‘Een verlammende cyberramp is zomaar mogelijk'

©Tom Pilston/Panos Pictures

Wie even genoeg heeft van het dagelijkse drama en de Twitterrelletjes, en wil uitzoomen naar het grotere plaatje, kan bij de Britse ‘Astronomer Royal’ Martin Rees terecht.

Zouden, over enkele honderden jaren, toekomstige mensen terugkijken op onze huidige generatie, en denken: ‘Wat een stel primitievelingen’? Volgens de vermaarde Britse astrofysicus Martin Rees is de kans groot. Wij kunnen vandaag literatuur uit de oudheid lezen en bewonderen omdat ons brein en onze emoties nog steeds dezelfde zijn als tweeduizend jaar geleden. Maar over enkele eeuwen heeft de menselijke evolutie mogelijk een zodanige vlucht genomen dat mensen zich niets meer kunnen voorstellen bij de cultuur en de gevoelens van nu.

‘Dat is het post-mensscenario’, zegt Rees. De astrofysicus heeft een toekomst op het oog waarin sommige mensen, door genetische modificatie en geavanceerde biotech, cyborgs worden die quasi onsterfelijk zijn en zich tot diep in de ruimte kunnen verplaatsen. Of dat nog mensen van vlees en bloed zijn, dan wel elektronische of een mix van de twee, is volgens Rees moeilijk te voorspellen. We creëren met andere woorden een zijtak van de darwiniaanse evolutie. ‘Dan bestaat er niet langer een natuurlijke selectie, maar een vorm van seculier intelligent design. Die technologische evolutie gaat veel sneller dan de darwiniaanse, waarin het miljoenen jaren duurt om een nieuwe soort te ontwikkelen.’

Geen eindpunt

‘Als astronoom weet ik dat ons nog meer tijd rest dan al is weggetikt’, zegt Rees. ‘Velen denken dat de mensheid de culminatie of het eindpunt is, maar geen enkele astronoom gelooft dat. Er is nog zo veel tijd in de toekomst. De zon heeft nog zes miljard jaar te gaan, de kosmos misschien nog meer. We zien onszelf best als een tussenstadium in de evolutie. Een cruciaal stadium, dat wel.’

Het is niet zomaar het gefantaseer van een hobbyfuturist. Rees - benoemd tot ‘Astronomer Royal’ door de Queen - is een van de meest vooraanstaande Britse wetenschappers en een generatiegenoot van Stephen Hawking en Richard Dawkins. Hij heeft er al een rijke en gelauwerde academische carrière opzitten aan universiteiten in het VK en de VS, is lid van het Britse Hogerhuis en was onder meer oprichter van het Centre for the Study of Existential Risk. Rees specialiseert zich in de Grote Vragen over het heelal en onze plek daarin. Dat doet hij ook in het pas verschenen ‘Over de toekomst: de vooruitzichten van de mensheid’, een kort en scherp boek over de kansen en de risico’s die ons te wachten staan.

Regulering

Voor een pezige, kromme man van 76 geeft de Brit een verdraaid stevige handdruk. De professor, met zilveren haren en een gezicht waarop een glimlach staat getekend, praat opgewonden en met pretogen. We zitten aan een grote tafel in een ruime zaal met wanden vol boeken in de statige Royal Society in het hart van Londen. Rees was vijf jaar voorzitter van het instituut. Het gebouw deed ooit dienst als Duitse ambassade in de jaren dertig en het nazikopstuk Joachim von Ribbentrop was er ambassadeur. ‘Ik mocht hier ooit de Duitse kanselier Angela Merkel verwelkomen. Ze was zich goed bewust van die geschiedenis.’

De astrofysicus praat zonder enige vleug van hyperbool over zijn visie. De ‘post-mensen’ zullen waarschijnlijk afstammen van de ruimtevaartpioniers van vandaag. Terwijl we op aarde om ethische redenen een sterke regulering zullen opleggen aan genetisch geknutsel en cyber- technologie, kan buiten onze atmosfeer eindeloos worden geëxperimenteerd. Dat zal ook nodig zijn om ons aan te passen aan de vijandige omgeving in de ruimte. ‘Het is mogelijk dat eind deze eeuw kleine gemeenschappen van mensen permanent op Mars wonen. We moeten types als Elon Musk en Jeff Bezos met hun Marsplannen aanmoedigen, net zoals we avonturiers en ontdekkingsreizigers aanmoedigen.’

Maar, zegt Rees ook, er zijn hoe langer hoe minder redenen om mensen nog met belastinggeld de ruimte in te sturen. ‘Ik vind niet dat de NASA en de ESA nog aan bemande ruimtevaart moeten doen. China zal het wellicht doen om zijn status in de verf te zetten, maar private bedrijven zijn door hun Silicon Valley-cultuur efficiënter en meer bereid risico te nemen. Ze durven meer technologie uit te testen. Door de vooruitgang in robotica wordt ruimtevaart vooral een verhaal van machines. We krijgen robotfabrieken in de ruimte die in een zwaartekrachtloze omgeving grote structuren bouwen, zoals telescopen.’

Met ideeën als deze leest ‘Over de toekomst’ als een tegengif voor het kortetermijndenken dat ons zo makkelijk opslorpt. Rees zoomt uit in tijd en ruimte en schrijft over de mogelijkheden en de bedreigingen van de keuzes die we de komende decennia zullen maken. Van de aanpak van klimaatverandering tot de voor- en nadelen van artificiële intelligentie. ‘We kunnen een proces in gang zetten dat zal leiden tot de verkenning van het melkwegstelsel. Of we kunnen ons naar de verdoemenis helpen.’

Eén kans op twee

Vrolijk word je er niet noodzakelijk van. Toen Rees in 2003 zijn vorige boek ‘Onze laatste eeuw’ uitbracht, dat in de VS met de nóg dramatischer titel ‘Ons laatste uur’ verscheen, gaf hij de mensheid 50 procent kans om deze eeuw te overleven en de kansen zijn er niet veel beter op geworden. ‘Ik denk niet dat we onze hele soort van de planeet gaan vegen, maar de kans is wel groot dat we een stevige terugval in onze beschaving met een globaal rimpeleffect zullen zien. De rest van de eeuw wordt een bumpy ride.’

Zijn grootste vrees is een combinatie van onze technologische capaciteiten en een steeds geconnecteerdere wereld. Dat maakt een verlammende bio- of cyberramp zomaar mogelijk. ‘Een atoombom kan je niet ongestoord maken, een biologisch of cybertechnologisch wapen wel. Een kleine groep mensen kan, met opzet of per ongeluk, een continentale fall-out veroorzaken. In een rapport uit 2012 concludeerde het Amerikaanse defensiehoofdkwartier Pentagon dat één cyberaanval het stroomnet aan de oostkust van de VS kan platleggen. Dat is een maatschappelijke ramp en een economische catastrofe voor de hele wereld. Het zou bovendien een nucleair antwoord uitlokken. Het is een enorme uitdaging voor overheden om regulering daartegen op te stellen en vooral om die af te dwingen. Het zet nog meer druk op veiligheid, vrijheid en privacy. Drie dingen die we allemaal belangrijk vinden.’

‘We zijn veel kwetsbaarder geworden als samenleving’, zegt Rees. ‘In de middeleeuwen doodde de pest op sommige plaatsen de helft van bevolking. De andere helft leefde fatalistisch voort. Stel je voor dat een pandemie zich vandaag verspreidt en 1 procent van de mensen treft. De paniek zou al lang om ons heen zijn geslagen, met een run op de ziekenhuizen voor een medicijn en een enorme impact op de wereldeconomie als gevolg.’

‘Meer dan als wetenschapper spreek ik als een ongerust lid van het menselijk ras’, zegt Rees. Onze collectieve prioriteiten zitten helemaal scheef, vindt hij. ‘De kloof tussen de wereld zoals die is en de wereld zoals die zou kunnen zijn, is ongezien groot. In de middeleeuwen hadden bijna alle mensen het zonder twijfel slecht, maar het kon ook niet beter. Nu wel. Ik ben sceptisch over denkers die stellen dat er een vorm van collectieve ethische vooruitgang is. Want het is niet echt ethisch dat een miljard mensen nog altijd in extreme armoede leven.’

Het interessantst, en het meest optimistisch, blijft Rees als hij zijn pet van astronoom opzet. De problemen hier op aarde doen hem veelvuldig nadenken over de oervraag: zijn we alleen in dit universum? Rees is een adviseur van de Russische oligarch Yuri Milner, die 100 miljoen dollar in een project stopte dat naar buitenaards leven zoekt via telescopen. ‘Ik ben blij dat hij het doet. Het is het absoluut waard. Het is beter dan een voetbalploeg of een groter jacht kopen’, zegt Rees. ‘Als we echt de enige intelligente soort zijn, dan is ons lot van kosmisch belang. Als er nog veel ander leven bestaat, dan is wat met ons gebeurt alleen een aardse ramp, en triviaal op kosmische schaal.’

Evolutie

Mogen we dan dromen van een doorbraak? ‘Ik hou mijn adem niet in, maar jij zal nog meemaken dat we leven op een andere planeet ontdekken. Vandaag begrijpen we nog altijd de oorsprong van het leven niet. We begrijpen de evolutie, maar nog niet de cruciale schakel van de complexe chemie tot de eerste metaboliserende en herproducerende dingen die we levend noemen. Maar ernstige mensen doen er onderzoek naar, dus over tien of twintig jaar kunnen we het weten. En dat zal een antwoord bieden op cruciale vragen: is het leven op aarde een zeldzame toevalstreffer? Is de chemie van ons DNA speciaal? Of zou het overal kunnen ontstaan in een gelijkaardige omgeving?’

Rees is op dreef. ‘We weten nu dat rond de meeste sterren, zoals de zon, planeten draaien. In onze melkweg zijn er waarschijnlijk een miljard planeten zoals de aarde. Over enkele decennia zal de volgende generatie telescopen het licht van een van die planeten kunnen analyseren om te zien of dat groen is of een atmosfeer met zuurstof heeft. Dat kan ons een clue geven over de vraag of sommige planeten rond nabije sterren een biosfeer hebben. En dan wordt het heel opwindend.’

‘Dan nog kan het dat intelligent leven heel zeldzaam is. Het heeft vier miljard jaar geduurd voor hier technologie was. Als evolutie op een andere planeet min of meer hetzelfde verloopt, is het wellicht niet synchroon tot op het millennium. Het probleem is dat we niet weten wat we zoeken. Als we iets zouden ontdekken, denk ik niet dat het een boodschap is. Iets kunstmatigs, een transmissie misschien, een artefact, iets ronds en blinkends?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect