Irakezen naar stembus in spiraal van geweld

De Irakezen trekken naar de stembus tenmidden van een spiraal van geweld. ©REUTERS

De Irakezen trekken vandaag woensdag voor het eerst naar de stembus sinds de terugtrekking van de Amerikaanse troepen midden 2011. De nieuwe regering krijgt de zware taak om het land uit de spiraal van geweld te hijsen.

9.012 Irakese kandidaten presenteren zich woensdag aan de kiezers om een zitje te veroveren in het 328 zetels tellende Iraakse parlement. Het gaat om de eerste stembusslag sinds de Amerikanen in 2011 het gros van hun troepen terugtrokken uit het land, dat al jarenlang door geweld verscheurd is. 

Maar in feite is de ware inzet van deze stembusslag de positie van één enkele man, de huidige premier Nuri al-Maliki. Al sinds 2006 is de sjiitische leider het hoofd van de Irakese regering. In 2010 kreeg al-Maliki een nieuw mandaat, maar daarvoor moest hij acht maanden onderhandelen met de soennieten, de rivaliserende groepering die uiteindelijk enkele belangrijke regeringsfuncties kon claimen. 

Referendum

De parlementsverkiezingen zijn dan ook niet meer of niet minder dan een referendum over het door al-Maliki geleverde beleid. Maliki bracht woensdagochtend vroeg al zijn stem uit in de zwaar bewaakte Groene Zone in Bagdad, waar de regering haar zetel heeft. Speciaal voor de verkiezingen is de veiligheidsperimeter uitgebreid naar heel Bagdad. Zo waren er 's nachts geen voertuigen toegelaten op straat. 

'Onze overwinning is zeker, maar de vraag is hoe groot hij zal zijn', zei al-Maliki toen hij zijn eigen stem afleverde. Er lijkt volgens waarnemers inderdaad weinig twijfel te zijn dat al-Maliki zal zegevieren met zijn sjiitische alliantie. In de aanloop naar de verkiezingen presenteerde al-Maliki zich als de beste garantie tegen de soennitische rebellenbeweging ISIS, die pleit voor een islamitische staat in Irak en Syrië

De ISIS-beweging is voornamelijk actief in Syrië, waar het in de burgeroorlog strijdt tegen zowel het Syrische regime van president Bashar Al-Assad als tegen de Syrische rebellen van het al-Nusrafront. Maar dat Syrische geweld waait ook over naar Irak. Sinds eind vorig jaar viel ook de al-Anbar-provincie, in het westen van Irak, ten prooi aan de soennitische rebellen. De Irakese veiligheidstroepen proberen al sinds het begin van het jaar de controle te heroveren over de stad Fallujah, traditioneel een broeihaard van opstandelingen. 

Terreurdoden

Het geweld zorgt voor een opstoot van het aantal terreurdoden in het land. 2013 was met 8.868 doden het bloedigste jaar sinds 2008. En 2014 belooft weinig beterschap. In de eerste drie maanden van dit jaar eisten aanslagen al het leven van 2.028 Irakezen. Die cijfers houden bovendien geen rekening met de al-Anbar-provincie, waar het te moeilijk is om daar gegevens over bij te houden. 

Net die opstoot van geweld, die met de verkiezingskoorts nog werd aangezwengeld, proberen de tegenstanders van al-Maliki aan te grijpen om hem weg te zetten als onbekwaam om het land verder te leiden. De soennitische parlementsvoorzitter Usama al-Nujaifi, vindt dat het land onder al-Maliki 'te veel geleden heeft onder terrorisme en opstandelingen'. 

Hoe dan ook wordt de vorming van een regering een heikele klus voor de winnaars van de verkiezingen. In 2010 duurde de regeringsvorming al acht maanden. Een record dat enkel door ons land kon verbroken worden. Dat terwijl er toen nog tienduizenden Amerikaanse soldaten in het land waren en geen oprukkende onlusten vanuit het westen. 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud