'Groene belasting werkt maar als je auto kan ruilen voor bus'

©Dieter Telemans

De jonge Harvard-topeconome Stefanie Stantcheva gaat voorop in het onderzoek naar optimale belastingen. ‘Investeren in onderwijs kan dicht bij een win-winsituatie komen. Belastingverlagingen die zichzelf terugbetalen, lijken dan weer een utopie’, zegt de Française.

Ze is een van de meest beloftevolle economen van het decennium. Het Britse zakenblad The Economist gaf Harvard-professor Stefanie Stantcheva eind 2018 na een rondvraag in de academische wereld een plaatsje in zijn tienjaarlijks lijst van rijzende sterren in de economische wetenschap.

De 33-jarige Française past in de nieuwe empirische wind die door de discipline waait. Daarbij gebruiken onderzoekers de groeiende zee aan gedigitaliseerde gegevens, slimme experimenten en enquêtes om inzichten te verwerven in hoe de economie werkt. Die benadering werd vorige week nog bekroond met de Nobelprijs voor Economie.

Belastingen zijn haar werkterrein. Het is een domein met een verregaande impact maar met moeilijk te meten effecten. Belastingen beïnvloeden ons gedrag, maar evengoed doen talloze andere factoren dat die soms gelijktijdig met een belastinghervorming veranderen. Het is zaak die te onderscheiden.

Bovendien staan belastingen niet op zichzelf. Een verhoogde personenbelasting kan ondernemers ertoe aanzetten hun inkomen om te zetten in een kapitaal- of bedrijfsinkomen dat lager belast wordt. Die indirecte ‘fiscale externaliteit’ is een van de factoren in de optimale belastingformule die economen als Stantcheva voor ogen hebben.

Vandaag trapt Stantcheva haar driedaagse lezingenreeks aan de KU Leuven af in het kader van de jaarlijkse Gaston Eyskens-leerstoel. We spraken haar onlangs bij een bezoek aan Brussel.

Bestaat er zoiets als een optimaal belastingbeleid?
Stefanie Stantcheva: ‘Er bestaat een formule om de kostprijs van belastingen - via verminderde economische activiteit doordat mensen minder gaan werken - af te wegen tegen de opbrengsten. Die laatste zijn de belastinginkomsten voor investeringen in infrastructuur of voor een herverdelend beleid. Dankzij betere data en het creatief gebruik ervan krijgen we almaar beter een inzicht in de kostprijs.’

Politici die tegen herverdeling zijn, kunnen in debatten immigratie aankaarten om de steun voor herverdeling te ondermijnen.

‘Aan de opbrengstenzijde is het een kwestie van hoeveel waarde wij als samenleving hechten aan herverdeling en hoeveel ongelijkheid we willen verdragen. Dat is een vraag voor de politiek. Als economen kunnen wij alleen zeggen wat de gepaste belastingtarieven zijn vanuit kostenoogpunt.’

‘Al is beleid mogelijk dat dicht bij een win-win komt, zoals investeren in onderwijs. Dat kan resulteren in een hoger opgeleide bevolking die beter bestand is tegen crisissen en meer innoveert. Van het idee dat belastingverlagingen zichzelf terugbetalen, zijn de meeste economen dan weer afgestapt.’

U onderzoekt hoe opinies en waarden belastingregimes vormgeven. Daaruit blijkt dat de politieke framing van immigranten een impact kan hebben op onze bereidheid tot herverdeling.
Stantcheva: ‘Mensen doen een complexe oefening als ze uitzoeken welk beleid ze steunen. Ze houden rekening met wie geniet van herverdeling in de vorm van progressieve belastingen of een sociaal vangnet. Onderzoek leert dat mensen veel meer geneigd zijn te herverdelen naar mensen zoals zijzelf, en minder naar immigranten.’

‘Maar het probleem is dat Europeanen en Amerikanen een verkeerd beeld hebben van immigranten. Dankzij uitgebreide, zorgvuldige peilingen weten we dat ze het aantal immigranten enorm overschatten en tegelijk hun opleidingsniveau en economische bijdrage onderschatten. Bijgevolg denken ze dat immigranten arm en afhankelijker van uitkeringen zijn.’

‘Als je mensen eerst aan immigranten doet denken en hen vervolgens vraagt naar hun houding tegenover herverdeling, dan neemt hun steun daarvoor af. Politici die tegen herverdeling zijn kunnen dus in debatten immigratie aankaarten, wat tegenwoordig ook vaak gebeurt, om de steun voor herverdeling te ondermijnen. Dat riskeert bredere gevolgen te hebben voor de sociale en gezondheidsuitgaven in het algemeen.’

©Dieter Telemans

In de VS groeit de roep om de rijken meer te belasten. Leiden veranderende waarden tot een context waarin zoiets waarschijnlijker wordt?
Stantcheva: ‘Dat is een politieke kwestie. Het zal pas gebeuren als mensen minder ongelijkheid tolereren. Amerikanen hebben alvast nog een te rooskleurig beeld van de sociale mobiliteit in de VS, leert ander onderzoek dat wij gedaan hebben. Dat heeft gevolgen, want iemands beeld over de gelijkheid van kansen bepaalt hoeveel ongelijkheid men bereid is te verdragen. Mensen zullen meer ongelijkheid tolereren - en herverdeling minder fair achten - als ze geloven dat iedereen dankzij hard werken de sociale ladder op kan klimmen.’

‘Volgens ander onderzoek zijn Amerikanen ook onwetend over hoe hoog de Amerikaanse belastingtarieven in de jaren 50 waren (tot 90 procent voor de hoogste inkomens, red.).’

De hoogte van de personen- en vennootschapsbelasting heeft een negatieve impact op de kwantiteit en kwaliteit van innovatie. Clusters als Silicon Valley dempen dat effect.

Wat weten we over de impact van belastingen op de economische groei? Volgens uw onderzoek met onder meer Thomas Piketty kan het belastingtarief op toplonen tot 83 procent stijgen en toch nog sociaal optimaal zijn. Hoge belastingen zetten geen rem op arbeid?
Stantcheva: ‘Het is moeilijk het effect van belastingen op economische groei vast te stellen. Je kan wel kijken naar het effect op innovatie, een van de aandrijvers van de groei. Dan blijkt dat de hoogte van de personen- en de vennootschapsbelasting een negatieve impact heeft op de kwantiteit en kwaliteit van innovatie en op de locatie ervan. Een belastingverhoging kan innoverende activiteiten doen verhuizen.’

‘Er zijn twee belangrijke kanttekeningen. Er zijn zaken die mensen waarderen en hen hogere belastingen doen aanvaarden. Zo doet het samenklitten van innovatie in clusters als Silicon Valley mensen minder sterk reageren op belastingverhogingen. Daarnaast betekent het negatieve effect op innovatie niet automatisch dat we de belastingen moeten verminderen. Het hangt af van je mening over de opbrengst, over herverdeling en het al dan niet creëren van meer gelijkheid.’

Het idee van een dual income tax, de inkomsten uit arbeid progressief belasten, die uit kapitaal tegen een vast tarief, heeft de wind in de zeilen. Wat zegt het onderzoek daarover?
Stantcheva: ‘Hoe je arbeid en kapitaal moet belasten, is een complexe uitdaging. Hoe groter de gevoeligheid voor een belasting, hoe moeilijker iets te belasten is. Arbeid reageert typisch minder sterk op een verandering in het belastingtarief dan kapitaal, dat mobieler is. Dat wijst erop dat je kapitaal minder moet belasten. Maar je hebt daarnaast de vraag over herverdeling en rechtvaardigheid. Kapitaalinkomen is veel meer geconcentreerd, wat de neiging vergroot om kapitaal extra te belasten.’

‘En dan is er nog de vraag hoe makkelijk het is te switchen tussen arbeids- en kapitaalinkomen in functie van het belastingtarief. Als dat eenvoudig is, zullen ondernemers kiezen om hun inkomen de vorm te geven van het minst belaste inkomen zodra je het tarief op het andere te veel optrekt. Je moet dus ook oog hebben voor de achterpoortjes en het gemak om te switchen.’

In de strijd tegen klimaatverandering zijn groene belastingen een heikel punt. Niemand wil betalen, zo lijkt het. Wat is de oplossing?
Stantcheva: ‘Een belangrijke economische les is dat een corrigerende belasting - bijvoorbeeld om het brandstofverbruik te verminderen - alleen werkt als mensen ook de mogelijkheid hebben om hun gedrag te veranderen. Als ze geen bus kunnen nemen in plaats van de auto, is de belasting louter een negatieve transfer die inkomen wegneemt en intussen niets doet aan de vervuiling. Je moet tegelijk een beter openbaar vervoer aanbieden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud