nieuwsanalyse

Google, Apple en co bedreigen ook uw inkomen

Jan De Loecker ©Patrick Hattori

Twee Vlamingen zetten de economische wereld in vuur en vlam. In een studie die internationaal het hot topic van het moment is, waarschuwen ze voor nieuwe monopolisten die de concurrentie versmachten, ten koste van onze inkomens.

‘Ik ben blij dat over de nieuwe monopolisten een debat ontstaat’, zegt economieprofessor Jan De Loecker. Zijn spartaans ingerichte kantoor in een Leuvens universiteitsgebouw kan nauwelijks harder contrasteren met de hippe bedrijfscampussen van Google of Apple.

De rijkdom die de Silicon Valley-giganten daar etaleren blijkt gebaseerd op verdacht hoge winsten. Ook in veel andere - minder glamoureuze - sectoren schroeven dominante bedrijven stelselmatig hun winstmarges op.

Dat concluderen De Loecker en zijn collega Jan Eeckhout (Barcelona GSE en University College London) in hun spraakmakende paperThe Rise of Market Power’. Als grote monopolisten straks publieksvijand nummer één worden, is dat mee te danken aan dit Vlaamse duo.

©AFP

Want economen zijn de monopolisten op het spoor. Heel wat kwalen die onze economie plagen - stagnerende lonen, een gebrek aan investeringen en starters, groeiende inkomensongelijkheid - zijn mogelijk terug te voeren tot dominante bedrijven die zo goed als ongehinderd hun prijzen opdrijven en de concurrentie buitenhouden. In talloze sectoren zien ze daardoor hun winsten aandikken, ten koste van consumenten.

Met elke paper die economen publiceren over wat vandaag hét economisch onderzoeksthema is, stapelt het bewijsmateriaal zich op. Er is de toenemende concentratie in veel sectoren, waarbij een select kransje bedrijven een steeds groter deel van de markt onder elkaar verdeelt.

Er is de opkomst van superbedrijven als Google en Facebook, die met weinig personeel grote markten inpalmen, wat helpt verklaren waarom arbeid een almaar krimpend deel van de koek krijgt. Er zijn de bedrijfswinsten die stelselmatig groeien.

©Mediafin

En nu komen twee Vlaamse economen met een nieuwe smoking gun: winstmarges.

De winstmarges van Amerikaanse bedrijven zijn sinds de jaren 80 spectaculair gestegen. In de periode 1950 tot 1980 zetten bedrijven hun prijzen gemiddeld 20 procent boven de kostprijs van een product. Vanaf de jaren 80 stijgt die marge stelselmatig tot 67 procent in 2014 (zie bovenste grafiek). Dat fenomeen tekent zich in zowat alle sectoren af, stellen De Loecker en Eeckhout vast.

In een perfect competitieve markt mag zoiets niet gebeuren, leren de handboeken. De prijs die een bedrijf aanrekent kan niet veel hoger liggen dan de kostprijs om een extra product te maken (de zogenaamde ‘marginale kosten’), want anders daagt een concurrent op met een prijs die daar net onder gaat. Hoge winstmarges kunnen dus duiden op toetredingsbarrières voor nieuwkomers en zijn daarom een barometer van de marktmacht van gevestigde bedrijven.

Dat de Vlaamse paper opwinding veroorzaakt in de academische wereld en alle grote financiële media haalt, komt niet enkel door de nauwgezette manier waarop De Loecker en Eeckhout de typisch moeilijk te meten winstmarges wisten te reconstrueren.

Uit hun veelbesproken grafiek trekken ze een hele reeks conclusies die veel van de huidige economische raadsels helpen te verklaren. Denk aan de werkenden die steeds minder delen in de gecreëerde welvaart, of aan de dalende lonen voor laaggeschoolden en het slinkend aantal mensen dat werkt.

Jan De Loecker ©Patrick Hattori

Als verder onderzoek die gevolgtrekkingen kunnen hardmaken, mogen de pr-afdelingen en lobbyisten van de monopolisten overuren draaien om een en ander uit te leggen. Dat internationaal debat wil De Loecker maar al te graag aanzwengelen.

Vanuit de KU Leuven nog wel, waarmee hij de belofte bij zijn toptransfer vanuit de prestigieuze Princeton University waarmaakt. De Loecker keerde ruim een jaar geleden terug naar zijn alma mater om Leuven steviger op de kaart te zetten, een opgave waarvoor hij ook de nodige onderzoeksfondsen wist binnen te halen.

Bent u verrast over de enorme weerklank die uw onderzoek krijgt?

Jan De Loecker: ‘Ja en nee. Ik wist dat er interesse zou zijn in de academische wereld, waar dit onderwerp al eventjes leeft. Onze paper levert een nieuw, robuust puzzelstuk voor de groeiende monopolisering in de bedrijfswereld. We zien stijgende winstmarges in alle sectoren én bij bedrijven die typisch onder de radar blijven omdat ze leveren aan andere bedrijven.’

‘De feiten zijn niet meer te ontkennen, de vraag is nu wat de concrete oorzaken en gevolgen zijn. We onderzoeken bijvoorbeeld nog of dit uitsluitend een Amerikaans verhaal is, of dat het ook in Europa en de rest van de wereld speelt.'

'Want nu krijg je voor een stuk een politiek gekleurde discussie, waarbij sommigen het lakse mededingingsbeleid in de VS met de vinger wijzen. Maar als in Europa - waar het antitrustbeleid strikter heet te zijn - eenzelfde monopolisering bezig is, ligt de verklaring elders.’

Monopolisten zijn aardig op weg de favoriete vijand van economen te worden. Maar kunnen die bedrijven geen goede redenen hebben voor hun groeiende winstmarges? Hogere investeringsnoden bijvoorbeeld.

De Loecker: ‘Als monopolisten een negatieve impact op de welvaart hebben, is er een probleem. Hun hogere winstmarges kunnen inderdaad nodig zijn. Om toenemende investeringen in technologie, zoals software en computers, terug te verdienen. Of omdat we veel betere producten in de plaats krijgen.'

'Voor dat laatste wordt vaak verwezen naar Google en Facebook en hun vele gratis diensten. Maar mensen focussen te veel op deze enorm winstgevende Silicon Valley-bedrijven, die slechts een klein deel van de Amerikaanse economie vertegenwoordigen. Dat de winstmarges overal stijgen en niet weggeconcurreerd worden, is moeilijker te verantwoorden.’

Het dynamisme in de Amerikaanse bedrijfswereld is gedaald. Dat minder bijen op de honing afkomen, is een teken dat er iets mis is.

‘Stijgende vaste kosten voor technologie of onderzoek en ontwikkeling zouden zich moeten vertalen in meer bedrijfsinvesteringen, maar dat zien we helemaal niet. Intussen is ook uitvoerig aangetoond dat het dynamisme in de Amerikaanse bedrijfswereld gedaald is, met minder nieuwe ondernemingen en minder ondernemingen die verdwijnen. Dat minder bijen op de honing afkomen, is een teken dat er iets mis is.’

U brengt ook allerlei economische kwalen, zoals dalende lonen en een krimpende koek voor de werkenden, in verband met stijgende winstmarges. Welke rol spelen de marges hierbij?

De Loecker: ‘Omdat hij de prijzen hoog wil houden produceert een monopolist minder dan hij in een perfect competitieve markt zou doen. Als hij minder produceert, heeft hij echter minder werknemers nodig. De vraag naar arbeid daalt dus, waardoor ook de lonen dalen, terwijl stijgende prijzen de koopkracht raken. Lage lonen maken werken dan weer minder aantrekkelijk, wat druk zet op de werkgelegenheidsgraad.’

‘De stap naar de groeiende ongelijkheid is dan snel gezet. Als de lonen onder druk staan en de bedrijfswinsten stijgen, profiteren de aandeelhouders - en ook de managers - via hun winstbonussen. Technologie speelt mogelijk een rol doordat arbeiders vervangen worden door robots, maar ook daar is duidelijk dat de verdeling van de technologische opbrengsten niet gelijk is. Nu, bedrijven zijn geen sociale instellingen. Ze focussen op winstgevendheid, maar de cruciale vraag is of ze daarbij de mededingingsregels volgen en of die regels nog wel fair zijn.’

Waarom zouden de mededingingsregels niet langer fair zijn?

De Loecker: ‘Als de e-commercegigant Amazon de biosupermarkt Whole Foods koopt, stel ik mij daar vragen bij. Op het eerste gezicht lijkt dat mooi: dankzij de efficiëntiewinsten die Amazon belooft, zullen hier en daar de prijzen dalen. Maar als Amazon niet alle efficiëntiewinsten via lagere prijzen doorspeelt aan de consument, stijgen tegelijk de winstmarges.’

Als de e-commercegigant Amazon de biosupermarkt Whole Foods koopt, stel ik mij daar vragen bij

‘De vraag is dan wat een faire beloning is voor de innovaties die Amazon heeft ontwikkeld. Vanaf welke marge gaat die te ver? Je moet dan ook kijken of toetreding in de markt mogelijk blijft. Amazon kan zo dominant worden dat zijn onderhandelingsmacht tegenover leveranciers perverse kantjes krijgt: het kan steeds lagere prijzen eisen, terwijl de leveranciers geen alternatief meer hebben.'

'Om toch grotere winstmarges te realiseren hoeft Amazon dan niet eens zijn prijzen op te trekken. De leveranciers onder druk zetten volstaat. Dat heeft als voordeel dat dat minder de aandacht van mededingingswaakhonden trekt.’

‘Uiteindelijk moet je je afvragen of de autoriteiten met hun mandaat deze nieuwe evoluties nog wel kunnen monitoren. Vergeet bovendien niet dat de consumenten die de hogere prijzen betalen zelf werknemers kunnen zijn die hun loon zien dalen onder invloed van spelers als Amazon.’

Over de echte oorzaken van de monopolisering is nog meer onderzoek nodig, zegt u. Wat is volgens u de belangrijkste verklaring?

De Loecker: ‘In de eerste plaats is er de globalisering. Die is sowieso gekoppeld aan de groeiende marktmacht van bedrijfsgiganten, die dankzij input uit de hele wereld, inclusief de lageloonlanden, efficiënter en goedkoper werken. Als ze een deel van de efficiëntiewinst voor zich houden, gaan hun winstmarges automatisch omhoog.'

'We moeten de vraag stellen of het handelsbeleid wel afgestemd is op ons mededingingsbeleid. Vrijhandel laat meer efficiëntiewinsten toe, maar creëert op die manier dominante spelers, ook bij ons. Er zijn nog veel vragen, ik weet het. Onze onderzoeksagenda is goed gevuld.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content