Ethiopië schendt mensenrechten met Wereldbank-miljarden

De Wereldbank overtreedt haar regels door miljarden te blijven pompen in Ethiopië. Het Afrikaanse land misbruikt dat geld immers om inheemse volkeren te onteigenen en zelfs te folteren. Dat blijkt uit een intern rapport dat De Tijd kon inkijken.

Na het LuxLeaks-dossier, dat blootlegde hoe Luxemburg verregaande fiscale deals sluit met bedrijven en rijke families, kreeg het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) een kritisch intern rapport van de Wereldbank in handen. Het internationaal instituut uit Washington heeft als missie ontwikkelingslanden financieel te helpen. Uit het rapport dat De Tijd kon inkijken, blijkt echter dat er een ‘operationeel verband’ is tussen de fondsen die de Wereldbank in Ethiopië uitdeelt, en de grove mensenrechtenschendingen die in het Oost-Afrikaanse land plaatsvinden.

Sinds 2006 engageren internationale donoren zich via het ‘Protection of Basic Services’-programma, dat nog zeker tot 2018 loopt, om ruim 11 miljard euro te investeren in regionale Ethiopische overheden. Daarvan wordt zo’n 1,7 miljard euro gefinancierd door de Wereldbank. Ook de Europese Commissie maakte al ruim 115 miljoen euro vrij voor het programma, dat de Ethiopische bevolking makkelijker toegang moet verlenen tot beter onderwijs, gezondheidszorg en drinkwater.

De jongste jaren ontplooide Ethiopië echter tegelijk het controversiële ‘villagisation’-programma. Dat had tussen 2010 en 2013 tot doel in vier van de twaalf Ethiopische regio’s zo’n 2 miljoen inwoners uit hun uiterst uitgestrekte rurale gebieden te halen en samen te brengen in dorpen. Daardoor zouden ze efficiënter een beroep kunnen doen op betere scholen, ziekenhuizen en andere openbare diensten, luidde de argumentatie.

Officieel gebeurde die verhuizing vrijwillig, maar al twee jaar geleden berichtte de ngo Human Rights Watch over militaire misstanden tegen de inheemse Anuak-bevolking van Gambella, een provincie zo groot als België met amper 380.000 inwoners. Wie zijn gronden niet wilde achterlaten, werd gearresteerd, geslagen, verkracht of zelfs vermoord. Uiteindelijk zouden ruim 37.000 Anuak-gezinnen, zo’n twee derde van de bevolking, geherlokaliseerd worden. In hun nieuwe woonplaats bleken de gronden echter vaak een pak minder vruchtbaar, en ook de beloofde gezondheids- en onderwijsinstellingen bleven niet zelden onder de maat. Ondertussen leasde de Ethiopische overheid het achtergelaten, veel productievere gebied van de Anuak aan commerciële landbouwbedrijven.

Ondanks die forse kritiek stelde de Wereldbank tot dusver steevast dat er geen bewijzen waren voor de misbruiken en ontzettingen. De interne onderzoekswaakhond van de Wereldbank blijkt dat nu compleet tegen te spreken. Een deel van de Wereldbank-fondsen werd wel degelijk gebruikt door de Ethiopische overheden om lokale volkeren gedwongen te laten verhuizen. Door dat verband niet te erkennen, luidt de conclusie van het interne rapport, overtrad de Wereldbank haar eigen regels inzake projectbeheer, risicomanagement, financiële analyse en bescherming van lokale volkeren.

Gevraagd naar een reactie weigert de Wereldbank voorlopig elk commentaar. ‘We kunnen niet reageren op de resultaten van het onderzoek tot de raad van bestuur het rapport heeft kunnen inkijken’, aldus een woordvoerder, die wel aankondigde dat die evaluatie ‘over enkele weken’ plaats zal vinden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud