reportage

Turkije verdeeld naar stembus

De aanhangers van de linkse HDP en de AK-partij van president Erdogan staan lijnrecht tegenover elkaar bij de verkiezingen. ©AFP

Turkije trekt voor de tweede keer in vijf maanden naar de stembus. De AK-partij van president Erdogan hoopt deze keer wel een meerderheid te halen. Maar het is zeer de vraag of dat zal lukken. De Turken zijn verdeelder dan ooit.

‘Turkije heeft een sterke leider nodig die de terroristen eens en voor altijd vernietigt’, roept Metin Doganyüz vurig tijdens de laatste verkiezingsbijeenkomst van de AK-partij in Istanbul. De 54-jarige winkelier is met een grote Turkse vlag naar het nieuwe evenemententerrein in de wijk Yenikapi gekomen. Zijn sjaal laat er geen misverstand over bestaan wie die sterke leider in zijn ogen is: Recep Tayyip Erdogan.

Hoewel president Erdogan zelf geen kandidaat is, hangt zijn geest als een donkere schaduw boven de verkiezingen. Zijn AK-partij verloor bij de vorige verkiezingen op 7 juni voor het eerst in 13 jaar haar meerderheid in het parlement. Tot ergernis van Erdogan stak de linkse partij HDP - sterk geworteld in de Koerdische gemeenschap - daar met prima resultaten een stokje voor. Erdogan remde vervolgens hoogstpersoonlijk de coalitiebesprekingen af en schreef nieuwe verkiezingen uit.

Nu voert de AK-partij een nationalistische campagne om de meerderheid terug te winnen. Het opgelaaide geweld tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK biedt de regering een kans om de natie weer te verenigen. ‘In ons eentje weer aan de slag’, luidt een van de verkiezingsleuzen. ‘Coalities met meerdere partijen hebben dit land alleen maar ellende gebracht’, zegt de bouwvakker Mümtaz Biricik (41), die ook met een grote Turkse vlag naar Yenikapi gekomen is. ‘Met de hulp van God zal de AK-partij na 1 november weer alleen regeren.’

Toen de AK-partij een jaar na haar oprichting in 2001 voor het eerst de verkiezingen won, liet Turkije jaren van grote politieke en economische onrust achter zich. De partij kreeg in Europa de handen op elkaar toen ze de macht van het invloedrijke leger terugdrong en tal van andere hervormingen doorvoerde. Inmiddels is van die hervormingsagenda weinig meer over. Het autoritaire leiderschap van Erdogan en het falende buitenlandse beleid in het Midden-Oosten brachten het land aan de rand van de afgrond. De economie stagneert en de veiligheidssituatie verslechtert snel.

Sinds deze zomer zijn de Koerden het doelwit van repressie. HDP-burgemeesters worden gearresteerd en kantoren van de partij worden aangevallen. Cengiz Kök, de burgemeester van Nusaybin, een middelgrote stad aan de Syrische grens, verloor onlangs zijn coburgemeester Sara Kaya. Op 28 augustus arresteerde de Turkse politie haar op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie (de PKK). Kök noemt het allemaal zwartmakerij. ‘We zijn een democratisch gekozen partij die het geweld keer op keer heeft afgezworen.’

Het binnenlandse geweld bereikte een climax toen op 10 oktober een dubbele zelfmoordaanslag bij een vredesdemonstratie in Ankara aan minstens 102 mensen het leven kostte. Net als tijdens eerdere aanslagen beweerde de regering dat de daders banden hadden met Islamitische Staat (IS). Kort daarna stelde de regering dat de islamitische terreurgroep in samenwerking met de PKK had gehandeld. Hoewel analisten de beweringen ongeloofwaardig noemen, slaat het bericht in sommige geledingen aan. Volgens de opiniepeiler Gezici gelooft 42 procent van de AK-kiezers de bewering.

HDP-leider Selahattin Demirtas beschuldigde de staat van medeplichtigheid. Hij stelde vragen over de veiligheidsdiensten: ‘Hoe kan het dat in Ankara, waar de veiligheidsdiensten het sterkst zijn, geen veiligheidsmaatregelen zijn genomen voor zo’n grote bijeenkomst?’

Hoe dan ook hebben de aanslagen tot een verziekt politiek klimaat en een gedemoraliseerde oppositie geleid. Na de aanslag weigerde premier Davutoglu HDP-leider Demirtas voor overleg te ontvangen. Turkse media schilderen hem en zijn partijgenoten continu af als terroristen.

Aylin Kuryel (34), sociologe en filmmaakster, voelt zich moedeloos en angstig. ‘Als ik op het Taksimplein loop, denk ik de laatste dagen steeds: als er maar geen bom ontploft. Als ik dan politie zie, denk ik: er zal nu wel geen bom ontploffen.’ Ze wantrouwt net als Demirtas de rol van de staat bij de aanslag in Ankara. Twee jaar geleden stond ze op hetzelfde plein in Istanbul toen de politie er de antiregeringsdemonstraties gewelddadig neersloeg.

Verdeelder dan ooit gaan de Turken naar de stembus op zoek naar de broodnodige stabiliteit. De meeste peilingen voorspellen geen grote verschuivingen ten opzichte van de uitslag van 7 juni. Volgens het als betrouwbaar beschouwde bureau Konda zou de AK-partij een beetje terrein winnen, van 40,8 naar 41,7 procent. Maar ook de HDP (13,1 procent op 7 juni) zou er licht op vooruitgaan, net als de grootste oppositiepartij, de centrumlinkse CHP. Enkel de rechts-nationalistische MHP zou terrein verliezen. Het lijkt er niet op dat de AK-partij een meerderheid kan halen.

In dat geval zijn nieuwe verkiezingen niet uitgesloten, meent de toonaangevende columnist Kadri Gürsel. ‘Erdogan zal pas opgeven als hij het gevoel heeft dat hij alle middelen om een meerderheid te halen heeft uitgeput. Bij een lichte winst zou hij kunnen denken dat er nog meer in zit. In het verleden heeft hij laten zien dat hij niet makkelijk een stap terug zet en dat hij bereid is grote risico’s te nemen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content