reportage

De vergeten ravage in Libië

De binnenstad van Benghazi is na de revolutie van 2011 tot 2017 zwaar verwoest, maar nu kan stilaan met de heropbouw begonnen worden. ©AFP

In 2011 was Benghazi het hart van de Libische opstand. De hoop was dat Libië, met de uitschakeling van dictator Khaddafi zou veranderen in een democratie en - dankzij de olierijkdom - een soort Dubai zou worden. Maar vandaag is de teleurstelling even groot als de verwoesting in Benghazi.

Van onze correspondent Harald Doornbos

Het dak is deels ingestort op de toch al kapotte eerste verdieping. Maar tussen de puinhopen van de OostLibische stad Benghazi is er op de begane grond één kamertje waar de muren nog overeind staan. Daar leeft Fatima al-Zintani met haar man en drie kleinkinderen. Buiten aan de muur hangen foto’s van haar drie zoons. Dood. Gesneuveld in de strijd die van 2014 tot 2017 woedde tussen het Libische leger en de extremisten van Al-Qaeda en Islamitische Staat (IS). ‘We zorgen nu voor de kinderen’, zegt ze, terwijl ze huilt. ‘Onze familie is zwaar getroffen door de oorlog.’

Benghazi’s buitenwijken staan nog grotendeels overeind, maar overal waar je rondloopt in het centrum van de stad tref je, op een bijna epische schaal, verwoestingen aan. Zo goed als alle gebouwen zijn aan flarden geschoten. Soms vraag je je af of er dan tenminste niet één vierkante centimeter van een gebouw is dat niet is geraakt door een kogel. Gatenkaas tot in het kwadraat. Vergelijkbaar met het Kroatische Vukovar of Raqqa in Syrië na de oorlogen daar.

Libisch legerescorte in Derna. ©harald doornbos

Omdat journalisten de afgelopen jaren Benghazi nauwelijks konden bereiken, is de schaal van de verwoestingen amper bekend in de rest van de wereld. Terwijl de camera’s gericht waren op de opkomst van IS in Syrië en Irak, vond er uit het zicht een ongekend heftige strijd plaats in Benghazi. Het meest symbolische is allicht de staat waarin het gerechtsgebouw zich bevindt. Tijdens de opstand was dit het kleurrijke hoofdkwartier van de opstandelingen. Overal hingen kindertekeningen aan de muur en mannen en vrouwen vertelden er over hun dromen voor een betere toekomst. Nu is datzelfde gebouw een ingestorte bouwval met een groot gat in het midden. Iemand van Ansar al-Sharia, de lokale afdeling van Al-Qaeda, reed er met een autobom tegenaan.

'Freedoom'

Op sommige muren in Benghazi staan nog steeds de Engelstalige slogans uit 2011 als ‘Libya free’ of gewoon ‘Freedom’. Dat sommigen het woord ‘Freedom’ per ongeluk foutief als ‘Freedoom’ spelden, moest toen al een teken aan de wand zijn.

Egyptische kerk in Benghazi, verwoest door extremisten. ©harald doornbos

‘De hele Libische revolutie is rampzalig verlopen’, zegt een twintiger met lang haar die er in 2011 aan deelnam. Hij vocht als 17-jarige tegen het leger van dictator Muammar Khadaffi, maar heeft daar nu veel spijt van. Zijn naam wil hij niet in de krant. ‘We waren naïef’, vervolgt hij. ‘Al-Qaeda en het Moslimbroederschap hebben gebruik gemaakt van de chaos van de revolutie om de macht over te nemen. Precies waar Khadaffi al voor waarschuwde.’

Het enige lichtpunt in Benghazi is dat de oorlog hier tenminste voorbij is. De nieuwe autoriteiten, onder leiding van de legerleider Khalifa Heftar, hebben de religieuze extremistische groepen verslagen. Beetje bij beetje kan de stad opnieuw opgebouwd worden. Heftar verbrak alle relaties met Turkije en Qatar, landen die hij beschouwt als supporters van Al-Qaeda en het Moslimbroederschap. Heftar krijgt op zijn beurt steun van het naburige Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten.

De strijd woedt voort

Driehonderd kilometer naar het oosten, in de stad Derna, woedt de oorlog nog altijd voort. Sinds 2012 is Derna in handen van Al-Qaeda en IS. Maar in mei van dit jaar hebben de troepen van legerleider Heftar de stad aangevallen en een deel ervan bevrijd van de jihadisten. Geen buitenlandse journalist heeft Derna sindsdien bezocht.

Nadat we toestemming hebben gekregen om naar Derna te gaan, regelt het Libische leger een pick-up met daarin een paar strijders en luchtafweergeschut achterop. ‘Het is nog altijd niet helemaal veilig in Derna’, zegt een legerwoordvoerder. ‘Die jihadistische groepen zijn als vis. Verschillende soorten, maar ze stinken even hard’, voegt de hoogste officier in Derna, majoor-generaal Salem al-Rifadi, eraan toe. De generaal, die zelf twee benen verloor tijdens de strijd in Derna, vervolgt: ‘Iedereen die illegaal wapens gebruikt, is onze vijand. Alleen het leger en de politie hebben het recht om wapens te gebruiken. Niemand anders. Deze stad heeft orde nodig.’

Terwijl we met de gewapende legerescorte Derna binnenrijden, zien we dat grote delen van de stad zijn ingenomen door de troepen van Heftar. De politie is na bijna zes jaar weer terug in Derna en overal rijden legerjeeps. Ook sommige winkels en markten zijn weer open en er rijden burgers in hun auto’s door de straten. Af en toe zien we een kapot gebouw, maar Derna oogt stukken minder verwoest dan Benghazi.

Muntaser (links) en Muhamad al Sarqawi in hun huis in Al Bayda, met tussen hun in een herinneringscollage aan hun vader die werd onthoofd door IS in Derna. ©harald doornbos

Een deel van de oude stad van Derna is nog in handen van de jihadisten. In de verte horen we machinegeweren en af en toe een mortier. Het Libische leger heeft de jihadistenwijk in Derna afgesloten met containers, rotsblokken en autowrakken. Soldaten aan de frontlinie hopen dat de extremisten spoedig worden verslagen.

In de nabijgelegen stad Al Bayda zitten de broers Muntaser en Muhammad Al Sharqawi naast elkaar op de bank in hun woonkamer. Hun vader, Abdul Nabi, was een militair die in 2015 werd gevangengenomen door IS en daarna publiekelijk onthoofd. IS verspreidde er een video van via sociale media. ‘Mijn vader was de beste man die je je kunt voorstellen’, zegt Muhammad. Ook Muntaser kan de moord op zijn vader nauwelijks bevatten. ‘Ik kan er gewoon niet bij. Libische IS’ers die mijn vader onthoofden…Mijn vader, een Libiër én moslim. Onbegrijpelijk. Islamitische Staat heeft niets met de islam te maken.’ Beide zonen hebben de onthoofdingsvideo niet gezien. Te afschuwelijk.

Machtsstrijd

In Oost-Libië wordt er voorlopig opgelucht ademgehaald omdat de jihadisten (bijna) zijn verslagen. Maar er staat alweer een nieuw probleem voor de deur: de spanning tussen Oost- en West-Libië loopt op. Een groot deel van de jihadisten en islamisten die door legerleider Heftar zijn verslagen, zijn gevlucht naar het westen van Libië. Gesteund door de autoriteiten in Tripoli - die erkend worden door de VS en de EU - hebben de islamisten aangekondigd dat ze Heftar omver gaan werpen. Heftar heeft op zijn beurt laten weten dat hij graag, met behulp van Libische stammen in het westen, de macht zou willen overnemen in Tripoli. Onder Khadaffi bevond Libië zich 42 jaar lang in een winterslaap. Maar sinds de opstand in 2011 zit Libië al zeven jaar in een permanente achtbaan, wat de bevolking misselijk, teleurgesteld en verarmd achterlaat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content