analyse

Afrika ontspringt de dans in coronapandemie

Zuid-Afrikaans horecapersoneel protesteert tegen de lockdownmaatregelen. ©REUTERS

Van bij het begin van de pandemie waarschuwen experts voor horrorscenario's als het coronavirus Afrika bereikt. Maar vooralsnog is vooral de nevenschade dramatisch.

Alle ingrediënten voor een perfecte storm zijn aanwezig: slechte gezondheidszorg, overbevolkte steden, conflicten, onbetrouwbare regeringen, armoede en onhygiënische levensomstandigheden. Toch blijft Afrika tot nu toe verrassend gespaard van de rampscenario's die zich in het Westen voltrekken. Vorige week rondde het aantal coronabesmettingen er de kaap van 1 miljoen, goed voor amper 5 procent van de besmettingen wereldwijd. Ook de dodentol blijft opvallend laag, met 24.215 doden of 2 procent van het wereldwijde totaal.

Ook markant: slechts een handvol landen is goed voor 75 procent van de besmettingen. Naast de grootste brandhaard Zuid-Afrika gaat het om Egypte, Nigeria, Algerije en Ghana. Elders op het continent blijven grote uitbraken uit. En hoewel in juli de alarmbellen afgingen omdat het totale aantal besmettingen verdubbelde van 500.000 naar 1 miljoen lijkt ook die trend sinds kort gekeerd. Vorige week ging de curve voor het eerst naar beneden, vooral omdat de situatie in Zuid-Afrika onder controle lijkt te raken.

Het blijft te vroeg om grote conclusies te trekken, maar de Afrikaanse case is het bestuderen waard om het virus beter te begrijpen en te bestrijden. Wat is er aan de hand?

Onvolledige cijfers

Dat de officiële cijfers onvolledig zijn, staat vast. Door slecht werkende overheidsadministraties zijn veel data onbetrouwbaar of afwezig. Zo heeft Tanzania sinds begin mei geen nieuwe updates gerapporteerd. Volgens president John Magufuli is het coronavirus er volledig verdwenen, met de hulp van God. Besmette vrachtwagenchauffeurs aan de grens met Kenia doen anders vermoeden.

Ook het gebrek aan testcapaciteit is een probleem. In de wereldwijde strijd om tests en reagentia trekken de armere Afrikaanse landen aan het kortste eind, waardoor een pak minder getest wordt dan in het Westen. Bovendien zijn er grote verschillen tussen de landen onderling. Een land als Zuid-Afrika test relatief veel, met 48 tests per 1.000 inwoners, terwijl Nigeria slechts 2 tests per 1.000 inwoners uitvoerde. Ter vergelijking: België voerde tot nu toe 164 tests per 1.000 inwoners uit.

Toch klopt het dat de rampscenario's die velen voorspelden uitblijven, zegt Wim Van Damme, professor Volksgezondheid aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en auteur van een wetenschappelijk artikel over de verspreiding van Covid-19. 'Ik werkte zelf vier maanden in de Congolese hoofdstad Kinshasa, waar surveys over het aantal begrafenissen werden uitgevoerd. Daaruit bleek dat er de voorbije maanden geen oversterfte was. Mijn collega's in andere landen bevestigen dat. Ze zien evenmin een piek in het aantal sterfgevallen of overvolle ziekenhuizen. Alleen Zuid-Afrika is een uitzondering.' De verklaring voor dat fenomeen ligt in een complexe samenhang van factoren. (lees verder onder de grafiek)

©Mediafin

Vroeg op slot

Toen in Wuhan de eerste verhalen over een nieuwe ziekte opdoken, schoten de Afrikaanse landen relatief snel in actie. Veel landen hebben nauwe banden met China en leerden uit de ervaring met andere epidemieën zoals ebola en lassakoorts. Daardoor voerden ze sneller dan in andere continenten reisbeperkingen en lockdowns in, vaak nog voor er in een land een eerste besmetting was vastgesteld.

Die maatregelen hebben de verspreiding van het virus ongetwijfeld vertraagd, al werden ze niet altijd even goed gehandhaafd. Tal van Afrikanen werken in de informele economie en kunnen zich onmogelijk aan een strikte lockdown houden als ze willen overleven. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde dat nieuwe uitbraken dreigen als sommige landen onder druk van de bevolking de maatregelen opheffen.

Hele dag in de openlucht

Dat de meeste Afrikanen de hele dag in de openlucht leven, is ook een deel van de verklaring. 'De consensus is inmiddels dat het virus zich vooral binnenshuis verspreidt', zegt Van Damme. 'De grote meerderheid van de Afrikanen zit amper binnen, behalve om te slapen. Alleen bars, dancings, kerken en overvolle minibusjes vormen een gevaar, maar die werden overal snel gesloten of stilgelegd. We vermoeden dat de uitbraak in Zuid-Afrika deels aangewakkerd wordt omdat het daar winter is en mensen meer samen kruipen in koude, slecht verluchte ruimtes.'

19,7
jaar
De Afrikaanse bevolking is een pak jonger die dan op andere continenten, waardoor ze beter bestand is tegen het coronavirus. De mediaanleeftijd is er 19,7 jaar.

De lage dodentol kan dan weer verklaard worden door de jonge Afrikaanse bevolking. De mediaanleeftijd in Afrika is 19,7 jaar, vergeleken met 42,5 jaar in Europa. Dat is een pluspunt bij een virus dat vooral levens eist in de oudere lagen van de bevolking. Onderliggende aandoeningen die bij ons een hoger risico vormen - zoals obesitas en diabetes - zijn in Afrika ook veel minder aanwezig, behalve in de steden.

Sterker immuunsysteem?

Over bovenstaande verklaringen bestaat intussen ruime wetenschappelijke consensus, maar stilaan duikt nog een andere hypothese op. 'Er zijn redelijke argumenten om aan te nemen dat het immuunsysteem van Afrikanen beter voorbereid is op het coronavirus dan dat van Amerikanen of Europeanen', zegt Van Damme.

Er zijn redelijke argumenten om aan te nemen dat het immuunsysteem van Afrikanen beter voorbereid is op het coronavirus dan dat van Amerikanen of Europeanen.
Wim Van Damme
Professor Volksgezondheid Instituut voor Tropische Geneeskunde

Meer dan 80 procent van wie Covid-19 krijgen, heeft relatief milde symptomen. Bij de ernstig zieken gaat het dikwijls om een overdreven reactie van het immuunsysteem. Dat slaat tilt, wat tot orgaanfalen en de dood kan leiden. Vermoed wordt dat er een link is met de hygiënische omstandigheden waarin mensen leven. In een recent Science-artikel leggen de wetenschappers de link met de minder hygiënische omstandigheden waarin Afrikanen van kindsaf leven. Hun immuunsysteem komt met allerlei pathogenen in contact, waardoor het beter getraind zou zijn om adequaat op het virus te reageren. Daardoor lopen ze minder risico dat het in overdrive gaat.

Ook vaccins die in Afrika in omloop zijn, bijvoorbeeld tegen tbc, zouden het immuunsysteem van de Afrikanen beter tegen het coronavirus wapenen. En dan is er nog de epidemie die in december en januari over een groot deel van het continent raasde. 'Je hebt meerdere coronavirussen, waarvan er vier in omloop zijn in Afrika', zegt Van Damme. 'Als je onlangs met een van die virussen besmet raakte, zal je sneller op een besmetting met een nieuw virus reageren en minder ernstig ziek worden. We onderzoeken nu of de luchtweginfectie die begin dit jaar in grote delen van Congo, Oeganda, Malawi en Tanzania thuishield een coronavirus was, waardoor veel mensen er mogelijks beschermd zijn.'

Massieve nevenschade

Het aantal besmettingen en doden mag dan meevallen in Afrika, de nevenschade van de gesloten grenzen en lockdowns is enorm. De Verenigde Naties voorspellen een groeivertraging van 1,8 tot 2,6 procent door een dalende vraag naar grondstoffen, een kapitaalvlucht en een ineenstorting van het toerisme. Zowat 27 miljoen mensen dreigen in extreme armoede te belanden, vooral in de steden. Daar dreigt na de coronapandemie en hongerpandemie, waarschuwt het VN-voedselhulpprogramma.

Ook medisch zijn de gevolgen groot. 'Veel vaccinatieprogramma's liggen stil en mensen hebben schrik om naar de ziekenhuizen te gaan. Over een jaar krijg je daar een terugslag van', zegt Van Damme. Op de lange termijn dreigt de nevenschade zo dodelijker te worden voor de Afrikaanse bevolking dan de pandemie op zich.

Zuid-Afrika grootste brandhaard

Zuid-Afrika is een buitenbeentje in het Afrikaanse coronaverhaal. Het is goed voor meer dan de helft van de besmettingen op het continent en voor een vijfde plaats op de wereldranglijst van zwaarst getroffen landen. Sinds kort lijken de besmettingen in dalende lijn te gaan, maar het is te vroeg om van een trend te spreken, zei de directeur voor Afrika van de Wereldgezondheidsorganisatie, Matshidiso Moeti, vorige week.

Opvallend genoeg vertaalt het hoge aantal besmettingen (568.919) zich in een redelijk laag sterftecijfer. Tot nu toe vielen officieel 11.010 doden, maar onderzoek van het Zuid-Afrikaanse Instituut voor Volksgezondheid wijst uit dat dat waarschijnlijk een onderschatting is. In vergelijking met de voorbije jaren was er de voorbije periode een oversterfte van 59 procent.

Na een eerste strenge lockdown in april en mei zag president Cyril Ramaphosa zich eind juli genoodzaakt de teugels weer aan te trekken. Publieke scholen gingen toe en er kwamen een avondklok en een nieuw alcoholverbod. Dat laatste moet de ziekenhuizen ontlasten, aangezien zo'n 40 procent van de Zuid-Afrikaanse ziekenhuisopnames aan alcohol te wijten is.

Het protest tegen die maatregelen is groot, want de eerste lockdown duwde de slabakkende economie in een nog diepere recessie. Onderzoek toont aan dat tussen februari en april zo'n 3 miljoen mensen hun job verloren. De malaise noopte het land ertoe voor het eerst sinds 1994 4,3 miljard dollar noodsteun van het Internationaal Monetair Fonds te aanvaarden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud