analyse

De onvermijdelijkheid van een recessie

©Filip Ysenbaert

Dat de economie weer in een recessie verzeilt, staat in de sterren geschreven. De vraag is enkel wanneer dat gebeurt, waar - in de VS, in Europa of in Azië - en hoe zwaar die recessie zal zijn.

Het ‘r-woord’ duikt sinds enige tijd weer nadrukkelijker op in economische rapporten en in de krantenkolommen. De ‘r’ staat voor recessie. Sommigen vermijden liever dat woord zelf te gebruiken, omdat het kwade krachten zou losmaken. Het zet een selffulfilling prophecy in gang. Hoe meer gezegd of geschreven wordt dat er een economische recessie zit aan te komen, hoe sneller dat zal gebeuren. De verschillende economische spelers passen hun gedrag dan aan. Consumenten gaan minder enthousiast geld uitgeven, bedrijven schroeven hun omzetverwachtingen terug, verminderen hun productie, snijden in de kosten en stellen investeringen uit. Dat kan een economische krimp veroorzaken.

Alarmbel

Het invloedrijke weekblad The Economist ontwikkelde de ‘R-word index’. Die telt hoe vaak het woord recessie opduikt in krantenartikelen - voor de VS gaat het om The New York Times en The Washington Post - en signaleert wanneer de economie in een recessie verzeilt. Uit de economische statistieken blijkt dat pas later, die hinken achterop. De index voorspelde correct de recessies in de VS van 1981, 1990 en 2001.

De afgelopen week was het woord ‘recessie’ in de economische berichtgeving niet ver weg. Het dook op in een artikel in The New York Times met als titel ‘US-China Fight Puts World Economy on the Brink’ en in eentje in The Washington Post dat de titel droeg ‘A US-China Currency War Would Do Some Serious Damage.’ In de papieren krant van De Tijd dook het woord de afgelopen week in vijf artikels op, op de website in acht.

De escalerende handelsoorlog tussen de VS en China, waarin de Amerikaanse president Donald Trump uithaalt met extra invoerheffingen en China reageert met een competitieve devaluatie van de yuan, heeft de voorbije dagen de economische vooruitzichten doen versomberen. Wall Street en de meeste andere internationale aandelenmarkten beleefden een paar kwade dagen. Verschrikte beleggers vluchtten naar veilige havens, zoals goud en bepaalde overheidsobligaties. Berichten dat de activiteit in de Duitse industrie daalt, brachten een scheut extra pessimisme. Na de chemiereus Bayer luidde ook de staalgroep ThyssenKrupp de alarmbel over de gang van zaken in de economie. Duitsland is een belangrijke locomotief voor de economische groei in Europa.

Grillig

Hebben de doemdenkers die menen dat de economie op een recessie afstevent gelijk? Een recessie komt er, zeker. De vraag is wanneer. De economische groei, die het resultaat is van de gedragingen van gezinnen, bedrijven en overheden, verloopt niet gelijkmatig, maar vrij grillig. Als het vertrouwen van consumenten en ondernemers over de economische toekomst groot is, kan de groei hard gaan. Want dan laten de consumenten het geld rollen, breiden bedrijven hun activiteiten uit, doen ze nieuwe investeringen en werven ze extra personeel aan. Als er twijfel rijst, vertraagt de groei. Iedereen beseft wel dat de bomen niet in één ruk tot in de hemel groeien. Na een opgaande fase volgt een dalende. Dat zijn de conjunctuurgolven. En in een neerwaartse conjunctuurgolf kan het gebeuren dat de economie krimpt.

Iedereen beseft wel dat de bomen niet in één ruk tot in de hemel groeien.

Een conjunctuurdip kan het resultaat zijn van een ommekeer in het economisch sentiment - de economie is nu eenmaal manisch-depressief, na elke overdrijving komt er een correctie. Of die kan het gevolg zijn van een onverwachte schok: een sterke stijging van de olieprijs, een zware krach op de aandelenmarkten, een internationale bankencrisis, een groot militair conflict, een hevige handelsoorlog.

Goudlokjeseconomie

Vanaf twee opeenvolgende kwartalen van negatieve economische groei is er sprake van een recessie. Maar recessies, hoe onprettig ook, behoren tot de economische gang van zaken. De Belgische economie kwam de afgelopen vijftig jaar zes keer in een recessie terecht: in 1975 (de oliecrisis), 1981 (tweede oliecrisis), 1993 (nasleep van Golfoorlog en muntspanningen in Europa), 2001-2002 (het uiteenspatten van de dotcomzeepbel), 2008-2009 (bankencrisis), en 2012-2013 (eurocrisis). Dat is zowat eentje om de tien jaar. De VS maakten er over dezelfde periode zeven door.

De ene recessie is de andere niet. De krimp van de economie kan aanzienlijk zijn, of eerder beperkt. En de recessie kan kort zijn, of lang. De recessies in de VS van 1991 en 2001 waren kort en relatief mild. Een aantal economen concludeerde daaruit dat de economie schokbestendiger was geworden, als gevolg van structurele veranderingen - het grotere belang van de dienstensector, de deregulering, lagere handelsbarrières, financiële innovaties - en een beter monetair beleid. De opwaartse conjunctuurgolf strekte zich telkens over tien jaar uit. Men had het over ‘The Long Boom’ en ‘Goudlokjeseconomie’. De harde ontnuchtering kwam in 2008. Maar kijk, sinds 2009 groeit de economie in de VS alweer onafgebroken. Hoe langer die expansie echter aanhoudt, hoe groter de kans wordt op een recessie. Het feest zal ooit eindigen.

Klaagmuur

Voorlopig houden weinigen daar al echt rekening mee. Uit de juni-peiling van de National Association for Business Economics in de VS bij professionele voorspellers bleek dat slechts 15 procent van hen verwacht dat de Amerikaanse economie dit jaar nog in een recessie verzeilt. Voor 2020 schatten ze het risico wel aanzienlijk hoger in.

In België ziet de Nationale Bank de economische groei vertragen van 1,4 procent vorig jaar tot 1,2 procent in 2019 en 1,1 procent in 2020. Van een mogelijke recessie gewaagde ze niet in haar jongste vooruitzichten die ze eind juni publiceerde. De Nationale Bank kan natuurlijk moeilijk een recessie in het vooruitzicht stellen. Want als ze dat doet, komt die er. Maar ook de ondernemingen, die sneller aan de klaagmuur staan, gaan niet van dat scenario uit. Niet in alle sectoren gaan de zaken even geweldig - de autobouwers en hun toeleveranciers hebben het lastig. Maar bij de presentatie van hun halfjaarcijfers de voorbije dagen en weken stelden de beursgenoteerde bedrijven in ons land geen daling van hun resultaten in het vooruitzicht als het gevolg van het verslechterende economische klimaat. Een recessie, al is ze niet helemaal onverwacht, valt ze natuurlijk altijd pardoes op de nek.

Dood hout

Als nu het woord recessie valt, denken sommigen meteen aan een herhaling van de crisis van 2008-2009, toen de economie in de VS met 2,5 procent kromp, die van de eurozone met 4,5 procent, die in Duitsland zelfs met 5,6 procent. Zo’n vaart hoeft het niet noodzakelijk te lopen. In de economische annalen staat de crisis van 2008-2009 geboekstaafd als de Grote Recessie, wat duidt op de uitzonderlijk zware aard ervan.

Maar niet elke recessie is een economisch armageddon. Een recessie kan ook mild zijn, zoals die van 2012-2013 in België. Toen was de groei enkele kwartalen op rij licht negatief, maar de economische groei op jaarbasis bleef nog net positief. Een beperkte recessie kan bovendien ook heilzame effecten hebben. Even aan de economische boom schudden om het dode hout naar beneden te doen vallen dat de groei van nieuwe twijgen bemoeilijkt, het mogelijk maken dat de creatieve destructie zijn gang gaat. En het kan een aansporing zijn voor bedrijven om eindelijk eens de efficiëntieoefening te maken.

Niet elke recessie is een economisch armageddon. Een recessie kan ook mild zijn.

Dat betekent geenszins dat recessies verwelkomd moeten worden. Want elke recessie houdt het gevaar in dat ze een negatieve economische spiraal op gang brengt. Als de economie krimpt, is er minder inkomen dat verdeeld kan worden. Dat kan ertoe leiden dat de gezinnen hun bestedingen terugschroeven. Ondernemingen zien vervolgens de vraag naar hun producten afnemen. Hun winsten komen onder druk te staan en ze kunnen minder dividenden uitkeren aan hun aandeelhouders, die hun inkomen daardoor achteruit zien gaan. En hun aandelenkoersen kelderen, wat hetzelfde effect heeft.

Om hun winsten toch enigszins op peil te houden, kunnen bedrijven ervoor opteren op hun kosten te besparen. Dat doen ze door minder goederen en diensten in te kopen bij hun toeleveranciers - waardoor die de last op hun nek geschoven krijgen -, door investeringen uit te stellen of te schrappen - waardoor de producenten van investeringsgoederen de rekening gepresenteerd krijgen -, of door te snoeien in het personeelsbestand. Een aantal ondernemingen gaat failliet.

Wie zijn baan verliest en terugvalt op een werkloosheidsuitkering speelt een stuk van zijn inkomen kwijt en moet de broekriem aanhalen. Dat zet een domper op de gezinsbestedingen, en zo draait de negatieve spiraal een nieuw rondje. De krimp van de economie heeft ook implicaties voor de overheidsfinanciën. De inkomsten uit de personenbelasting, btw en vennootschapsbelasting dalen, terwijl sommige uitgavenposten omhoog gaan, voor werkloosheidsuitkeringen bijvoorbeeld. De overheid heeft dan ook minder geld voor allerlei consumptie-uitgaven of voor investeringen.

Ook vanuit die hoek verzwakt de vraag dan. Vervolgens kan zich op die recessie een financiële crisis enten, als gezinnen en bedrijven hun inkomen zodanig zien terugvallen dat ze hun leningen niet meer kunnen afbetalen. Als het allemaal zo doorgaat, stort de economie in.

Begrotingstekort

Het is dus cruciaal dat die infernale spiraal stopt, en voor die opdracht wordt op de overheid gerekend. Ze kan voorzien in mechanismen om de kettingreactie te doorbreken. Een behoorlijke werkloosheidsverzekering is er zo een, die verzekert wie zijn job verliest van een inkomen. De overheid kan ook de vraag in de economie aanzwengelen door haar uitgaven op te drijven en meer te investeren. Als dat leidt tot een hoger begrotingstekort is dat maar zo. Dat tekort kan wel weer weggewerkt worden als de economie herstelt - al gebeurt dat niet altijd.

De Belgische economie is op die manier zonder grote blutsen en builen door de Grote Recessie van 2008 gesparteld. De koopkracht van de gezinnen werd beschermd door de werkloosheidsverzekering en door de automatische loonindexering, de regering is niet op de begrotingsrem gaan staan en om de vraag te stimuleren werd de btw voor nieuwbouwwoningen tijdelijk verlaagd.

De centraal bankiers hebben nauwelijks nog wapens in hun arsenaal om de volgende recessie te bestrijden.

Ook het monetair beleid kan worden ingezet in de strijd tegen een recessie, door de rente te verlagen. Een lagere rente ontmoedigt het sparen en stimuleert de gezinsbestedingen - dat is toch de theorie - en het maakt investeringen voor bedrijven goedkoper. Het is dus ook een manier om de economische groei te onderstutten. En dat is wat in de vorige recessie van 2008-2009 ook is gedaan.

Een probleem is dat ondanks het herstel van de economie, de centrale banken hun beleidsrente op een bijzonder laag peil hebben gehandhaafd. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, hanteert op dit ogenblik een beleidsrente van 2 tot 2,25 procent. De basisrente van de ECB staat sinds maart 2016 op nul procent. Om een recessie van enige omvang te kunnen bevechten, moet de rente met 500 basispunten kunnen worden verlaagd, argumenteren economen. Die mogelijkheid is er momenteel niet. De centraal bankiers hebben nauwelijks nog wapens in hun arsenaal om een volgende recessie te bestrijden.

Risico

Voormalig IMF-econoom Olivier Blanchard en zijn collega Lawrence Summers, een voormalig minister van Financiën in de VS, stelden daarom recentelijk dat in een volgende crisis het begrotingsbeleid een beduidend grotere rol zal moeten spelen. Ook al heeft dat tot gevolg dat de overheidsschulden sterk toenemen. Het macro-economisch beleid moet worden herdacht, zeggen ze in een opiniestuk. In een land als België met een overheidsschuld van meer dan 100 procent van het bruto binnenlands product is dat geen evidente zaak. In Europa, dat hamert op discipline in de overheidsfinanciën om de euro niet uit elkaar te laten spatten, evenmin.

Het grote risico is niet dat de economie in een recessie terechtkomt. Het grote risico is dat de politieke en monetaire beleidsmakers onvoldoende voorbereid zijn om erop te antwoorden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud