'Honderden burgerdoden bij bloedbad in Ethiopië'

Vluchtelingen in de Ethiopische regio Tigray vonden onderdak in een geïmproviseerd tentenkamp. ©AFP

Tijdens de recente oorlog in de Ethiopische regio Tigray hebben Eritrese militairen een bloedbad onder burgers aangericht in de stad Aksum. 'De ijzingwekkende conclusie is dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd', zegt Amnesty International, dat bewijzen op tafel legt.

Volgens Amnesty International richtten Eritrese troepen op 28 en 29 november een bloedbad aan in Aksum, een stad in de Ethiopische regio Tigray. Daarbij kwamen honderden ongewapende burgers om het leven, meldde de mensenrechtenorganisatie vrijdag in een rapport. Amnesty spreekt van een mogelijke misdaad tegen de menselijkheid en riep de Verenigde Naties op de zaak onder de loep te nemen.

Amnesty International sprak met 41 overlevenden en getuigen van de moordpartij. Die vertelden dat Eritrese militairen op 28 november in het wilde weg begonnen te schieten op inwoners van Aksum. Ook sleurden zij mensen uit hun huizen om hen op straat te executeren. Volgens een voorzichtige schatting vielen in twee dagen meer dan 200 doden. Ooggetuigen meldden dat de straten nog dagenlang bezaaid waren met lijken.

Nieuwe massagraven

Uit een analyse van satellietbeelden blijkt dat er ook sprake was van grootschalige plunderingen en bombardementen op burgerdoelen. Op de foto's zijn ook aanwijzingen te zien van nieuwe massagraven nabij twee kerken in Aksum. 'Het bewijs is overtuigend en wijst op een ijzingwekkende conclusie: er was sprake van oorlogsmisdaden', zegt Deprose Muchena, de regioverantwoordelijke van Amnesty International.

Het bewijs is overtuigend en wijst op een ijzingwekkende conclusie: er was sprake van oorlogsmisdaden.
Deprose Muchena
Regioverantwoordelijke Amnesty International

De onthulling van Amnesty Internationale biedt een zeldzame inkijk in de ravage die het conflict in Tigray aanrichtte. De noordelijke regio is nagenoeg afgesloten van de buitenwereld nadat het Ethiopische leger op 4 november een offensief begonnen was tegen de machthebbers in Tigray, die in opstand waren gekomen tegen het centrale gezag. Alle communicatiekanalen werden geblokkeerd en buitenlandse hulpverleners en media kregen geen toegang.

Hongersnood

De humanitaire tol is loodzwaar, waarschuwden hulporganisaties onlangs nog. Er is sprake van hongersnood en tienduizenden burgers sloegen op de vlucht, ofwel in de regio zelf ofwel naar het buurland Soedan. Volgens het Wereldvoedselprogramma (WFP) hebben ruim 3 miljoen mensen nood aan hulp. De VN-organisatie bereikte begin februari een akkoord met de Ethiopische regering om de humanitaire toegang tot Tigray te verbeteren.

3 miljoen
hulpbehoevenden
Volgens het Wereldvoedselprogramma hebben ruim 3 miljoen mensen in Tigray nood aan hulp.

De Ethiopische premier Abiy Ahmed riep eind november de overwinning uit in de strijd met het Tigrees Volksbevrijdingsfront (TPLF), de gewezen rebellenbeweging die Tigray decennia controleerde. Maar Ahmeds zegeclaim betekende niet dat de rust weerkeerde. Er zijn nog steeds gevechten tussen het regeringsleger en TPLF-militieleden, die een guerrillaoorlog zijn begonnen.

Eritrea betrokken

Het rapport van Amnesty International bevestigt ook dat het buurland Eritrea wel degelijk betrokken is bij de strijd in Tigray. Het TPLF beweerde vorig jaar al dat Eritrese troepen steun boden aan het Ethiopische leger, maar dat werd door beide landen weggewuifd als een fabel. Maar volgens ooggetuigen waren de daders van het bloedbad in Aksum duidelijk herkenbaar als Eritreeërs.

De relaties tussen Ethiopië en Eritrea waren jarenlang verzuurd, met een brutale burgeroorlog tussen 1998 en 2000 als dieptepunt. Maar na het aantreden van Ahmed in 2018 trad een dooi in. Dat leverde Ahmed in 2019 de Nobelprijs voor Vrede op. Nog geen jaar later stortte hij zijn land in een uitzichtloos conflict dat volgens hem nodig was 'om de bevolking en het land te redden'.

'Het geweld is duidelijk wijdverspreid'

Artsen zonder Grenzen (AzG) was een van de eerste hulporganisaties die toegang kregen tot Tigray nadat daar begin november een strijd was losgebarsten. 'De toegang is wel verbeterd, zodat meer organisaties ter plaatse zijn', zegt Karline Kleijer, noodhulpcoördinator bij AzG. 'Het is niet makkelijk om te werken. We hebben de toelating van de Ethiopische overheid om in Tigray te opereren. Maar er zijn verschillende gewapende groeperingen actief en met elk van die groepen moet je onderhandelen. En dat is met wisselend succes, zodat we in sommige regio's niet actief zijn.'

'Het is met onze beperkte toegang lastig om een cijfer te kleven op de humanitaire misstanden. We horen van burgers verhalen over geweld, verkrachtingen en gedwongen verhuizingen. Ik zal de term ‘systematisch’ niet in de mond nemen, maar het geweld is duidelijk wijdverspreid. We zien op dit moment in onze klinieken ook ondervoeding. Het gebied is nog steeds een conflictzone, dus de mensen zijn voor een groot deel afhankelijk van humanitaire hulp. Want de banken zijn niet open, de markten functioneren niet, de handel is ingestort, de oogsten zijn mislukt. Ik heb over rijke zakenmannen gehoord die ook honger lijden omdat ze niet aan hun geld kunnen.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud