Een heel klein beetje oorlog

In deze futuristische omgeving, in feite een oude atoombunker in Stockholm, staan de twee servers van WikiLeaks, tussen 8.000 andere. De servers veroorzaakten een revolutie op het net.

Het uitlekken van een kwart miljoen vertrouwelijke tot geheime diplomatieke berichten op de klokkenluiderssite WikiLeaks leidt tot een zelden geziene confrontatie op het internet. Het recht op vrije meningsuiting staat lijnrecht tegenover het recht op discretie van de staat, in dit geval de VS. Een klein beetje oorlog dus, maar dan wel een met gevolgen die nauwelijks te overzien zijn. De grove middelen worden alvast niet geschuwd.

Wat heb je nodig om een revolutie te ontketenen op het internet? Niet veel. Gevoelige informatie om te beginnen. Voeg er vijf hackers, drie servers en een wereldwijde aanhang aan toe, die graag dient als doorgeefluik. Steun van de klassieke media en een charismatische voorman zijn natuurlijk meer dan een hulp.

WikiLeaks ontketende op 28 november daarmee een revolutie. De klokkenluiderssite dumpte een reeks Amerikaanse diplomatieke berichten op het web die zeker niet bedoeld waren voor publicatie. De organisatie was niet aan haar proefstuk toe. Eerder waren er soortgelijke lekken over de oorlog in Irak en die in Afghanistan.

De reactie van de VS was echter helemaal anders dan bij die laatste twee incidenten. Terwijl de lekken over de twee oorlogen formeel veroordeeld werden, bleef de organisatie toen buiten schot. Niet zo deze keer. De Amerikaanse politici riepen WikiLeaks-oprichter Julian Assange uit tot publieke vijand nummer één en de Amerikaanse overheid gebruikte alle middelen om WikiLeaks te verlammen. Zonder veel resultaat tot nu toe.

WikiLeaks kreeg af te rekenen met een serieuze aanval. De Zwitserse rekening van Assange werd zonder boe of bah afgesneden. WikiLeaks verloor niet alleen zijn domeinnaam, het verloor ook de server waar de documenten op geplaatst waren. Daarnaast zegden Amerikaanse bedrijven als Visa, Mastercard, Paypal en Amazon hun medewerking met WikiLeaks op. Die bedrijven fungeerden als kanalen voor donaties aan WikiLeaks. Donaties zijn de enige inkomstenbron van WikiLeaks. Als er al geen druk van de Amerikaanse regering was, dan zal het Witte Huis toch wel instemmend geknikt hebben.

Maar de berichtenstroom is voorlopig niet te stoppen. WikiLeaks beschikt over minstens drie servers die gewoon blijven draaien. De belangrijkste staat in een beveiligde bunker in de Zweedse hoofdstad Stockholm. Een andere server staat in Frankrijk en de derde weten alleen ingewijden staan.

De harde Amerikaanse reactie bracht in de internetwereld een stroom van sympathie op gang. Op dit moment zijn er minstens 700 ‘spiegelsites’, die een exacte kopie vormen van wat WikiLeaks tot nu toe gepubliceerd heeft.

De gewraakte informatie is bovendien te raadplegen op vijf mediasites, want de Amerikaanse krant The New York Times, het Britse dagblad The Guardian, het Duitse weekblad Der Spiegel, de Franse krant Le Monde en het Spaanse dagblad El País brengen elk hun eigen journalistieke vertaling van wat in de gelekte diplomatieke stukken staat. De kranten worden overigens door de overheden niet aangepakt.

Hacktivisten

Er dook nog een ander fenomeen op: de zogenaamde ‘hacktivisten’. Het gaat om anonieme groep van meestal jonge internetgebruikers die als wraak de sites van de bedrijven aanvallen die WikiLeaks wilden isoleren of verlammen. Ze maakten gebruik van Facebook en Twitter om hun aanvallen voor te bereiden, tot hun accounts door beide organisaties werden afgesloten. Maar er zijn nog ‘prikborden’ genoeg beschikbaar op het web om elkaar instructies toe te spelen.

De jongeren protesteren zonder dat WikiLeaks een oproep lanceerde. Hun vorm van protest is gericht op het verlammen van de toegang tot de site van de organisaties, wat niet altijd lukte. Maar Visa en Mastercard werden op die manier wel even uit het web geduwd. Paypal en Amazon weerstonden de aanvallen.

De sites worden niet gehackt. Ze worden gewoon bedolven onder een vloed van informatie zodat ze automatisch uitvallen. De software voor dat soort aanvallen is gratis en makkelijk te downloaden met een computer. Wie wil meedoen, moet nog alleen het internetadres invullen en op de OK-knop duwen.

Dat soort digitale aanvalstechnieken bestaat al geruime tijd. Maar meestal gaat het om ‘gekaapte’ computers die in een netwerk worden opgenomen om de vuurkracht van de aanval te vergroten. Nu zijn het computergebruikers die bewust de software gebruiken om te protesteren.

De groep die zichzelf ‘Anonymous’ noemt, wil met de ‘Operation Payback’ vooral protesteren tegen de poging WikiLeaks monddood te maken. Ze zond een verklaring uit waarin ze benadrukte dat ze geen bedrijven wil benadelen. De sites worden ook niet echt gehackt. Alleen wordt de toegang versperd. Het is alsof een stakingspost de toegang tot een fabriek blokkeert.

Het protest is niet formeel gegroepeerd, maar daarom niet minder productief. 400 computers volstonden om de site van Mastercard plat te leggen, 2.000 om Visa ontoegankelijk te maken.

Controle

Kortom, rond de diplomatieke berichten van WikiLeaks wordt een hele oorlog gevoerd. Ondanks verwoede pogingen is de site niet gekelderd. Het bevestigt de stelling dat ‘eens op het net altijd op het net’ wel degelijk juist is.

Dat geeft te denken. Het lekken van documenten krijgt er immers een andere dimensie door. Dat is knap vervelend voor de regeringen die daar mee af te rekenen krijgen. En hetzelfde geldt voor de bedrijven die hun geheimen ontfutseld zien.

In wezen gaat het om de controle over het internet. De Verenigde Staten hebben in het verleden herhaaldelijk het web geprezen als het ideale platform voor de vrije meningsuiting. Dat komt nu als een boomerang terug. Het platform laat zich immers niet zomaar controleren. De dominantie van de VS over het net is zeer groot. Veel essentiële toegangspoorten, van software over zoekmachines tot sociale groepen, zijn Amerikaans. Ze kunnen met gemak ongewenste klanten buitenwerken, zoals blijkt bij WikiLeaks. Maar zelfs het isolement is geen krachtig wapen meer.

De Verenigde Staten hebben het aan zichzelf te danken dat ze in de hoek werden geduwd. Wie vertrouwelijke informatie toegankelijk maakt voor 2,5 miljoen gebruikers, zit met een serieus veiligheidsrisico. Digitale berichten zijn, net als muziek of film, gemakkelijk te kopiëren en te verspreiden.

De vraag is uiteindelijk of het illegaal is wat WikiLeaks heeft gedaan. De Amerikaanse justitie heeft nog geen klacht ingediend tegen WikiLeaks of zijn oprichter Julian Assange. De Republikeinen willen de Australiër wat graag berechten op basis van een spionagewet uit 1917. Maar heel wat juristen betwijfelen dat dat een haalbare kaart is.

Vrije meningsuiting

In het verleden hebben de Amerikaanse rechtbanken bij het uitlekken van gevoelige gegevens altijd het principe van vrije meningsuiting gehuldigd. Het is maar de vraag welke beschuldigingen de VS tegen WikiLeaks kunnen inbrengen.

Als door de publicatie van de geheime diplomatieke correspondentie al iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat de spelregels voor de vrije meningsuiting aan het veranderen zijn. Dat de digitale wereld zich niet makkelijk laat kneden en dat dreigen niet helpt. Kortom, dat in de digitale wereld de krachtsverhoudingen anders liggen. Voor een supermacht als de VS moet dat hard zijn om te verwerken.

De publicatie van de diplomatieke berichten is verre van afgerond. Hoe groot de schade uiteindelijk zal zijn, is dus niet te voorspellen. En Assange heeft zichzelf een verzekering bezorgd tegen alle mogelijke pogingen om de stroom gelekte berichten te stoppen. Hij verdeelde 100.000 vergrendelde kopieën van de berichten, ongecensureerd en met alle namen van de betrokkenen. Als het moet, kunnen die ook op het net terechtkomen. De advocaat van Assange spreekt van de ‘nucleaire’ optie. Maar voorlopig is die niet aan de orde.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud