‘Zonder vertrouwen gaan mensen meer sparen. Daarom saneren we'

Vertrouwen. Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad, spreekt het woord minstens twee keer per minuut uit. Als we de economische en de financiële crisis willen bedwingen, moeten de mensen en de bedrijven weer vertrouwen krijgen. Vertrouwen in gezonde overheidsfinanciën. Vertrouwen in een gezonde financiële sector.

Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Toen Herman Van Rompuy zo’n half jaar geleden door de Europese staatshoofden en regeringsleiders werd verkozen tot hun eerste permanente voorzitter, was zijn Europese ervaring beperkt. Niet-Belgische Europeanen zagen in hem niet meer dan een grijze muis, een marionet van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy.

Die kwalificaties vallen nergens meer te horen. En dat is toe te schrijven aan de crisis, meer bepaald die rond de overheidsfinanciën in Griekenland en elders. In dat soort crisissen voelt Van Rompuy zich als een vis in het water. Hij kent de Europese geplogenheden misschien nog niet zo goed, maar inhoudelijk kent hij het dossier als geen ander.

En laat dat dossier nu ook het hoofdthema zijn van de eerste belangrijke internationale afspraak van ‘president’ Van Rompuy, de toppen van de G8 en de G20 in Toronto dit weekend.

Moeten overheden de economie financieel blijven stimuleren, of moeten ze beginnen besparen? Moeten China en Duitsland meer consumeren, of moeten de andere landen er maar voor zorgen dat ook zij meer kunnen exporteren? Moeten we de financiële sector meer in het gareel houden? Van Rompuy heeft zijn antwoorden klaar en vindt zich daarin voldoende gemandateerd door zijn 27 lidstaten.

De kern van zijn antwoorden is dus ‘vertrouwen’. Het heeft geen zin dat overheden geld pompen in de economie, als de mensen daardoor angst krijgen voor komende besparingen en hun eigen geld gaan oppotten. Vorige week vrijdag kreeg deze Europese visie nog felle kritiek van de Amerikaanse president Barack Obama, maar die geeft intussen toe dat duurzame overheidsfinanciën ook een vereiste zijn voor economische groei.

In dit interview, afgenomen donderdagavond voor de start van de G8/G20, kijkt Van Rompuy daarom met rustige vastheid uit naar de onderhandelingen.

Dit is uw eerste G20-top. Wat verwacht u? Waarmee zou u graag naar huis gaan?

Herman Van Rompuy: ‘Het debat zal gaan, of neen, zou zijn gegaan over de vraag of we nu al moeten beginnen met het verminderen van de begrotingstekorten, of beter nog even wachten, omdat het herstel volgens sommigen nog te broos is. Ik denk dat men beseft dat Europa gekozen heeft. Gekozen voor een afbouw van de begrotingstekorten, in sommige landen sterker wegens het vertrouwensprobleem. Griekenland en Spanje bijvoorbeeld. De meeste andere landen zijn begonnen met een geleidelijke afbouw van de tekorten, jaar na jaar, om de groei niet te schaden maar toch het vertrouwen van de belastingbetaler te winnen. Die zou anders sparen uit voorzorg.’

De vorige toppen van de G20 waren bedoeld om schouder aan schouder de crisis aan te pakken, terwijl nu de verdeeldheid heerst.

Van Rompuy: ‘Men groeit naar elkaar toe. Ik denk dat er begrip is voor de zeer specifieke situatie van de eurozone. Het klopt dat andere landen nog volop de economie blijven stimuleren, maar ook daar wordt de kentering ingezet. Kijk maar naar het Verenigd Koninkrijk.’

‘Ik denk dat iedereen in dezelfde richting evolueert. Ik ben daar nogal positief over. Ook in de Verenigde Staten - de begrotingstekorten van 11 à 12 procent zijn daar niet houdbaar.’

Zitten alle Europese landen wel op dezelfde lijn? Is de vooral Franse kritiek op Duitsland verleden tijd?

Van Rompuy: ‘Ja, omdat men een beter begrip heeft gekregen van wat de Duitse inspanning betekenen. In 2010 doet Duitsland zo goed als niets, en in 2011 wordt maar 0,5 procent bespaard. De jaren nadien gaat men van een tekort van een kleine 5 procent naar een evenwicht. Maar dat is slechts een inspanning van 3 à 4 procent in vier jaar, dat is niet zoveel.’

‘De Duitse inspanning is niet te vergelijken met de Griekse of Spaanse besparingen. Trouwens, ook Frankrijk zit in het schema van afbouw van begrotingstekorten. Er wordt gewerkt aan maatregelen. Tegen 2013 moet Frankrijk weer onder de 3 procentnorm vallen.’

Bent u er gerust op dat de terugkeer van het vertrouwen bij de burgers en de bedrijven, door de overheidsbesparingen, de economie weer zal aanzwengelen? Of is er meer nodig?

Van Rompuy: ‘In Europa hebben we naast een conjunctureel probleem ook een structureel probleem. Van lage productiviteitsgroei. Van een lage structurele economische groei, met slechts 1 procent. Dat is veel te weinig, ook om ons sociaal stelsel, zelfs als het hervormd wordt, duurzaam te kunnen blijven financieren.’

‘We hadden dus al voor de crisis een structureel probleem, dat een beetje onafhankelijk is van het huidige conjuncturele probleem. En daarom hebben we de sociaal-economische EU 2020-strategie uitgewerkt, om meer de nadruk te leggen op innovatie, onderzoek en ontwikkeling, onderwijs. Op de versterking van ons economisch weefsel. Dat is ook wat men in België doet, met het Waalse marshall-plan en Vlaanderen in Actie. Daar moeten we heel sterk op inzetten. Anders zullen we onze pensioenlasten niet kunnen betalen. Daartoe hebben we een structurele groei van 2 procent nodig.’

‘In België kampen we trouwens met een nog grotere handicap. Onze structurele groei komt niet aan 1 procent.’

Ook over de regulering van de financiële sector heerst in de Europese Unie en internationaal verdeeldheid.

Van Rompuy: ‘Wat het financieel toezicht betreft, is er sinds maanden een akkoord in de Europese Raad, onder de ministers van Financiën. Nu is de discussie gaande met het Europees Parlement, dat meer wil. Ik heb daar respect voor, maar onder de lidstaten hebben we een akkoord.’

‘De bankentaks, om een ander voorbeeld te nemen, is volgens mij niet de kern van het probleem. Die taks is een politiek probleem, een psychologisch probleem, maar heeft weinig te maken met financiële regulering.’

‘Op de laatste Europese top hebben we een akkoord bereikt over het principe dat in alle landen een bankentaks wordt ingevoerd. België heeft dat al in 2010 gedaan, en ook in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is de beslissing genomen. We hebben geen gestandaardiseerd systeem over de belastbare basis, over het tarief of over de bestemming. Maar of je dat in een fonds stopt of in de begroting, maakt macro-economisch weinig uit.’

‘Ik spreek dus tegen dat we daarover verdeeld zouden zijn.’

Ook met de Verenigde Staten is er voldoende eensgezindheid?

Van Rompuy: ‘De Verenigde Staten zijn ook voor een vorm van bankentaks, in tegenstelling tot de groeilanden of Canada. In de VS is de redenering eenvoudig: er is zoveel uitgegeven om de banken te redden, dan moeten we van de banken zoveel terugkrijgen.’

‘We zullen in Toronto ook nagaan wat we al gedaan hebben met de beloftes die we gezamenlijk hebben gedaan op de G20-toppen in Londen en Pittsburgh: inzake bonussen, hedge funds, financieel toezicht enzovoort.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud