Iran geeft dodelijke repressie bij brandstofprotest toe

De Iraanse oproerpolitie grijpt in tijdens een betoging in Teheran tegen de forse verhoging van de benzineprijzen. ©via REUTERS

Iran geeft voor het eerst toe dat er doden zijn gevallen bij de protestgolf in november. Maar het noemt westerse berichten over meer dan 200 slachtoffers overdreven.

Midden november braken in Iran massale protesten uit tegen de forse verhoging van de brandstofprijzen. Het regime reageerde met veel machtsvertoon en sloeg de protesten hardhandig de kop in. Alleen was de omvang van de repressie onduidelijk omdat de autoriteiten al snel het internetverkeer volledig blokkeerden. 

Pas eind november, toen het internet weer op gang kwam, kreeg de buitenwereld zicht op de situatie in Iran. Op sociale media verschenen getuigenissen over het hardhandige optreden van de ordetroepen. Er waren ook filmpjes die toonden hoe agenten met scherp schoten op demonstranten of groepen betogers uit elkaar knuppelden.

De Iraanse regering gaf dinsdag voor het eerst toe dat bij de protesten doden vielen. Volgens een mededeling op de staatstelevisie waren de slachtoffers 'relschoppers' die zich onder de betogers hadden gemengd. Er vielen onder andere doden in de zuidelijke stad Mahshahr, waar de ordediensten naar verluidt botsten met Arabische separatisten.

Minimale schatting

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International sprak maandag van 208 doden en benadrukte dat het om een minimale schatting gaat. Een Iraanse verzetsgroep meldde meer dan 750 doden. En de Amerikaanse president Donald Trump maakte dinsdag in de marge van een NAVO-bijeenkomst gewag van 'duizenden doden'. 

De woede tegen de hogere brandstofprijzen in Iran werd ook uitgewerkt op de benzinestations. ©VIA REUTERS

Volgens Iran ligt het dodental echter 'veel lager', zonder evenwel vrij te geven hoeveel slachtoffers in werkelijkheid vielen. In de mededeling was alleen sprake van 300 mensen die aangehouden blijven. De organisatie Human Rights Watch schat het aantal arrestaties echter op zowat 7.000.

Volgens westerse analisten was het de zwaarste repressie in Iran sinds 2009. Dat jaar vielen tientallen doden bij de onderdrukking van de Groene Beweging, die op straat kwam om te protesteren tegen vermoedelijke verkiezingsfraude. Ook in 2011 laaide het protest weer op, in navolging van de Arabische Lente. Ook toen volgde keiharde repressie.

Brandstofprijzen

De onlusten braken uit nadat het Iraanse regime op 15 november de brandstofprijzen plots had opgetrokken. De prijs voor een liter benzine steeg met 50 procent naar 15.000 rial (0,33 euro). Bovendien konden particulieren voortaan ook nog slechts 60 liter tanken. Wie meer wou, moest 30.000 rial per liter betalen, een stijging van 200 procent.

De omvang van de repressie in november kan een signaal zijn voor de zenuwachtigheid van het regime. Dat staat onder druk door het uiteenvallen van de nucleaire deal van 2015, die bepaalde dat Iran zijn nucleaire programma zou bevriezen in ruil voor de opheffing van sancties. Trump stapte echter uit het akkoord en scherpte de sancties weer aan.

De sancties hebben de Iraanse economie in een diepe crisis gestort. Volgens het Internationaal Monetair Fonds krimpt het bruto binnenlands product dit jaar met 9,5 procent. De malaise heeft diepe wonden geslagen in de samenleving. De betogingen tegen de hogere brandstofprijzen mondden al snel uit in protesten tegen het regime.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect