reportage

‘In Afrika is kanker een doodstraf'

©Jeroen van Loon

Steeds meer mensen in Afrika krijgen kanker. Door een tekort aan kennis, geld, artsen, apparatuur en medicijnen is de ziekte er veel dodelijker dan in het Westen. Patiënten sterven in hartverscheurende situaties zonder pijnstilling.

Hijgend komt Pauline Nasigiru (77) overeind, leunend op haar beschimmelde matras op de zanderige grond in haar donkere huisje. Haar linkerborst is één grote wonde vol tumoren, zweren en dood vlees. ‘Drie jaar geleden begon het met een klein knobbeltje’, vertelt de bejaarde boerin, die op het platteland aan het Victoriameer woont. De Oegandese had nog nooit van kanker gehoord. Met kruiden en planten probeerde ze de zweren tegen te gaan, maar die werden juist erger.

Bij een lokale kliniek verwezen ze haar door naar het Mulago-ziekenhuis, Oeganda’s enige kankercentrum, ruim 80 kilometer verderop in de hoofdstad Kampala, maar Nasigiru had geen idee hoe ze daar moest komen. ‘Ik had geen geld voor transport’, zegt ze. Haar gezicht vertrekt van de pijn, terwijl haar 41-jarige dochter haar met een nat washandje probeert op te frissen.

Lange tijd werd kanker als een welvaartsziekte gezien, veroorzaakt door de combinatie van vetrijk, bewerkt voedsel, alcohol, roken en te weinig beweging. Maar nu de bevolking in Afrika ouder wordt, grijpt de ziekte ook daar om zich heen. Veel voorkomende infecties als hepatitis B en C kunnen leiden tot leverkanker, en er is het HPV-virus, dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. En omdat mensen met hiv een verhoogde kans hebben op die infecties en virussen neemt het aantal kankergevallen snel toe.

De Afrikaanse gezondheidszorg, die vooral focust op infectieziektes als aids, malaria en tbc, is niet op kanker ingericht. Daardoor heeft het continent het hoogste percentage kankersterfgevallen ter wereld: in Afrika sterft 71 procent van alle kankerpatiënten aan de ziekte, terwijl dat in het Verenigd Koninkrijk maar 50 procent is. En terwijl in de VS 90 procent van de vrouwen met borstkanker na vijf jaar nog leeft, is dat in Oeganda maar 46 procent en in Gambia zelfs maar 12 procent. Inmiddels sterven in Afrika meer mensen aan kanker dan aan malaria.

Door urbanisatie, een groeiende middenklasse en de toenemende populariteit van alcohol, tabak en fastfood zal ook het aantal ‘westerse’ kankertypes de komende jaren toenemen. Jaarlijks sterven al meer dan 591.000 Afrikanen aan kanker. In 2030 zal dat aantal gestegen zijn naar bijna 1 miljoen per jaar, voorspelt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Door een gebrek aan screening en door onwetendheid, niet alleen bij patiënten maar ook bij medisch personeel in lokale klinieken, komt kanker in sub-Sahara Afrika (met uitzondering van Zuid-Afrika, waar betere zorg is) dikwijls pas in een vergevorderd stadium aan het licht. Hierdoor sterven veel Afrikanen aan de best behandelbare vormen van kanker: borst-, baarmoederhals- en prostaatkanker.

Onzorgvuldige diagnoses

‘Bij veel verplegers en artsen staat kanker niet hoog op hun lijst van mogelijke aandoeningen’, stelt David Makumi, voorzitter van het Netwerk van Kankerorganisaties in Kenia. Ook ernstige onderbezetting en hoge werkdruk leiden tot minder zorgvuldige diagnoses.

‘Een dokter in West-Kenia stuurde een weduwe die met ernstige vaginale bloedingen kampte jarenlang naar huis met medicijnen tegen een infectie en de boodschap dat ze moest stoppen zich te prostitueren’, vertelt de Keniaanse maatschappelijk werkster Esther Otieno. ‘Pas toen ze na vijf jaar een second opinion vroeg, omdat de klachten maar bleven terugkomen terwijl ze nooit seks had, bleek ze een vergevorderde en inmiddels ongeneeslijke vorm van baarmoederhalskanker te hebben.’

Ook wanneer kanker wél tijdig wordt opgemerkt, hebben patiënten in sub-Sahara Afrika minder kans om te overleven. Zo begon twee jaar geleden het been van Samali Alungat (29) te zwellen. ‘Ik dacht dat ik lepra had’, vertelt de vrouw in T-shirt en lange rok. In het Mulago-ziekenhuis in Kampala bleek de moeder van een driejarige tweeling kaposisarcoom, een zeldzame vorm van kanker, te hebben.

Ze smeekte haar ouders hun land te verkopen, waardoor ze zes chemosessies van elk 450.000 Oegandese shilling (103 euro) kon ondergaan. Maar omdat er geen geld is om heen en weer naar huis te gaan, laat staan voor een hotel, bivakkeert Alungat al maanden op de stoep voor het ziekenhuis, waar ze met tientallen lotgenoten op platgemaakte kartonnen dozen slaapt. Al die tijd heeft ze haar kinderen niet gezien.

‘Ik ben misselijk van de chemo, heb diarree, mijn haar valt uit en ik heb tig keer malaria gehad omdat we in de buitenlucht slapen’, vertelt ze. Bij regen schuilen de patiënten staand onder een dakrand, want in het ziekenhuis is geen plaats voor hen. Alungat is ten einde raad. ‘Ik heb geen geld voor de resterende drie chemosessies of om naar huis te gaan, en er is niets dat ik nog kan verkopen.’

‘Geld is het grootste struikelblok voor kankerpatiënten in Afrika’, zegt Philip Odiyo van Faraja Cancer Support, een hulporganisatie die kankerpatiënten bijstaat in Kenia. ‘De langdurige behandelingen zijn prijzig. Daarom verkopen patiënten en hun familie vaak al hun bezittingen en worden kinderen van school gehaald. Mensen in de middenklasse glijden af in diepe armoede. Nadat de kankerpatiënten zijn overleden, blijven nabestaanden met enorme schulden achter.’

Bestralingsmachine kapot

Alle landen in sub-Sahara Afrika, met uitzondering van Zuid-Afrika, hebben een tekort aan bestralingsmachines. De machines die er wel zijn, zijn dan weer vaak verouderd. In Oeganda leidde dat in 2016 tot grote verontwaardiging toen het enige bestralingsapparaat kapotging en zeker 2.000 patiënten twee jaar lang niet konden worden behandeld. Bij hen was de 46-jarige Musa Gali, wiens oogkanker goed reageerde op bestraling maar daarna in volle hevigheid terugkwam. De tumor vrat de helft van zijn gezicht weg. Eind 2017 stierf Gali, twee maanden voordat een nieuwe machine in gebruik werd genomen. Hij liet een vrouw en zeven kinderen na. ‘Was de machine sneller vervangen, had Gali waarschijnlijk nog geleefd’, verzucht Sylvia Nakami van Hospice Jinja, een Oegandese stichting die kankerpatiënten op het platteland assisteert.

Traditionele geneeskunde

Een ander probleem is het enorme stigma dat in Afrika op kanker rust. ‘Terwijl hiv-patiënten dankzij aidsremmers relatief oud kunnen worden, kent vrijwel niemand in Afrika een persoon die kanker heeft overleefd. Daardoor zien veel Afrikanen kanker als een onbehandelbare ziekte, als de doodstraf’, vertelt Otieno.

Terwijl hiv-patiënten dankzij aidsremmers relatief oud kunnen worden, kent vrijwel niemand in Afrika een persoon die kanker heeft overleefd. Daardoor zien veel Afrikanen kanker als een onbehandelbare ziekte.
Esther Otieno
Keniaanse maatschappelijk werkster

Dan is er ook nog een grote groep die meer waarde hecht aan traditionele medicijnen dan aan reguliere gezondheidszorg. Zoals de vader van de 31-jarige Eva Safina, die borstkanker heeft en met hulp van Hospice Jinja het kankercentrum in Kampala bezocht. Net voordat ze zou worden geopereerd, nam haar vader haar mee naar huis.

Daar treffen we de inmiddels broodmagere moeder van zes kinderen op een rieten matje voor haar hut. Vliegen zwermen om de wonde waar ooit haar rechterborst zat. Door misselijkheid houdt Safina geen morfine meer binnen en vergaat ze van de pijn. Haar oogkassen kleuren geel. ‘De kanker is naar haar lever uitgezaaid’, concludeert Esther Apolot, een verpleegster van Hospice Jinja. ‘Deze vrouw zal niet lang meer leven. Wat komt dan van haar kinderen terecht?’

Safina’s vader gelooft dat iemand een vloek over zijn dochter heeft uitgesproken, waardoor ze kanker heeft gekregen. ‘Door onwetendheid denken veel mensen dat kankerpatiënten behekst of vervloekt zijn of dat de ziekte een straf is voor begane zonden’, vertelt maatschappelijk werkster Otieno. Kankerpatiënten worden ook vaak gediscrimineerd. ‘Zelfs familieleden willen soms niet voor een patiënt zorgen, omdat ze denken dat je kanker krijgt door aanraking en ze bang zijn om te worden geïnfecteerd.’

‘Afrikaanse regeringen doen veel te weinig om het tij te keren’, vindt Makumi. Hij stelt dat meer voorlichting, screening en preventie nodig zijn en pleit voor het vaccineren tegen baarmoederhalskanker. ‘Het is crimineel dat Afrikaanse regeringen tienduizenden vrouwen zo’n gruwelijke dood laten sterven, terwijl baarmoederhalskanker grotendeels kan worden voorkomen.’

In het huisje van Nasigiru bekijkt de verpleegster Apolot haar wonden. ‘Bij ons eerste bezoek zes weken terug was ze er slechter aan toe. De stank van de zweren was ondraaglijk en ze schreeuwde het uit van de pijn’, vertelt de verpleegster. De kanker is te ver gevorderd om nog voor behandeling in aanmerking te komen, maar dankzij morfine kan Nasigiru het beter volhouden.

De stichting van Apolot voorziet ook in stervensbegeleiding. De meeste kankerpatiënten in Oeganda sterven in pijnlijke en mensonterende omstandigheden, vaak zonder toegang tot enige pijnstilling, vertelt Apolot. ‘Morfine is lastig te krijgen en veel mensen, inclusief artsen, beschouwen pijnstillers voor opgegeven patiënten als geldverspilling.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content