Syriërs gevangen in landen die hen niet willen

5,6 miljoen Syriërs worden al jaren opgevangen in kampen in de buurlanden Libanon, Jordanië en Turkije. Hun terugkeer is geen sinecure. ©AFP

Meer dan de helft van de Syrische bevolking is op de vlucht voor de verwoestende burgeroorlog. Die Syriërs worden steeds harder onder druk gezet weer naar huis te keren, maar daar wacht hen een onzeker lot.

De Syrische burgeroorlog lijkt in rustiger vaarwater te zijn beland nu de terreurgroep Islamitische Staat (IS) vecht voor haar overleven en de troepen van president Bashar al-Assad met de hulp van Rusland en Iran het grootste deel van het land hebben heroverd (zie kaart). Maar voor de miljoenen vluchtelingen in en rond Syrië blijft de situatie bedroevend uitzichtloos.

De Verenigde Naties (VN) hopen op een donorconferentie deze week in Brussel 8,8 miljard dollar op te halen om hun leven weer enigszins leefbaar te maken. Maar de donormoeheid is groot en politieke principes dreigen een rem te zetten op de gulheid van de meer dan 85 deelnemende landen. Nochtans zijn de noden van de Syrische vluchtelingen gigantisch, zegt VN-vluchtelingencommissaris Filippo Grandi. ‘70 procent leeft een rauw bestaan onder de armoedegrens. Het is een schande dat ze zo weinig hulp krijgen.’

Negen jaar oorlog

Aan de vooravond van de negende verjaardag van de burgeroorlog is meer dan de helft van de Syrische bevolking op de vlucht. Ongeveer 5,6 miljoen Syriërs hebben hun toevlucht gezocht in de buurlanden Libanon, Jordanië, Irak en Turkije en nog eens 6 miljoen mensen zijn ontheemd in Syrië zelf. Hun situatie is schrijnend. Uit een rapport van de ngo 11.11.11 en de Libanese ngo Basmeh & Zeitooneh blijkt dat 69 procent van de Syriërs in Libanon onder de armoedegrens leeft en dat 90 procent van de gezinnen honger lijdt of zware schulden heeft.

Syrische vluchtelingen zitten gevangen tussen een land dat hen niet wil en een waar hun leven in gevaar is.
Willem Staes
Beleidsmedewerker Midden-Oosten 11.11.11

Bovendien wordt het politieke klimaat steeds vijandiger. ‘Syriërs krijgen de schuld van alles wat in Libanon misloopt’, zegt Willem Staes, die voor 11.11.11 terreinonderzoek in Libanon en Syrië deed. ‘Net als in de andere landen in de regio worden ze steeds harder onder druk gezet om terug naar huis te keren, hoewel het daar nog steeds erg onveilig is. Ze zitten gevangen tussen een land dat hen niet meer wil en een waar hun leven in gevaar is.’

Wie financiert heropbouw?

Syriërs die naar huis terugkeren, moeten niet alleen achtergelaten mijnen vrezen. Ze zijn bang opgepakt, gemarteld, ontvoerd of vermoord te worden en vaak blijft bitter weinig van hun oude leven over. Grote delen van het land liggen in puin en er is een tekort aan water, brandstof, elektriciteit en medische hulp. De Syrische regering heeft bovendien een aantal wetten ingevoerd die vluchtelingen in de praktijk van hun eigendommen beroven. Miljoenen Syriërs blijven met niets achter.

350 miljard
Factuur heropbouw
Volgens de Verenigde Naties is 350 miljard dollar nodig om Syrië opnieuw op te bouwen.

De heropbouw van het land belooft een werk van lange adem te worden. Volgens de VN is er 200 tot 350 miljard dollar voor nodig en van het Assad-regime zal dat geld niet komen. Dat ziet de heropbouw vooral als een manier om regeringsgezinde gebieden te belonen en oppositiebolwerken te straffen. Het heeft de wil noch de middelen om de hele heropbouw te financieren.

Donker randje

De Europese Unie en de Verenigde Staten blijven herhalen dat ze niet met geld over de brug komen zolang Assad aan de knoppen zit. En Assads bondgenoten Rusland en Iran zijn vooral uit op eigen gewin. Ze haalden weliswaar een paar grote contracten binnen, maar hun investeringen blijven beperkt en komen vooral de corrupte kliek rond Assad ten goede.

Enkel Turkije, dat een gebied in het noorden van Syrië bezet, is al echt aan het herstel van Syrië begonnen. Het bouwde scholen, ziekenhuizen en wegen, maar er zit een donker randje aan de hulp: het lijkt erop dat de Turken het gebied vooral willen inlijven.

Verschillende ngo’s, waaronder Oxfam en 11.11.11, riepen de donorlanden deze week dan ook op geld vrij te maken voor laagdrempelige heropbouwprojecten in Syrië. ‘We hebben het over kleinschalige zaken die de gewone burger direct helpen, zoals het herstellen van waterleidingen en elektriciteit’, zegt Staes. ‘Tegelijk is het cruciaal om geen blanco cheque uit te schrijven, maar duidelijke voorwaarden te stellen zodat de hulp effectief bij de burgers terechtkomt’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect