interview

‘Congo heeft talrijke problemen en talrijke oplossingen'

©Bloomberg

Na de spijtbrief van de koning komt er weer aandacht voor een economische relance van Congo. Hoe kijken ondernemers er naar de toekomst? ‘Het potentieel is er. De doelstelling ontbreekt.’

De verrassende brief van koning Filip met ‘diepe spijt’ rakelde afgelopen week het pijnlijke koloniale verleden op. Vandaag is Congo een economische puinhoop met zwakke instellingen, endemische corruptie en schrijnende armoede. Maar een generatie ondernemers wil vooruitkijken. Ze dromen van een betere toekomst voor het enorme maar economisch achtergebleven land.

BLAISE MBATSHI Oprichter consultancykantoor

‘Wat ‘la RDC’ bovenal nodig heeft, is een duidelijk afgelijnd investeringsplan’, zegt consultant Blaise Mbatshi via Skype vanuit zijn kantoor in Kinshasa. ‘Daarin moet precies gedefinieerd staan welke standaarden we willen bereiken. Het potentieel is er. Ja, we hebben grondstoffen en energiebronnen. Maar een doelstelling ontbreekt. Je kan een mooi document opstellen waarin je zegt dat je van Congo een regionale kracht wil maken. Heel goed. Maar je moet de mensen daarachter krijgen.’

©rv

‘Uiteraard zijn de obstakels heel groot. In een land van constante politieke instabiliteit kunnen investeerders niet op lange termijn kijken en is het lastig aantrekkelijk te zijn. Maar als het plan geloofwaardig is, zal het niet te moeilijk zijn daar financiering voor te vinden. Als dat van de grond komt, is de economie gelanceerd’, zegt Mbatshi.

De 38-jarige Congolees groeide op in Kinshasa en bracht zijn studietijd door in België. Hij studeerde voor handelsingenieur in Louvain-la-Neuve, werkte een tijd in Parijs en vervolgens drie jaar bij PwC in Brussel. Hij keerde terug naar Congo voor een job bij het ministerie van Olie. Zes jaar geleden richtte hij een eigen consultancybureau op dat vandaag drie medepartners en twaalf werknemers telt. ‘Een bedrijf runnen is hier moeilijk, je moet het voortdurend opnemen tegen de gebrekkige infrastructuur. Maar dat zijn ook kansen.’

In 2014 schreef Mbatshi mee aan een rapport van de Vrijdaggroep, een Belgische jongerendenktank, en van Génération Congo, een Congolese tegenhanger, over waar het met de banden tussen de twee historisch gelinkte landen naartoe moet. Conclusie: verbeterde relaties zijn een win-win. En ze zijn niet alleen mogelijk, maar zelfs cruciaal. ‘Ja’, zegt Mbatshi, ‘maar weet wel dat niemand in Congo zit te wachten tot de Belgische investeerders eraan
komen.’

‘Congo zit in een situatie waarin het vooruit zal gaan met wie bereid is mee vooruit te gaan. Congo heeft investeringen nodig en een hogere levensstandaard. Het streeft naar de status van groeiland. Dat zal het doen met eender welke partner met wie het strategisch kan samenwerken. Als België, dat het voordeel heeft dat het Congo beter kent dan andere landen, daarin meestapt: tant mieux. Anders doen anderen het.’

Als België, dat het voordeel heeft dat het Congo beter kent dan andere landen, daarin meestapt: tant mieux. Anders doen anderen het.

Die anderen zijn vandaag voornamelijk China en Zuid-Afrika. ‘Zuid-Afrika doet het vooral via samenwerking, China ziet de relatie eerder commercieel. 40 procent van de mijnexport vanuit Congo gaat naar China. Dat zie ik niet snel veranderen.’
Hoe kunnen ook gewone Congolezen daarvan profiteren? ‘Die herverdeling is in ieder geval een grote uitdaging voor de Congolese overheid. Ze moet ervoor zorgen dat de vruchten terechtkomen bij de bevolking, in de vorm van beter onderwijs, meer jobs en meer belastinginkomsten die geïnvesteerd kunnen worden in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg.’

‘Onze grondstoffenrijkdom moet gekoppeld worden aan de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Anders blijven we het land waarvan geprofiteerd wordt. De grondstoffen moeten een middel voor economische ontwikkeling vormen, niet enkel voor uitbuiting. We moeten daarop bouwen voor industrie, wetenschap en onderwijs zodat de kennis en de technologie en de jobs ten goede komen aan de mensen.’

Congo als kloppend hart van een opkomend Afrika? ‘Ja, dat is mogelijk’, zegt Mbatshi. ‘Congo zal die kracht worden de dag dat het die visie kan formuleren en dat geloofwaardig in het buitenland verkopen.’

DIMITRI MOREELS: Landbouwondernemer in Oost-Congo

In Beni, een stad van een half miljoen inwoners in het door gewelddadige conflicten geteisterde oosten van Congo, runt
Dimitri Moreels sinds 2015 zijn landbouwbedrijf Copak, kort voor Compagnie des Produits Agricoles du Kivu, aan de rand van het Virunga National Park. De Oostendenaar is de zoon van chirurg en oud-
politicus Reginald Moreels. Zijn bedrijf van 300 werknemers teelt en verwerkt gewassen als koffie- en cacaobonen en medicinale planten als kinine.

©rv

‘We proberen de waarde van producten hier te houden en niet zomaar de grondstoffen te exporteren naar het buitenland. Dat doen we bijvoorbeeld met de oprichting van de eerste chocoladefabriek in Congo, samen met chocolatier Dominique Persoone, en met een fabriek voor de verwerking van chiazaden. We beschouwen ook de lokale markt, Congo en zijn buurlanden, als de eerste waarin we willen verkopen.’

De problemen zijn talrijk: corruptie, onveiligheid, armoede en een gebrek aan infrastructuur. ‘Maar dat weet je als je naar hier komt. Daar staat tegenover dat we elk jaar met dubbele cijfers kunnen groeien dankzij de inzet en het enthousiasme van de mensen. Het is een heel ambigue situatie. We hebben ongelooflijk veel problemen in Congo, maar ook ongelooflijk veel oplossingen.’

Geef mensen iets te verliezen en ze zullen veel minder geneigd zijn zich bezig te houden met niet-koosjere zaken.

‘Economische ontwikkeling is de sleutel voor een betere toekomst’, zegt Moreels. ‘Geef mensen iets te verliezen en ze zullen veel minder geneigd zijn zich bezig te houden met niet-koosjere zaken. Hier is 80 à 90 procent werkloosheid, dus je hebt een informele ‘économie de subsistance’: mensen proberen in hun eigen onderhoud te voorzien. Er zijn investeringen nodig in het onderwijs op lange termijn en in kennis en expertise op korte termijn. Om een eigen kleinschalig voorbeeld te noemen: de stiel van chocolade maken hebben we naar hier gebracht en doorgegeven.’

‘Beni is een andere stad dan vijf jaar geleden. Er schieten kleine ondernemingen uit de grond: hotels, restaurants, een brouwerij. Als het stabieler wordt, kan het hier explosief groeien. De multinationals staan letterlijk te wachten aan de grens om binnen te komen. Is Congo hopeloos? Dat zou een reden te meer zijn om mee aan de kar te trekken, om het vliegwiel mee in gang te trekken. De problemen mogen geen reden zijn om te zeggen: laat maar zitten. Misschien naïef, maar ik zie elke dag het potentieel.’

JEAN-LOUIS MBAKA EN THOMAS STROUVENS: Stichters Kinshasa Digital

De toekomst van Congo zal digitaal zijn, zeggen Jean-Louis Mbaka en Thomas Strouvens, beiden 32 en oprichters van
Kinshasa Digital. Die organisatie begeleidt bedrijven en instellingen in digitale transformatie. De voorbije maanden hielp
Kinshasa Digital lokale ziekenhuizen via smartphones en software beter gegevens over coronapatiënten te verwerken, wat anders met pen en papier gebeurde.

©rv

‘Digitalisering verbetert niet alleen processen, het is ook een wapen tegen corruptie en voor meer transparantie. Het is een hefboom voor vooruitgang. We mogen de vierde industriële revolutie absoluut niet missen, zoals dat met de vorige is gebeurd.’

Kinshasa Digital heeft ook een programma waarbij 40 jongeren geselecteerd werden uit meer dan 1.000 inschrijvingen om programmeerlessen te volgen met het oog op een stabiele job bij een bedrijf. ‘De bestaande opleidingen informatica zijn niet bijdetijds. Doordat we onze opleiding gratis konden maken, krijgen we enthousiaste mensen die dingen willen verbeteren in Congo. Het werkt enorm motiverend als je onmiddellijke sociale impact kan hebben’, zegt Strouvens.

Strouvens is een Brusselaar met Congolese roots die na zijn studies nieuwsgierig werd, naar Congo verhuisde en er bleef plakken. Eerst voor een job in de reclamesector, daarna als ondernemer. Mbaka is een typevoorbeeld van een ‘repat’, een slimme jongere die na studies in het buitenland, in zijn geval computerwetenschappen in het VK, terugkeert naar het moederland om er te ondernemen.

Ondanks de imperfecte politieke macht is er een verandering bij de beleidsmakers en is er meer wil om vooruitgang te stimuleren.

In tegenstelling tot veel andere landen heeft Congo geen specifiek beleid voor het terughalen van young potentials uit het Westen. ‘Er is een grote diaspora van competente mensen die onderwijskansen hebben gehad op andere plaatsen en gemotiveerd zijn om bij te dragen. Daarop moeten we kapitaliseren.’

‘De bevolking is jong, dynamisch en leergierig, maar ze moet de kansen en middelen krijgen’, zegt Mbaka. ‘Dat is essentieel: de jongeren moderne competenties geven zodat ze zelf een welvarende toekomst kunnen opbouwen. Als we blijven doorgaan met leunen op internationale hulp, heb je enkel een pleister op een wonde. En ondanks de imperfecte politieke macht is er een verandering bij de beleidsmakers en is er meer wil om vooruitgang te stimuleren. Het is afwachten of zich dat doorzet, maar het is een stapje in de goede richting.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud