analyse

Autoritaire leiders in 2019 kwetsbaarder dan ooit

De Russische president Vladimir Poetin is op 31 december 2019 precies 20 jaar aan de macht in zijn land. ©VIA REUTERS

Het was niet alleen het jaar van de woede waarin burgers wereldwijd op straat kwamen. Het protest borrelde in 2019 ook op in de verkiezingslokalen. Zelfs autoritaire leiders, onder wie ‘peetvader’ Vladimir Poetin, bleken kwetsbaarder dan ooit.

De datum was niet toevallig gekozen: op 31 december 1999, exact 20 jaar geleden, verraste Boris Jeltsin vriend en vijand door op te stappen als president van Rusland. Daarmee liet hij het einde van zijn bewind samenvallen met dat van het oude millennium. Het was aan zijn opvolger, Vladimir Poetin, om het nieuwe millennium in te luiden. ‘Zorg goed voor Rusland’, drukte Jeltsin Poetin nog op het hart voor hij de deur van het Kremlin dichttrok.

Exact 20 jaar later zit Poetin nog steeds in het zadel. In het nog jonge millennium groeide hij - ooit weggelachen als een grijze muis uit het labyrintische spionnennetwerk van de KGB - zowaar uit tot het rolmodel voor een generatie autoritaire leiders in pakweg Turkije, Hongarije en Polen. Zelfs de Amerikaanse president Donald Trump - krachtens zijn ambt toch officieus de ‘leider van de vrije wereld’ - stak zijn adoratie voor de daadkracht van Poetin niet weg.

Onaantastbaarheid

Rond Poetin hangt een aura van onaantastbaarheid sinds hij zijn autoritaire systeem op punt heeft gesteld. De justitie en het parlement lopen in de pas van het regime. De vrije pers heeft plaats gemaakt voor staatspropaganda. De altijd alerte Poetin schakelde ook zijn rivalen vakkundig uit. Zijn jongste slachtoffer is Aleksej Navalny, de anticorruptiestrijder die is uitgegroeid tot het boegbeeld van de oppositie.

Soms struikelt een dictator zelfs in de aanloop naar de georkestreerde verkiezingen. Het overkwam de Algerijnse leider Abdelaziz Bouteflika, die in april een vijfde ambtstermijn ambieerde.

Uitgerekend Navalny slaagde er afgelopen september in een barst te slaan in het geharnaste bewind van Poetin. Bij de lokale verkiezingen scoorde de oppositie opvallend sterk en drong ze de regeringspartij Verenigd Rusland in het defensief. In de hoofdstad Moskou verloor Verenigd Rusland zelfs een derde van de zetels en haalde de partij ternauwernood - lees: dankzij creatief boekhouden tijdens het stemmen tellen - een bijzonder krappe meerderheid.

Om de vernedering compleet te maken haalden de communisten zelfs meer stemmen dan Verenigd Rusland, al vertaalde dat zich niet in meer zetels. De Moskouse kandidaten van Verenigd Rusland hadden de bui al voelen hangen, want niemand durfde het aan onder de partijvlag op de lijst te staan. Op de verkiezingslijsten stonden dit jaar heel wat ‘onafhankelijke kandidaten’.

Slim stemmen

Navalny lag aan de basis van de nederlaag van het Kremlin, ook al had hij zelf geen toestemming gekregen deel te nemen aan de verkiezingen. Hij was trouwens niet alleen, de autoriteiten hadden via allerlei smoezen de populairste oppositiekandidaten geweerd. Daarop bedacht Navalny een systeem van ‘slim stemmen’, waarbij hij via sociale media kiezers opriep strategisch te stemmen voor de meest kansrijke uitdagers van de kandidaten van het Kremlin.

De tegenvallende verkiezingsresultaten betekenen niet meteen dat het regime van Poetin wankelt. Maar door de groeiende onvrede heeft hij steeds minder manoeuvreerruimte om zijn positie via slinkse trucs veilig te stellen. Het is uitkijken naar de parlementsverkiezingen van 2021. In afwachting schroefde Poetin de repressie op: enkele dagen na de stembusgang viel de politie binnen bij aanhangers van Navalny. ‘Poetin is heel boos’, luidde diens oordeel.

Vernedering

Ook andere leiders kregen het afgelopen jaar af te rekenen met weerbarstige kiezers. Voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan - die als geen ander in de voetsporen van Poetin trad - draaiden de gemeenteraadsverkiezingen eind maart uit op een vernedering. Zijn AK-partij verloor in de hoofdstad Ankara en een rist andere grote steden de macht aan de oppositie.

Het gezichtsverlies was groot in Istanboel, waar Erdogan in de jaren 90 zelf burgemeester was. ‘Wie Istanboel bezit, bezit Turkije’, beweerde hij ooit. Het verklaart misschien waarom hij weigerde zich neer te leggen bij de overwinning van oppositiekandidaat Ekrem Imamoglu. De AK-partij dwong nieuwe verkiezingen af, maar Imamoglu won die met een nog grotere meerderheid.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan leed in 2019 een gevoelige nederlaag: zijn AK-partij verloor de controle over Istanbul. ©AFP

De verkiezingsnederlaag bewees dat Erdogan, 16 jaar nadat hij aan de macht is gekomen, niet onaantastbaar is. De linkse krant Birgün kopte hoopvol: ‘Het einde is nabij.’ Dat lijkt evenwel wat prematuur: Erdogan zit zeker nog tot 2023 stevig in het zadel en heeft dankzij de grondwetswijziging van 2017 - die volledig op zijn maat is geschreven - ongeziene bevoegdheden.

Imamoglu vierde het burgemeesterschap van Istanboel als een ‘overwinning voor de democratie’. Hij prees zijn positieve campagne van ‘radicale liefde’ aan als een succesformule voor de oppositie elders ter wereld om de strijd aan te binden met autoritaire populisten. Een cruciale factor is volgens hem dat de oppositie de rangen sluit, wat zeker in de hectische Turkse politiek geen sinecure is.

Illiberale democratie

De boodschap van Imamoglu bereikte in oktober het Hongarije van premier Viktor Orban. De ‘Viktator’ bouwde zijn land naar eigen zeggen uit tot een ‘illiberale democratie’ waarin de regeringspartij Fidesz dominant is. Dat gebeurde door de grondwet en de verkiezingsregels aan te passen op maat van het regime. Het leverde Orban banbliksems op van de Europese Commissie.

Evo Morales stapte op 10 november na wekenlange protesten op als Boliviaans president. ©AFP

Maar bij de lokale verkiezingen van oktober leed Fidesz een gevoelige nederlaag toen de oppositie erin slaagde 10 van de 23 grootste steden te veroveren, een winst van 7. Vooral het verlies bij de burgemeestersverkiezingen in de hoofdstad Boedapest viel op. Daar hadden de oppositiepartijen een gezamenlijke kandidaat naar voren geschoven: Gergely Karacsony, die de zittende Fidesz-burgemeester versloeg.

Net als Poetin en Erdogan moet Orban zich niet meteen zorgen maken. Voorlopig blijft de winst van de oppositie beperkt tot het lokale veld. Maar Karacsony merkte in de Financial Times op dat het lokale bestuur een buffer tegen de nationale dominantie van de regeringspartij kan opwerpen. De democratisering moet volgens hem van onderuit komen. En een sterke oppositiekandidaat kan potentaten wel degelijk het leven zuur maken.

Zelfbediening

Dat autoritaire leiders niet veilig zijn, bleek afgelopen jaar in Bolivia waar Evo Morales zijn biezen moest pakken, uitgerekend na verkiezingen die hem aan een vierde ambtstermijn hadden moeten helpen. Maar de Bolivianen pikten de schaamteloze zelfbediening door Morales niet meer en trokken massaal de straat op nadat de president de overwinning in de eerste ronde had opgeëist. Morales kreeg inmiddels politiek asiel in Argentinië.

De Hongkongers bezorgden de Chinese president Xi Jinping in 2019 flink wat hoofdbrekens. Al zes maanden trekken ze de straat op om te demonstreren tegen hun regering en de groeiende Chinese invloed in de stadstaat. ©REUTERS

En soms struikelt een dictator zelfs in de aanloop naar de georkestreerde verkiezingen. Het overkwam de Algerijnse leider Abdelaziz Bouteflika, die in april een vijfde ambtstermijn ambieerde. Dat was er voor veel Algerijnen te veel aan, want de 82-jarige Bouteflika was na een beroerte al jaren niet meer in staat te regeren. Hij was niet meer dan het gezicht van de elite die achter de schermen zichzelf verrijkte. Na wekenlange protesten trok Bouteflika zijn kandidatuur in en stapte op.

Van opstandige kiezers heeft de Chinese leider Xi Jinping geen last. Hij maakte er nooit een geheim van dat hij niet gelooft in democratie en doet dus ook geen moeite electorale schijnvertoningen op te voeren. Toch is er een regio in China waar wel nog verkiezingen plaatsvinden: Hongkong, dat dit jaar eens te meer bewees het Asterixdorp te zijn in het onmetelijke communistische rijk van Xi Jinping.

Repressie

Nadat Hongkong maandenlang werd verlamd door massale protesten tegen de Chinese inmenging keerde de bevolking zich in november ook in de stemlokalen tegen Peking. De verkiezingen voor districtsraden - die eigenlijk weinig bevoegdheden hebben - draaiden uit op een eclatante triomf voor de prodemocratische beweging. Xi Jinping reageerde door de hakken in het zand te zetten.

Net als hun Chinese collega dreigen Poetin, Erdogan en co. de repressie op te schroeven na de recente verkiezingsdebacles. Zij beseffen dat elk teken van kwetsbaarheid hen fataal kan zijn. Dus wordt de oppositie de duimschroeven verder aangedraaid en krijgt de pers het weer eens zwaar te verduren. Blijft de vraag hoelang de potentaten hun gehavende harnas kunnen uitblutsen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud