Advertentie
reportage

Gambia en Senegal: de nieuwe achterdeur tot Europa

De vissershaven van Tanji in Gambia. ‘Als ze erachter komen dat een boot met migranten vertrekt, verschijnt de politie met groot machtsvertoon.’ ©Lex Rietman

Ook al liggen ze 1.700 kilometer van de Gambiaanse kust, de Canarische Eilanden zijn een nieuwe trekpleister geworden voor migranten die Europa willen bereiken. Wie maakt de oversteek? En wie wordt er rijk van? Een reportage uit West-Afrika, dat de nieuwe achterdeur tot ons continent vormen.

‘Zodra ik de kans krijg, vertrek ik.’ Alhagie Jallow (21) weet het zeker. Op het strand van Tanji, een vissersplaats van 15.000 inwoners aan de Atlantische kust van Gambia, hangt hij wat rond met zijn vrienden Lamin Fofana (20) en Yaya Demba (18). ‘Als nu een boot vanaf dit strand naar Spanje zou gaan, zou ik geen moment aarzelen om op te stappen’, zegt Alhagie nog eens. ‘En ik niet alleen.’

Alhagie en zijn vrienden klimmen in een oude vissersboot die werkloos op het strand ligt. In de romp van de vijftig meter lange houten kano zitten grote gaten. Dit is het type boot - gerepareerd of nieuw gebouwd - waarmee jaarlijks duizenden Afrikanen de oversteek naar de Canarische Eilanden wagen. In 2020 bereikten volgens officiële cijfers 23.000 bootvluchtelingen de Spaanse archipel, het op een na hoogste aantal ooit.

23.000
bootvluchtelingen
In 2020 bereikten volgens officiële cijfers 23.000 bootvluchtelingen de Spaanse archipel, het op een na hoogste aantal ooit.

Tanji is een van de vertrekpunten van de Atlantische migratieroute. Van hier is het hemelsbreed 1.700 kilometer naar Gran Canaria en Tenerife, de dichtstbijzijnde stukjes Europa. Dat de oversteek lang en gevaarlijk is, hoef je Alhagie en zijn vrienden niet te vertellen. Ze zijn kinderen van de zee, net als bijna iedereen in Tanji. De berichten over doden en vermisten kunnen de drie jongens niet afschrikken.

Op een afstandje staat visser Lamin Jarju (45) naar de jongens in de boot te kijken. Hij kent ze. Iedereen kent elkaar hier. ‘Dit zijn de grootste vissersschepen die we hebben’, zegt Jarju. ‘Er kunnen meer dan 200 mensen in. Deze gebruiken we dus voor de backway.’ Backway is het woord dat de Gambianen hebben verzonnen voor de clandestiene emigratie. Het is een treffende term: als Europa de voordeur op slot gooit, gaan wij gewoon achterom. En die dichte voordeur is de praktische onmogelijkheid om voor een Europees visum in aanmerking te komen. Alleen een kleine elite van welgestelden maakt kans.

Yaya Demba wil de eerste gelegenheid aangrijpen om naar Europa te gaan. ©Lex Rietman

Wie zijn degenen die hier in Tanji de backway-trips organiseren? Jarju aarzelt geen moment: de inwoners zelf. Iedereen kan organisator zijn. Of agent, zoals ze hier genoemd worden, reisagent. ‘Het begint ermee dat een paar mensen het besluit neemt samen te vertrekken. Vaak zijn dat vissers. Meestal zit er wel iemand bij met een eigen boot, een kapitein met ervaring op volle zee, iemand die met navigatiesystemen kan omgaan. En zo niet, dan zijn die hier makkelijk te vinden.’

De boot vult zich vanzelf. De enige handicap bij de werving is dat ze discreet moet gebeuren. Mede onder druk van Europa surveilleert de politie almaar intensiever. ‘Als ze erachter komen dat een boot vertrekt, verschijnt de politie met groot machtsvertoon’, zegt Jarju. ‘Ze arresteren iedereen. Maar voor ons is migratie geen misdrijf. De organisatoren zijn geen criminelen maar gewone vissers, mensen uit Tanji. De kapiteins maken deel uit van de lokale gemeenschap. Mensen zeggen tegen hen: ‘Onze kinderen willen reizen en jij hebt een boot. Help ons alsjeblieft, we betalen je ervoor!’ De 300 of 400 euro die de reis kost, hebben ze er graag voor over.’

Criminelen

Volgens Europol maakt 90 procent van de migranten op weg naar Europa gebruik van de diensten van maffiosi. ‘Een complex, meedogenloos en multinationaal netwerk van migrantensmokkelaars is ontstaan rond Europa’s ongekende migratiecrisis’, schrijft Europol in een veel geciteerd rapport. ‘Het genereert miljarden euro’s voor de criminele groepen die daarbij betrokken zijn.’

Volgens Europol maakt 90 procent van de migranten op weg naar Europa gebruik van de diensten van maffiosi.

In de Europese beleidsvisie is clandestiene migratie onlosmakelijk verbonden met de georganiseerde misdaad. Het gaat om criminelen zonder scrupules. Zij verrijken zich door hun slachtoffers te misleiden en misbruik te maken van hun kwetsbaarheid. De strijd van Europa tegen de illegale migratie is niet gericht tegen vluchtelingen en migranten, maar tegen deze maffiosi. Als we die aanpakken en onze buitengrenzen voldoende beschermen, droogt de migratiestroom vanzelf op, is het idee.

De situatie in West-Afrika levert ons een ander beeld op. Lokaal georganiseerd, eigen initiatief van migranten - in West- Afrika bijna altijd ‘reizigers’ genoemd - ‘gewone mensen’ in plaats van criminele netwerken als organisator van de backway-trips, en een verrassend positief beeld van de smokkelaars: het zijn elementen die altijd terugkeren in onze gesprekken met deskundigen en betrokkenen in de belangrijkste vertrekhavens van Gambia en Senegal.

Neem Khady Ndoye (40), migratiespecialist en rechtbankverslaggever in Mbour, Senegal. ‘De organisatoren van de boot- reizen zijn mensen uit de plaatselijke gemeenschap’, zegt ze. ‘Vanuit juridisch oogpunt zijn het misdadigers, maar voor de samenleving niet. Wie hier een misdrijf pleegt, wordt geïsoleerd door de familie. Als je convoyeur (organisator van clandestiene boottrips, red.) bent, gebeurt dat niet. Dat bewijst dat ze niet als crimineel worden gezien.’

Uit de studies van Bubacarr Fatty, econoom en hoofd research van het Management and Development Institute (MDI) in Gambia, blijkt dat migranten hier hoog in maatschappelijk aanzien staan. ‘De sociale omgeving waardeert hun inspanningen veel meer dan die van degenen die ervoor knokken om hier de eindjes aan elkaar te knopen’, zegt Fatty. ‘Dat betekent een maatschappelijke push van jewelste. Het is een sterkere factor dan welke andere ook.’

Natuurlijk is er ook kritiek. Sommige passeurs (‘veermannen’) nemen je geld aan en verdwijnen met de noorderzon, zegt de 82-jarige visser en buurtleider Badou Ndoye uit Mbour. Zulke gevallen van oplichting komen vooral voor als de organisator van buiten de lokale gemeenschap komt. Dat zijn echter uitzonderingen, klinkt het. Meestal houden de passeurs of agents zich aan de afspraken. Anders zouden ze het leven in de gemeenschap voor zichzelf onmogelijk maken.

©Lex Rietman

Dodelijk

De tocht blijft uitermate dodelijk. De Spaanse ngo Caminando Fronteras heeft in de eerste helft van dit jaar 1.922 doden en vermisten gedocumenteerd. Naast bijna 7.000 behouden aankomsten wil dat zeggen dat meer dan 20 procent van de West-Afrikanen die dit jaar de oversteek maakten om het leven is gekomen. In heel 2020 werden 1.851 slachtoffers geteld. Iets minder dan 7,5 procent van het aantal bootvluchtelingen op deze route.

Bovendien verdienen de smokkelaars veel geld. Hoeveel precies is moeilijk te schatten. Zowel in Senegal als in Gambia betalen hun klanten meestal rond de 400 euro, met een maximum van 800 euro. Verder mag op elke expeditie een aantal mensen gratis mee: de kapiteins en hun crew, naaste familie of goede vrienden van de organisator. Anderen krijgen korting omdat ze wanhopig zijn en het geld niet bij elkaar kunnen krijgen.

Afhankelijk van de omvang van de boot ligt de bruto-opbrengst tussen 40.000 en 80.000 euro. Na aftrek van onkosten (boot, buitenboordmotoren, navigatiesysteem, brandstof, proviand) blijft per trip 20.000 tot 40.000 euro winst over. Dat is de schatting van Mountaga Kane, een ervaren journalist uit Mbour die veel reportages over de clandestiene migratie maakte. De winst wordt gedeeld door de organisatoren en hun helpers. Hun aantal kan oplopen tot tien personen of meer. Dat komt neer op 2.000 tot 4.000 euro per persoon per expeditie. Daarvoor riskeren ze enkele jaren gevangenisstraf.

Het jaarinkomen per hoofd bedraagt volgens de Wereldbank 1.430 dollar in Senegal en 750 in Gambia. Voor West-Afrikaanse begrippen maken de smokkelaars dus enorme winsten. Maar waarschijnlijk zijn het geen bedragen waar een ‘complex, meedogenloos en multinationaal netwerk van migrantensmokkelaars’ echt warm voor zou lopen. Tenzij één grote migratiemaffia de hele West-Afrikaanse kust zou beheersen. Op basis van ons onderzoek blijkt dat niet het geval.

Het is vreselijk frustrerend om te zien hoe je ouders lijden.
Lamin en Yaya

Op het strand van Tanji zijn ook Lamin en Yaya vastberaden de eerste gelegenheid aan te grijpen naar Europa te gaan. ‘Hier is geen werk, hier is niks’, zegt Yaya. ‘Het is vreselijk frustrerend om te zien hoe je ouders lijden. Elke dag moeten ze vechten om jou en je broers en zussen te eten te kunnen geven, terwijl jij al volwassen bent en helemaal niets kunt bijdragen.’ Lamin en Yaya zijn vroegtijdige schoolverlaters. Hun ouders moesten de keuze maken: schoolgeld betalen of eten.

‘Ik ben niet bang’, zegt Lamin. ‘Als je wil overleven moet je risico’s nemen. En het is beter om in de zee dood te gaan dan hier te zitten en niets te doen.’ Zijn vrienden knikken instemmend.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Money Trail-project: money-trail.org.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud