‘Blank en zwart leven in aparte werelden'

De opgestoken handen werden al snel het symbool van het protest in Ferguson tegen het politiegeweld. ©EPA

‘Voor ons is het de norm om in een politieloop te kijken.’ De jonge betoger in Ferguson verwoordt de frustratie van veel zwarten. De huidskleur vormt nog altijd een diepe breuklijn in de Amerikaanse samenleving.

Door Roel Verrycken, Ferguson, Missouri

Met neergeslagen ogen en een handdoekje tegen de verzengende hitte staan Tamika Green (25) en Kiana Butler (29) te kijken naar de spontaan gegroeide en met bloemen en kaarsen overladen gedenkplaats die in het midden van Canfield Road hulde brengt aan Michael Brown. ‘Ik heb geen woorden. Het is zo ongelooflijk triest.’ Allebei zijn ze van de buurt, een residentiële wijk in Ferguson, een voorstad van St. Louis, maar ze kenden Brown, de zwarte tiener die hier twee weken geleden werd neergeschoten door de blanke agent Darren Wilson, niet persoonlijk. ‘Dit onrecht moet stoppen. Ik vrees voor mijn twee zoontjes’, zegt Butler. ‘De gedachte dat ze, als ze ook achttien zijn, niet met een gerust hart over straat kunnen lopen omdat de politie ze altijd kan lastigvallen, is very, very scary.’

Tweehonderd meter verder ligt West Florissant Avenue, de drukke vierbaansweg die sinds de dood van Brown de plaats is waar de boze zwarte gemeenschap haar diepgewortelde frustratie tegenover de discriminerende ordehandhavers ventileert. De voorbije twee weken kwam het op deze strook tot zware clashes tussen de soms gewelddadige demonstranten en de overijverige gemilitariseerde politie.

Traangas

Woensdagavond, al de twaalfde protestnacht op rij, hield de politie, in tegenstelling tot de dagen ervoor, het traangas en de rubberkogels op zak. Maar de sfeer bleef gespannen en de woede van de betogers groot. ‘Het kookpunt is bereikt’, zegt de 37-jarige Paul Mohammed, terwijl hij meestapt met een protestmars. ‘We eisen gerechtigheid, want zonder gerechtigheid geen vrede.’

Wat opvalt: elke jonge zwarte man somt hier vlot de voorvallen op waarin hij onterecht hard is aangepakt door de politie. ‘Of course’, zegt de 24-jarige Youssef Kromah. ‘Zo gaat het als je zwart bent in Amerika. De media focussen nu op Ferguson, maar overal in dit land zijn we bij voorbaat verdacht. Dat is een nationale crisis. Amerika moet zijn democratie repareren. Voor ons is het de norm om lastiggevallen te worden door de politie, om in de loop van een pistool te kijken. We groeien ermee op.’

De protesten van Ferguson worden door sommige historici al geplaatst in de reeks van notoire rassenconflicten in de Amerikaanse geschiedenis, zoals de rellen in Birmingham in 1963 of die in Los Angeles in 1992. In vergelijking met de doden van toen valt de schade, met een handvol geplunderde winkels en enkele honderden arrestaties, in Ferguson nog mee. Het overgrote deel van de betogers gedroeg zich ook vreedzaam. Maar de beelden over het in een oorlogsgebied veranderde stadje van amper 21.000 mensen gingen wel de wereld rond.

Wat zich in Ferguson afspeelt, is een uitbarsting van het wantrouwen dat al lang leeft tussen de zwarte meerderheid van de stad en een blanke minderheid die de touwtjes in handen heeft. Terwijl 67 procent van de bevolking zwart is, is 94 procent van het politiekorps en 85 procent van het stadsbestuur blank, net als burgemeester James Knowles. Zijn uitspraak, in de nasleep van de dood van Brown, ‘dat er geen rassenverschillen zijn in zijn gemeente’, geeft een idee van de vervreemding. De historische segregatie is zichtbaar. Om de hoek van West Florissant Avenue, op een boogscheut van de plaats van het oproer, ligt de keurige Norwood Hills Country Club, waar blanke mannen een golfballetje slaan.

Maar de zes schoten die Wilson op Brown afvuurde en de uitbarsting van woede die daarop volgde, zinderen niet enkel op het lokale niveau na. Ze hebben over heel de VS nog maar eens een wonde opengehaald die ouder is dan de Amerikaanse republiek zelf. 50 jaar na de ondertekening van de Civil Rights Act, die segregatie en discriminatie na de lange Afrikaans-Amerikaanse strijd voor meer burgerrechten onwettig maakte, en 49 jaar na de invoering van de Voting Rights Act, die elke burger stemrecht gaf, is Ferguson een nieuwe herinnering aan het feit dat de VS hun diep getroebleerde raciale verleden nog altijd niet te boven zijn.

Dat is niet veranderd met de verkiezing van de eerste zwarte president, nu al zes jaar geleden. De utopie dat die mijlpaal een nieuw tijdperk van een vredelievende, bonte maatschappij zou inluiden, een post-raciaal Amerika waarin huidskleuren vervagen, blijkt precies dat: een utopie. ‘Het blijft een big deal hoor, dat Afrikaans-Amerikaanse kinderen kunnen opgroeien met een zwarte president.’, zegt Annette Gordon-Reed, historica aan Harvard. ‘Maar dat neemt niet weg dat er een structurele kloof blijft. Dat wordt in tijden als deze extra duidelijk.’

‘Zwarten zijn nog altijd geen volwaardige burgers’, stelt Gordon-Reed onomwonden. ‘Een groot deel van de Amerikaanse vrijheid bestaat uit de mogelijkheid om je vrij door de maatschappij te bewegen zonder dat je wordt lastiggevallen, tenzij daar een goede reden voor is. Zwarten, en vooral zwarte mannen, hebben die vrijheid niet. Dat is een realiteit.’

Op sommige vlakken is wel duidelijk progressie geboekt tegenover begin jaren 60. Zo is de Afrikaans-Amerikaanse minderheid nu beter vertegenwoordigd in de toplaag van de samenleving, met Obama als symbool. Maar de breuklijn blijft intact. Statistieken schetsen nog altijd een somber beeld van een diep verdeelde natie. Het verschil tussen de blanke en de zwarte werkloosheidsgraad is in 40 jaar niet verkleind. Een beduidend hoger percentage blanken heeft toegang tot hoger onderwijs, waardoor de inkomens van blanken ook hoger liggen. 27 procent van de zwarten woont in armoede, tegenover 12 procent van de blanken.

Peniel Joseph, specialist Afrikaans-Amerikaanse geschiedenis aan Tufts University en auteur van ‘Dark Days, Dark Nights: From Black Power to Barack Obama’, noemt de huidige rassenverhoudingen een voortzetting van de racistische Jim Crow-wetten die tot begin jaren 60 een strikte scheiding oplegden tussen blank en zwart in de zuidelijke Verenigde Staten.

Volgens Joseph is de realiteit vandaag niet anders, en wordt het verschil nog versterkt door de economische ongelijkheid. ‘Het is 2014, maar blank en zwart wonen apart en hun kinderen gaan naar aparte scholen. We zien een voortzetting van het institutionele racisme. Dit is een compleet gesegregeerde samenleving. Op enkele uitzonderingen in steden als New York of Los Angeles na, praten we niet met elkaar. Blank en zwart wonen in twee aparte werelden.’

Peilingen

Dat is ook het beeld dat blijkt uit de peilingen over de situatie in Ferguson. Samengevat: over heel het land hechten zwarten veel meer belang aan de dood van Brown en aan de protesten dan blanken. In een rondvraag van het onderzoeksbureau Pew zei 80 procent van de zwarten dat de gebeurtenissen een belangrijke boodschap voor de Amerikaanse rassenverhoudingen inhouden, tegenover 37 procent van de blanken. 76 procent van de zwarten heeft weinig of geen vertrouwen in het gerechtelijk onderzoek naar de dood (waarvan de precieze omstandigheden nog altijd onduidelijk zijn), bij de blanken is dat maar 33 procent.

Dat onderzoek alleen al zal ervoor zorgen dat het nog even duurt vooraleer het stof in Ferguson weer gaat liggen. De demonstranten dunnen uit maar gaan door, toch zeker tot Brown maandagochtend begraven wordt. Vorige woensdag, rond middernacht, na de kalmste avond sinds de start van de protesten en toen de krekels het geluid van de straat begonnen te overstemmen, marcheerde nog een kleine groep protestanten langs West Florissant. ‘Dit is belachelijk’, zei een van hen door een megafoon, richting de politie. ‘Het enige wat we willen is dat agent Wilson in staat van beschuldiging gesteld wordt. Doe dat, en dan gaan we allemaal naar huis.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content