Daar zijn de onevenwichten in de wereldhandel weer

Nu de wereldhandel weer op gang komt, groeit meteen ook weer een van de grootste zorgen over de wereldeconomie: de onevenwichten. De Amerikanen sparen te weinig en geven te veel uit. Voor de Duitsers en de Chinezen geldt het omgekeerde. Dat kan gevaarlijk zijn.

China meldde gisteren dat zijn handelsoverschot weer omhoog schiet. Maandag bracht Duitsland hetzelfde nieuws. En in de Verenigde Staten zwelt het handelstekort weer aan: de Amerikanen voeren meer buitenlandse goederen in dan dat ze Amerikaanse producten exporteren.

Eigenlijk zijn die onevenwichten nooit verdwenen, legt Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België, uit. Ze zijn gewoon statistisch kleiner geworden omdat de wereldhandel de voorbije jaren in elkaar stuikte. Nu de handel heropleeft, worden ook de tekorten en de overschotten opnieuw groter.

Duitsland

Toch hoeft niet ieder onevenwicht zorgen te baren. Het is normaal dat een oudere bevolking minder geld uitgeeft en het opspaart. Het huis is afbetaald, de kinderen zijn het nest uit en er mag een appeltje voor de dorst worden opzijgelegd. Om die reden is het niet zo onlogisch dat de Duitse bevolking spaargeld oppot, zegt Vanden Houte. Macro-economisch betekent zoiets dat je veel uitvoert (wat geld opbrengt) en weinig invoert (wat geld kost).

Wil dat zeggen dat het Duitse handelsoverschot de komende jaren blijft stijgen? Dat is niet zeker. De voorbije jaren gingen de vakbonden akkoord om de lonen van werknemers te bevriezen, in ruil voor werkzekerheid. Nu hebben ze al laten weten dat ze in de volgende loononderhandelingen opnieuw hogere lonen gaan eisen. Dat zou de consumentenuitgaven in Duitsland kunnen doen stijgen. Een andere factor is dat de werkloosheid in Duitsland nu al een klein jaar daalt. Ook dat zou ertoe kunnen leiden dat de Duitse gezinnen meer geld uitgeven.

Maar au fond kunnen we niet verwachten dat de Duitsers plots geld beginnen te spenderen als een Amerikaan met vijf kredietkaarten. En uitgerekend die Amerikaanse consument werd vóór de financiële crisis beschouwd als de motor van de wereldeconomie.

China

Als de Duitse consument die nieuwe motor niet wordt, wordt de Chinese consument dat dan wel? De handelscijfers die gisteren bekend werden, laten vermoeden van niet.

Toch zou er in China op lange termijn iets kunnen bewegen. De kleinhandelsverkoop - die in absolute cijfers stukken kleiner is dan de export - stijgt er systematisch. Naarmate ontwikkelingslanden rijker worden, begint de bevolking er traditioneel meer geld uit te geven. Vanden Houte wijst erop dat in heel wat grote Chinese fabrieken het personeel de laatste maanden forse loonsverhogingen heeft gekregen.

Dat China zo’n groot handelsoverschot boekt is niet normaal, zegt Vanden Houte. Een land met een groeiende economie en een jonge bevolking moet net investeringen uit het buitenland krijgen, die het dan later - als de groei zich manifesteert - afbetaalt.

Dat de Chinezen toch zoveel sparen, heeft twee redenen. De eerste is het trauma van de Azië-crisis in de late jaren negentig. Vóór die crisis hadden Aziatische groeilanden als Indonesië of Maleisië wel degelijk handelstekorten. Maar in de crisis vluchtte het buitenlandse kapitaal. Door handelsoverschotten op te bouwen zijn Aziatische landen nu niet meer afhankelijk van dat buitenlandse kapitaal.

De tweede reden is dat de Chinezen geen sociale zekerheid hebben. Dat maakt dat de gezinnen zelf sparen, zodat ze in tijden van ziekte of ouderdom niet omkomen van armoede.

Dat leidt ons meteen naar het derde onevenwicht. De Chinese banksector is namelijk heel slecht uitgebouwd. De keuze gaat tussen slecht renderende spaarrekeningen, of meteen de risicovolle beurs. Tussenin is er weinig. Dat maakt dat heel wat Chinees geld vloeit naar het land met misschien wel de best uitgebouwde financiële sector ter wereld: de VS.

Verenigde Staten

De handelsbalans van de VS laat zien hoe de Amerikanen nog steeds meer in- dan uitvoeren. Cru samengevat winkelen ze nog steeds met geld dat ze van de Chinezen en de Duitsers lenen. De spaarquote - het deel van hun inkomen dat ze sparen - is gestegen, maar is nog steeds peanuts in vergelijking met dat van de Europeanen of Chinezen.

Dat soort onevenwichten is gevaarlijk, niet alleen voor het land zelf maar ook voor wie er investeert. Toen de kredietcrisis de VS in een recessie stortte, kwamen de Duitse banken in de problemen. Zij hadden veel Amerikaanse hypotheekleningen gefinancierd.

Kapitaalstromen zijn nodig, zegt Vanden Houte. ‘Maar kapitaalstromen in een rare richting kunnen heel gevaarlijk zijn. Daardoor kunnen crisissen zich heel snel verplaatsen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud