analyse

10 uitdagingen voor het nieuwe decennium

©BELGAIMAGE

Het nieuwe decennium overspoelt ons met nieuwe uitdagingen. Dit zijn de tien waar u niet omheen kunt.

1. Opwarmende planeet test alles en iedereen

De bezorgdheid over het klimaat zal het bedrijfsleven en de geopolitiek onherroepelijk veranderen.

Wie wil weten hoe het klimaatbeleid er de komende tien jaar zal uitzien, kreeg vorige maand een aanwijzing op de klimaattop van Madrid. De bedoeling van zo’n top is de grootste vervuilers samen aan tafel te zetten en te zien waar de oplossing ligt. De top mislukte. Niet omdat Europa - dat net de Green Deal in de steigers had gezet - niet wilde. Maar omdat de Verenigde Staten en China niet wilden.

Het bepalende moment van het klimaatbeleid van het komende decennium valt daarom misschien wel in november van dit jaar. Nog eens vier jaar Donald Trump zal het moeilijk maken hoopvol te blijven over wereldwijde actie. Misschien doet het zelfs de klimaatbeweging radicaliseren. En het zal Europa, dat wel de voortrekker wil spelen, isoleren.

In de Europese Unie ligt het goede nieuws in de Green Deal zelf. Multinationals zullen er hun beleid op richten, omdat ze het zich niet kunnen permitteren weggereguleerd te worden in de grootste consumentenmarkt ter wereld. Het is ook het goede niveau om de bakens uit te zetten, omdat het verhindert dat pakweg de haven van Antwerpen door haar klimaatbeleid trafiek verliest aan de haven van Rotterdam.

De grootste test voor de Green Deal wordt de mate waarin een opstand uitbreekt bij de Europese bevolking. Ook daarover kregen we een aanwijzing tijdens de eerste Europese top van Charles Michel, die geen consensus vond over het klimaatbeleid. Of in het Vlaams klimaatbeleid, dat ver onder de lat blijft. Door die onbeslistheid in ons energiebeleid is de kans overigens groot dat de kerncentrales tot in 2030 openblijven, omdat geen politicus wil meemaken dat onder zijn beleid het licht uitgaat.

Smeltende ijskappen zullen vaarroutes vrijmaken in het noorden van Rusland.

Groeit de steun voor het klimaatbeleid omdat de opwarming pijnlijk voelbaar wordt? Wie dat denkt, kijkt beter even richting Australië. De bosbranden rond Sydney maakten een dagje in de stad even ongezond als dertig pakjes sigaretten roken. Toch durft de regering geen radicale ommezwaai te maken, uit angst voor proteststemmen.

Sowieso zal het klimaat dit decennium veel bepalen. Geopolitiek zal de wereld veranderen omdat energie macht betekent. Dat de VS niet meer ten oorlog trekken in het Midden-Oosten is nu al niet los te zien van hun schaliegas, waardoor de VS bijna evenveel olie produceren als verbruiken.

Minder fossiele brandstoffen zal de geopolitiek doen loskomen van de oliedollars, met de half mislukte beursgang van het Saoedi-Arabische Aramco als opwarmertje. Smeltende ijskappen zullen vaarroutes - de snelweg van de internationele handel en militaire logistiek - vrijmaken in het noorden van Rusland. En de Zuidpool zou weleens de interesse van meer landen kunnen wekken.

Qua technologie wordt een van de omwentelingen de brede introductie van de elektrische auto. De vraag is ook hoe snel het bergaf gaat met de oliebedrijven zodra de vraag naar hun producten ineenstuikt. Misschien ligt hun redding in aardgas, dat kan dienen om waterstof te maken.

Ook dat worden de jaren twintig: investeringen in écht nieuwe technologie, waarvan we pas in 2030 weten of een doorbraak binnen handbereik ligt.

2. Elektrische auto's veroveren de weg

Op de aardbol rijden nu zowat 6 miljoen elektrische auto’s rond. Tegen 2030 moeten dat er 250 miljoen zijn en zouden ze een marktaandeel van 30 procent moeten hebben. China wordt de koploper, met meer dan een op de twee auto’s die elektrisch worden aangedreven. Europa wordt een voorbeeldige tweede met 26 procent e-auto’s.

Dat is het scenario van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Om het te realiseren moeten de plannen van overheden, autoproducenten en andere spelers in dat domein wel een stevige stroomstoot krijgen, boven op wat al is beslist of in ontwikkeling is.

Om van de e-auto een aantrekkelijk vervoermiddel te maken moeten er genoeg snelle laadpunten zijn op publieke plaatsen. Moet de overheid daarvoor zorgen, of de privésector? Het vergt hoe dan ook aanzienlijke investeringen. Voor ons land gaat het om honderden miljoenen of zelfs miljarden euro’s investeringen in het elektriciteitsnet, stelt de Vlaamse energieregulator Vreg.

Cruciaal wordt de ontwikkeling van nieuwe elektrische auto’s en de verbetering van de batterijtechnologie. Daar wordt hard aan gewerkt. VW, de grootste autogroep ter wereld, zet de komende vijf jaar 60 miljard euro in op elektrisch en autonoom rijden, hybride technologie en digitalisering.

250 miljoen
e-auto's
In 2030 zouden er 250 miljoen e-auto's moeten rondrijden.

Elektrische auto’s kunnen ook een sleutelrol spelen in de bredere transitie van fossiele brandstoffen naar groene energie van zonnepanelen of windturbines. Met hun batterijen vertegenwoordigen ze opslagcapaciteit. Batterijen maken het mogelijk elektriciteit die op een bepaald moment wordt geproduceerd op een ander moment te verbruiken. De opslagmogelijkheden zijn nodig om van groene stroom, die voor haar opwekking afhankelijk is van het weer (zon, wind) een volwaardige alternatief te maken voor elektriciteit uit gas- en steenkoolcentrales, die makkelijk aan en uit te zetten zijn.

Europa loopt achterop in batterijtechnologie. De grote spelers zijn Aziatisch: Panasonic (Japans), Samsung en LG Chem (Zuid-Koreaans), en CATL en BYD (Chinees). Om niet helemaal afhankelijk te worden van buitenlandse producenten besliste de Europese Commissie besliste eind 2019 3,2 miljard euro uit te trekken voor Battery 2030+, een project van Europese bedrijven,

Dé uitdaging is een ma-nier te vinden om groene stroom op te slaan. Batterijen kunnen een rol spelen. Maar er is meer nodig. Er wordt bekeken hoe we energie kunnen stockeren met de hulp van de zwaartekracht. Het Zwitserse bedrijf Energy Vault gaat na of er iets zit in het stapelen van zware blokken tot een hoge toren. Alphabet, de holding boven Google, kijkt of we energie kunnen opslaan in gesmolten zout. Het is zoeken naar de heilige graal.

3. Er komen 1 miljard mensen bij

©EPA

De wereldbevolking zal met 1 miljard mensen aangroeien tot 8,55 miljard. De groei van de wereldbevolking brengt uitdagingen met zich mee. Zoveel meer monden moeten worden gevoed, zoveel meer mensen moeten een job vinden. En is er nog genoeg plaats om iedereen te huisvesten?
©Mediafin

Malthusiaanse doemvoorspellingen blijven voorlopig uit. Maar de aanwezigheid van 8,55 miljard mensen legt een grote druk op de natuur en de bodemschatten. Meer dan ooit komt het erop aan daar efficiënt en spaarzaam mee om te springen.

Hongersnood is niet meteen te vrezen. De voedselproductie moet de groei van de bevolking kunnen volgen. Water is een andere kwestie. In principe is dat er ook genoeg, maar niet iedereen heeft er toegang toe.

De aangroei van de bevolking leidt tot een trek naar de steden. Volgens een projectie van de Verenigde Naties woont in 2030 zowat twee derde van de wereldbevolking in stedelijke agglomeraties. Er zullen 45 megasteden zijn met meer dan 10 miljoen inwoners, waarvan slechts één in Europa: Parijs. Maar de grote meerderheid zal in steden van 100.000 tot 1 miljoen inwoners wonen.

Hoe dan ook moet die urbanisatie in goede banen worden geleid. Er moet worden voorzien in huisvesting, water, elektriciteit, internet en openbaar vervoer.


De demografische ontwikkelingen zullen migratiestromen op gang brengen. Die zijn moeilijk tegen te houden. Maar als de migratie niet op een of andere manier kan worden gecontroleerd, dreigt ze door de (verdere) opmars van het populisme een bron te worden van politieke spanningen in en tussen landen, en een oorzaak van instabiliteit.

Europa kan baat hebben bij de komst van migranten. Volgens de projecties van de VN is Europa het - enige - continent waar de bevolking zou krimpen. Dat doet het geopolitieke gewicht van Europa onvermijdelijk dalen. En omdat de Europese bevolking vergrijst, zijn er nog andere uitdagingen: minder beschikbare arbeidskrachten, een dalende productiviteit, een tragere economische groei, een overheid die gebukt gaat onder hogere kosten voor gezondheidszorg en vergrijzing.

Volgens het Federaal Planbureau telt België in 2030 ongeveer 400.000 inwoners meer dan vandaag. Dat is het resultaat van de natuurlijke aangroei van de bevolking - meer geboortes dan overlijdens - en van immigratie. 20 procent van de Belgen zal dan ouder zijn dan 67 jaar, vanaf dan de wettelijke pensioenleeftijd. De extra kosten van de vergrijzing - meer pensioenuitgaven, hogere kosten voor gezondheidszorg - worden geraamd op 3 procent van het bruto binnenland product. In euro’s van vandaag is dat bijna 14 miljard.

4. Migratiebeleid moet vorm krijgen

©AFP

Een decennium zou moeten volstaan om een waardig migratiebeleid op de sporen te krijgen.
41
miljoen
41 miljoen mensen zijn in hun eigen land op de vlucht.

Als je naar de globale cijfers kijkt, snap je niet waarom migratie een probleem is. Het VN-Vluchtelingenagentschap UNHCR telt 26 miljoen vluchtelingen en 3,5 miljoen asielzoekers. Op een wereldbevolking van 7,5 miljard is dat 0,3 en 0,04 procent. Bovendien verblijven acht op de tien vluchtelingen niet hier, maar in een van hun buurlanden. En 41 miljoen mensen zijn in hun eigen land op de vlucht.

De Europese denktank ESPAS verwacht bovendien dat de migratiestromen minder van zuid naar noord zullen lopen, en meer van zuid naar zuid. De belangrijkste eindbestemmingen worden Afrikaanse en Zuidoost-Aziatische metropolen, de Golfstaten en de Chinese kust.

Maar kijk naar de Europese Unie en het probleem blijft pijnlijk duidelijk. In de Schengenzone, de groep landen die hun onderlinge grenzen afschaften, houden Duitsland, Denemarken en Oostenrijk nog altijd grenscontroles. Opvangkampen in Griekenland zitten vol. In de Middellandse Zee verdronken vorig jaar 1.246 mensen, aldus de ngo Missing Migrants. Van Denemarken tot Oostenrijk scoorden politici in 2019 met een combinatie van links sociaal beleid en een streng migratiebeleid.

De paradox is dat de EU de voorbije jaren wel degelijk een streep kon trekken onder de piek en de paniek van de migratiecrisis in 2015. Er komen nu meer dan 90 procent minder migranten aan in Griekenland en Italië. Die relatieve kalmte moet het mogelijk maken eindelijk een beleid uit te tekenen dat werkt.

Dat begint bij de bron: milder de conflicten elders ter wereld. Dat betekent een grotere inspanning via diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en defensie. In de EU wil de Franse president Emmanuel Macron wellicht het voortouw nemen.

Dan moet er een dijk komen. Het omstreden succes in het EU-migratiebeleid - de deal met Turkije - was exact dat. Het liet de EU toe weer de controle op het beleid te heroveren in plaats van het te ondergaan. Dat is cruciaal: een bevolking steunt pas een beleid als ze er een stem in heeft. Daarvoor is eerst controle nodig. Die dijk moet tot in Noord-Afrika reiken, om te verhinderen dat mensen de Middellandse Zee oversteken.

Daarna is een sluis nodig. Zelfs het meest gastvrije huis heeft een muur, alleen zit er een deur in die open kan. Zodra er een grenscontrole is, kan de discussie worden gevoerd over wie asiel krijgt, zodat het beleid pragmatischer én humaner kan. Asielprocedures moeten vervolgens sneller dan nu gebeuren en wie niet kan blijven, zal terug moeten. Daarvoor zijn opnieuw afspraken met zuiderse landen nodig, bijvoorbeeld in ruil voor arbeids- of reisvisa.

Het bizarre is dat de zaadjes voor dat beleid al in 2015 zijn geplant, in de conclusies van de Europese toppen. Alleen groeien ze niet, of niet snel genoeg. Misschien is er gewoon nog meer tijd nodig. Als de rust in het migratiebeleid weerkeert, kunnen ze de komende tien jaar misschien wél tot bloei komen.

5. China en VS strijden om wereldmacht

©REUTERS

De economische en geopolitieke opmars van de Chinezen leidt tot meer spanningen met de Amerikanen.
82
miljoen
Vandaag zijn er wereldwijd al zo’n 50 miljoen patiënten, in 2030 zijn dat er 82 miljoen.

Op 3 november vinden in de Verenigde Staten de 59ste presidentsverkiezingen plaats. De kans dat Donald Trump zichzelf opvolgt, is groot, ondanks alle schandalen. En er blijven wel meer vertrouwde gezichten op post. De Russische president Vladimir Poetin zwaait pas af in 2024. En China’s sterke man, Xi Jinping, heeft zelfs geen termijn op zijn mandaat staan.

Het Amerikaans-Chinese conflict zal dus dominant blijven. En dan gaat het niet alleen om de handelsoorlog, maar ook om de geopolitieke en technologische wedloop. Het Amerikaanse sanctiewapen zal nog herhaaldelijk worden ingezet. Wat dat betreft maakt het trouwens weinig uit wie de volgende Amerikaanse president wordt: over de sancties zijn Democraten en Republikeinen het roerend eens.

In het Midden-Oosten hebben de VS zich in grote mate teruggetrokken. Nieuwe spelers proberen er nu een rol op te eisen. Met name Turkije en Iran zullen daarin samen met Rusland een grote rol spelen.

De jaren tien waren het decennium van het protest. In verschillende regio’s van de wereld kwamen mensen op straat om de democratie te verdedigen, corruptie en dictaturen aan te klagen, betere economische omstandigheden te eisen of meer aandacht voor het klimaat te vragen. Maar de antwoorden bleven vaak uit. Het protest zal daarom aanhouden, tot er goede oplossingen komen.

De vertrouwensbreuk tussen de politieke klasse en de kiezers is eveneens een wereldwijd fenomeen. Zolang die spanning blijft, ligt de weg open voor avonturiers die eenvoudige oplossingen beloven voor ingewikkelde problemen.

In Europa moet in eerste instantie de Britse scheiding worden verteerd. De brexit zal veel energie en diplopatie ver-gen en stevige economische gevolgen hebben.

Maar ook zonder de Britten blijven de Europese tegenstellingen groot. Vrijwel alle dossiers leiden tot stevige discussies. De uitwerking van het ambitieuze klimaatplan van de Europese Commissie is een vat vol potentiële conflicten. Alleen al de kostprijs en de economische impact van het plan leiden tot conflictueuze gesprekken over de verdeling van de lasten tussen de landen. De voortrekkersrol die Europa wil spelen, is dus nog lang geen feit.

De strijd tegen de opwarming van de aarde zal ook een grote invloed hebben op de energiebevoorrading. De fossiele energie mag dan aan belang verliezen, de controle over de bronnen en de toevoer naar andere landen blijft een belangrijke geopolitieke factor. Al is het maar om de inkomsten veilig te stellen in een almaar krimpende markt.

6. Meer mensen krijgen dementie

Het aantal dementiepatiënten groeit snel. Maar het wetenschappelijk inzicht groeit mee.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) luidt de alarmbel: er komt een dementie-tsunami op ons af. Vandaag zijn er wereldwijd al zo’n 50 miljoen patiënten, in 2030 zijn dat er 82 miljoen. In Vlaanderen stijgt het aantal dementerenden van 131.818 in 2018 tot 188.183 in 2035, schat het Expertisecentrum Dementie.

‘Vandaag bestrijdt medicatie alleen de symptomen. Er is niets dat de oorzaak aanpakt of dementie vertraagt’, zegt dementieonderzoeker Rosa Rademakers. Ze gaf dit jaar haar job in de vermaarde Mayo Clinic in Florida op om het Centrum voor Moleculaire Neurologie aan de Universiteit van Antwerpen te leiden.

Volgens Rademakers is de voorbije twee decennia al flink wat progressie geboekt in dementieonderzoek. ‘We weten dat in de ziekte van Alzheimer (de meest voorkomende vorm van dementie, red.), maar ook bij andere vormen, hersencellen afsterven door specifieke eiwitophopingen. Er zijn nog geen medicijnen om die op te ruimen. Maar we kunnen wel al de eerste tekenen van die eiwitopstapeling zien, twintig jaar voor iemand de symptomen van dementie vertoont. Er zal dus meer worden ingezet op vroegtijdige behandeling.'

Dementieonderzoekers konden bij individuele erfelijk belaste families ook al achterhalen welk gemuteerd gen de eiwitophopingen veroorzaakt. ‘Er lopen nu klinische tests om gerichte medicijnen te ontwikkelen. Bij alzheimer kennen we de belangrijkste drie genetische mutaties. We kennen steeds meer stukjes van de puzzel.’

Rademakers gelooft dat we tegen 2030 doorbraken, zoals een vertraging van dementie, kunnen zien bij de individuele behandeling van erfelijk belaste families. ‘Voor andere patiënten zullen doorbraken bestaan uit nieuwe inzichten en ‘tools’, en klinische tests. Al denk ik niet dat er ooit één ‘magic bullet’ komt die dementie geneest.’

Dankzij performantere technologie ziet Rademakers het onderzoek wel ongelooflijk vooruitgaan. ‘Vroeger konden we de hersenen alleen in hun geheel bekijken, nu doen we ‘single cell’-analyses. De datahoeveelheden per patiënt zijn gigantisch. In mijn centrum zet ik zwaar in op bio-informatica om grote datasets te analyseren over het ziekteverloop en het bloedbeeld van patiënten met diverse hersenziektes.’

Bovendien beschikken onderzoekers al over een uitgebreider arsenaal dan hersenscans. ‘Om de risico’s in te schatten kunnen we ook in het bloed en het ruggenmergvocht naar eiwitten speuren die een rol spelen bij dementie. In de toekomst kan je die inzichten combineren met je genetische make-up. Daarom geloof ik dat we belanden bij gerichtere behandelingen voor groepen van mensen, zoals al het geval is bij kankertherapieën.’

In afwachting kan iedereen, ook wie niet erfelijk belast is, zijn risico op dementie verkleinen. De WGO wijst op toenemend bewijs dat weinig beweging, zwaarlijvigheid, een ongebalanceerd dieet, roken en overmatig alcoholgebruik het risico op dementie verhogen. Rademakers: ‘Mensen horen niet graag dat hun levensstijl een rol speelt. Maar de regel is: wat goed is voor je hart, is goed voor je hersenen.’

7. We reizen weer naar de maan

©REUTERS

Boots on the ground op Mars. Het blijft de ultieme droom van de ruimtevaart. Er lopen wetenschappelijke experimenten en simulaties om de rode planeet te verkennen en de lange reis te overleven. Maar de kans dat de Marswens in de komende tien jaar al werkelijkheid wordt, is behoorlijk klein.

De jaren twintig worden wellicht het decennium van de grote terugkeer naar de maan. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA plant een bemande trip in 2024, en stuurt minstens één vrouwelijke astronaut mee. Het project heet Artemis, naar de tweelingzus van Apollo. De eerste testvlucht met de nieuwe raket moet dit jaar plaatsvinden. Ook China wil na robots graag mensen naar de maan vliegen, maar dat wordt op zijn vroegst iets voor de jaren dertig.

Wie bij een terugkeer naar de maan een lichte teleurstelling niet kan onderdrukken wegens een déjà vu, hoeft niet te vrezen. Mars staat nog op de agenda. Meer nog, de missies richting de maan staan in het teken van de volgende stap.

De theorie is dat de maan de perfecte tussenstop is om met lokaal aangemaakte brandstof uit

water en in een omgeving van lagere zwaartekracht de volgende ‘giant leap’ te realiseren: een ruimtetuig in ‘deep space’ lanceren, richting Mars. Dat kan via een maanbasis of een ruimtestation in een baan om de maan.

Jim Bridenstine, de baas van de NASA, zei onlangs nog te geloven dat mensen in 2033 naar Mars vliegen, ondanks een onafhankelijk rapport dat die timing onhaalbaar acht. Een andere onzekere factor is politiek, zeker omdat de NASA bij de gratie van de president opereert. En de huidige opperbevelhebber is heel ongeduldig om een Amerikaan op Mars te zien landen.

In de jaren twintig staan nog meer verkenningsmissies met robots gepland richting de maan en Mars die de komst van mensen moeten voorbereiden. Komende zomer vertrekt de volgende Marsjeep van de NASA om begin 2021 te landen en gedurende minstens een Marsjaar (687 aardse dagen) de omgeving te onderzoeken.

De jaren tien waren het decennium van de doorbraak van het kapitalisme in de ruimtevaart. De overheidsagentschappen lieten ruimte voor private ruimtevaartspelers. Onder meer SpaceX van Elon Musk en Blue Origin van Jeff Bezos vulden die in. De bedrijven van de techmiljardairs spelen een rol in de toekomstige maan- en Marsplannen. Blue Origin wil graag de maanlander voor de NASA bouwen, ook al heeft het tot dusver nog geen mensen gelanceerd. Dat deed ook SpaceX nog niet. Het doel van Musk om in 2024 een bemande vlucht naar Mars te ondernemen, vier jaar geleden uitgesproken, lijkt veel te optimistisch.

Het wordt een van de uitdagingen voor het nieuwe decennium: kan de commerciële ruimtevaart zich blijven ontwikkelen? Aan ambities nooit een gebrek in de ruimte, maar er valt nog veel te bewijzen.

8. Technologie helpt en bedreigt

Almaar sneller. Dat was jaren de belangrijkste uitdaging voor techneuten. Surfen via de vaste of mobiele verbinding kon altijd nog wel wat sneller. Met de intrede van het supersnelle mobiele internet 5G is die race bijna gelopen. Downloaden via de opvolger van 4G zal tot tweehonderd keer sneller gaan.

De meerwaarde van 5G schuilt niet zozeer in de snelheid waarmee we naar video’s kijken. Op het netwerk zal ook minder ‘file’ zijn, waardoor applicaties sneller reageren. Vooral de industrie wacht daarop. De inzet van robots op de werkvloer wordt een pak interessanter als ze aan te sturen zijn via een razendsnelle, ‘filevrije’ verbinding.

Ook buiten de fabriek zal alles connecteren met het web: weginfrastructuur, voertuigen, huishoudtoestellen. Het krijgt weleens schertsend het etiket ‘smart everything’ opgeplakt. Al in 2016 voorspelde de netwerkbeheerder Cisco dat in 2030 500 miljard toestellen met het net verbonden zullen zijn. Dat zijn allemaal toestellen die de mens kan aansturen.

Maar ze verzamelen ook data uit de omgeving. En die kan de mens opnieuw aan het werk zetten, vooral voor het trainen van zelflerende algoritmes. Artificiële intelligentie (AI) is het idee dat machines bijleren en uiteindelijk even intelligent worden als wij. Zelflerende algoritmes tonen nu al intelligentie op peuterniveau: ze kunnen beelden, spraak of patronen herkennen en reproduceren.

De vraag is: kan de commerciële ruimtevaart zich blijven ontwikkelen?

Miljarden met het net verbonden toestellen zullen de komende jaren dus een datastroom genereren die via snelle verbindingen tot bij algoritmes komen, die eruit kunnen leren. Hoever springt de technologie daarmee? Hoe fel wijst de hockeystick naar boven? Sommige doorbraken zijn hoopgevend. Deepmind, de AI-dochter van Google, maakte deze week bekend dat AI borstkanker even goed kan opsporen als gespecialiseerde radiologen.

Maar technologie is de voorbije decennia niet alleen ten goede gebruikt. Ook voor de komende tien jaar zijn er tal van besognes. Technologie is ook niet langer vrijblijvend: voor landen als de VS en China zijn AI en 5G van strategisch belang.

Miljarden toestellen met het net verbinden houdt ook risico’s in. Cybercriminelen of rivaliserende naties hebben een pak meer toegangspoorten om kritische infrastructuur van een land te hacken. Landen zetten daarom in hoog tempo verdedigingslinies tegen cyberaanvallen in de steigers. Een cyberoorlog valt niet uit te sluiten.

Een andere kopzorg is de impact van AI op de werkvloer. Robots zullen repetitief werk in een gecontroleerde omgeving nog gemakkelijker overnemen met de hulp van AI. Onderzoek van de universiteit van Oxford uit 2013 concludeerde dat 47 procent van de jobs in de VS geautomatiseerd zou kunnen worden ‘in de eerstkomende twee decennia’. Een stroom aan onderzoeken geeft wel aan dat nieuwe jobs in de plaats van geautomatiseerde komen.

Een grondverschuiving op de arbeidsmarkt is uiteraard niet onschuldig: mensen verliezen hun baan of moeten zich omscholen in hun huidige job. Dat komt boven op een ander mogelijk onthechtend effect van technologie: nu al staan algoritmes in voor wie we daten (Tinder) of wat we kijken (Netflix). Die sneeuwbal valt niet af te remmen.

9. Markteconomie is aan bijsturing toe

De vrijemarkteconomie, ook wel het kapitalisme genoemd, is de voorbije twee eeuwen een motor van economische en technologische vooruitgang geweest. De wereld is welvarender dan ooit. Almaar minder mensen leven in extreme armoede. Nooit eerder hadden zoveel mensen een job. China is in enkele decennia van een van de minst ontwikkelde landen ter wereld uitgegroeid tot een economische wereldmacht.

Het palmares van de vrijemarkteconomie is indrukwekkend. Maar ze heeft ook minder fraaie kanten. De belastende effecten van de economische activiteit op het milieu en het klimaat worden niet genoeg in rekening gebracht. De vrije markt betekent daarom te vaak dat ongestraft roofbouw wordt gepleegd op onze aardbol. In naam van dezelfde vrije markt wordt soms een loopje genomen met de sociale grondrechten.

Het kapitalisme wordt ook gezien als oorzaak van de hoge inkomens- en vermogensongelijkheid en van de ongebreidelde groei van bedrijven die zo veel macht verwerven dat de politiek er geen greep meer op heeft.

Maar het zou een vergissing zijn het kind met het badwater weg te gooien. In economische kringen is het besef gegroeid dat de uitwassen moeten worden bestreden om een breed maatschappelijk draagvlak te behouden voor de vrijemarkteconomie. Ofwel gebeurt het bijsturen op eigen initiatief. Ofwel moet de overheid regels opleggen.

Het palmares van de vrijemarkteconomie is indrukwekkend. Maar ze heeft ook minder fraaie kanten.

Om te beginnen moeten de spelregels van de markteconomie zo worden bijgeschaafd dat het kapitalisme een bondgenoot wordt in de strijd tegen de klimaatverandering, in plaats van een hinderpaal of zelfs een tegenstander.

Een tweede werf is het streven naar een minder grote ongelijkheid. Volgens het jongste Global Wealth Report van Credit Suisse heeft 1 procent van de wereldbevolking 45 procent van de rijkdom in handen. Een te grote inkomens- en vermogensongelijkheid leidt tot sociale en politieke spanningen, en drukt de potentiële economische groei.

Om de bevolking weer meer met de vrijemarkteconomie te verzoenen moet ook worden verhinderd dat grote, internationaal opererende bedrijven aan hun belastingplichten kunnen ontsnappen. Landen proberen daarover internationaal afspraken te maken om de mazen in het net te dichten. Dat verloopt moeizaam. De komende tien jaar moeten daarin toch belangrijke stappen kunnen worden gezet.

Een andere werf is het vormen van een (politiek) tegengewicht tegen de almacht van sommige bedrijven die steeds groter worden. Denk aan de Facebooks, Apples, Amazons en Googles van deze wereld. Het mededingingsbeleid moet opnieuw worden aangescherpt. Als bedrijven te dominant worden in hun sector, schaadt dat de concurrentie en remt dat de technologische vernieuwing af. De Europese Commissie is daarmee al bezig. De VS aarzelen nog.

10. Bestaat België nog in 2030?

©BELGA

Na een jaar waarin België van 1 januari tot 31 december geen volwaardige regering had, is het moeilijk optimistisch te zijn over de toekomst van het land. Christen-democraten, socialisten en liberalen haalden in 1999 nog samen 106 van de 150 Kamerzetels. In 2010 waren dat er nog 96. Sinds mei vorig jaar 72. Nooit zaten er zoveel Vlaams-nationalisten in de Kamer als nu.

De kans is reëel dat de Vlaamse kiezer dit decennium België helemaal blokkeert. Niet dat er noodzakelijk plots een meerderheid voor Vlaamse onafhankelijkheid opstaat. Maar het is niet ondenkbaar dat genoeg kiezers opstaan met zo’n afkeer van de klassieke bestuurspartijen dat ze de N-VA en het Vlaams Belang aan een meerderheid helpen.

De vraag is wat dan gebeurt. Een eerste deel van het verhaal kennen we al. De federale regering valt stil. Maar dan? Gaan we na het malgoverno ook het land splitsen?

Het wordt moeilijker dan dat. België is als een ruziënd echtpaar dat bijeenblijft voor de kinderen en de hypotheek op het huis. Het geruzie gaat over belastingen en besparingen. Het kind is Brussel. De schuld is de staatsschuld. En het huis de sociale zekerheid.

Zo moeilijk het is België te besturen, zoveel moeilijker is het om het te splitsen. Hoe verdeel je meer dan 470 miljard euro staatsschuld over Vlaanderen en het veel armlastiger Brussel en Wallonië zonder dat buitenlandse investeerders panikeren, omdat ze niet weten wie hun schuldeiser wordt? Hoe ga je Brussel hervormen, politiek gedomineerd door Franstaligen maar geografisch omringd door Vlaanderen?

De meest pragmatische tussenweg tussen het malgoverno en de splitsing is wellicht een zevende staatshervorming. Historisch houdt het steek. De jongste halfeeuw ondergaat België er een om het decennium: 1970, 1980, 1989-1991, 2001, 2016. Ook pragmatisch houdt tien jaar steek, omdat dan de vorige staatshervorming is uitgevoerd en geëvalueerd, en klaar is voor bijsturing.

Zullen de Franstaligen dat willen? Ze worden in elk geval vragende partij. In de financieringswet - de machinerie achter de geldstromen tussen alle Belgische overheden - staat sinds 2016 dat de extra solidariteitsstroom naar Wallonië blijft vloeien tot in 2024 en dan in tien jaar naar nul daalt.

Wordt België het komende decennium een voorbeeldstaat? Laten we hopen. Maar laten we er voor de zekerheid van uitgaan dat de kans klein is. Zal het splitsen? Ook moeilijk. De weg van de minste weerstand lijkt te leiden naar een zevende staatshervorming.

Als ze handig wordt uitgevoerd, zal de ene ze confederalisme kunnen noemen, en de andere de redding van België.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud