Wereldwijde minimumtaks houdt ook nadelen in

Betogers in Luxemburg nemen het op voor de klokkenluider die aan de basis lag van de LuxLeaks-onthullingen over de Luxemburgse belastingvoordelen voor een aantal multinationals. ©BELGAIMAGE

Een minimumbelasting op internationale bedrijven is een manier om kwalijke ontwijkingspraktijken te bestrijden. Maar belastingconcurrentie helemaal bannen houdt ook nadelen in.

Nu ook de VS zich achter een globale minimumbelasting voor internationaal actieve bedrijven scharen, zal dat de initiatieven die al op de rails staan een stevig duwtje geven. Internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Verenigde Naties pleiten al een poos voor een hervorming van internationale belastingafspraken.

De essentie

  • De steun van de VS brengt de plannen voor een globale minimumbelasting op internationale bedrijven in een stroomversnelling.
  • Het doel is belastingontwijking te bestrijden en schadelijke fiscale concurrentie aan banden te leggen.
  • Sommige landen hebben weinig andere troeven dan een gunstig belastingregime.
  • Belastingconcurrentie is een rem op de belastingdrift van overheden.

In de G20 - de groep van de 20 grootste landen - en de OESO - de club van de rijke landen - wordt daar al enkele jaren aan gewerkt door 125 landen. 'We hebben een blauwdruk klaar. Als we daaraan voortwerken, kunnen we tegen de zomer een oplossing voorstellen', zegt Pascal Saint-Amans, de directeur van het centrum voor fiscaal beleid van de OESO.

Een minimumbelasting wordt gezien als een instrument dat het internationaal opererende bedrijven moeilijker maakt om verschillen in de fiscale wetgeving uit te buiten door winsten te versluizen naar landen waar die lager worden belast. Bedrijven die het handig spelen, kunnen hun belastingfactuur aanzienlijk drukken. Dat botst met het idee van fiscale rechtvaardigheid, dat ervan uitgaat dat ook bedrijven hun faire deel van de belastingen moeten betalen.

Zo'n taks is ook een middel om oneerlijke en schadelijke belastingconcurrentie tussen landen te bestrijden, waarbij het ene land bedrijfsactiviteiten – en de jobs die ermee gepaard gaan – weglokt uit een ander land door te schermen met fiscale voordelen.

Tegen de zomer kunnen we een concreet voorstel klaar hebben.
Pascal Saint-Amans
Directeur Center for Tax Policy bij de OESO

De minimumbelasting moet een einde maken aan the race to the bottom, het opbod tussen landen om toch maar het gunstigste belastingregime te hebben voor ondernemingen, om nieuwe investeringen te kunnen aantrekken en om te voorkomen dat bedrijven puur om fiscale redenen naar het buitenland verhuizen.

Een belangrijke doelstelling is uiteraard de belastinginkomsten voor de overheden veilig te stellen. De OESO raamt dat regeringen vanwege belastingconcurrentie tussen landen en ontwijkingsconstructies door bedrijven 4 tot 10 procent van de bedrijfsbelastingen mislopen, goed voor 100 tot 240 miljard dollar (85 tot 200 miljard euro) per jaar. Geld dat overheden zouden gebruiken om het onderwijs en de gezondheidszorg te financieren, om te investeren in infrastructuur of om de klimaatverandering aan te pakken.

Troeven

De minimumbelasting moet een gelijker speelveld creëren, luidt het. Maar dat speelveld is niet gelijk. De troeven om bedrijven aan te trekken zijn ongelijk verdeeld. Denk aan een grote binnenlandse afzetmarkt, de geografische ligging, goede transportverbindingen, rijke bodemschatten, goedkope energie of een hoogopgeleide bevolking.

Landen die niet over zulke troeven beschikken, moeten het vooral hebben van een gunstig belastingregime om bedrijven aan te trekken. Die bedrijven scheppen werkgelegenheid, mensen kunnen er een inkomen verdienen. Ze brengen zo welvaart. Als die landen hun belastingtroef niet mogen inzetten, worden ze buitenspel gezet. Vooral de minder ontwikkelde landen dreigen tussen stoel en tafel te vallen, waarschuwde het IMF al.

Belastingconcurrentie verplicht de overheid om zorgvuldig en weloverwogen te belasten, en om haar uitgaven te bewaken.

Belastingconcurrentie biedt ook voordelen. Het behoedt bedrijven – en particulieren - voor een overheid die ongestoord almaar zwaardere belastingen oplegt. Belastingconcurrentie verplicht de overheid om zorgvuldig en weloverwogen te belasten, en om haar uitgaven te bewaken.

De concrete technische uitwerking van een globale minimumbelasting voor internationale bedrijven wordt in elk geval een huzarenstuk. Want die belasting moet in overeenstemming gebracht worden met de vele nationale belastingregimes. Tegelijk moet erover worden gewaakt dat bedrijven niet dubbel worden belast. Ondernemingen zijn een belangrijke economische motor. Niemand is erbij gebaat die af te remmen of stil te leggen met verstorende belastingen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud