Advertentie
analyse

Klimaattop in Glasgow wordt kantje boord

©Getty Images via AFP

Slaagt de klimaattop in Glasgow erin de opwarming van de aarde beheersbaar te houden?  Met een gevaarlijke cocktail van ongelijke ambities, onvoldoende centen voor kwetsbare landen en onenigheid over klimaatinspanningen is de uitkomst onzeker.

In de Schotse stad Glasgow begint zondag een klimaattop waaraan zowat alle landen van de wereld deelnemen. De bijeenkomst duurt tot 12 november en is voor de Britse premier Boris Johnson een uitgelezen kans om de favoriete brexitslogan ‘Global Britain’ glans te geven. De conferentie in Glasgow had eigenlijk vorig jaar moeten plaatsvinden, maar werd uitgesteld wegens de coronacrisis. De bijeenkomst in Glasgow heet officieel COP 26: ze is de 26ste ‘conference of the parties’ van de Verenigde Naties over het indijken van de klimaatverandering.

Toch erkende Johnson maandag dat ‘het niet makkelijk wordt’ de Britse ambitie binnen bereik te houden om de wereld op weg te zetten naar een nuluitstoot in het midden van de eeuw en de maximaal 1,5 graden opwarming van de aarde.

Wie?

De VN-klimaatconferentie van Glasgow begint zondag. Ze duurt tot 12 november.

Wat?

Dat overlegforum van bijna 200 landen - alle landen ter wereld - moet een klimaatcrash proberen te vermijden. Met de huidige klimaatbeloftes wordt de aarde tegen 2100 veel warmer dan de internationaal afgesproken 1,5 graden.

Waar?

De G20 in Rome dit weekeinde en de speeches van meer dan honderd leiders in Glasgow op 1 en 2 november moeten de klimaat- ambities de hoogte in jagen. Maar ook over de uitwerking van de regels van Parijs is nog discussie. Kwetsbare landen willen eerst meer centen zien van de rijke om zich aan te passen aan de klimaatverandering.

Ook Alok Sharma, die de COP 26 voorzit, nam al gas terug na zijn eerdere aankondiging dat Glasgow een ‘keerpunt voor de wereld’ zal zijn. Sharma is qua temperament de tegenpool van zijn controversiële Britse premier. De 54-jarige ingenieur zit pas tien jaar in de politiek en staat zeer goed aangeschreven bij de klimaatonderhandelaars.

De reden voor dat oplopende pessimisme is dat de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht. De VN en de klimaatwetenschappers van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) waarschuwen dat het kantelpunt voor de opwarming van de aarde al in 2030 valt. Zonder bijkomende inspanningen de volgende acht jaar stevent de aarde af op een opwarming met 2,7 graden in 2100.

Als meer landen zich bekeren tot klimaatneutraliteit in het midden van de eeuw of kort daarna, kan dat de temperatuurstijging in 2100 beperken tot 2,2 graden. Dat is een pak hoger dan de internationaal afgesproken 1,5 graden. Het zal de aarde moeilijk leefbaar maken met extreme regen of zon, een stijgende zeespiegel en meer verwoestende orkanen. Een ijsvrije Noordpool zou de komende tien jaar kunnen voorkomen. Bovendien dreigt het smelten van de permafrost in Noord-Europa en Siberië nog veel meer CO₂ vrij te maken.

Update van beloften

Die versnelling van de klimaatverandering was ook bij de jongste klimaatconferentie in Madrid in 2019 al aan de gang. Die eindigde zonder belangwekkende besluiten en hield het op ‘de dringende nood om rekening te houden met de significante kloof’. Met hun doemberichten voeren Sharma en Johnson de druk bij alle deelnemers op om hun ambities op te drijven. Elk land diende in 2016, na de goedkeuring van het Parijsakkoord, een nationale bijdrage in aan de strijd tegen de klimaatverandering - een NDC (nationally determined contribution). Na vijf jaar is het tijd voor een grondige update van die beloften.

De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben hun klimaatbeleid serieus aangepast. Londen en de Unie beloven klimaatneutraal te zijn tegen 2050. De Europese Unie legde met het pakket ‘Fit for 55’ een batterij aan wetgeving op tafel die de economie grondig moet veranderen en op een duurzaam spoor zetten.

De doelstelling om 55 procent minder broeikasgassen uit te stoten tegen 2030 is ingeschreven in de Europese klimaatwet. Die min 55 procent is daardoor bindend voor alle EU-lidstaten. De uitbreiding van de uitstoothandel voor gebouwen en transport is sinds de stijging van de energieprijzen controversieel geworden in een groot aantal landen. Maar als dat voorstel van tafel verdwijnt, moet het wel gecompenseerd worden door andere maatregelen, zoals belastingen, benadrukt Frans Timmermans, de Europese klimaatman.

Voor die ambitieverhoging kijkt Glasgow in de eerste plaats naar de grote uitstoters China, Rusland of Brazilië: zij kunnen sneller gaan of concretere engagementen opnemen. China, de grootste uitstoter wereldwijd, zette deze week enkele stapjes vooruit, maar blijft erg vaag. Peking belooft een piek in de uitstoot voor 2030 en klimaatneutraliteit in 2060. Het land begint in 2026 te knippen in het verbruik van steenkool. Een einddatum voor het steenkoolgebruik is er niet. Evenmin is er duidelijkheid over het traject naar 2060. Australië, ook een steenkoolland bij uitstek, belooft op papier klimaatneutraal te zijn in 2050 maar zweert de fossiele industrie niet af. Olieland Saudi-Arabië wil in 2050 klimaatneutraal zijn, maar ook daar worden vraagtekens bij geplaatst.

Overigens bevolken vooral groeilanden de top tien van grootste uitstoters ter wereld. In 1990, toen het klimaatprobleem in de Verenigde Naties op de voorgrond kwam, was Europa de op een na grootste uitstoter na de Verenigde Staten. De VS bleven ongeveer op dezelfde hoogte wat de uitstoot betreft, maar China is de Amerikanen vijftien jaar geleden voorbijgestoken en staat hoog op de eerste plaats in de top tien. De uitstoot van groeilanden als India en Brazilië zit ook in een stijgende lijn. De Europese Unie laat een dalende trend zien.

Drie knopen

De discussie in Glasgow gaat niet alleen om ambitie, maar ook om een eerlijke verdeling van de inspanningen tussen rijke en arme landen. De rijke landen, Europa en de VS voorop, worden gezien als de landen die er de oorzaak van zijn dat de planeet erop achteruitgaat. Dat Londen net het versneld uitfaseren van steenkool als prioriteit van de klimaattop naar voren schuift, ligt moeilijk bij China, dat de eigen groei niet in gevaar wil brengen. Peking ziet bij rijke landen het gebrek aan financiering van de maatregelen om kwetsbare landen te helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering als de moeilijkste knoop.

Dat Londen het versneld uitfaseren van steenkool als prioriteit van de klimaattop naar voren schuift, ligt moeilijk bij China.

In 2009 beloofden de wereldleiders in Kopenhagen tegen 2020 jaarlijks 100 miljard dollar ter beschikking te stellen voor die aanpassing aan de klimaatverandering. Maar die beloftes zijn de rijke landen niet nagekomen. In 2019 beliep het ingezamelde geld slechts 79,6 miljard dollar. Pas tegen 2023 zou het volledige bedrag van 100 miljard euro beschikbaar moeten zijn. Dat creëert een vertrouwensbreuk, erkent Belgisch onderhandelaar Peter Wittoeck.

Voor de kleine eilanden die dreigen te worden overspoeld door de oceaan als gevolg van de klimaatverandering, is die hulp essentieel. De kritiek richt zich voornamelijk op de Verenigde Staten, nog altijd de op een na grootste uitstoter ter wereld. President Joe Biden beloofde wel in 11,4 miljard dollar bijkomende internationale financiering voor adaptatie te voorzien, maar die raakt moeilijk door het Congres.

Europa bood 5 miljard dollar extra om het gat tot 100 miljard te dichten. Die geste moet door de lidstaten afzonderlijk aangevuld worden. Onder meer Duitsland en Italië moeten die afspraak nog nakomen. Net voor de start van de klimaattop - op zaterdag en zondag - vergaderen de leiders van de G20, de belangrijkste industrie- en groeilanden, in Rome. Van daar vliegende meeste leiders door naar Glasgow voor een ‘leaders meeting’ op maandag en dinsdag. Verwacht wordt dat die opeenvolgende vergaderingen bijkomende druk zetten op de groeilanden om meer te doen, en op de rijke landen om meer geld op tafel te leggen.

De Europese klimaatman Frans Timmermans ©REUTERS

Een aanslepende discussie uit vorige klimaatconferenties is de uitwerking van het zogenaamde handboek van Parijs. De struikelsteen daar is hoe de prijs voor de uitstoot van koolstof op een vergelijkbare manier kan worden berekend in alle landen. Zo’n rekenmodel kan een belangrijk instrument zijn voor de wereldwijde handel in uitstootrechten, zoals nu in Europa gebeurt voor de zware industrie op de ETS (emission trading system)-markt. Experten zien er een markt in die tegen 2030
100 miljard dollar kan opbrengen. Dat lijkt evident, maar afspraken hierover verlopen zeer moeilijk. Brazilië wil de kosten voor het beschermen van het regenwoud, de groene long van de aarde, tweemaal aanrekenen. 

Het klimaatdebat zit dus in een drievoudige knoop: strakkere ambities om de uitstoot van broeikasgassen in te dijken, meer geld om kwetsbare landen te helpen en de goedkeuring van eenvormige regels voor het tellen van de klimaatinspanningen. Die drie elementen houden elkaar in evenwicht en bepalen de uitkomst van Glasgow. 

Klimaatonderhandelingen vereisen dat alle 200 deelnemende landen zich achter de besluiten scharen. Iedereen aan boord krijgen, vergt lange onderhandelingen. In Denemarken in 2009 eindigden de klimaatonderhandelingen op een sof. Het wereldwijde klimaatakkoord in Parijs kwam er net omdat de Fransen een jaar lang letterlijk praatten met alle landen en de klimaatdiplomatie tot aan de eindmeet bleven volhouden.

100 miljard
De financiering van klimaatinspanningen in kwetsbare landen is een struikelsteen op de top in Glasgow. Rijke landen beloofden in 2009 om tegen 2020 jaarlijks 100 miljard dollar uit te trekken voor aanpassing aan de klimaatverandering, maar kwamen die belofte niet na.

De vraag is hoe inclusief de conferentie in Glasgow kan en zal zijn. De zware coronamaatregelen maken de deelname van ontwikkelingslanden - waar nog maar weinig gevaccineerd is - erg moeilijk. Een groot aantal belangrijke leiders, onder wie Xi Jinping, Vladimir Poetin en Jair Bolsonaro, zakt niet af naar Schotland.

Met enkele thematische sessies hopen de Britten de klimaatgesprekken in Glasgow  te redden. Timmermans en zijn Amerikaanse collega John Kerry trekken met dertig landen de kar voor een wereldwijde belofte om de methaanuitstoot tegen 2030 met 20 procent te verminderen. Methaan is nu al goed voor de helft van de temperatuurstijging van 1,1 graden op aarde.

Die side-events kunnen wel eens de troostprijs worden voor de klimaattop in Glasgow. Bovendien kan het landen op het idee brengen een uitstootvermindering van methaan in hun herwerkte klimaatplannen op te nemen. Dat raadt de VN organisatie voor milieu, Unep, aan in haar jongste rapport.

Belgische ministers

Meerdere Belgische ministers reizen af naar Glasgow, onder anderen premier Alexander De Croo (Open VLD), minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) en minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo). Ook de Vlaamse, Waalse en Brusselse ministers van Milieu zijn present. Vlaams minister Zuhal Demir (N-VA) beseft dat Vlaanderen achterop loopt in de klimaatinspanningen en eist scherpere maatregelen voor ze naar de Schotse stad trekt.

De standpunten van de EU-landen worden op Europees niveau gecoördineerd. De samenwerking van al die Belgische klimaatministers dreigt, net zoals in Parijs, moeilijk te verlopen. Dat heeft minder met Glasgow te maken, maar meer met onenigheid over de verdeling van de Belgische uitstootvermindering met 47 procent in het Europees ‘Fit for 55’-plan. De verdeling van de Belgische klimaatinspanningen voor 2020 sleepte zeven jaar aan. De kans dat de knoop in Glasgow wordt doorgehakt, is zeer klein.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud