Eerst de lelijke torenflats, dan de exploderende economie

De rivier de Yangtze loopt door Chongqing heen, helemaal tot aan Sjanghai. Door de al weken durende regenval in het zuiden van China treedt de rivier ook in Chongqing soms buiten haar oevers. ©AFP

De Chinese steden Chengdu en Chongqing worden in ijltempo samengesmeed tot een superstad van 31 miljoen inwoners. Voor de centrale overheid is grootschalige stedenbouw nog altijd een van de belangrijkste manieren om haar burgers een trap hoger op de welvaartsladder te krijgen.

Chang Jiang ziet de hoge torenflats van Chongqing letterlijk voor zijn neus verrijzen aan de rand van het nabijgelegen dorpje Huayanzi. De man, die een klein winkeltje vanuit zijn huis bestiert, schenkt thee in metalen mokken. Tien jaar geleden was hier nog niets, legt hij uit, en hij maakt een weids gebaar in de lucht. ‘Nu zijn er bruggen, wegen en van die lelijke woontorens van de staat.’ Zijn vinger gaat van de grijze betonnen torens naar wolkenkrabbers links ervan, die er een stuk aantrekkelijker uitzien. ‘Die mooie zijn van private bedrijven.’

Het is een bekend beeld vanuit de omliggende dorpen rond Chongqing: de heuvelachtige miljoenenstad dijt steeds meer uit. De talloze wolkenkrabbers, woontorens en appartementenflats in het centrum geven de metropool samen met de verlichte bruggen ’s avonds een kosmopolitisch aura en een flitsende skyline.

500
De afgelopen maanden zijn in de provincie Shandong zo’n 500 dorpen met de grond gelijkgemaakt.

Maar overdag is het even schrikken. Dan is het uitzicht ineens minder poëtisch, door de ratjetoe aan gebouwen die zonder enig gevoel voor esthetiek lijken te zijn neergezet. Veel woonflats die nog niet eens twintig jaar oud zijn, zien er nu al uit alsof ze op instorten staan. Het is een bekend gegeven dat de bouwvoorschriften in China minder streng zijn. Gevolg: gebouwen zijn vaak opgetrokken uit minderwaardig materiaal.

Stadscluster

Chongqing, waar de rivier de Yangtze zich doorheen slingert - er was deze week niet voor het eerst sprake van ernstige overstromingen -, is met meer dan 31 miljoen inwoners de grootste stedelijke agglomeratie van China. Vorig jaar wees de centrale regering Chongqing officieel aan om met de westelijker gelegen stad Chengdu een ‘stadscluster’ te gaan vormen.

Door de tweelingsteden met elkaar te laten samenwerken hoopt de Chinese overheid de regio financieel op te stuwen. Tussen de welvarende oostkust van China met stadsclusters rond Peking, Sjanghai en Macau/Hongkong, en Chengdu en Chongqing in het westen, ligt een aantal van China’s armste provincies. Is het gemiddelde jaarinkomen van Peking en Sjanghai bijvoorbeeld rond 17.000 euro per inwoner, in een arme provincie als Sichuan, waar Chengdu bij hoort, is dat 5.500 euro.

De economische ontwikkeling van het westen van China is al langer een vurige wens van de overheid. Al in 2000 werd ze aangekondigd als de Go West-strategie. Sindsdien wordt om de paar jaar een nieuw plan aangekondigd en worden er miljarden voor uitgetrokken. Dit voorjaar werd tijdens het Volkscongres de strategie hernieuwd en een financiële injectie van 31 miljard euro aangekondigd.

Bouwen bouwen bouwen

Van oudsher is in China een van de beproefde strategieën om economische groei te stimuleren bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Hoewel in Chengdu de bedrijvigheid groeit in sectoren als de muziek-, gaming-, en hightechindustrie, geldt ook hier bouwen nog als de voornaamste route naar een beter leven.

Ondanks goede intenties eindigen grote Chinese infrastructuurprojecten in de praktijk vaak in brute landonteigening en uithuiszetting van bewoners.

Chengdu kan in principe bijna eindeloos uitbreiden. Het platteland en de natuur eromheen vormen nergens een fysieke barrière die de stad zou kunnen begrenzen, zoals de bergen dat rondom Chongqing wel doen. Zo is aan Tianfu onlangs nog de nieuwe wijk Tianfu New Zone ten zuiden aan de stad geplakt. In het oosten is de stad uitgebreid met een zevende district. In beide districten, die vol staan met bouwkranen, neemt in sneltreinvaart het een na het andere glanzende kantoorgebouw de plek in van het groene landschap.

Ook kunnen Chengdu en Chongqing groeien door hun positie als transporthub verder te verstevigen. Chongqing, waar het verkeer behalve uit taxi’s voornamelijk bestaat uit kleine transportbusjes, geldt met drie vliegvelden al als een belangrijk logistiek knooppunt. Zo gaan jaarlijks tonnen aan auto’s en laptops over het spoor naar Antwerpen.

Zijderoute

De Chinese regering heeft omliggende provincies als Sichuan en Shaanxi dan ook opgeroepen nog meer snel-, spoor- en waterwegen aan te leggen en zo distributielijnen tussen Chengdu en Chongqing en het achterland te verbeteren. Ook een hogesnelheidslijn die je in een uur van de ene naar de andere stad kan brengen - veertig minuten sneller dan nu - en die al jaren in de planning zit, zou er nu toch echt moeten komen.

Chengdu probeert ook zijn geografisch gunstige ligging als onderdeel van de Nieuwe Zijderoute beter uit te baten, het Chinese miljardenproject om het land met de hele wereld te verbinden via grote infrastructuurprojecten. De stad, die een belangrijk deel van het goederentransport van en naar Europa via het spoor voor haar rekening neemt, krijgt er binnenkort een tweede vliegveld bij.

Competitie

Hoewel Chengdu en Chongqing op last van de centrale overheid moeten samenwerken, zijn er twijfels of dat gezien de onderlinge rivaliteit wel werkt. Ze beconcurreren elkaar bijvoorbeeld bij het binnenhalen van multinationals.

De inwoners hebben naar verluidt ook een ander karakter: Chengdu’ers hebben de naam milder, diplomatieker en creatiever te zijn, Chongqingers zouden directer en driftiger zijn, maar ook hardere werkers.

En dan zou er ook nog een twist zijn over de vraag welke stad de beste hotpot heeft, een soort extreem pittige fondue waar je alles van eten dat je maar wilt in kan gooien. Zowel in Chengdu als Chongqing rijgen de hotpotrestaurants zich straat na straat aaneen. De steden tellen er samen bijna 30.000. Een van de grote ketens uit Chengdu is zelfs beursgenoteerd.

De bouwdrift die vaak gepaard gaat met stadsuitbreiding en waarmee zelfs complete steden uit het niets verrijzen, is berucht in China. Soms zijn het grote infrastructuurprojecten, soms betreft het grootschalige renovatie en soms is het armoedebestrijding en krijgen mensen sanitaire voorzieningen. Ondanks goede intenties eindigt het in de praktijk vaak in brute landonteigening en uithuiszetting van bewoners.

Zo zijn afgelopen maanden in de provincie Shandong zo’n vijfhonderd dorpen met de grond gelijkgemaakt, veelal voordat er plaatsvervangende woonruimte was. Duizenden dorpelingen wonen sindsdien in een golfplaten hutje.

Geld

Waar het Chinese lokale overheden in elk geval om te doen is, is cash. Grond is een belangrijke bron van inkomsten voor het lokale bestuur. Doorgaans krijgen de weggejaagde dorpelingen een veel lagere financiële compensatie dan de projectontwikkelaars hebben betaald. Of ze krijgen een goedkoop huurhuis aangeboden in de vervangende woonruimte die voor hen wordt geschapen.

Ik moest in 2013 mijn huis uit. Maar ik heb in ruil sociale zekerheid ontvangen, daar ben ik blij mee. En in mijn appartement heb ik nu stromend water.
Li
Voormalige dorpeling

Ook aan de stadsrand van Chengdu en Chongqing staan tal van nieuwe woonwijken waar voormalige dorpelingen wonen, al dan niet gedwongen. Sommigen bewoners hebben nog altijd een stukje grond, vertelt Li, die net terugkomt van boodschappen doen en naar zijn etage loopt. Achter hem loopt een vrouw met een grote driehoekige mand op haar rug naar de overkant van de straat, waar de begroeiing en maisplanten wel twee meter hoog staan. Ze verdwijnt in de bosjes.

Li moest in 2013 zijn huis uit. Hij kreeg geen financiële compensatie, maar kon zijn nieuwe woning, die vorig jaar pas af was, goedkoper kopen. ‘Mensen kunnen nu wel 13.000 euro krijgen. Maar ik heb in ruil ook sociale zekerheid ontvangen, daar ben ik blij mee. En het leven in een appartement is comfortabeler. Ik heb nu bijvoorbeeld stromend water.’

Tegenovergestelde beweging

In het oosten van China is door het coronavirus overigens een tegenovergestelde beweging te zien van jongeren die door de groeiende werkloosheid grootsteden als Peking en Sjanghai verlaten. Ook is het al een tijdje een trend dat bedrijven fabrieken weer meer landinwaarts plaatsen, omdat arbeiders soms terugverhuizen naar het platteland.

In het westen van China trekken arbeiders echter nog altijd naar de stad, omdat daar het werk is. Zoals een inwoner van Changfeng, die in een café aan de rand van Chongqing thee drinkt met zijn gezin. Hij probeert zijn certificaat als elektromonteur te halen. ‘Als boer verdien je in een heel jaar wat ik in een maand kan verdienen in de stad.’

Ook Wen uit Yibin zoekt liever werk in de stad. Hij is sinds twee weken in Chengdu en zit sindsdien dagelijks op de lokale markt voor werk. ‘Werken als boer betaalt veel slechter. Maar het is moeilijk iets te vinden als je geen speciale vaardigheid hebt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud