Advertentie

China worstelt nog steeds met Tienanmen

Het beeld van de man die op het Tiananmenplein tanks probeert tegen te houden is in het Westen welbekend, maar niet zo in China. ©REUTERS

25 jaar geleden, in de nacht van 3 op 4 juni 1989, maakten de tanks van het Chinese Volksleger een bloedig einde aan het studentenprotest op het Tiananmenplein in Peking. Een kwarteeuw later is de Chinese overheid nog altijd niet bereid om de geschiedenis onder ogen te zien.

‘Ik zal nooit vergeten wat die nacht is gebeurd. De herinneringen zullen mij de rest van mijn leven blijven achtervolgen.’ Elk jaar rond deze tijd haalt Ding Ziling uit een oude map de foto’s van haar zoon tevoorschijn. De jongen stierf door de kogels van de militairen. Ding Ziling is intussen zowat het symbool geworden van de moeders van de slachtoffers van de studentenopstand. ‘Hij was net 17 geworden. Hij was nog een kind. De soldaten hebben op hem geschoten toen hij wegvluchtte naar de uitgang van de metro.’

Ze knijpt even haar ogen dicht. ‘Ik had een voorgevoel toen hij thuis vertrok. Ik had hem nog zo gewaarschuwd dat hij zich niet mocht aansluiten bij de studenten op het plein. Hij is niet meer teruggekeerd.’

Culturele Revolutie

Ook de Franse sinologe Marie Holzman heeft de opstand van nabij meegemaakt, weliswaar vanuit Parijs. In de nasleep van het bloedbad heeft zij tal van vluchtelingen opgevangen. Volgens haar is de verklaring voor het harde optreden van het leger te zoeken in het verleden.

‘Toenmalig president Deng Xiaoping was bang om zijn greep op de Communistische Partij te lossen. Hij vreesde dat dat zou leiden tot chaos, die het land in de afgrond zou storten. Vergeet niet dat de machthebbers van toen in de jaren 60 en 70 allemaal de wantoestanden van de Culturele Revolutie hadden meegemaakt. De armoede was in die jaren enorm. Toen ik in 1975 in China was, had niemand een koelkast, een tv of een wasmachine. De machthebbers wilden in 1989 in geen enkel geval terugkeren naar die vreselijke tijd. Dat praat hun optreden niet goed, maar het verklaart het wel.’

‘In de jaren 80 had China de deuren opgezet voor westerse investeerders en het westerse gedachtegoed’, zegt Marie Holzman. ‘Tal van boeken werden vertaald, waaronder die van Jean-Paul Sartre. De Chinese studenten en intellectuelen hadden al die nieuwe ideeën opgeslorpt. Hun verwachtingen waren hooggespannen. De repressie was navenant. De wonde die het bloedbad van Tiananmen geslagen heeft, is nog lang niet geheeld.’

‘Het was een botsing van twee culturen’, bevestigt Zhou Dou, een van de leiders van de studentenbeweging in 1989. ‘Het China van de jaren 80 was nog altijd erg getekend door het Mao-tijdperk. Anderzijds waren er de intellectuelen zoals wij, die het communistische gedachtegoed verafschuwden en zich lieten beïnvloeden door het Westen.’

Een stuk verboden geschiedenis De studentenopstand kende een bescheiden begin, op 27 april 1989. Enkele studenten kwamen samen op de plaats die de Chinese macht symboliseert, in het hart van Peking, vlak voor de Verboden Stad. Achter de protesten schuilde de hoop van de jongeren op meer vrijheid en democratie. Aanvankelijk lieten de autoriteiten hen begaan. De studenten mochten zelfs een plaasteren kopie van het Vrijheidsbeeld oprichten tegenover het enorme portret van Mao dat uitkijkt over Tiananmen, het Plein van de Hemelse Vrede. De groep manifestanten werd snel groter en hun protestbeweging verspreidde zich over 400 provinciesteden. Sommigen begonnen een hongerstaking. De roep om meer democratie evolueerde geleidelijk naar kritiek op het maoïsme en op de corruptie van het toenmalige regime. Eind mei 1989 kwamen in het hele land meer dan een miljoen betogers op straat. De machthebbers werden ongerust. Ze riepen de noodtoestand uit en in de nacht van 3 op 4 juni werd het Tiananmenplein schoongeveegd. De opwelling van democratie kostte, afhankelijk van de bronnen, 1.500 à 3.000 mensen het leven. Het precieze dodental is nooit bekendgemaakt. Een kwarteeuw later wordt in de schoolboeken met geen woord gerept over wat in de lente van 1989 en in de nacht van 4 juni gebeurd is. Elke verwijzing naar die datum is verboden, en wordt op het internet gecensureerd. Op fluistertoon

Een stuk verboden geschiedenis

De studentenopstand kende een bescheiden begin, op 27 april 1989. Enkele studenten kwamen samen op de plaats die de Chinese macht symboliseert, in het hart van Peking, vlak voor de Verboden Stad. Achter de protesten schuilde de hoop van de jongeren op meer vrijheid en democratie. Aanvankelijk lieten de autoriteiten hen begaan. De studenten mochten zelfs een plaasteren kopie van het Vrijheidsbeeld oprichten tegenover het enorme portret van Mao dat uitkijkt over Tiananmen, het Plein van de Hemelse Vrede.

De groep manifestanten werd snel groter en hun protestbeweging verspreidde zich over 400 provinciesteden. Sommigen begonnen een hongerstaking. De roep om meer democratie evolueerde geleidelijk naar kritiek op het maoïsme en op de corruptie van het toenmalige regime.

Eind mei 1989 kwamen in het hele land meer dan een miljoen betogers op straat. De machthebbers werden ongerust. Ze riepen de noodtoestand uit en in de nacht van 3 op 4 juni werd het Tiananmenplein schoongeveegd.

De opwelling van democratie kostte, afhankelijk van de bronnen, 1.500 à 3.000 mensen het leven. Het precieze dodental is nooit bekendgemaakt. Een kwarteeuw later wordt in de schoolboeken met geen woord gerept over wat in de lente van 1989 en in de nacht van 4 juni gebeurd is. Elke verwijzing naar die datum is verboden, en wordt op het internet gecensureerd.

Op fluistertoon

Wat in de nacht van 3 op 4 juni gebeurd is op het Tiananmenplein, blijft een blanco pagina in de geschiedenis van China. In de media en de scholen mag er niet over gesproken worden (lees ook kader). Als dat toch gebeurt, is het op fluistertoon. Een jong meisje herinnert zich nog hoe ze als kind vanuit een overvolle bus op de straat de sporen van de tanks zag. Toen ze haar moeder om uitleg vroeg, gaf die haar in paniek een oorvijg.

Ook de huidige regering is niet geneigd in het openbaar de herinneringen aan juni 1989 op te halen. ‘Voor president Xi Jinping zijn begrippen als democratie, grondwettelijkheid en burgermaatschappij nog altijd onbespreekbaar. Van hem moet de leiding van de Communistische Partij nog altijd het marxistische ideeëngoed instuderen’, zegt Holzman. Volgens haar illustreert dat een typische eigenschap van het land - die het ook al ten tijde van het Chinese keizerrijk had. ‘Naar de buitenwereld heeft China altijd die serene, confuciaanse uitstraling gehad. Die moest de bikkelharde werkelijkheid van een sterk centraal gezag verbergen.’

Spionnen en verklikkers

Dit jaar begon de herdenking van de opstand vroeger dan gebruikelijk. Het begin van mei luidde een ongewone golf van arrestaties in. Op 3 mei besliste een groepje van 15 activisten, advocaten en dissidenten op hun manier het neerslaan van de opstand te herdenken. Discreet, in een privéwoning in Peking. Ze noemden het ‘4 juni, herinneringsseminarie’. Op een foto is te zien hoe ze plechtig poseren. Van enige uitdaging of haat is er geen spoor. Het was een bescheiden eerbetoon, dat niet bestemd was voor de buitenwereld. Maar China zit nog altijd vol spionnen en verklikkers. Het groepje mocht vijf dagen in een geheime gevangenis doorbrengen.

Eenzelfde lot trof de 70-jarige journaliste Gao Yu, die vorige maand tien dagen verdween. Nadat ze al eens zes jaar in de gevangenis heeft gezeten wegens politieke dissidentie, riskeert ze een nieuwe veroordeling. Ze verscheen op de staatstelevisie, haar gezicht onherkenbaar gemaakt. Ze sprak er haar ‘diepe spijt’ uit in een van die biechten vol zelfkritiek waar het communistische regime zo dol op is. Kort daarna werden nog vier mensen opgepakt.

Kortom, de gebeurtenissen van juni 1989 wegen nog altijd zwaar. Elke vorm van kritiek wordt door de Chinese overheid in de kiem gesmoord. De dissidenten zijn bang en ongerust. Zelfs de kunstenaars staan onder druk. Ook Chen Guang wilde helemaal niet provoceren. Hij wilde op zijn manier de opstand discreet herdenken, samen met een tiental vrienden. Als soldaat moest hij in 1989 de confrontatie aangaan met de studenten. Die donkere herinneringen wilde hij uit zijn leven bannen met een lichtinstallatie. Een klein meisje zou in een donkere kamer de datum ‘4 juni’ doen oplichten met een zaklantaarn. Voor die onschuldige en symbolische daad werd Chen Guang opgepakt. Het is nog altijd niet bekend waarvan hij precies wordt beschuldigd.

Hamburgers

Het China van 2014 is niet in staat om zijn geschiedenis onder ogen te zien. Het is paranoïde. De openbare veiligheid primeert. Rest de vraag of er dan niets veranderd is. Er verschijnt een voorzichtige glimlach op het gezicht van Zhou Dou. ‘Weet je, in de tijd van Mao was iemand als ik al duizend keer gefusilleerd. Toen had ik nooit op je vragen kunnen antwoorden. Dat ik dat nu wel kan, is al een teken van vooruitgang. Maar ik zou nog altijd beter mijn mond houden. De weg naar de democratie is nog lang.’

Toch zouden we mogen verwachten dat China sinds 1989 een beetje toegeeflijker is geworden. Het land is immers sterk veranderd. De roep van de dissidenten vond weinig weerklank in de maatschappij, omdat die vooral bekommerd was om haar materiële welvaart. ‘Het geld was sterker dan de idealen van 1989’, oordeelt de Franse politicoloog en sinoloog Jean-Luc Domenach. ‘Al is intussen gebleken dat de klachten over de immoraliteit van de macht terecht waren.’

‘De jongeren van 2014 eten hamburgers en dragen merkkleding. Maar wanneer je hen aanspreekt over 4 juni, hebben ze maar een heel vaag idee van wat toen echt is gebeurd’, bevestigt een toenmalige dissident die op Tiananmen een been verloor. ‘Maar de democratie is er voor iedereen. We moeten de jonge generaties blijven aanspreken, om hun uit te leggen wat zich heeft afgespeeld.’

Maar dat is nog niet voor morgen, beseft ook Marie Holzman. ‘De huidige leiders willen de macht niet loslaten, maar om andere redenen dan in 1989. Vandaag zijn ze erin geslaagd van China een economische wereldmacht te maken. Als ze de teugels zouden vieren, zouden ze die macht en rijkdom kunnen verliezen. Als het bloedbad van Tiananmen wordt doodgezwegen, is dat niet zozeer om ideologische maar vooral om economische redenen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud