Legt bidenomics de economie in nieuwe plooi?

De Republikein Ronald Reagan (1981-1989) beïnvloedde een generatie politici - inclusief Democraten - met zijn omarming van de vrije markt, deregulering en belastingverlagingen. ©Bettmann Archive

40 jaar nadat Ronald Reagan de overheid verketterde en de sleutels aan de markt gaf, lijkt de slinger terug te slaan. Joe Biden wil het geloof in de overheid herstellen door de klimaatverandering en de ongelijkheid aan te pakken en zo de angel uit het populisme te halen.

Nu Biden in de eerste drie maanden van zijn presidentschap een economische agenda in de steigers heeft gezet die de overheid opnieuw een prominente rol toebedeelt, woedt een debat of de 78-jarige carrièrepoliticus onverwacht een ‘transformatieve’ president zal worden die het economische beleid structureel een nieuwe richting uitstuurt. Biden zelf zegt een ‘paradigmaverandering’ te beogen.

Waarom wordt Biden vergeleken met Franklin D. Roosevelt? Joe Biden lijkt vastberaden te tekenen voor een ‘paradigmaverandering’ in het economisch beleid. Net als Roosevelt met zijn New Deal wil hij van de overheid een drijvende én ondersteunende kracht maken.

Vanwaar komt bidenomics? Bidenomics betekent een trendbreuk met het neoliberale beleid dat Ronald Reagan invoerde. Het is gestoeld op een groeiend economisch inzicht dat de vrije markt en prikkels niet alle problemen kunnen oplossen, met toenemende ongelijkheid en de klimaatverandering als brandpunten.

Wat staat op het spel? De verkiezing van de populist Donald Trump diende als wake-upcall. De regering-Biden wil bewijzen dat de overheid een positieve rol kan spelen en de vruchten van de welvaart gelijker kan verdelen. Ook de rivaliteit met het autoritaire model van China speelt mee.

De laatste die dat klaarspeelde, was Ronald Reagan. Met één befaamde uitspraak - ‘de overheid is niet de oplossing van onze problemen, ze is het probleem’ - zette hij de toon voor een generatie politici. De oplossing moest komen van de vrije markt, die dankzij deregulering en belastingverlagingen ongebreidelde groei en welvaart zou creëren. Big government stond daarbij in de weg. Reaganomics hamerde op begrotingsdiscipline en zette het mes in sociale programma’s. Het was Reagans neoliberale antwoord op de ontwrichtende stagflatie - een combinatie van lage groei en oplopende inflatie - van de jaren 70.

Biden lijkt vandaag een andere crisis aan te grijpen om het economische roer om te gooien. De strijd tegen de coronapandemie plaatste overheden weer in de cockpit van het economisch beleid. Met massale stimulusprogramma’s behoeden ze hun economieën voor een implosie.

Bidenomics vertrekt van het idee dat overheidsactie het leven van mensen meetbaar kan verbeteren. Dat is een hele ommezwaai in de Amerikaanse politiek.
Douglas Elmendorf
Harvard-econoom

Tegelijk legt de pandemie een etterend pijnpunt bloot dat al even knaagt aan het neoliberale discours: de groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid. Zwakkeren in de samenleving worden zwaarder getroffen door de coronacrisis. Het geeft de regering-Biden een extra argument om met een corrigerend overheidsbeleid de decennialange loonstagnatie van de middenklasse aan te pakken. En door de stimulusprogramma’s mee te focussen op de omslag naar een groene economie, kan de overheid ook als locomotief fungeren voor een private markt die lang geen enkele prikkel had om de klimaatverandering aan te pakken.

Illustere voorgangers

Biden is zich daarbij goed bewust van de geschiedenis, en meer bepaald die van zijn illustere voorgangers. Onlangs had hij in het Witte Huis een ontmoeting met prominente historici om te polsen hoe vroegere presidenten het hadden aangepakt. Eén figuur springt daarbij in het oog: Franklin D. Roosevelt. Met zijn ambitieuze New Deal-programma ging hij de crisis van de jaren 30 te lijf en schoeide hij in een moeite de economie en de samenleving op een progressieve leest. Het is bekend dat beleidsmedewerkers van Biden in de boeken zijn gedoken om de aanpak van Roosevelt aandachtig te bestuderen.

Met zijn economische agenda geeft Biden de overheid weer een sturende rol. In de eerste plaats via ambitieuze investeringen in infrastructuur en onderzoek. Die moeten het niveau van die overheidsinvesteringen weer naar dat van de jaren 60 brengen. Die verwijzing is niet toevallig, want de naoorlogse decennia gelden als de gouden jaren met een snel stijgende levensstandaard.

Bovendien pakte president Lyndon B. Johnson, een partijgenoot van Biden, in de jaren 60 uit met zijn ingrijpende Great Society-programma (gericht op onderwijs, armoede, burgerrechten…), wat hem in het rijtje met Roosevelt en Reagan plaatst. Biden verwees al naar Johnson als voorbeeld. Ook de zittende president maakt een speerpunt van de strijd tegen armoede, en specifiek kinderarmoede. Het fors hogere kindergeld dat voorzien is in de 1.900 miljard dollar grote stimuluswet die Biden in maart door het Congres loodste, moet de aanzet vormen voor een permanente hervorming.

Gamechanger

Douglas Elmendorf, professor economie aan Harvard en ex-directeur van de begrotingswaakhond van het Congres, meent dat bidenomics een gamechanger kan zijn. ‘Bidenomics vertrekt van het idee dat overheidsactie het leven van mensen meetbaar kan verbeteren. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar het betekent een ingrijpende ommezwaai in de Amerikaanse politiek. Zelfs de recentste Democratische presidenten Bill Clinton en Barack Obama waren terughoudend in hun verdediging van de rol van de overheid’, zegt Elmendorf. Dat spoort met de progressieve kritiek dat Clinton en Obama te veel in Reagans denkkader bleven.

Franklin D. Roosevelt (1933-1945) schoeide met zijn New Deal de Amerikaanse economie en samenleving op een progressieve leest. ©Universal Images Group via Getty Images

Het loswrikken van de neoliberale houdgreep is volgens Elmendorf mee het gevolg van nieuwe economische inzichten. ‘Er is een beter begrip van hoe markten en prikkels alleen niet alle problemen kunnen oplossen. Denk aan problemen zoals ongelijkheid, discriminatie of klimaatverandering.’

Elmendorf signaleert drie domeinen waar het nieuwe denken van economen een belangrijke impact heeft gehad: in budgettair beleid, armoedebestrijding en monopoliemacht. ‘Aanhoudend lage rentes hebben de vrees voor overheidsschulden doen afnemen. Daarnaast bevestigt onderzoek het cruciale belang van sociale programma’s om de economische kansen van arme kinderen te vergroten. Tot slot beginnen economen het belang van macht in de economie te erkennen, zoals de monopoliemacht van bedrijven en de positie van vakbonden tegenover bedrijven.’

Nieuwe aanpak

Ook Janet Yellen, Bidens minister van Financiën en gewezen voorzitster van de centrale bank, wees al op ‘structurele veranderingen’ in de werking van de economie die om een nieuwe aanpak vragen. ‘De manier waarop we de economie begrijpen, is in vele opzichten veranderd’, zei Yellen.

Ze wees op de extreem lage rente en aanhoudend lage inflatie, wat het mogelijk maakt om meer budgettaire stimulus op de economie los te laten en maximale tewerkstelling te creëren, zonder dat dat meteen de inflatie de hoogte injaagt. De herinnering aan de financiële crisis hangt daarbij als een schaduw over Biden, die vicepresident was toen Obama de crisis bestreed met een stimuluspakket dat achteraf gezien te bescheiden was. Het resultaat was een vrij timide economisch herstel met ondermaatse jobgroei.

Bidens drietrapsraket

President Joe Biden wil via enkele ingrijpende programma’s een ‘once in a generation’-investering in de Amerikaanse economie doorduwen. Het totale prijskaartje bedraagt zo’n 5.000 miljard dollar.

In maart passeerde het eerste deel van Bidens drietrapsraket het Congres. Dat stimuluspakket van 1.900 miljard dollar past in de tijdelijke strijd tegen de coronacrisis, maar bevat elementen die een nieuwe filosofie weerspiegelen en mogelijk de kiem zijn van een permanente hervorming. Het meest in het oog springend is de aanzet voor een genereuzere kinderbijslag.

Het tweede luik is het American Jobs Plan, goed voor minstens 2.000 miljard dollar aan infrastructuurinvesteringen, onder meer in wegen, openbaar vervoer en internet, over een periode van acht jaar. Het doel is de economie groener, inclusiever en competitiever te maken.

Met het nog te ontvouwen American Family Plan (1.000 miljard dollar) mikt Biden op onderwijs en kinderopvang.

Die fout wil Biden, die in de jaren 80 bekendstond als een budgettaire havik, niet meer maken. Het helpt dat hij zich omringd heeft met progressieve economen als Jared Bernstein en Heather Boushey. Bovendien loopt in Washington een groeiend aantal beleidsmedewerkers rond die de financiële crisis heel vroeg in hun carrière meemaakten en de klimaatverandering als een existentiële bedreiging zien.

Met de dood van George Floyd vorig jaar en het activisme van Black Lives Matter kwam daar een raciale dimensie bij. Naar verluidt gaf het politiegeweld tegen Floyd samen met de strijd tegen de pandemie voor Biden de doorslag om ‘big’ te gaan in zijn ambities. De omstandigheden duwden hem in die richting, eerder dan zijn persoonlijkheid. Met zijn reputatie van pragmatische consensusbouwer was de verwachting dat hij eerder naar het status quo van voor Donald Trump wilde terugkeren.

Realistischer

Wat consensusdenken betreft, zijn Democraten intussen realistischer geworden. Terwijl Obama nog moeite deed om (vruchteloos) een compromis te bereiken met Republikeinen, heeft de regering-Biden die hoop laten varen na jaren van oplopende polarisatie. Zonder nood aan compromissen is een ambitieuzer programma mogelijk, al beschikt Biden slechts over een nipte meerderheid in het Congres en moet hij rekening houden met stoorzenders in eigen partij.

Voor Elmendorf is het daarom prematuur om Biden al te vergelijken met Roosevelt. Daarvoor moet zijn infrastructuurplan, waaraan een prijskaartje van 2.000 miljard dollar hangt, eerst het Congres passeren. Democraten hopen dat tegen de zomer klaar te spelen. Biden broedt daarnaast nog op een groots ‘American Family Plan’ - kostprijs: 1.000 miljard dollar - om onder meer het onderwijs te boosten.

De Republikeinen schieten met scherp op Bidens programma, dat een staaltje van ‘socialistische spilzucht en jobvernietigende belastingverhogingen’ zou zijn. Biden wil zijn plannen deels betalen door het tarief van de vennootschapsbelasting geleidelijk weer op te trekken naar 28 procent, nadat Trump het verlaagd had van 35 naar 21 procent. De kiezer staat voorlopig aan zijn kant. Uit peilingen blijkt dat een meerderheid van de bevolking gewonnen is voor investeringen in infrastructuur en hogere belastingen op bedrijven en rijken.

De Democraat Lyndon B. Johnson (1963-1969) drukte zijn stempel met zijn Great Society- programma. ©The LIFE Picture Collection via Getty Images

Chinees staatskapitalisme

Opvallend is dat Biden zijn economische agenda ook kadert in de groeiende rivaliteit met China. Zijn omarming van een agressiever industrieel beleid, waarbij de Amerikaanse overheid fors wil investeren in strategische sectoren als halfgeleiders, dient om de concurrentie met China het hoofd te bieden. Meer nog: voor Biden is het een kwestie te ‘bewijzen dat democratie werkt’, meer bepaald het democratisch kapitalisme van het Westen versus het autoritaire staatskapitalisme van China.

Ook in eigen land staat er veel op het spel. ‘Je moet de radicalisering van Bidens beleid zien in het licht van Trump’, zegt Eric Lonergan, fondsbeheerder bij M&G. ‘De verkiezing van Trump heeft de mainstream beleidselite wakker geschud. Business as usual is niet langer een optie. Als de elite niet met een effectief beleid komt dat het leven van de mensen aanzienlijk verbetert, is een figuur als Trump het alternatief. Het gaat om het afblokken van fascistische tendensen.’

Eric Rauchway, een professor geschiedenis aan de University of California die een boek schreef over de New Deal, ziet daarin een gelijkenis met Roosevelt. ‘Hij was enorm bezorgd dat sociale onrust tijdens de depressie naar fascisme zou leiden. Hij had Hitler zien opkomen in Duitsland. Zijn New Deal diende zo’n dreiging af te slaan’, zegt Rauchway.

Experimenteren

Nog een parallel met FDR is de noodzaak om te experimenteren met economisch beleid. ‘Het land eist gedurfde, aanhoudende experimenten’, zei Roosevelt tijdens een speech. Het succes van nieuwe macro-economische beleidsmaatregelen was niet gegarandeerd en kon ook niet zomaar in een labo getest worden. Het vergt durvers om economische theorieën op grote schaal in de praktijk toe te passen, met de hoop dat fouten niet te duur uitdraaien. Bidens team kan deels terugvallen op onderzoek naar onder meer armoedebestrijding en kan daarmee veel laaghangend fruit plukken, aldus medestanders.

Elmendorf ziet niettemin twee mogelijke risico’s. Het eerste is een oververhitting van de economie - en oplopende inflatie - als gevolg van de massale stimulus, maar volgens de Harvard-econoom is dat risico beperkt. ‘Het tweede gevaar is dat veel geld slecht besteed wordt en onvoldoende effectief de levensstandaard zal opkrikken, gewoon omdat we een programma op deze schaal al heel lang niet meer geprobeerd hebben. Al biedt de ervaring van de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog houvast. Dat was een periode van hoge belastingtarieven voor bedrijven en individuen, grote investeringen in infrastructuur en onderzoek, en een aanzienlijk stijgende levensstandaard. Of we dat kunnen herhalen, valt af te wachten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud