analyse

Het Franse gevecht om de lekenstaat

De Franse president Emmanuel Macron bij de herdenking van de onthoofde leraar Samuel Paty. ©AFP

De Franse president Emmanuel Macron moet een muur van onbegrip overwinnen om de Franse lekenstaat uit te leggen.

Sinds 1905 zijn kerk en staat strikt gescheiden van elkaar in Frankrijk. Dat betekent dat iedereen eerst een Franse burger is en leeft volgens de wetten van de Republiek. Los van kleur of religie, die tot de persoonlijke levenssfeer behoren. Dat is alvast de theorie van de Franse lekenstaat.

Met de onthoofding van leraar Samuel Paty vorige maand is dat Franse 'universalisme', zoals president Emmanuel Macron het omschrijft, stevig onder druk te komen staan. Bij de herdenking van de geschiedenisleraar in de Sorbonne in Parijs hield Macron een warm pleidooi voor het recht op vrije meningsuiting en beloofde hij de 'politieke islam' stevig aan te pakken.

De uitspraak leidde tot woedende reacties in de moslimwereld, waar Macrons toespraak als een aanval op 'de' islam werd geïnterpreteerd. Met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan op kop kwam er een felle reactie tegen Frankrijk.

Angelsaksische media

Maar de moslimwereld was niet de enige die protesteerde. Er ontspon zich ook een stevige discussie tussen Macron en de leidende Angelsaksische media. Zowel de Britse zakenkrant Financial Times als Politico publiceerde opinies die de Franse president deden steigeren.

We reageren als de woorden van de president verkeerd worden weergegeven.
Persdienst Elysée

De stelling luidde dat de strijd tegen het islamistisch separatisme de maatschappij nog dieper verdeelde. De Franse president bekwam dat de opinies werden ingetrokken en dat zijn 'recht op antwoord' verscheen. 'We reageren als de woorden van de president verkeerd worden weergegeven', stelde de persdienst van het Elysée.

Ook in The New York Times kreeg Macron stevige kritiek. In die mate dat de president zelf de telefoon nam en de redactie belde. De verslaggeving van de krant over de onthoofding van de Franse leraar kreeg als titel mee 'De Franse politie schiet op een man en doodt hem na een aanval met een mes'. De krant vond het 'politiegeweld' belangrijker dan de onthoofding van de leraar.

Charlie Hebdo

Er bestaat een diepe kloof tussen wat 'vrije meningsuiting' betekent voor de ene en de andere cultuur. Bij de aanslag op het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo in 2015 veroordeelde de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama de aanslag sterk, maar toen waren er al berichten dat hij zich moeilijk kon vinden in de spotprenten die het blad over de profeet Mohammed had gepubliceerd. Het viel ook slecht dat Obama zich bij de herdenkingsplechtigheid liet vervangen door zijn toenmalige vicepresident Joe Biden.

Charlie Hebdo antwoordde op zijn manier, toen Obama in 2017 het Witte Huis verliet. Op de cover vluchtte de president weg voor een kogelregen, een duidelijke verwijzing naar het racistische optreden van de Amerikaanse politie. De titel luidde: 'Opnieuw een gewone burger'.

De verhouding met spotprenten ligt erg gevoelig, zeker in de VS. In 2019 stopte The New York Times met het publiceren van cartoons in zijn internationale editie. Eerder deed het dagblad dat al voor de nationale uitgave. De aanleiding was een prent waarop een blinde president Donald Trump geleid werd door een hond met het gezicht van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en een blauwe davidster. De krant kreeg een hoop reacties omdat de cartoon antisemitisch zou zijn.

Het dagblad greep zwaar in. De redacteur die de prent had geplaatst, kreeg een sanctie, terwijl de contracten met alle cartoonisten werden opgezegd. Zelfcensuur dus. De actie miskende ook de rol van een karikatuur. 'De spotprenten spelen al eeuwen een rol als een ruw, gekleurd onderdeel van het politieke commentaar in de hele wereld en ze versterken de pers in alle landen, van de meest tolerante liberale democratieën tot meest vicieuze totalitaire regimes. Ze hebben de kracht om te choqueren en te beledigen. Dat is waarvoor ze bedoeld zijn', reageerde de cartoonist Martin Rowson in The Guardian.

Plooien gladstrijken

Macron zelf erkende en begreep dat spotprenten kunnen choqueren. Maar dat legitimeert nog niet het geweld. De Franse president verdedigde zijn standpunt ook op de Arabische zender Al Jazeera en stuurde zijn buitenlandminister Jean-Yves Le Drian op pad om de diplomatieke plooien glad te strijken en het Franse concept van de 'lekenstaat' uit te leggen.

De Franse lekenstaat is natuurlijk een ideaal, dat in Frankrijk niet gehaald wordt. Ook dat erkende Macron tijdens een redevoering over het islamistisch separatisme. 'We hebben sommige toestanden aan onszelf te danken', gaf de president toe als het ging over de wantoestanden in sommige voorsteden, die leiden tot een explosieve situatie. En hij erkende dat verschillende regeringen zich te weinig hadden aangetrokken van de moslims.

Maar de president blijft erbij dat de republikeinse waarden voorrang hebben, en dat afkomst en religie tot het strikte privédomein behoren. Ondanks een muur van onbegrip zal deze president niet afwijken van dat principe.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud