Macron wil het taboe op de Algerijnse oorlog weg

De Franse president Emmanuel Macron ©AFP

Emmauel Macron gaat 'symbolische daden stellen om de gemoederen rond de Algerijnse oorlog te bedaren, maar de Franse president zal geen excuses aanbieden, zoals Algiers wil.

Na 60 jaar is de Algerijnse oorlog nog altijd een groot taboe in de Franse samenleving en politiek. De dekolonisatie vond plaats van 1954 tot 1962 en verliep bloedig. Frankrijk veroverde Algerije in 1830 op een verzwakt Ottomaans rijk. Na de verovering werd Algerije geen kolonie, maar Frans grondgebied.

Het Algerijnse bevrijdingsfront begon de oorlog op 1 november 1954. Het conflict escaleerde snel. Frankrijk zette een grote troepenmacht in, onder meer gesteund door het Vreemdelingenlegioen en de Algerijnen die meevochten aan Franse zijde.

De oorlog werd uitzichtloos en in een referendum in 1961 stemde Frankrijk met 78 procent voor de Algerijnse onafhankelijkheid. Dissidente Franse generaals probeerden een staatsgreep op te zetten en richtten de paramilitaire organisatie OAS op, die een moordaanslag op president Charles de Gaulle - pro Algerijnse onafhankelijkheid - beraamde. Ook op Franse bodem werd protest bloedig onderdrukt. Een vreedzame betoging van het FLN in Parijs liep op 17 oktober 1961 compleet uit de hand door hard politieoptreden. 14.000 mensen werden opgepakt, 200 doodgeschoten, waarvan velen gewoon in de Seine werden gegooid.

Als presidentskandidaat verklaarde Macron dat de kolonisatie van Algerije een misdaad tegen de menselijkheid was.

Het verloop van de Algerijnse oorlog sloeg diepe wonden aan beide zijden. In Frankrijk werd het een volstrekt taboe om over de gebeurtenissen te praten. Dat verbeterde pas in de jaren 80. Tussen Frankrijk en Algerije kwamen er diplomatieke spanningen. Dat gaf het Algerijnse FLN 60 jaar de legitimiteit om aan de macht te blijven.

Macron is de eerste president die na het conflict is geboren. Hij wil de emoties uit het debat halen en de bilaterale relatie met het land verbeteren. Als presidentskandidaat stelde hij in 2017 dat de kolonisatie van Algerije een misdaad tegen de menselijkheid was. Dat leverde hem veel kritiek op van extreemrechts en van wie uit Algerije was gerepatrieerd na de oorlog.

Worsteling

De worsteling met het koloniale verleden van Frankrijk vertoont sterke parallellen met de discussie over de rol van België bij de kolonisatie van Congo. Zoals hier een expertengroep onderzoekt wat gebeurd is, gaf Macron in juli van vorig jaar de opdracht aan Benjamin Stora, een historicus gespecialiseerd in de Algerijnse geschiedenis, een rapport op te stellen 'om de geschiedenis in de ogen te kijken' op een 'serene en vreedzame manier'. In Algerije gaf president Abdelmadjid Tebboune en gelijkaardige opdracht aan Abdelmadjid Chiki, de directeur van de nationale archieven, die samenwerkt met Stora.

Het rapport doet allerlei aanbevelingen. Stora wil een 'dekolonisatie van de geheugens' omdat bij gerepatrieerden, soldaten en de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders veel versies van de oorlog circuleren. De historicus pleit ervoor archieven te heropenen, plaatsen te onderzoeken en de verdwenen slachtoffers te zoeken.

Macron gaf aan 'symbolische daden' te willen stellen om beide kanten dichter bij elkaar te brengen. Algemene excuses zal hij niet aanbieden. De excuses van Japan aan Zuid-Korea en China voor zijn rol in de Tweede Wereldoorlog hebben de landen niet verzoend, klinkt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud