Conflict in Nagorno-Karabach terug van nooit weggeweest

©AFP

In de achtertuin van Rusland en Turkije is het vergeten conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan opgelaaid. 'Als Turkije het in zijn hoofd haalt om wapens in te zetten, raakt iedereen in de explosieve regio betrokken', waarschuwt Oost-Europakenner Johan de Boose.

Armenië en Azerbeidzjan staan op de rand van een grootschalige oorlog in het twistgebied Nagorno-Karabach, die ook de rest van de regio dreigt mee te sleuren. Sinds zondag vielen officieel al zo'n 100 doden, ook burgers. Beide partijen hebben de staat van beleg afgekondigd en riepen op tot een algemene mobilisatie, inclusief gros geschut. Het gaat om de grootste escalatie sinds de broze wapenstilstand uit 1994.

Armeens gevechtsvliegtuig neergeschoten

Een Armeens SU-25-gevechtsvliegtuig is dinsdag neergeschoten door een Turkse F-16. Dat zegt het Armeense ministerie van Defensie dinsdagnamiddag in een korte verklaring. Turkije ontkent dat het een Armeens vliegtuig heeft neergeschoten. 'Dat is absoluut onwaar', zegt de woordvoerder van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Gevreesd wordt dat het voorval een verdere escalatie in het conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan over de enclave Nagorno-Karabach betekent.

Nagorno-Karabach is amper een postzegel groot - 1,5 keer de provincie Antwerpen - maar heeft een grote symbolische waarde. Het ligt midden in Azerbeidzjan, maar de bevolking is Armeens en het gebied wordt als de bakermat van de Armeniërs beschouwd. Hoewel de regio volgens het internationaal recht deel uitmaakt van Azerbeidzjan riepen de 150.000 inwoners begin jaren 90 een onafhankelijke republiek uit. Ze krijgen militaire en financiële steun van Armenië, waarmee ze verbonden zijn via een streng bewaakte corridor. De internationale gemeenschap erkent die onafhankelijkheid niet.

Kort voor en na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vochten Armenië en Azerbeidzjan al een oorlog om de streek uit. Die kostte het leven aan tienduizenden mensen en deed 1 miljoen anderen op de vlucht slaan. Na de wapenstilstand in 1994 flakkerde het geweld regelmatig op, omdat niemand tevreden was met het status quo. In 2016 was er een dieptepunt met een vierdaagse oorlog. Ook dit jaar waren er incidenten, zoals de grensgevechten in juli waarbij zeker 16 mensen om het leven kwamen.

Angst voor Wit-Russisch scenario

Wat de lont zondag in het kruitvat stak, is onduidelijk. Beide zijden zeggen dat de ander de gevechten is begonnen. Maar waarnemers gaan ervan uit dat Azerbeidzjan de eerste stap zette in een poging het gebied weer in te lijven. Het momentum was er, nu de landen die normaal bemiddelen in het conflict - de VS, Rusland en Frankrijk - vooral met zichzelf bezig zijn door naderende presidentsverkiezingen en de coronapandemie.

Maar er is ook een andere reden, oppert schrijver en Oost-Europakenner Johan de Boose. 'De Azerische dictator Ilham Aliyev zou onrustig zijn geworden door de gebeurtenissen in Wit-Rusland, waar de bevolking al weken op straat komt tegen president Aleksandr Loekasjenko.'

Na de grensgevechten in juli was er al een grote betoging in de Azerische hoofdstad Bakoe, waar de betogers eisten dat Nagorno-Karabach ingelijfd zou worden. 'Aliyev wil niet dat de straatprotesten toenemen en uitmonden in een scenario als in Armenië. Daar kwam twee jaar geleden een democratisch verkozen president aan de macht na een vreedzame revolutie', zegt De Boose. 'Voor dictators is dat het ergste dat kan gebeuren.'

Vrezen voor het ergste

De intensiteit van de gevechten de voorbije dagen doet waarnemers voor het ergste vrezen. Wat nu nog een regionaal conflict is, heeft het potentieel de hele regio in brand te zetten. Grootmachten als Turkije, Rusland en Iran onderhouden nauwe banden met de protagonisten en dreigen tegenover elkaar te komen staan. Naast hun proxyoorlogen in Syrië en Libië dreigt dan een nieuw Kaukasisch front te ontstaan.

Als Turkije het in zijn hoofd haalt om wapens in te zetten, raakt iedereen betrokken. Het gaat om macht en wie het de komende tien jaar in de regio voor het zeggen heeft.
Johan de Boose
Oost-Europakenner

Turkije schaart zich explicieter dan ooit achter zijn bondgenoot Azerbeidzjan. 'Het probeert al langer zijn territorium naar het oosten uit te breiden', zegt De Boose. 'Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vergrootte het zijn invloed in islamitische landen als Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan. Maar (het christelijke, red.) Armenië is een spelbreker. Met een oorlog in Nagorno-Karabach probeert Turkije het op de knieën te krijgen.' De Turkse president Recep Tayyip Erdogan liet al weten Azerbeidzjan 'met alle middelen' te willen steunen. Er zijn geruchten over Turkse drones en huurlingenlegers aan Azerische kant.

Verdeel-en-heerstactiek

De Russische en Iraanse positie is complexer. 'Rusland kiest zoals wel vaker voor een verdeel-en-heerstactiek', zegt De Boose. 'De Armeense premier heeft zondag direct met president Vladimir Poetin gebeld, maar die heeft ook zijn steun aan Azerbeidzjan betuigd en levert wapens aan beide landen. De Russen vinden dat ze het maar moeten uitvechten. Achteraf kan Moskou dan bepalen wat gebeurt.'

Iran zou aan het bemiddelen zijn. 'Het onderhoudt goede relaties met Armenië, maar deelt tegelijk dezelfde cultureel-religieuze achtergrond en gebruiken met Azerbeidzjan', zegt De Boose.

De inzet van de gevechten in Nagorno-Karabach, dat dicht bij de olie- en gaspijpleidingen ligt die van de Kaspische Zee naar Turkije en de wereldmarkt lopen, is groot. 'Als Turkije het in zijn hoofd haalt om wapens in te zetten, raakt iedereen betrokken', zegt De Boose. 'Het gaat om macht en wie het de komende tien jaar in de regio voor het zeggen heeft.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud