Advertentie
Advertentie
interview

‘Europa heeft veel te verliezen in Libië'

De ingang van Marrokaanse ambassade in Tripoli werd vernield door een aanslag. ©EPA

‘Libië is een pak gevaarlijker dan Syrië.’ De wereldvermaarde expert Dirk Vandewalle waarschuwt dat het de foute kant uitgaat in Libië. ‘Islamitische Staat profiteert volop van de chaos.’

‘Alles in Libië is uiteengespat. Je kan evengoed spreken van een burgeroorlog.’ Dirk Vandewalle zegt het met een grote stelligheid. Weinigen kennen Libië beter dan de Amerikaanse academicus met Belgische wortels. En Vandewalle is pessimistisch over de ontwikkelingen in het land. ‘Sinds de revolutie van 2011 is de macht stevig in handen van allerhande milities die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Het is pure chaos. Het duurt niet lang meer voor we Libië kunnen bestempelen als een ‘failed state’.’

Enkele aanslagen toonden dit weekend het gevaar aan en dat op een boogscheut van de Europese kust. Vandewalle: ‘Europa heeft ontzettend veel te verliezen in Libië. Het land is nu al een wespennest van schimmige groepen die zich bezighouden met smokkel, mensen- en wapenhandel. En dan zijn er nog radicale groepen als Islamitische Staat neergestreken. Die jihadi’s komen er onomwonden voor uit dat ze uit zijn op de destabilisering van Europa. Geloof me, de situatie is zeer ernstig.’

Diederik ‘Dirk’ Vandewalle, in 1953 geboren in Lichtervelde, trok als 18-jarige naar de VS voor een uitwisselingsproject. Op aanraden van zijn leraren schreef hij zich in aan de Columbia University (New York) waar hij zich specialiseerde in het Midden-Oosten. Vandewalle doceert nu aan Dartmouth College, een van de prestigieuze Ivy League-universiteiten.

Vandewalle geldt als een van de meest gerenommeerde Libië-experts. Toeval speelde een grote rol, zegt hij. ‘Door een Amerikaans embargo konden mijn collega’s niet naar Libië. Mijn Belgisch paspoort was een enorm voordeel. Pakweg 20 jaar lang was ik zowat de enige westerse onderzoeker in Libië.’

De omverwerping eind 2011 van kolonel Muammar Khadaffi - dictator sinds 1969 - bracht het land weinig rust. ‘Ik heb jaren geleden al gewaarschuwd dat er na Khadaffi een enorme leegte zou gapen’, zegt Vandewalle. ‘Libië kende geen politieke instellingen en geen centrale autoriteit.’ Nadat de dictator was verdwenen, kwam de verdeeldheid tussen de stammen en de etnische en religieuze groepen snel aan de oppervlakte. Dat mondde vorig jaar uit in de feitelijke opsplitsing van het land, dat sindsdien twee regeringen en twee parlementen heeft.

Onder toezicht van de Verenigde Naties zoeken beide partijen een uitweg uit het conflict. ‘Maar dat schiet voor geen meter op’, zegt Vandewalle. ‘Het grote probleem is dat de politici aan de onderhandelingstafel helemaal niets te zeggen hebben. Ze hangen volledig af van de gewapende milities. En die kunnen zonder probleem elk politiek compromis om zeep helpen. Neen, Libië kan alleen maar op het juiste spoor worden gezet als de Europeanen de koe bij de hoorns vatten en ingrijpen.’

Libië kan alleen op het juiste spoor worden geholpen als Europa ingrijpt.
Dirk Vandewalle
Libië-expert en hoogleraar

Wat betekent dat dan? Een nieuwe militaire interventie?

Dirk Vandewalle: ‘Inderdaad. Europa was in 2011 bereid om in te grijpen en het regime omver te werpen. Maar het trok daarna heel snel zijn handen af van Libië. In Europa vond niemand het nodig maatregelen te nemen om het onvermijdelijke vacuüm te vullen en op die manier chaos te vermijden. Om dat recht te trekken moet er een militaire interventie komen. En het volstaat niet om snel wat cosmetische operaties te doen. Het moet gaan om een serieus militair offensief om de milities uit te schakelen.’

Dreigt Libië dezelfde desastreuze weg op te gaan als Syrië?

Vandewalle: ‘Pas op, Libië is een pak gevaarlijker dan Syrië. Het machtsvacuüm is er immers veel groter, wat de kans op destabilisering en bloedvergieten de hoogte injaagt. In Syrië heb je nog steeds een centrale regering en heeft het regime van Bashar al-Assad de controle over een deel van het land. Dat is absoluut niet het geval in Libië, waar iedereen elkaar de loef probeert af te steken. Het zijn groepen als Islamitische Staat die daar het meest van kunnen profiteren.’

Dirk Vandewalle ©BELGAIMAGE

Struisvogelpolitiek

Staan de Europeanen te springen om in te grijpen?

Vandewalle: ‘Neen, helemaal niet. Iedereen roept maar dat er iets moet gebeuren maar niemand doet iets. En zelfs áls de politici een interventie zouden aandurven, willen ze tot elke prijs via de Verenigde Naties gaan. Dat is het perfecte excuus om niets te doen. Het is struisvogelpolitiek, weet je wel, kop in het zand. Want iedereen weet dat Rusland zijn veto zal stellen. De Russen zijn nog niet vergeten dat het Westen in 2011 het VN-mandaat te veel oprekte.’

Is het niet begrijpelijk dat het Westen ervoor terugdeinsde zich te veel met Libië te bemoeien? De invasie van Irak was ook geen succes.

Aanhangers van Islamitische Staat hebben de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanvallen op de ambassades van Marokko en Zuid-Korea in Tripoli. In de nacht van zondag op maandag ontplofte voor de Marokkaanse ambassade een bom, die was achtergelaten aan de poort. Er vielen geen slachtoffers. De aanslag kwam enkele uren nadat militanten de ambassade van Zuid-Korea hadden beschoten. Daarbij kwamen twee bewakingsagenten om het leven.

Via Twitter liet een groep die zichzelf de IS-afdeling in Tripoli noemde, weten verantwoordelijk te zijn voor de aanslagen. Omdat het om eerder beperkte terreuracties ging, vermoeden analisten dat het vooral de bedoeling was de aandacht te trekken. Toch waarschuwen ze dat de aanslagen een nieuw signaal zijn van de opmars van IS in Libië. De groepering heeft al bases opgericht in de steden Derna en Sirte. Eerder eisten IS-militanten al de aanslag op het Corinthia Hotel in Tripoli op. Bij die aanval vielen negen doden. De jihadisten hebben ook 21 ontvoerde Egyptische koptische christenen onthoofd.

Mogelijk was de Marokkaanse ambassade een doelwit omdat het land gastheer is van vredesonderhandelingen onder toezicht van de Verenigde Naties. Libië is sinds vorig jaar verdeeld door een conflict tussen de verkozen regering en een coalitie van overwegend islamistische milities. De internationaal erkende regering resideert in de oostelijke stad Tobroek, terwijl de rivaliserende Libische Dageraad de oude hoofdstad Tripoli in handen heeft.

Vandewalle: ‘Zeker de Amerikanen zaten met Irak in het achterhoofd toen de interventie ter sprake kwam. Zij wilden zich niet echt op die ‘glibberige helling’ wagen, zoals ze het uitdrukten. Washington was dus vastbesloten zich niet te veel te bemoeien en koos voor een ondersteunende rol. De VS en Europa hadden echter moeten beseffen dat Libië helemaal niet hetzelfde was als Irak. Als zij zich ook na de revolutie wat meer hadden geëngageerd, was er een redelijke kans geweest om de milities te ontwapenen en de situatie recht te trekken.’

Ondertussen praten de twee regimes over een regering van nationale eenheid.

Vandewalle: ‘Er is gewoon geen alternatief. Daar is iedereen het wel over eens. Maar soms lijkt het alsof Bernardino Leon (de VN-bemiddelaar, red.) denkt dat een mooie verklaring volstaat om een eenheidsregering in het leven te roepen. Zo simpel is het niet. Alvorens beide groepen de handen in elkaar slaan, zal er stevig gebakkeleid worden over de verdeling van de postjes en het geld en over de autonomie van de regio’s. The devil is in the details.’

Investeren

Meer dan 40 jaar dictatuur heeft de politieke compromiscultuur weggevaagd. Hoe kan je dat herstellen?

Vandewalle: ‘Dat is de vraag van één miljoen die een academicus als mij wakker houdt. De wederopbouw van Libië zal letterlijk een generatie duren. Om een politieke infrastructuur, een overheid en een leger op te bouwen heb je zeker 20 à 25 jaar nodig. De Amerikanen horen dat natuurlijk niet graag want zij zijn te ongeduldig. Maar de internationale gemeenschap moet echt langdurig investeren in het nieuwe Libië. Zeker Europa moet een prijs betalen voor stabiliteit in zijn achtertuin.’

Was u verrast dat de Arabische Lente ook in Libië losbarstte?

Vandewalle: ‘Ja, het was een grote verrassing voor me. Het regime van Khadaffi werd toch als onkwetsbaar beschouwd. Libië was een autoritair land waar een rist veiligheidsdiensten de dienst uitmaakten. Bovendien had de toenadering tot het Westen na 2003 een grote impact. Westerse producten raakten Libië veel vlotter binnen, wat de bevolking ten goede kwam. Door die combinatie leek Libië immuun voor de revoltes in de regio. En als het Westen niet zo snel tussenbeide was gekomen, was het waarschijnlijk helemaal anders gegaan. Khadaffi stond sterk genoeg om de opstand neer te slaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud