Ariel Sharon 1928-2014

Niet alleen wegens zijn imposante figuur kreeg hij de bijnaam ‘bulldozer’. Ariel Sharon denderde een halve eeuw lang door voor zijn geliefde Israël. De ex-premier overleed zaterdag op 85-jarige leeftijd. Maandag, wordt hij begraven. Armand De Decker vertegenwoordigt België op de begrafenis.

Het was geen toeval dat Ariel Sharon zijn autobiografie uit 2001 de titel ‘Warrior’ meegaf. Gedurende zijn lange loopbaan was hij in de eerste plaats een strijder. Als militair natuurlijk, maar zeker ook als politicus. De Pruisische strateeg Carl von Clausewitz noemde ‘de oorlog de voortzetting van de politiek, maar met andere middelen’. Voor Sharon leek de politiek vooral het verlengstuk van de oorlog.

Aan die strijd kwam vandaag een einde. Sharon overleed op zijn 85ste aan de complicaties van een operatie. Verschillende organen hadden het na de ingreep plotseling laten afweten. Artsen hadden enkele dagen geleden al laten weten dat de dood nakend was. Sharon lag in een coma nadat hij op 4 januari 2006 was getroffen door een zware hersenbloeding.

Met Ariel Sharon verdwijnt een van de laatste iconen van het moderne Israël. Geen enkele politicus in Tel Aviv en omstreken heeft vandaag nog zo’n impact op ’s lands politiek. Sharon draaide ruim een halve eeuw mee in de militaire en politieke mallemolen van de Joodse staat. Maar ondanks zijn verschillende levens was er één constante: Sharon was de doordouwer die alles overhad voor ‘zijn’ Israël.

Sharon werd in 1928 geboren in het Britse mandaatgebied Palestina. Als tiener sloot hij zich aan bij de Joodse milities die streden tegen de Britten en de Arabieren. Na de onafhankelijkheid van Israël in 1948 ging hij aan de slag bij Eenheid 101, die verantwoordelijk was voor een rist brutale vergeldingsacties tegen Palestijnen.

Bijna 30 jaar later zou Sharon - inmiddels minister van Defensie - in opspraak komen door een ander bloedbad. In volle Libanese burgeroorlog richtten christelijke milities in 1982 een bloedbad aan in de vluchtelingenkampen van Sabra en Shatila. Het Israëlisch leger was in de buurt, maar greep niet in. Een commissie zei dat Sharon indirect verantwoordelijk was voor het drama, waarop hij ontslag nam.

Ex-militair

Sharon had in 1973 de overstap naar de politiek gemaakt, zoals wel meer generaals deden. Hij lag mee aan de basis van de rechtse partij Likoed, waarmee de ambitieuze ex-militair de dominantie van de linkse Arbeiderspartij wilde doorbreken. De doorbraak kwam in 1977. Zonder veel politieke ervaring werd Sharon minister van Landbouw onder premier Menachim Begin.

In die periode begon Sharons vrijage met de kolonistenbeweging die na 1967 oprukte op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. ‘Palm zo veel mogelijk heuvels in’, zei Sharon tegen zijn aanhangers. En dus vestigden tienduizenden Joden zich op Palestijns grondgebied. Van toeval was geen sprake.

De nederzettingen waren een manier om zo veel mogelijk Palestijns land te claimen. Sharon was het boegbeeld van het streven naar een Groot-Israël. Hij maakte zich zorgen over het overleven van de Joodse staat in een vijandige Arabische omgeving. ‘Wat zal er over 30 jaar terechtkomen van de Joden, of over pakweg 300 jaar?’, vroeg hij zich in 1999 in een interview af. Het was een strijd om elke morzel grond.

Daarom was het des te verrassender dat Sharon 15 jaar later kwam aandraven met een ambitieus plan om alle Joodse kolonies in de Gazastrook te ontruimen. In augustus 2005 moesten 8.500 kolonisten noodgedwongen verhuizen. Dat gebeurde onder luidruchtig protest van de kolonistenbeweging en extreemrechtse groepen die Sharon verweten te zijn gezwicht voor de Palestijnse terreur.

In een interview met de Israëlische journalist Ari Shavit zei Sharon dat de ontruiming enkel bedoeld was om zijn land op lange termijn vrede en veiligheid te brengen. ‘Ik denk dat dit iets is dat ik wil nalaten: een poging doen om een akkoord te bereiken.’ En voor het eerst kreeg hij het over zijn lippen: ‘We moeten de realiteit onder ogen durven te zien. Uiteindelijk zal er een Palestijnse staat komen.’ Niet dat Sharon meteen een vredesduif was geworden. In de Palestijnen had hij nog altijd geen vertrouwen, en zeker niet in hun illustere kopman Yasser Arafat. Het was veelzeggend dat Sharon met zijn Gazaplan koos voor een eenzijdige maatregel in plaats van een dialoog met de Palestijnen. De hiep-hiep-hoerasfeer die in 1993 rond de akkoorden van Oslo had gehangen, was al lang vervlogen.

Palestijnse opstand

Sharon was begin 2001 voor de eerste keer premier geworden. Dat gebeurde in een woelige periode: de Palestijnen waren het jaar voordien in opstand gekomen tegen de aanhoudende Israëlische overheersing. Cruciaal was het bezoek dat Sharon in september 2000 had gebracht aan de Tempelberg, een van de heiligste plaatsen van de islam. Een pure provocatie, oordeelden de Palestijnen.

Eens hij aan de macht was, greep Sharon naar de grote middelen om de opstand de kop in te drukken. Hij stuurde het leger opnieuw de Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever in. En het leger omsingelde het hoofdkwartier van Arafat, zodat die zijn laatste jaren in isolement sleet.

Met die kordate aanpak groeide het aanzien van Sharon in eigen land. Maar de terugtrekking uit Gaza was voor veel van zijn hardlijnige aanhangers een brug te ver. Dat ‘verraad’ leidde eind 2005 tot de scheuring van zijn partij Likoed. Sharon stapte met een hele schare aanhangers op en richtte de beweging Kadima (Voorwaarts) op om aan de verkiezingen van maart 2006 deel te nemen.

Door zijn beroerte begin 2006 maakte Sharon die stembusgang niet meer mee. Kadima groeide met 29 zetels uit tot de grootste partij. Maar een combinatie van strategische onkunde en intern gesteggel deed de partij de das om. Bij de verkiezingen van 2013 haalde Kadima nog net de kiesdrempel, goed voor twee zetels. Zijn opvolgers hebben Sharons erfenis grondig verkwanseld.

Staatsbegrafenis

 
Blijft de vraag wat Sharons nalatenschap voor zijn geliefde Israël is. Journalist Ari Shavit omschreef de ex-premier ooit als de verpersoonlijking van de transformatie van het bescheiden Israël naar een brutale bezetter. Maar in zijn laatste jaren leek Sharon te beseffen dat die rol de Israëli’s nooit rust en veiligheid zou opleveren. Acht jaar na zijn plotse politieke afscheid worstelt de nieuwe generatie politici met dat dilemma.

Sharon zal maandagnamiddag worden begraven op zijn gezinsranch in het zuiden van Israël. Vandaag, zondag, zal de kist van de overleden ex-premier voor het publiek worden opgebaard in de Knesset, het parlement is Jeruzalem, terwijl daar maandag ook een officiële ceremonie gepland is.

Sharon wilde begraven worden op de familieranch, niet ver van de grens met Gaza, aan de zijde van zijn tweede echtgenote. Tijdens de begrafenis zal vicepresident Joe Biden de Verenigde Staten vertegenwoordigen. MR-senator Armand De Decker zal België maandag vertegenwoordigen op de begrafenis van de overleden ex-premier Ariel Sharon. Van de federale regering gaat er niemand naar de plechtigheid. Ook de Vlaamse regering stuurt geen minister.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud