analyse

Exotische varianten maken zieker, maar slaan vaccins niet knock-out

Een inderhaast aangelegd crisiskerkhof moet de vele doden in de Braziliaanse stads Manaus herbergen. De miljoenenstad kampt met een zware tweede golf, waarschijnlijk aangevuurd door een besmettelijker variant. ©Photo News

Na de Britse en de Zuid-Afrikaanse dook nu ook de Braziliaanse variant van het corona- virus in ons land op. Bij de laatste twee beschermen de vaccins minder goed tegen lichte ziektesymptomen, maar normaal wel tegen een ziekenhuisopname.

Minstens acht Belgen zijn besmet geraakt met de Braziliaanse variant van het coronavirus. Het betekent dat er nu, zij het nog op een zeer beperkte schaal, naast de Britse en de Zuid-Afrikaanse variant nog een versie van het virus circuleert die allicht besmettelijker is dan het ‘gewone’ coronavirus. Bovendien bestaat bij de Braziliaanse variant, net zoals bij zijn Zuid-Afrikaanse zusje, de vrees dat de vaccins er minder goed tegen beschermen.

Wie besmet raakte of wie gevaccineerd werd, ontwikkelt antilichamen tegen het coronavirus. Die antistoffen bieden bescherming als het virus opnieuw het lichaam binnen probeert te dringen. De Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse variant delen evenwel een mutatie die hen helpt die opgebouwde immuniteit bij hun gastheer gedeeltelijk te omzeilen, waardoor die toch besmet kan raken.

Welke coronavarianten zijn er?

Na de Britse en de Zuid-Afrikaanse is nu ook de Braziliaanse variant van het coronavirus aanwezig in ons land. Wanneer doken ze op? Waarom zijn ze besmettelijker? En werken vaccins ertegen? Een overzicht vindt u hier.

Zowel in Zuid-Afrika als in Brazilië werden mensen die eerder positief testten op het virus opnieuw ziek na een besmetting met de lokale variant. In Manaus, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Amazones waar volgens een (omstreden) onderzoek drie vierde van de bevolking over antistoffen zou beschikken, kwam het zelfs tot een zware tweede golf. De ziekenhuizen konden de toestroom van patiënten niet aan, waardoor mensen bij gebrek aan hulp stierven.

In Zuid-Afrika werden de inentingen met AstraZeneca stopgezet omdat het vaccin te weinig zou beschermen tegen de daar circulerende lokale variant.

Tegen de verwachtingen leken de exotische varianten ook de werking van de vaccins onderuit te halen. In Zuid-Afrika werden de inentingen met AstraZeneca stopgezet omdat het vaccin te weinig zou beschermen tegen de daar circulerende lokale variant. Het vaccin, dat volgens het Europees geneesmiddelenbureau EMA het aantal symptomatische gevallen met 60 procent terugdringt, bleek tijdens haastig en onvolledig onderzoek in Zuid-Afrika slechts voor 22 procent effectief.

T-cellen

De beslissing van de Zuid-Afrikaanse regering is echter bijzonder omstreden. Het AstraZeneca-vaccin lijkt er minder dan verhoopt te beschermen tegen milde ziektesymptomen, maar het is onduidelijk of het vaccin beschermt tegen ernstige ziekte. ‘Uiteindelijk is dat wat vaccins in eerste instantie moeten doen: mensen beschermen tegen een ziekenhuisopname of een overlijden’, zegt viroloog Piet Maes, verbonden aan het Rega-instituut van de KU Leuven.

Tijdens de wereldwijde klinische proeven die AstraZeneca uitvoerde, moest
niemand die zijn vaccin kreeg in het ziekenhuis worden opgenomen. De verwachting is dat het middel daarom ook na een besmetting met de Zuid-Afrikaanse variant nog altijd voldoende bescherming zal bieden tegen een zwaar ziekteverloop. ‘Het is nooit zwart of wit, of het vaccin werkt of niet werkt’, zegt Maes. ‘Door een variant kan het wat minder goed werken, maar het blijft altijd een werkzaamheid behouden.’

Deels komt dat doordat de mutaties van de exotische varianten niet alle antistoffen kunnen omzeilen. Het lichaam doet er misschien iets langer over om het virus uit te schakelen, waardoor ziektesymptomen kunnen optreden, maar na verloop van tijd wordt de indringer toch verschalkt.

Antilichamen

Daarenboven beschikt ons lichaam met T-cellen nog over een tweede afweergordel, die ook door het vaccin wordt aangejaagd. T-cellen ruimen de besmette cellen op die de antilichamen in eerste instantie missen. Ook dat kan gepaard gaan met lichte ziektesymptomen, maar dankzij dat afweersysteem wordt een zware ziekte vermeden.

Waterdicht bewijs dat AstraZeneca beschermt tegen een zwaar verloop na besmetting met de Zuid-Afrikaanse variant is er niet. Proeven met Johnson & Johnson bieden evenwel hoop. Uit tests met dat vaccin - dat nog niet op de markt is - blijkt dat het middel het aantal symptomatische gevallen in Zuid-Afrika met 57 procent heeft verminderd. Dat is minder dan de effectiviteit van 72 procent die het vaccin in de Verenigde Staten haalde. Maar het bleek in Zuid-Afrika, net als elders ter wereld, zeer goed te beschermen tegen ernstige ziekte. Het aantal zware verlopen werd met 85 procent gereduceerd.

Gevaar voor verspreiding

De hoop en de verwachting is dat de andere vaccins evenzeer werken tegen een ernstig ziekteverloop na een besmetting met de Zuid-Afrikaanse of Braziliaanse varianten. Het is vooralsnog wachten op data die dat bevestigen. Om helemaal zeker te zijn werken de farmabedrijven aan updates van hun vaccins. Zeker de innovatieve mRNA-vaccins van Pfizer-BioNTech en Moderna kunnen snel worden bijgestuurd, waardoor de gelijkaardige varianten in bedwang moeten worden gehouden.

‘De Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten zijn zo niet zozeer een probleem voor het vaccin zelf, maar wel voor de verspreiding van het virus’, zegt Maes. ‘Doordat gevaccineerden vaker symptomen vertonen na een besmetting met de varianten geven ze het virus allicht nog gemakkelijk door. Daardoor kan het zich blijven verspreiden en kan wie nog niet gevaccineerd werd ernstig ziek worden.’

Zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen inenten is daarom het beste wapen tegen de varianten, maar daarvoor moeten de spuitjes natuurlijk wel beschikbaar zijn. Ondertussen komt het erop aan de circulatie van het virus zo laag mogelijk te houden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud