweld niet goed is.’

Malaphing klinkt minder verzoenend. ‘Natuurlijk, als we verliezen moeten we oppositie voeren. Maar als de verkiezingen niet eerlijk verlopen, gaan we de straat op.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect