Advertentie
reportage

Ook na Evergrande zullen Chinezen huizengek blijven

©Bloomberg

De financiële problemen van de Chinese projectontwikkelaar Evergrande komen niet uit de lucht vallen. Al jaren waarschuwen experts voor de huizenbubbel. Of dit het einde betekent van het bouwen, bouwen, bouwen-credo valt te bezien. Chinezen stoppen hun geld graag in stenen.

Wie de lift uitstapt op de 21e verdieping van het Jinao-gebouw in het noordwesten van Beijing stapt het donker in. Op de glazen deuren van het kantoor dat ooit de hele verdieping besloeg van deze kantoortoren hangt een mededeling met de tekst: ‘Evergrande real estate Beijing is 13 augustus vertrokken uit dit gebouw.’ Bij het licht van de mobiele telefoon is te zien dat iemand heeft geprobeerd de naam Evergrande achter de receptie te bedekken met kranten.  

Hier geen politieagenten om boze investeerders en huiseigenaren te weren die hun geld terug komen eisen, taferelen die zich eerder bij  kantoren van Evergrande elders in het land afspeelden. De projectontwikkelaar, die jaren op de pof bouwde tot de overheid dit vorig jaar met nieuwe kredietregels beëindigde, is hier vertrokken als de spreekwoordelijke dief in de nacht.  

Chinezen hebben niet veel andere opties om hun geld in te investeren. Het is hun pensioen, hun spaargeld en belegging ineen.
Mark Ma
Makelaar in Beijing

De banken, investeerders en aannemers bij wie Evergrande voor €260 mrd in het krijt staat en de circa 1,5 miljoen eigenaren van nog op te leveren woningen zullen zich voelen alsof het bedrijf er op net zo’n manier met hun geld vandoor is gegaan. Als de huizen nooit afgebouwd worden, is dat voor kopers dramatisch. Hun spaarcenten gaan daarmee ook verloren. 

Woningen zijn voor Chinezen enorm belangrijk en niet alleen om in te wonen, zegt makelaar Mark Ma, terwijl hij op zijn scooter in Peking rijdt naar een volgende kijker voor een huis. ‘Chinezen hebben niet veel andere opties om hun geld in te investeren. Het is hun pensioen, hun spaargeld en belegging ineen.’  

Met het trauma van hyperinflatie in de jaren 30 en 40 in hun achterhoofd zijn Chinezen bovendien geen spaarders. Ze zien stenen als waardevast, zegt Caldeira Schwencke, makelaar in Shanghai, waar de vierkante meterprijs vorig jaar hoger was dan in Amsterdam en twee keer zo hoog als in Beijing. ‘Chinezen hebben weinig vertrouwen in hun eigen munt en voor investeren in het buitenland moet je kennis hebben. Blijft over: stenen. Dat kan je bovendien altijd nalaten aan je kinderen.’  

90%
Van de Chinezen heeft een eigen huis, op het platteland is dat zelfs 96%

De economische groei afgelopen twee decennia, gecombineerd met subsidies voor arbeidsmigranten heeft ertoe geleid dat het eigen huizenbezit explodeerde: 90% van de Chinezen heeft een eigen huis, op het platteland is dat zelfs 96%. Ter vergelijk: in België ligt dat percentage rond de 70%.  

De eerste woning wordt vaak gekocht als stellen gaan trouwen. Dat kopen ze dan in de grote stad vlakbij het werk of in de buurt van een school of ziekenhuis. Het tweede huis is vaak een appartementje in kleinere steden of zelfs buiten de stad. Het verklaart waarom in heel China aan randen van steden of in the middle of nowwhere tientallen woontorens leeg staan.  

De investering wordt ook liefst cash betaald. Soms legt de hele familie geld bij elkaar. Ook omdat het krijgen van een hypotheek aan regels gebonden is. Kopers moeten een aantal jaren aan sociale zekerheid hebben betaald en bewijzen dat ze maandelijks twee keer de hypotheeklasten verdienen. Ook kan een koper de eerste keer 60% van de aankoopprijs aan hypotheek krijgen, maar bij het tweede huis nog maar circa 35%. En wie niet in Peking woont, mag er maar 1 huis kopen. De Chinese regering probeert met dit soort regels al jaren de op hol slaande huizenmarkt regelmatig tevergeefs te beteugelen.  

Een eenkamerappartement in Peking van 50 vierkante meter kostte in juni circa 300.000 euro, ongeveer dertig jaarsalarissen.
Mark Ma
Makelaar in Beijing

Desondanks zijn de huizenprijzen alleen maar gestegen met in sommige jaren flinke uitschieters van wel 16% of 25%. Een eenkamerappartement in Peking van 50 vierkante meter kostte in juni circa 300.000 euro, ongeveer dertig jaarsalarissen. Maar een high end woning kost makkelijk het dubbele zegt Ma. De groeiende middenklasse in China heeft flink bijgedragen aan de huizenbubbel. Naar schatting 20% van de stedelijke huishoudens heeft inmiddels meerdere huizen. Ma: ‘Sinds ik in 2005 in de hoofdstad werk, zijn huizenprijzen gigantisch gestegen, maar dat weerhoudt mensen nooit ervan meer huizen te kopen.’

Integendeel, in China zie je dat bewoners soms flink protesteren bij vastgoedeigenaren als die in een bepaalde wijk hun prijzen willen laten dalen omdat dit dan ook de waarde van hun koophuizen negatief beïnvloedt. Uit onderzoek van HSBC bleek dat zelfs 70% van de millennials in China al een eigen huis heeft. ‘Er zijn genoeg jonge rijken die een eerste of tweede huis kopen’, zegt Schwencke. ‘Vaak verhuren ze het niet eens, maar ze mikken erop dat het over twintig jaar nog duurder is om te kopen.’  

Ook Ma heeft meerdere huizen: twee in Peking, twee in Tianjin en twee in Hebei. Hij maakt zich niet zo’n zorgen dat de crisis rond Evergrande zich zal uitbreiden naar de hele sector. ‘Voor beleggers is het misschien vervelend, maar consumenten zullen er niet zoveel van merken. Zelfs als de prijzen nu zouden dalen zal het hen niet tegenhouden huizen te kopen.’ 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud