nieuwsanalyse

De agenda van De Tijd: wat komt er op u af in 2015?

©Photo News

Een krant moet niet enkel het nieuws brengen, maar ook de verbanden en de grote evoluties tussen die nieuwsfeiten blootleggen. Daarom geven we u nu al onze agenda voor 2015 mee: de vijf thema's die volgens ons een rode draad zullen vormen tussen de overvloed aan gebeurtenissen die op u afkomen

De crisis is chronisch

De strijd om weer met groei aan te knopen wordt lastig. En dat zet ons model onder druk.

Platgeslagen. Dat zijn we sinds eind 2007 de financiële crisis losbarstte. Meer dan zeven jaar verder staat het Belgisch bruto binnenlands product per inwoner - de betrouwbaarste graadmeter van welvaart - nog altijd niet terug op het niveau van toen. De groei is plat. De inflatie is plat. De rente is plat. Het vertrouwen in de toekomst ook.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En zo is het maar net met de groei, die we helaas nodig hebben.

Een van de belangrijke vragen voor 2015 is hoe we weer kunnen aanknopen met groei. Toen in 2008 de banken en daarna de economie crashten, dempten de centrale banken de schok met een ongeziene airbag. Toen leefde nog het idee dat het ging om een uitzonderlijke, maar tijdelijke shocktherapie. Zeven jaar later is de airbag een comfortabel kussentje geworden, waarop de economie rustig neerzit.

Soms wordt geopperd dat dat net is wat we nodig hebben: een economie zonder groei. Het is bijvoorbeeld beter voor het milieu. Sommige statistieken bevestigen dat ook: omdat er zo weinig vraag is naar energie, is een vat ruwe olie per liter tegenwoordig goedkoper dan een fles mineraalwater in de winkelrekken. Ook de olieprijs is platgeslagen.

  1. De crisis is chronisch
  2. Op zoek naar fairness
  3. De verandering is onverbiddelijk
  4. Wereldconflicten worden radicaler
  5. Iedereen ondernemer

Maar tegelijk leerden de voorbije jaren hoe lastig een wereld zonder groei is. Zonder groei slaagt de federale regering er niet in de stijgende vergrijzingskosten bij te benen, en kraakt de welvaartsstaat. Als ze de extraatjes uit de groei niet onder elkaar mogen verdelen, raken vakbonden en werkgevers het over niets eens. Zonder groei aarzelen bedrijven om werknemers aan te werven, omdat de lonen nu eenmaal automatisch stijgen maar de verkoop naar verwachting niet.

Geen snoepjes

Zonder extra inkomsten uit groei is het ook lastiger een staatsschuld te torsen die hoger is dan de welvaart die we jaarlijks produceren. Zonder groei zullen nieuwe problemen, zoals we er de komende maanden rond Griekenland één mogen verwachten, harder aankomen. Zonder groei kan je de ene bevolkingsgroep maar iets geven door het van anderen af te nemen, en polariseert het debat. Zonder groei heeft de regering geen snoepjes om uit te delen, en kan ze de bitterheid van besparingen en hervormingen niet zoeter maken. En laat net die hervormingen nodig zijn om opnieuw meer mensen langer en slimmer aan het werk te krijgen, en zo weer te groeien. We zijn vastgelopen.

In 2015 moet die vicieuze cirkel worden doorbroken. Er zijn pogingen genoeg. Verwacht wordt dat Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, al op 22 januari aankondigt dat zijn instelling nog agressiever gaat proberen de economie op gang te krijgen. Die extra financiële ademruimte moet regeringen de zuurstof geven om hervormingen door te voeren die tot meer werk leiden. De regering-Michel heeft - tot ergernis van vakbonden - dergelijke hervormingen op stapel staan.

De Europese Commissie hoopt in 2015 het vertrouwen te herstellen met een investeringsplan van 315 miljard euro, dat tegen het einde van het jaar voor meer dan de helft gevuld moet zijn. En eveneens tegen het einde van het jaar hoopt ze een vrijhandelsakkoord met de VS rond te krijgen dat de groei 0,5 procentpunt hoger zou moeten duwen. Lukt het? Misschien, maar het zal doorzetting en geduld vergen. Zoals we ondertussen al zeven jaar weten, komt vertrouwen te voet en gaat het te paard. En zo is het maar net met de groei, die we helaas nodig hebben.

Op zoek naar fairness

Het debat over een eerlijke spreiding van de belastingen en saneringsinspanningen tussen gezinnen en bedrijven, jongeren en ouderen, multinationals en kmo’s zal in 2015 meer dan ooit gevoerd worden.

Als de economische koek niet groeit, wordt het gevecht om de verdeling ervan bitsiger. De verontwaardiging over de hoge bankiersbonussen en de exorbitante rijkdom van succesrijke technologieondernemers is niet nieuw. Maar het was de Franse econoom Thomas Piketty die er vorig jaar een belangrijk economisch thema van maakte met zijn boek ‘Capitalism in the Twenty-First Century’.

Fairness houdt ook in: niet enkel claimen dat anderen méér moeten bijdragen, maar zelf ook bereid zijn iets te doen.

Niet zozeer door de analyse die hij maakte, maar vooral door de timing: hij publiceerde zijn boek over inkomens- en vermogensongelijkheid op een ogenblik dat duidelijk werd dat de vertraging van de economische groei misschien niet van tijdelijke aard is. Daardoor wordt de discussie over de verdeling van de economische welvaart belangrijker. En feller. Want als er geen economische groei is, kan aan sommigen alleen gegeven worden als anderen iets afgenomen wordt.

Dat de verdeling van inkomen, vermogen en gevraagde inspanningen door iedereen als billijk wordt ervaren, is noodzakelijk om de samenhang in de samenleving te behouden. Het is een terechte bekommernis. Want het opzeggen van dat impliciete sociaal contract leidt tot spanningen en politieke instabiliteit. ‘Rechtvaardige verdeling’ is echter een subjectief begrip dat iedereen anders invult. En te veel gelijkheid is ook een vorm van ongelijkheid en dus evenmin fair.

©Jacques Moeraert

‘Faire’ verdeling wordt in 2015 een belangrijk thema. Ook in bedrijven. Om jonge, beloftevolle medewerkers beter te kunnen betalen, staan in een aantal ondernemingen de automatische anciënniteits- loonsverhogingen ter discussie waarvan oudere werknemers genieten. Onder meer bij BNP Paribas Fortis is dat het geval. Het idee van een ander loopbaanmodel waarbij het salaris meer wordt afgestemd op de vaardigheden en de productiviteit van de werknemers dan op hun leeftijd staat ook in het regeerakkoord van Michel I.

Om het vakbondsprotest tegen de besparingsmaatregelen te doen ophouden, moet de regering-Michel met iets voor de pinnen komen om de perceptie te counteren dat de inspanningen niet rechtvaardig verdeeld zijn. Er wordt verwacht dat de regering bij de begrotingscontrole in maart een of andere vorm van extra vermogenswinstbelasting zal voorstellen.

De vraag naar een faire verdeling van de lasten houdt echter eveneens in dat iedereen een inspanning levert. Door langer te werken bijvoorbeeld om de pensioenen betaalbaar te houden. Door zich niet mordicus te verzetten tegen een indexsprong die de concurrentiekracht van de bedrijven moet verbeteren. Fairness houdt ook in: niet enkel claimen dat anderen méér moeten bijdragen, maar zelf ook bereid zijn iets te doen.

Internationaal is er de discussie over de belastingontwijking door multinationals, in 2014 aangewakkerd door LuxLeaks, onthullingen over de belastingvoordelen die Luxemburg geeft. Dit jaar moeten opnieuw stappen worden gezet om de discutabele belastingpraktijken van multinationals aan banden te leggen. De OESO zal in de loop van dit jaar met een tweede reeks aanbevelingen komen in het raam van het actieplan dat de denktank samen met de G20 heeft opgezet. Ook de Europese Commissie heeft initiatieven in het vooruitzicht gesteld in de strijd tegen belastingontwijking en voor een faire fiscale concurrentie.

De verandering is onverbiddelijk

De nieuwe technologie gooide al heel wat sectoren overhoop. Maar dit jaar kan niemand nog aan de revolutie ontsnappen.

Het volstaat de rugzaktest te doen om te zien hoe snel technologie de wereld verandert. Als je tien jaar geleden op reis ging, had je een camera mee, een kaart, een reisgids, een paar boeken of tijdschriften, een telefoon, een adresboek, een tiental cd’s, een cd-speler, sommigen een reisnotitieboekje, anderen een gameboy of een spel kaarten, sommigen zelfs een wekker. Nu passen al die dingen in je broekzak. Het is je smartphone.

Het is vooral de snelheid en de alomtegenwoordigheid van de veranderingen die nieuw is.

Wat het gemak is voor de ene, is een nachtmerrie voor anderen. Boekenuitgevers gruwen van Kindle, taxibedrijven van Uber, hoteliers van Airbnb, autobouwers en -verzekeraars van Googles driverless car, bankiers van Apples plannen om met je smartphone te betalen.

Het is vooral de snelheid en de alomtegenwoordigheid van verandering die nieuw is. Het begon vrij veilig in de entertainmentwereld, met gratis muziek op Spotify en leuke Youtube-filmpjes die via Facebook worden gedeeld. Ook in de industrie gaat het hard, met almaar betere robots en 3D-printing. Maar sinds een paar jaren zit de disruptie overal: in de hotels, op de straten, op de landbouwvelden, in de overheidskantoren.

Een paar voorbeelden. In de Verenigde Staten heeft Monsanto een Google-project gekocht dat data over het klimaat en de bodem van 25 miljoen akkers heeft. Met die data weet de chemiereus beter dan boeren wat er gezaaid moet worden. Nog in de VS gingen slaapklinieken failliet omdat de patiënten nu via hun iPhone hun slaap monitoren. In Harvard merkten ze plots dat niemand nog de cursus boekhouden volgde, omdat een andere universiteit de leerstof online veel beter doceerde. En wereldwijd doen taxichauffeurs er alles aan om Uber buiten te houden.

Uber toont goed aan hoe moeilijk de discussie is. In Brussel rijden 1.300 taxi’s rond. De taxibedrijven hebben per wagen een licentie gekregen van de Brusselse regering, en zo het recht gekregen een monopolie te runnen. De overheid reguleert dat monopolie: taxichauffeurs moeten een opleiding hebben gevolgd en moeten van goed gedrag en zeden getuigen.

Uber doorprikt dat businessmodel. Als er weinig auto’s op straat zijn, stijgt de prijs van een Uber-rit, waardoor meer chauffeurs het de moeite vinden in de wagen te stappen. De overheidscontrole is niet meer nodig want de klanten evalueren de chauffeur online. Het monopolie wordt genegeerd. En taxichauffeurs verliezen hun job.

Is een faire oplossing mogelijk? Wellicht wel, maar ze is niet eenvoudig. Ze bestaat erin dat de overheid het monopolie opgeeft, minimumeisen voor álle wagens oplegt en vervolgens de markt en de klanten hun werk laat doen. En lastiger: taxichauffeurs die hun licentie van een ander taxibedrijf overkochten - prijzen gaan tot 50.000 euro per auto - zouden (een deel van) dat geld op een of andere manier terug moeten krijgen.

Maar om dat te doen is grote soepelheid nodig. Net daar ligt de grote uitdaging van de disruptie. Organisaties die niet snel kunnen bewegen, gaan roemloos ten onder. Het verhaal dat alles vertelt, is dat van Kodak en IBM. Kodak zag door de digitale fotografie zijn sector veranderen, veranderde niet mee en ging in 2013 roemloos ten onder. De pc-bouwer IBM zag begin jaren 90 zwarte sneeuw toen iedereen laptops begon te kopen. Maar het vond zichzelf opnieuw uit, zette in op consultancy en maakt nu jaarlijks 16 miljard euro winst, een veelvoud van de winsten uit zijn pc-hoogdagen.

Nu disruptie ook de overheid bereikt, komt het er voor de staat op aan iets te doen waar hij niet goed in is: radicaal denken en snel reageren.

Wereldconflicten worden radicaler

In 2015 wordt de geopolitieke agenda bepaald door een verdere radicalisering van de conflicten, ver en dichtbij.

Op het hellend vlak van de geopolitiek is het moeilijk om voorspellingen te doen. Maar in 2014 zijn een reeks dossiers beginnen te schuiven, die in 2015 onvermijdelijk een radicaler vervolg krijgen.

Wereldwijde problemen, zoals de klimaatopwarming, vallen tussen de plooien van de heersende conflicten en crisissen.

Het conflict in Oekraïne verlamde in 2014 de relatie tussen Europa (en de VS) en Rusland. Er is geen diplomatieke doorbraak in zicht. De westerse sancties en de Russische tegenmaatregelen hebben hun effect niet gemist. Vooral in Rusland niet omdat ook de olieprijs kelderde. Er is in ieder geval een nieuwe ijstijd aangebroken. In tegenstelling tot in de ‘oude’ Koude Oorlog is er geen zekerheid over waar de vijandelijkheden zullen stoppen en wanneer. In zijn patriottisme zal Poetin wel eerder onderuitgehaald worden door de Russische economie dan door zijn krijgszuchtige taal.

In Oekraïne, dat de ergste economische krimp sinds WO II kende, is de oorlogszucht even groot. Het defensiebudget wordt opgetrokken. Afrekenen met het verleden is moeilijk als zelfs een lid van een Oekraïense SS-divisie door de Oekraïense president Petro Porosjenko met een lintje bedacht wordt. Het belooft niks goed voor de Oekraïense democratie. In het beste geval ‘bevriest’ het conflict, in het ergste geval escaleert het voort. Zeker lijkt wel dat de as Rusland-China dit jaar verstevigd wordt.

In Europa wenkt eerder een politieke crisis. Bij een stagnerende economie is de voedingsbodem voor extreme gedachten en bewegingen erg vruchtbaar. Het harde besparingsbeleid leidt tot forse tegenreacties. In Griekenland volgt op25 januari de eerste test als de kiezer uitmaakt wie de grootste partij wordt in het parlement. De kans bestaat dat de extreemlinkse Syriza het pleit wint. In dat scenario lijkt succes later op het jaar ook verzekerd in Spanje en Portugal, waar links-radicale partijen bijzonder goed scoren in de peilingen.

Niet alleen extreemlinks, maar ook extreemrechts zet zijn opgang voort in Europa. Vooral anti-immigratie- en antimoslimpartijen spinnen goed garen in Frankrijk, Nederland, Finland, Denemarken en zelfs Zweden. In Duitsland is sinds kort de Pegida-beweging in volle opkomst. Die antimoslimbeweging wint sterk terrein en krijgt nu zelfs de expliciete steun van de eurosceptische Alternative für Deutschland. In het Verenigd Koninkrijk staat de extreemrechtse, anti-Europese en anti-immigratiepartij Ukip op het punt een grote doorbraak te realiseren. In landen waar tot voor kort een tweepartijenstelsel, met klassiek rechts en links, bestond, is die zekerheid weggevallen. De klassieke partijen slagen er niet langer in de verzuchtingen van de bevolking te beantwoorden. Onuitgegeven coalities kunnen de extreme partijen misschien van de macht houden, maar de politieke stabiliteit zal zeker afnemen.

En dan is er de dreiging van de moslimterreur. De Islamitische Staat (IS) stelt qua wreedheid en militaire impact Al Qaeda en de taliban duidelijk in de schaduw. In Irak of Syrië is nog geen einde van de strijd in zicht. In Afghanistan moeten de lokale troepen op eigen benen staan, een moeilijke opdracht. In landen als Libië, Jemen of Mali blijft de dreiging van fundamentalistische terreur. De Arabische Lente is een verre herinnering die uitgemond is in een nachtmerrie en nu in Europa handig wordt gebruikt door allerlei partijen om hun bedenkelijke programma door te drukken.

Algemeen is de wereld compleet versplinterd geraakt. Wereldwijde problemen, zoals de klimaatopwarming, vallen tussen de plooien van de heersende conflicten en crisissen. Uitgerekend op een moment dat meer samenwerking nodig is, is die geest zoek. En niets laat vermoeden dat die snel terugkomt. Wat de agenda van de geopolitiek zal domineren, is moeilijk te voorspellen. Maar dat de conflicten dieper en harder zullen worden, lijkt een zekerheid. Zo te zien wordt 2015 geen vredevol jaar.

Iedereen ondernemer

Een antigif voor het defaitisme over de economie zijn de vele voorbeelden van creatieve en ondernemende mensen.

De Europese Centrale Bank die massaal overheidsobligaties gaat opkopen om zo extra geld in de economie te pompen. De Europese Commissie die een investeringsprogramma van 315 miljard euro lanceert. Het zijn wanhopige pogingen om de economische groei weer op gang te krijgen. Maar is het kunstmatig opkrikken van de vraag in de economie écht een motor van economische vooruitgang? Wordt er niet op het verkeerde paard gewed?

Iedereen is in staat ondernemend te zijn, op zijn of haar manier. Dat potentieel moeten we benutten, in plaats van altijd afwachtend naar anderen te kijken.

Technologische doorbraken, innovatieve ideeën die de productiviteit verhogen en nieuwe producten of diensten ontstaan niet door een extra portie vraag in de economie te injecteren. Ze komen van creatieve en ondernemende mensen. Zíj zijn de echte bron van economische vooruitgang. Dat elk aanbod zijn eigen vraag creëert, is misschien geen algemene economische wet. Maar het aanbod van producten of diensten met een economische meerwaarde tegen een aanvaardbare prijs en die inspelen op een bepaalde behoefte, doet wél een vraag ontstaan en creëert nieuwe markten en economische activiteiten en jobs. Denk aan smartphones, Facebook als communicatie-instrument, 3D-printing, elektrische auto’s, drones, online muziek- en videodiensten als Spotify en Netflix, en zo meer.

De economie gaat vooruit door ondernemende mensen. ‘Ondernemerschap en uitvinding zijn nauw met elkaar verbonden’, zegt Jeff Bezos, topman van het internetbedrijf Amazon in het jongste nummer van het tijdschrift Foreign Affairs. Ondernemend zijn is niet zo moeilijk, zegt hij. Het begint met een frisse blik naar de dingen te kijken en de wil om dingen te veranderen en te verbeteren. Wat entrepreneurs volgens hem ook kenmerkt, is passie: ‘Passion for the mission, whatever it is.’

‘Je pense, donc je suis’, stelde de Franse filosoof René Descartes. Wie is, kan dus denken. Iedereen is in staat ondernemend te zijn, op zijn of haar manier. En dat potentieel moeten we benutten, in plaats van altijd afwachtend naar anderen te kijken.

De Tijd maakt er een punt van om in 2015 de initiatieven in de kijker te plaatsen die overal in de economie broeien. Om een tegengewicht te bieden aan de sfeer van defaitisme. En omdat voorbeelden inspirerend zijn. Het gaat dan niet alleen om start-ups, maar evengoed om innovaties en nieuwe ideeën in gevestigde bedrijven, of om mensen die gepassioneerd bezig zijn met hun job. ‘Wij leven in een dynamische periode, waar het tempo van verandering en innovatie erg hoog ligt’, merkt Jeff Bezos op. Opportuniteiten zijn er in overvloed, ook in de dagelijkse werkomgeving. Het komt erop aan ze te grijpen.

‘Iedereen ondernemer’, is de boodschap die De Tijd wil uitdragen. De krant zal er ook op hameren dat het beleid de omstandigheden moet creëren waarin initiatief en entrepreneurschap gedijen. En dat afgunst jegens succesvolle ondernemers misplaatst is. Want dat succes komt gewoonlijk niet uit de lucht vallen, het moet meestal hard worden bevochten.

Concreet wordt het uitkijken naar de mogelijke beursgang van Acquia dit jaar in de Verenigde Staten, het bedrijf van de Antwerpse softwareontwikkelaar Dries Buytaert, een dertiger en boegbeeld van een nieuwe generatie Vlaamse entrepreneurs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud