‘Dit is geen ver-van-ons-bedshow'

©shutterstock

De internationale conflicten die Europa omringen zijn niet zo veraf als we denken. Ze hebben grote invloed op ons doen en laten. In een cursus ‘geopolitiek voor dummies’ nemen we drie populaire vooroordelen onder de loep.

 1. ‘De wereld staat in brand’

Europa lijkt wel op een versleten landkaart met smeulende randen. Van Libië tot Syrië, van Palestina tot Irak, van Turkije tot Oekraïne worden we omringd door een keten van brandhaarden. Explosieve en licht ontvlambare conflicten die een hele regio in lichterlaaie kunnen zetten. Het is alsof onze periferie op ontploffen staat.

In het oosten levert het Oekraïense regeringsleger al weken strijd met pro-Russische rebellen. Een gewapend conflict dat leidde tot de raketaanval op een lijnvliegtuig met aan boord 298 inzittenden - voor het merendeel Europeanen - en waardoor het Westen in een diepe geopolitieke crisis met Rusland verstrikt is geraakt.

‘Die crash was een schok voor veel Europeanen’, zegt Alexander Mattelaer, adjunct-directeur van het Instituut voor Europese Studies aan de VUB. ‘Plots kwamen we tot het besef dat we ons niet alleen zorgen hoefden te maken over de economie, ons pensioen en de gezondheidszorg, maar ook over onze persoonlijke veiligheid. Het deed me denken aan wat de Russische marxist Leon Trotski ooit zei: ‘U bent misschien niet geïnteresseerd in de oorlog, maar de oorlog is geïnteresseerd in u.’’

Ook de snelle opmars van de strijders van de Islamitische Staat (IS) ten zuidoosten van Europa - in de Levant - deed velen verbaasd opkijken. Niemand had verwacht dat een relatief kleine groep van 15.000 extremistische rebellen, door sommigen ‘jihadi’s met een MBA’ genoemd, als een goed georganiseerde oorlogsfirma grote stukken land tussen Tigris en Eufraat zou inpalmen, met een implosie van de staat Irak tot gevolg.

‘Die opmars van de Islamitische Staat kan het begin zijn van een regionale oorlog’, zegt Koert Debeuf, die vanuit Caïro al drie jaar voor de Europese liberalen de ontwikkelingen in de Arabische regio opvolgt. ‘Daarom vind ik dat ook ernstiger dan de crisis in Oekraïne. Wat de rebellen van de Islamitische Staat in Irak doen, is een extreme versie van de Europese godsdienstoorlogen in de 16de eeuw. Zij vernietigen niet alleen staatsgrenzen, maar alles en iedereen die niet in hun jihadistische ideologie past.’

Het resultaat van die verovering kan verder gaan dan een mogelijke desintegratie van Irak in drie nieuwe staten (een soennitische, een sjiitische en een Koerdische), meent Debeuf. ‘Een veel groter probleem is dat Syrië, Iran, Turkije, Saudi-Arabië en zelfs Jordanië meegezogen dreigen te worden in een regionaal politiek-religieus conflict. ’

En dan is nog niets gezegd over de oorlog die Israël en de Palestijnse beweging Hamas nu al weken uitvechten in en om de Gazastrook. Of over de onrust in Libië, waar verschillende milities die in 2011 nog vreugdeschoten losten omdat ze Muammar Kaddafi van de macht hadden verdreven, elkaar vandaag naar het leven staan. Of over andere plekken in Noord-Afrika waar moslimterroristen van Boko Haram dood en verderf zaaien in naam van de islam. Zelfs in Afghanistan laten de taliban weer van zich horen met aanslagen.

Niet de hele wereld brandt, maar het aantal landen dat te maken heeft met een intern of extern conflict gaat wel in stijgende lijn. Dat blijkt uit onderzoek van de Global Peace Index, een rangorde van 121 landen samengesteld door de Economist Intelligence Unit. En de meeste gewapende confrontaties of oorlogen spelen zich niet meer af tussen landen onderling, maar zijn inwendige botsingen geworden.

‘We zitten in een internationaal machtsvacuüm’, zegt Jonathan Holslag, hoogleraar internationale politiek aan de VUB. ‘De Verenigde Staten blijven veruit de belangrijkste militaire en economische speler, maar zijn hun betrokkenheid overal in de wereld aan het terugschroeven. En er zijn nu veel meer regionale grootmachten, zoals Saudi-Arabië, Iran, Rusland en Turkije, die de macht van de VS uittesten. Het geopolitieke spel is veel minder voorspelbaar en daar moeten we ons zorgen over maken.’

Het feit dat de Amerikanen bijvoorbeeld hun engagement in Europa beperken, maakt Oost-Europese landen onrustig. De Russen weten dat en spelen daarop in. Voor de VS is het ook minder evident geworden om op een beslissende manier tussenbeide te komen in het Midden-Oosten. De Turken voelden dat goed aan, en staan kritischer tegenover de Amerikaanse invloedsfeer. Ook Egypte en Saudi-Arabië lopen minder in het westerse gareel.

‘Je ziet ook veel meer niet-statelijke actoren dan vroeger, zoals IS, de Libanese militie Hezbollah of Al Nusra, de Syrische tak van Al-Qaeda, die over grote hoeveelheden wapens en petrodollars beschikken’, zegt Erwin van Veen, senior research fellow bij Clingendael, een Nederlandse denktank rond internationale betrekkingen. ‘Zij vechten op diverse fronten binnen de landsgrenzen van falende regimes, wat een erg gefragmenteerd en chaotisch beeld oplevert.’

Het soennitische Saudi-Arabië is doodsbang voor dominantie door het sjiitische Iran. Om de eigen invloedssfeer te versterken steunden de Saudi’s de rebellen van de Islamitische Staat en de jihadisten van Al-Nusra in hun strijd tegen het regime-Assad in Syrië. Teheran onderhoudt dan weer een strategische relatie met de sjiieten van de Libanese Hezbollah, die vechten voor het behoud van het regime-Assad in Syrië en tegen Hamas-vijand Israël.

‘Het Midden-Oosten is één kluwen van belangen’, zegt Sijbren de Jong, strategisch analist bij het The Hague Centre for Strategic Studies. ‘Als je ergens aan één touwtje trekt, dan bewegen vier, vijf andere landen mee. In zo’n multipolaire wereld is het lastiger om tot oplossingen te komen.’ Daar

komt nog bij dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet weet waar eerst te kijken en vaak machteloos moet toezien. Als internationale actie rond een brandhaard noodzakelijk is, heeft een van de permanente leden (de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en China) altijd wel een reden om zijn vetorecht te gebruiken.

We zijn terechtgekomen in een ‘G-Zero’-wereld, schreven geopolitiek analist Ian Bremmer en econoom Nouriel Roubini drie jaar geleden. Een wereld waarin geen enkele supermacht of groepering van landen (zoals de G20, de G8 of de G7) over voldoende politieke en economische hefbomen beschikt om de internationale agenda te sturen.

 

2. ‘We hebben er niets verloren’

In de publieke opinie leeft vaak de indruk dat de meeste brandhaarden veraf liggen. Wat hebben we daar verloren? Europa of België zouden geen direct belang hebben om in te grijpen. Internationaal expert Jonathan Holslag is daar erg kritisch over. ‘De Oekraïense crisis is helemaal geen ver-van-ons-bedshow. De vlucht MH17 had uit elke Europese luchthaven kunnen vertrekken. Het toont aan hoe kwetsbaar we geworden zijn.’

Veiligheid is een absolute prioriteit voor de Europese Unie, vindt ook David Criekemans, professor geopolitiek aan de Universiteit Antwerpen. ‘En die wordt zowel door de crisis in Oekraïne als door de problemen in het Midden-Oosten bedreigd.’

Er is niet alleen het probleem van de massale immigratie, er dreigt ook extremisme van een nieuwe lichting van ‘kosmopolitische jihadisten’. Nu al schatten westerse inlichtingendiensten dat circa 5.000 jongeren met Europese en Amerikaanse paspoorten gerekruteerd zijn door de IS-rebellen in Syrië en Irak . ‘Geradicaliseerde strijders zullen naar het thuisfront terugkeren’, zegt Erwin van Veen. ‘Dat zal misschien niet meteen tot een golf van aanslagen leiden, maar het zorgt wel voor reële risico’s.’

Als het tweestromenland tussen Tigris en Eufraat in een langdurige toestand van instabiliteit blijft verkeren, kan de besmetting ook overslaan op Libanon, Jordanië en Saudi-Arabië. ‘Dan krijg je net als in Oost-Congo en Noordwest-Pakistan zwarte plekken die niet aan staatscontrole onderhevig zijn. Gebieden die misschien niet meteen tastbaar gevaar opleveren, maar die wel een black box vormen van onvoorziene effecten.’

‘Syrië is een pars pro toto voor de hele regio’, zegt Koert Debeuf. ‘De voorbije 3,5 jaar heeft Europa er schuldig verzuim gepleegd en niets gedaan. Ik zag het ter plekke gebeuren, hoe bij de Syriërs de autoriteit van de gematigde krachten - het Free Syrian Army, dat geen steun kreeg van Europa - verdween. Zo kwam er ruimte voor extreme krachten als Islamitische Staat, al had ik nooit gedacht dat het zo snel zou gaan. Als Europa de Arabische regio opgeeft, creëert het ruimte voor extremisme.’

Dat is ook de reden waarom sommige analisten de opmars van de IS-rebellen op zijn minst even belangrijk noemen als de terroristische aanslagen van 9/11. Het is goed mogelijk dat 29 juni 2014, de datum van de oprichting van het IS-kalifaat, een nieuwe ‘wereldorde’ in het Midden-Oosten tot stand heeft gebracht, met verregaande gevolgen voor landen zoals Saudi-Arabië, Iran en Turkije.

De onmiddellijke impact daarvan is erg dichtbij. ‘Kijk naar Turkije, een lid van de NAVO’, zegt analist Sijbren de Jong. ‘De strijders van de Islamitische Staat bemannen een aantal grensposten met Turkije. Als het daar uit de hand loopt, zit je met een artikel 5-incident dat andere NAVO-leden verplicht militaire bijstand te verlenen. Dan zal de NAVO ook daar de buitengrens moeten verdedigen, terwijl er nu al problemen zijn in Oekraïne. Zelfs Belgische troepen kunnen die kant uitgaan en in het conflict verwikkeld raken.’

Ook de economische belangen van Europa staan op het spel. Het handelsverkeer met Noord-Afrika en het Midden-Oosten is niet te onderschatten. Onder de vleugels van het Euromediterraanse partnerschap heeft de EU goede economische banden met landen als Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Turkije en de Palestijnse bezette gebieden. De uitvoer naar die regio was vorig jaar goed voor 180 miljard euro, ofwel 8,6 procent van de totale externe handel van de EU. Maar de Europese invloed is er aan het tanen.

‘Landen waar de Arabische revolutie heerste, zoals Egypte, maar ook regionale grootmachten zoals Turkije kijken niet meer naar Europa. Ze kijken naar het Oosten’, zegt Debeuf. ‘De EU investeert jaarlijks 200 miljoen euro in Egypte. Maar Saudi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten spendeerden er alleen al in de tweede helft van vorig jaar 13,5 miljard euro. Zonder voorwaarden. Strategisch en economisch heeft dat grote gevolgen voor Europa, omdat bijvoorbeeld bedrijven uit de Arabische wereld de voorkeur krijgen op Europese.’

Ook in het Oekraïense conflict begint de kostprijs aardig op te lopen. ‘We moeten goed beseffen wat daar op het spel staat’, zegt Criekemans. ‘Straks mondt dit uit in een economische gasoorlog. Europa wil een hard en vastberaden standpunt innemen tegenover Rusland, maar dat kan ook uitmonden in een imperial overstretch. Door het opbod aan sancties dreigen we straks exportmarkten naar Rusland definitief kwijt te spelen aan regio’s zoals Azië en Zuid-Amerika.’

De Russische president Vladimir Poetin speelt ook handig in op de verdeeldheid in Europa, vindt analist de Jong. ‘Hij gijzelt de Europese lidstaten door gebruik te maken van onze uiteenlopende economische belangen. Sommige lidstaten zijn voor 100 procent afhankelijk van Russische energie. Andere, zoals België en Nederland, zijn dat nauwelijks. In de Londense City, maar ook in Griekse en Cypriotische banken staat dan weer veel Russisch geld geparkeerd. De Fransen exporteren wapens naar Rusland, de Duitsers machines en hoogtechnologische producten.’

Door niet als één geopolitiek machtsblok te handelen geeft Europa zijn economisch overwicht op Rusland uit handen.

 

3. ‘We kunnen er niets aan doen’

Niets doen is geen optie, daarover zijn bijna alle experts het eens. Zeker niet in het conflict in Oekraïne en evenmin in het Midden-Oosten. We kunnen - bijvoorbeeld met de EU en de NAVO - wel degelijk iets doen in beide regio’s, maar alles staat of valt met de invloed en geloofwaardigheid die we daar nog hebben.

‘Europa is niet langer een invloedrijke speler op de internationale scène, omdat het geen duidelijke militaire doctrine heeft’, zegt Dominique Moïsi. Sinds jaar en dag geldt de 67-jarige senior adviseur en medeoprichter van het gereputeerde Parijse Institut Français des Relations Internationales (IFRI) als een van Europa’s toonaangevende geostrategische denkers. ‘Om een wereldspeler van betekenis te zijn’, zegt Moïsi, ‘moet Europa investeren in defensie en veiligheid. We moeten ons herpakken. Een krachtiger Europa is de enige weg. Ik zeg soms grappend dat Poetin Europa nieuw leven kan inblazen, uit angst. De Russische dreiging is een opportuniteit.’

Ook Jonathan Holslag is een pleitbezorger van investeringen in harde, militaire slagkracht. ‘Regionale spelers om ons heen, zoals Turkije en Rusland, nemen je niet serieus als je geen militaire macht hebt. Voor die landen is het ook belangrijk dat Europa autonoom kan optreden, want een te grote militaire afhankelijkheid van de VS leidt tot nodeloze polarisering. We moeten de komende Europese generatie de kans geven om zich te kunnen weren. We weten immers niet welke nieuwe krachten zullen opstaan in het Oosten. Het kan ook een ‘as van de frustratie’ worden: Rusland-Iran-China.’

Het vooruitschuiven van militaire basissen van de NAVO naar de gebieden die nu nog niet direct bedreigd worden door Rusland, zoals Polen en de Baltische Staten, kan een optie zijn. Maar ook een veel betere integratie van de Europese defensie dringt zich ook. Nu spenderen de 28 lidstaten van de EU samen circa 160 miljard euro aan militaire uitgaven. Een groot deel daarvan is weggesmeten geld, omdat het wordt besteed aan legereenheden van afzonderlijke lidstaten die elkaar overlappen. ‘De echte uitdaging wordt een radicale militaire samenwerking tussen de Europeanen onderling’, menen specialisten.

Het opvoeren van die militaire paraatheid is geen doel op zich. Het moet de Europese Unie hefbomen verschaffen om haar diplomatieke greep op brandhaarden in de periferie te versterken. ‘Het conflict in Oekraïne kan niet militair opgelost worden’, zegt hoogleraar Criekemans. ‘Zelfs als de provincies Donetsk en Loegansk weer in handen komen van het Oekraïense leger, blijven er nog altijd 8 miljoen Russischsprekenden in dat gebied. Voor hen is een politieke oplossing noodzakelijk. Meer autonomie voor de regio’s kan een startpunt zijn.’

Daarom pleit hij voor een de-escalatie. ‘Europa moet bij de Oekraïense overheid pleiten voor matiging.’ Oost-Europese landen zoals Polen en de Baltische Staten vrezen voor een nieuwe Sovjetdreiging en willen hard optreden, maar Criekemans vindt het de taak van landen zoals België om de Europese toon te milderen. ‘We moeten Poetin opties blijven geven. Hij moet de kans krijgen voor een eerbaar compromis. Nu geven we hem geen uitweg.’

Dat achter de Oekraïense crisis ook een krachtmeting schuilgaat tussen Amerika en Rusland, de twee rivalen uit de Koude Oorlog, vindt hij een nadeel. ‘Ik ben een koele minnaar van de NAVO,’ zegt Criekemans, ‘omdat die organisatie in militair en beleidsmatig opzicht gedomineerd wordt door de Amerikanen. Dat secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen bleef herhalen dat de kans op een Russische inval in het oosten van Oekraïne groot is, vond ik bizar. Het leek wel op een selffulfilling prophecy.’

Ook in andere conflicthaarden spelen dergelijke patronen mee. ‘Een groot deel van de geloofwaardigheid van de Europese Unie hangt af van de mate waarin ze zonder de VS stabiliteit kan brengen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten’, zegt Erwin van Veen. ‘Amerika is in die regio niet meer neutraal. Europa kan er een rol spelen als regionale dealmaker, om mee de krijtlijnen uit te tekenen van de invloedssferen van Iran en Saudi-Arabië. We hebben ervaring met de totstandbrenging van vrede en stabiliteit. Dat zou onze diplomatieke kracht kunnen zijn.’

Ook in de Israëlisch-Palestijnse kwestie zou Europa een veel zelfstandiger positie kunnen innemen. ‘Amerika heeft daar in de ogen van de Palestijnen helemaal niet meer de onpartijdigheid om voor een oplossing te zorgen’, zegt Van Veen. In dezelfde logica raadt hij een militair ingrijpen van Europa in Irak af. ‘Dat zou extremistische milities zoals IS alleen maar in de kaart spelen. Zo van: ‘Kijk eens, Amerika en Europa proberen ons nu samen onderuit te halen’.’

Er is nog iets dat Europa over het hoofd ziet. ‘Landen zoals Egypte, Tunesië, Libië, Jemen of Marokko zijn er als de dood voor dat radicale islamitische groepen trouw zweren aan de rebellen van de Islamitische Staat en zo hun interne veiligheid in gevaar brengen’, zegt Koert Debeuf. ‘De overgrote meerderheid in de Arabische wereld vindt IS totale waanzin. No way dat dit soort religieus extremisme ooit ingang zal vinden in Egypte.’

Het is volgens hem dan ook belangrijk de Arabische regio daarin te steunen. ‘Wij zouden bijvoorbeeld de Egyptische elite van de toekomst mee moeten opleiden, om hun blik op de wereld te verruimen. Maar Europa is ook op daarvoor als een fort. Het is zelf moeilijker voor een Arabische student om een visum te krijgen in Europa dan in de VS. Vorig jaar studeerden nauwelijks 159 studenten uit deze regio in Europa via het Erasmus Mundus-programma. Absurd weinig.’

Er heerst volgens Debeuf grote ontgoocheling onder de jongeren over de houding van Europa. ‘We blijven daar inzetten op complexe partnerschappen met de lokale regeringen, waar de gewone burger niets aan heeft. We moeten ons veel directer richten op de bevolking. Nu sparen veel Egyptenaren zich letterlijk eten uit de mond om kinderen naar een privéschool te sturen, omdat het regulier onderwijs zo erbarmelijk is. Veel Egyptische landbouwers halen water uit de Nijl met machines uit de 19de eeuw. Als Europa daarin zou investeren, dan zou dat het leven van de mensen hier fundamenteel kunnen veranderen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud