Advertentie

‘Mijn werk helpt andere economen beter werk te leveren’

Guido Imbens lag te slapen toen het Nobelcomité hem midden in de nacht belde. Hij vierde het meteen met zijn gezin. ©Andrew Brodhead

De Nederlander Guido Imbens kreeg samen met twee bevriende economen de Nobelprijs voor zijn werk rond de impact van minimumloon, migratie en scholing op je inkomen. In zijn economisch onderzoek richt hij zich liever op de echte wereld dan op theoretische modellen.

Het nadeel van in de Verenigde Staten wonen is dat je ’s nachts uit je bed wordt gebeld als ze je vanuit de Zweedse hoofdstad Stockholm de Nobelprijs voor Economie toekennen. Het overkwam de Amerikaanse Nederlander Guido Imbens (58) maandag, net als zijn vrienden David Card en Joshua Angrist.

Hoe reageerden zijn drie tienerkinderen toen ze hoorden dat het nachtelijke telefoontje afkomstig was van het Nobelcomité? Misschien met ‘gefeliciteerd, mama’? Imbens’ echtgenote, Susan Athey, is immers een wereldautoriteit in de economie van artificiële intelligentie, en staat al jaren op het favorietenlijstjes om de onderscheiding te ontvangen.

Videobellend vanuit zijn woning op de campus van Stanford University in Californië kan Imbens er smakelijk om lachen. ‘Susan heeft in haar carrière al veel meer prijzen gewonnen dan ik, dus zo vreemd zou die vraag niet zijn geweest’, erkent hij enkele dagen na de bekendmaking. ‘Maar nee, toen we hen in het midden van de nacht hebben wakker gemaakt, was het om te zeggen dat ik de laureaat was. Susan is met haar vijftig jaar trouwens nog heel jong om de Nobelprijs te winnen. Ze heeft nog alle tijd.’

Imbens, Card en Angrist halen inzichten uit experimenten in het echte leven. Niet in een laboratorium dus, waar je bijvoorbeeld de ene groep een nieuw medicijn kan geven, terwijl de andere een placebo krijgt. Want zo’n gecontroleerde proef lukt vaak niet, bijvoorbeeld om ethische redenen. Je kan niet zomaar de helft van de bevolking een basisinkomen geven en de andere helft niet, om af te leiden wat de gevolgen zijn voor de arbeidsmarkt.

Dergelijke vragen zijn echter vaak via een creatieve omweg toch te beantwoorden. Imbens greep naar enquêtedata uit Massachusetts, waar loterijwinnaars twintig jaar lang jaarlijks 25.000 dollar kregen, in plaats van in één klap 500.000 dollar. Dat lijkt dus sterk op een basisinkomen. Resultaat van het onderzoek? Het effect van het basisinkomen op hoeveel mensen werken en hoeveel ze daarbij verdienen blijkt vrij klein.

Tien voor wiskunde

Hoewel Imbens dus ook beleidsgericht onderzoek heeft gedaan, is hij vooral gelauwerd voor zijn methodologische bijdrages. ‘Ik denk vooral na over de technische kant van de problemen die arbeidseconomen zoals David Card willen onderzoeken. Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn opdat een oorzakelijk verband kan worden aangetoond?’ Dankzij hem doen onderzoekers dus verstandiger dingen dan ze anders hadden gedaan? ‘Zo is het’, lacht hij.

Ik denk vooral na over de technische kant van de problemen die arbeidseconomen onderzoeken.
Guido Imbens
Nobelprijswinnaar

Tot de jaren negentig moest je vooral veel ingewikkelde modellen bouwen, wilde je als econoom serieus worden genomen. Op zich had Imbens daar het profiel voor. Al van kindsbeen af was hij een kei met cijfers, vertelde een oud-klasgenoot deze week in het Eindhovens Dagblad. ‘De enige tien voor wiskunde die ik ooit heb gehaald, was toen ik naast Guido in de klas zat.’

Heel verrassend was het dus niet dat Imbens aan de Erasmus Universiteit Rotterdam econometrie ging studeren, zeg maar de wetenschap van het economisch modelleren. Daar gaf hij zich op voor een seminarie van de Amerikaanse wiskundige econoom Marcus Berliant. ‘Na twee dagen was ik nog de enige student in zijn klas’, herinnert Imbens zich. De complexiteit van de materie had alle andere studenten weggejaagd.

Toch ging hij later een andere richting uit dan het strikt theoretische werk. Imbens zag te veel economen die op kantoor zaten na te denken over de economie, en die daar gecompliceerde modellen voor bouwden. De echte wereld vond hij interessanter. ‘Mensen als David Card en Alan Krueger (die met elk van de drie laureaten heeft gepubliceerd, maar in 2019 overleed en daardoor niet meer in aanmerking kwam voor de Nobelprijs, red.) lazen het nieuws, zagen dat er iets gebeurde in de wereld, en gingen data verzamelen om dat te bestuderen.’

Het werkte aanstekelijk voor Imbens. ‘Ik ging nadenken over waar ik iets kon vinden dat leek op een experiment dat ik zou willen doen. Een daarvan was om bepaalde mensen een hoop geld te geven, en anderen die daar direct mee vergelijkbaar waren niet. Zo kwam ik op het idee van die loterij om het basisinkomen mee te bestuderen.’

Geloofwaardigheidsrevolutie

Met zijn methodologisch werk heeft Imbens bijgedragen aan een ware revolutie om modellen geloofwaardiger te maken. Die was broodnodig. Al in de jaren tachtig had de econoom Edward Leamer verschroeiende kritiek gegeven op econometriebeoefenaars en hun methodes. Dat had diepe indruk gemaakt op Imbens. ‘Leamer schreef letterlijk dat niemand nog data-analyses geloofde, behalve degenen die ze zelf had uitgevoerd.’

Een mooi voorbeeld van Imbens’ verdienste op dat vlak heeft te maken met zijn goede vriend en medelaureaat Joshua Angrist. Die had in 1989 in zijn proefschrift vastgesteld dat de inkomsten van Amerikaanse veteranen van de Vietnamoorlog gemiddeld zo’n 15 procent lager waren dan die van niet-veteranen. Tussen 1970 en 1973 waren deze soldaten geloot uit de groep van Amerikaanse jongemannen.

‘Uit discussies met Joshua bleek dat er spanning zat tussen zijn resultaten, die heel geloofwaardig waren, en econometrische studies over hetzelfde onderwerp die stelden dat zijn resultaten niet deugden’, vertelt Imbens. ‘Mijn onderzoek toonde aan dat je de vraag iets anders moest stellen, want dan kon de theorie wel laten zien dat de uitkomst geloofwaardig was.’

Er waren grofweg drie groepen in die loting, verduidelijkt Imbens. ‘De eerste groep wilde wel opgeroepen worden, maar kon in de praktijk niet in militaire dienst, bijvoorbeeld omdat ze een gebroken been hadden. De tweede groep bestond uit mannen die sowieso in dienst gingen, of ze nu werden opgeroepen of niet. Maar alleen voor de laatste groep, de Amerikanen die alleen in dienst gingen omdat ze werden opgeroepen, kon je die loterij als een experiment beschouwen.’

© HET FINANCIEELE DAGBLAD

Profiel

Guido Imbens (58) werd geboren in Geldrop, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Hij studeerde econometrie in Rotterdam en in het Britse Hull. Eind jaren tachtig volgde hij zijn mentor uit Hull naar Brown, een Amerikaanse topuniversiteit in Rhode Island. Daar haalde hij zijn doctoraat.

Lesgeven deed hij aan de universiteiten van Harvard, Tilburg, Californië en Berkeley. Sinds 2012 is hij professor aan de universiteit van Stanford. Hij is gespecialiseerd in econometrie en statistiek, en dan vooral in de casuïstiek: de leer van oorzaak en gevolg.

Imbens werkt al jaren nauw samen met Joshua Angrist en David Card, economen die pionierden met experimenteel veldwerk. Het trio, dat bekroond werd met de Nobelprijs Economie, is nauw bevriend. Angrist was getuige bij het huwelijk van Imbens met de econome Susan Athey. Imbens heeft de dubbele Amerikaans-Nederlandse nationaliteit en woon in de VS.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud