interview

‘Socialisme volstaat niet meer. We moeten verder gaan'

©AFP

Zes jaar na de bestseller ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ heeft Thomas Piketty een nieuw boek uit: ‘Capital et idéologie’. De controversiële Franse econoom reikt daarin oplossingen aan om de ongelijkheid aan te pakken. ‘Laten we het stemrecht van grootaandeelhouders in alle bedrijven plafonneren.’

‘In tegenstelling tot in de 19de eeuw hebben enkele miljardairs de macht in handen. Die doen wat ze willen, en beletten dat democratische instellingen het bezit herverdelen.’ In zijn nieuwe boek ‘Capital et idéologie’ gaat Thomas Piketty verder op het thema dat hem wereldberoemd maakte: ongelijkheid.

In zijn vorige werk ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ illustreerde de Fransman met veel cijfers dat de ongelijkheid de jongste decennia sterk is toegenomen. Volgens hem omdat het rendement van kapitaal veel groter was dan de economische groei. Ook voorspelde Piketty, wiens analyse veel kritiek kreeg, dat de ongelijkheid nog zal toenemen. Hij veronderstelt dat de opbrengst van kapitaal groter blijft dan de economische groei.

Om daar iets aan te doen reikt de econoom in ‘Capital et idéologie’ een reeks oplossingen aan. Maar het boek biedt ook een historisch overzicht van de sociale ongelijkheid, en van de argumenten waarmee westerse en niet-westerse maatschappijen die hebben vergoelijkt.

Een van uw stellingen is dat ongelijkheid een ideologische en politieke constructie is. De Franse Revolutie gaf het startschot voor wat u ‘de maatschappij van bezitters’ noemt, met misschien zelfs een grotere ongelijkheid dan in het ancien régime dat eraan voorafging.
Thomas Piketty: ‘Er zat inderdaad nogal wat schijnheiligheid in het gedachtegoed dat na de Franse Revolutie opgang maakte, en dat leidde tot de verheerlijking van het eigendom. Op zich is het een bevrijdend idee dat iedereen een gelijke toegang moet hebben tot bezit. In theorie was de revolutie bedoeld om de privileges van de elite af te schaffen, maar de praktijk is minder eenvoudig. Na de revolutie ontstond in zekere zin een nieuwe religie: die van het bezit. De ongelijkheid bleef bestaan en werd zelfs nog groter. Op het einde van de 19de eeuw was de republikeinse elite ervan overtuigd dat de revolutie tot een rechtvaardigere maatschappij had geleid, maar ze was blind voor de realiteit.’

Bio

De Franse hoogleraar economie en columnist Thomas Piketty (48) is een van de meest besproken economen van het afgelopen decennium.

Zijn boek ‘Le Capital au XXIe siècle’ uit 2013 over sociale inkomensongelijkheid en vermogensongelijkheid was een wereldwijde bestseller. Alleen al van de Engelse vertaling gingen meer dan 800.000 exemplaren over de toonbank, een ongezien aantal voor een lijvig wetenschappelijk werk.

Die verdere concentratie van het bezit, de ongelijkheid en de sociale spanningen leidden volgens u tot de Eerste Wereldoorlog. Bevinden we ons vandaag in een gelijkaardige situatie?
Piketty: ‘Het gevaar dat we opnieuw afglijden naar nationalisme en identiteitsverheerlijking is reëel, al hoeft dat niet noodzakelijk tot oorlog te leiden. Daarom moeten we snel nauwer internationaal samenwerken, en een model uitdenken dat duurzaam is en meer gelijkheid creëert. Zo niet plooit iedereen terug op zichzelf en wordt het groeiend nationalisme alleen maar sterker.’

‘De houding van Donald Trump is een typisch voorbeeld. Mensen vragen zich niet meer af of de economie rechtvaardig is, ze spotten met wie gerechtigheid wil, en er wordt veel gepraat over ‘natie’ en ‘identiteit’. Het zuivere kapitalisme, waarbij de markt zichzelf reguleert, maakt nu eenmaal geen rechtvaardige maatschappij mogelijk. Als we een wereldeconomie willen, hebben we ook een wereldpolitiek nodig.’

U stelt voor het privébezit niet helemaal af te schaffen, maar het te vervangen door een ‘participatief socialisme’. Wat bedoelt u daarmee?
Piketty: ‘Ik gebruik die term om een onderscheid te maken met het hypergecentraliseerde Sovjetcommunisme. Er is ook het democratisch socialisme, dat beperkingen maar ook voordelen heeft. Europese maatschappijen waar in de jaren vóór 1914 ongelijkheid heerste, zijn er veel gelijker door geworden. Maar we moeten verder gaan. Participatief socialisme betekent vooral dat de macht en het bezit eerlijk verdeeld worden. Het is een heel erg gedecentraliseerde vorm van socialisme.’

‘Dat heeft ook gevolgen voor de politiek. Het federalisme dat ik beschrijf, gaat veel verder dan wat we vandaag in Europa kennen. De idee dat de mondialisering in een vrije markt zichzelf reguleert, is fout. Daarom moet er een volwaardig Europees Parlement komen, waarin de verschillende nationale parlementen geïntegreerd worden. Nationale verkiezingen moeten met andere woorden worden omgevormd tot Europese. Zo zijn de nationale vertegenwoordigers verplicht op Europees niveau te denken, in plaats van de verantwoordelijkheid af te schuiven op Brussel.’

U schrijft dat er na de Tweede Wereldoorlog wel degelijk oplossingen bestonden om het kapitalisme en de ongelijkheid aan banden te leggen. Wat blijft ervan over?
Piketty: ‘Welke systemen hebben de vorige eeuw gewerkt? Het Duitse en Noorse model van medezeggenschap en het Britse model van fiscale progressiviteit. We moeten die verder uitbouwen. Jammer genoeg bestaat daar weinig belangstelling voor. Tussen 1990 en 2008 werd het niet meer nodig geacht het kapitalisme te verlaten. Iedereen had het volste vertrouwen in de zelfregulerende markt, net als in de periode vóór 1914. In zekere zin zitten we nog altijd in die postcommunistische fase.’

‘Sinds de jaren 60 bevinden we ons bovendien in een postkoloniale fase. Voor het eerst in de geschiedenis maken mensen met een verschillende herkomst deel uit van dezelfde politieke gemeenschap, en hebben zij dezelfde rechten. Historisch gezien is dat een heel nieuw gegeven. Voorheen heerste in de Verenigde Staten de sociale segregatie; in Europa was dat de koloniale dominantie. Die nieuwigheid betekent heel wat vooruitgang, maar sommige politieke bewegingen hebben er misbruik van gemaakt om haat en racisme te prediken.’

U stelt een aantal fiscale maatregelen voor, zoals progressievere belastingen. Maar die worden vaak in vraag gesteld.
Piketty: ‘Er wordt inderdaad gezegd dat mijn voorstellen de economische vrijheid zouden beperken en bijgevolg de groei zouden afremmen. Maar neem de Verenigde Staten. Het hoogste belastingtarief bedroeg tussen 1950 en 1990 gemiddeld 75 procent. Sindsdien is het gedaald naar 35 procent. Laten we nu even naar de economische groei kijken. Tussen 1950 en 1990 steeg het bruto binnenlands product per inwoner gemiddeld met 2,2 procent per jaar, sindsdien nog met 1,1 procent.’

Het is onmogelijk zuinig om te gaan met energie, terwijl de rijken - die verantwoordelijk zijn voor de grootste uitstoot van broeikasgassen - alleen rijker willen worden.
Thomas Piketty
econoom

‘Bovendien leidde die verlaging van de belastinginkomsten tot minder investeringen in het onderwijs. De idee dat je de groei kunt bevorderen door de belastingen te verlagen, werkt dus niet. Als we denken aan de buitensporige verloning van de bedrijfsleiders, is het duidelijk dat die ook de gelijkheid niet in de hand werkt. Daarom pleit ik ervoor nog verder te gaan dan een progressieve belasting op inkomsten en erfenissen, en ook eigendom progressief te belasten.’

‘We moeten ook durven verder te bouwen op de bestaande voorstellen over de herverdeling van bezit, zoals medezeggenschap bij het beheer van bedrijven in Zweden en Duitsland. In Frankrijk is dat nooit van de grond gekomen omdat de aandeelhouders te conservatief waren en de politici niet meewilden. Toch is dat volgens mij realiseerbaar, net zoals een algemeen plafond voor het stemrecht van de grootste aandeelhouders. In verschillende sectoren bestaat dat trouwens al.’

Is de kern van het probleem dat te veel geld en macht geconcentreerd zit in de handen van enkele individuen?
Piketty: ‘In tegenstelling tot in de 19de eeuw hebben enkele miljardairs de macht in handen. Die doen wat ze willen, en ze beletten dat democratische instellingen het bezit herverdelen. Maar omdat er nu eenmaal een vorm van overheidstoezicht nodig is, hebben de centrale banken een sleutelrol gekregen. Het resultaat is dat we in Europa een totaal onevenwichtig institutioneel systeem hebben. De enige federale instelling die echte macht heeft, is de Europese Centrale Bank. Iedereen rekent op haar, en zij is de enige die keuzes kan maken.’

De ongelijkheid vertaalt zich dus ook in de politiek, zegt u. Hoe kan die grote invloed van de allerrijksten beperkt worden?
Piketty: ‘In Frankrijk is er een plafond van 7.500 euro, maar in Duitsland kunnen individuen en bedrijven onbeperkt geld storten aan politieke partijen. Hoe kun je op zo’n basis een maatschappelijk stelsel bouwen? Toch is hier geen sprake van een complot. De realiteit is dat het publiek er gewoon niet van wakker ligt. Maar ik blijf optimistisch. Naarmate de burgers mondiger en beter geïnformeerd worden, zullen zij zich wel roeren.’

Moeten we het kapitalisme ook loslaten om de ecologische uitdagingen aan te kunnen?
Piketty: ‘Zeker. Het is onmogelijk zuinig om te gaan met energie, terwijl de rijken - die verantwoordelijk zijn voor de grootste uitstoot van broeikasgassen - alleen maar rijker willen worden. We moeten trouwens oppassen met dat milieuverhaal. Vaak wordt het nogal populistisch misbruikt om het niet over de economie te moeten hebben. Sommigen verstoppen zich erachter om het niet over ongelijkheid en fiscaliteit te moeten hebben.’

‘Frankrijk is een goed voorbeeld. De hoge belastingen en het gevoel dat de fiscaliteit onrechtvaardig is, hebben geleid tot de gele hesjes. Dat bewijst dat sociale rechtvaardigheid een voorwaarde is om een ecologisch verantwoorde politiek te voeren. Daarom moeten we ook stoppen met inspanningen te vragen aan de kansarmen. Ik pleit voor een gradatie in die inspanningen: er moet een progressieve broeikastaks komen, die de armen spaart.’

U houdt niet van de term ‘populistisch’, maar het begrip duikt wel regelmatig op in uw boek. Welke impact kan de opkomst van het populisme hebben op de ongelijkheid?
Piketty: ‘De bevoorrechte klasse gebruikt die term om zich denigrerend uit te laten over de rest. Anderen gebruiken de term ‘populistisch’ dan weer als een soort geuzennaam. Dat is allemaal absurd, want het woord betekent in wezen het tegenovergestelde, namelijk iets wat van het hele volk is. Maar uit intellectuele en politieke luiheid denkt niemand daar nog over na. Die zogenaamd populistische partijen zijn in essentie xenofoob en racistisch. Ze proberen hun verhaal een sociaal tintje te geven, maar dat is hypocriet.’

©doc

‘Het gevaar in Europa is dat die racistische beweging zodanig gevestigd is, dat de elite ze heeft aangegrepen om een antipopulistisch discours te ontwikkelen. Daarmee geeft de bevoorrechte klasse zichzelf een soort van legitimiteit. Als de racistische partijen trouwens echt geliefd waren, waren ze nu aan de macht. Dat is niet het geval. Het is wel een feit dat steeds meer mensen zich afkeren van de politiek. Ze voelen zich in de steek gelaten. Het verhaal van de brexit illustreert heel goed de kloof tussen het volk en de elite, in dit geval ‘Europa’. En we mogen er vooral niet van uitgaan dat dit probleem zichzelf wel oplost.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect