interview

‘Grote landen geraken met meer weg'

©Saskia Vanderstichele

Na de crisisjaren moet Europa zich wapenen om de volgende financiële crisis écht de baas te kunnen. Maar een sterker Europa is niet automatisch méér Europa, zegt minister van Financiën Johan Van Overtveldt. Die ergert zich ook aan de voorkeursbehandeling die de grote landen krijgen.

Het grootste gevaar van 2018? Dat we achteroverleunen en stilvallen’, zegt Van Overtveldt (N-VA). De Europese Unie bevindt zich op een kantelpunt. De groei was in geen tien jaar zo hoog en zelfs Griekenland koppelt zich af van het reddingsinfuus.

In de Eurogroep - waar de ministers van Financiën van de eurolanden bijeenkomen - is er weer ademruimte om plannen te maken. De belangrijkste opdracht is te vermijden dat Europa nog altijd kwetsbaar is als een volgende financiële crisis losbarst.

Dat werk is nog niet af, zegt Van Overtveldt. ‘We waarschuwen elkaar continu dat dit niet het moment is om achterover te leunen. Tegelijk trappelen we in enkele discussies toch al een tijdje ter plaatse, met de bankenunie als groot voorbeeld.’

Die bankenunie moet vermijden dat Europese banken zoals in 2008 hun regeringen meesleuren in de val, of omgekeerd. Bij zo’n dodelijke cirkel komt een overheid die een noodlijdende bank te hulp snelt zelf in de problemen. Dat is problematisch voor wie geld geleend heeft aan die staat. En dat zijn in de eerste plaats de banken van dat land. Iedereen trekt elkaar kopje-onder.

Om die reden knipte de EU de banden tussen de staten en hun banken grotendeels door. De Europese Centrale Bank (ECB) nam het bankentoezicht over en organiseert stresstests om te zien welke bank waar kwetsbaar is. Er kwam een resolutiefonds, dat de taak heeft een failliete bank te laten omvallen zonder dat de brokstukken de andere banken beschadigen.

Ik ben geen voorstander van Europese belastingen.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën

‘Toch is het risico op accidenten nog niet helemaal verdwenen’, zegt Van Overtveldt. Er ligt nog een Europese depositogarantie op tafel. Als die er in 2015 was geweest, dan hadden de Grieken nooit hun spaargeld van de bank gehaald, omdat ze wisten dat niet de armlastige Griekse overheid maar de hele EU hun spaargeld garandeerde. Niet iedereen ziet zo’n systeem echter zitten, omdat België en Duitsland dan ook een cheque moeten tekenen voor de wankele Italiaanse banken.

Van Overtveldt: ‘Die discussie zou vooral technisch moeten zijn: hoe verklein je eerst het risico dat een bank in de problemen komt? En hoe verdeel je vervolgens dat risico? Alleen begint de discussie helaas politieker te worden. De landen die zeggen dat het risico eerst kleiner moet worden - zoals Nederland - verdedigen dat standpunt nu harder dan vroeger.’

Wat is uw standpunt? Volgt u de noordelijke landen? Of eerder de zuidelijke?
Johan Van Overtveldt: ‘Dat de risico’s dalen lijkt me a priori wenselijk, maar ik denk dat we vooral de situatie nog beter moeten begrijpen. Als een bank rapporteert dat een lening niet meer wordt afbetaald, gebeurt dat dan op dezelfde manier in Oostenrijk, Frankrijk of Finland? Zijn die cijfers wel vergelijkbaar?’

‘En ik denk dat we ook de Europese kapitaalmarkt, die nog te sterk is opgesplitst in 28 nationale kapitaalmarkten, beter moeten doen werken.’

Wat levert dat op voor de banken?
Van Overtveldt: ‘De Amerikaanse banken zijn gezonder dan de Europese. Ze hebben meer eigen kapitaal tegenover de leningen die ze hebben uitstaan. Hun buffer is groter. Dat komt omdat ze leningen waarvan ze betwijfelen of die nog ooit worden afbetaald op de financiële markten doorverkopen. Ze kunnen dat omdat de financiële markten daar gigantisch zijn, wat bij ons niet het geval is.’

Die kapitaalmarkt was het werk van Jonathan Hill, de Britse EU-commissaris die na het brexitreferendum opstapte...
Van Overtveldt: ‘… en die heel goed wist waarmee hij bezig was. Sedert zijn vertrek zit dat dossier in het slop. Dat is jammer, want ik kan me geen stabiele banken inbeelden zonder een goed werkende kapitaalmarkt. Ik heb op de Eurogroep al een paar keer opgeroepen die ‘unie van kapitaalmarkten’ weer stevig vast te pakken.’

Waarom lukt dat niet? Omdat te veel mensen vrezen dat ze een blanco cheque voor de Italiaanse banken tekenen?
Van Overtveldt: ‘Je kan niet ontkennen dat er nog altijd een probleem van moral hazard is: de situatie waarbij iemand overmatig veel risico’s neemt omdat hij weet dat anderen toch het vangnet spannen.’

Ik ben voor een eigen Europees Monetair Fonds, maar niet om het IMF buiten te houden.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën

Wat als niet opnieuw een bank, maar een land moet worden gered? Een van de plannen is om van het reddingsfonds ESM een Europees Monetair Fonds te maken, zoals het IMF.
Van Overtveldt: ‘Op zich ben ik daar voor. Maar ik ben er tegen dat het EMF er vooral zou komen om het IMF buiten te houden, zoals sommigen willen. Ik vind dat heel fout. De manier waarop het IMF met wat afstand naar de eurozone kijkt, is een pluspunt.’

Au fond gaat deze discussie over politiek vertrouwen. Het Duitse en het Nederlandse parlement eisten een IMF-betrokkenheid bij de Griekse redding omdat ze vreesden dat de Europese Commissie een te zachte heelmeester zou zijn.
Van Overtveldt: ‘De spelregels over de euro waren toen minder duidelijk dan nu. Daarom was er bij sommigen wantrouwen tegenover de Europese Commissie. Dat is nu beter.’

‘Maar de afspraken over hoe je zelf verantwoordelijk blijft voor je daden en tegen welke voorwaarden je kan worden gered als het toch verkeerd loopt, staan nog altijd niet in steen gebeiteld. Wie ontkent dat dat een probleem blijft, ontkent dat de zon in het oosten opkomt.’

Waar liggen de breuklijnen?
Van Overtveldt: ‘De breuklijn is vrij simpel. Sommige landen, onder leiding van Frankrijk en Italië, vragen meer solidariteit. Een andere groep, onder leiding van Duitsland, Nederland, Finland, vraagt eerst economisch orde op zaken te stellen. Ik heb de neiging me bij die laatste groep aan te sluiten.’

Leidt dat tot discussies in de federale regering? Premier Charles Michel is uitgesproken pro-Europees, terwijl de N-VA in het Europees Parlement tot de veel kritischer ECR-fractie behoort.
Van Overtveldt: ‘Er zijn uiteraard nuances. Maar als ik met de premier praat, is het duidelijk dat we allebei een sterker Europa willen. Dat is overigens nogal evident in een geglobaliseerde wereld waarin het naoorlogse evenwicht - met de VS als hoeder van de internationale orde - op losse schroeven komt te staan.’

Ik volg Guy Verhofstadt niet die bij ieder probleem blind zegt dat er meer Europa nodig is.
Johan Van Overtveldt
Minister van Financiën

Hoe ziet u dat sterkere Europa?
Van Overtveldt: ‘Ik volg in ieder geval niet Guy Verhofstadt (leider van de liberale ALDE-fractie in het Europees Parlement, red.), die bij ieder probleem blind zegt dat er ‘meer Europa’ nodig is. We zijn iets kritischer over de manier waarop de EU vandaag werkt. Maar dat ze sterker moet worden, staat buiten kijf.’

Hoeveel mag dat kosten? Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker stelt voor het budget te verhogen.
Van Overtveldt: ‘Ik ben geen voorstander van Europese belastingen. Maar het staat vast dat een betere Europese defensie en veiligheid ons iets gaan kosten. De vraag wordt: hoeveel? Wat staat daar tegenover? Hoe vinden we het geld? En kunnen we niet op de werking van de EU besparen?’

En in de regering …
Van Overtveldt: ‘… wil iedereen een sterker Europa. Maar er is een legitieme discussie bezig over hoe we dat concreet zien. Ik wil geen blinde stappen zetten.’

Moet er in de Commissie een Europese minister van Economie komen?
Van Overtveldt: ‘Ik denk dat we daar politiek niet klaar voor zijn. Een paar landen zijn mordicus tegen. We zijn er ook inhoudelijk niet klaar voor. Waarvoor zal die minister bevoegd zijn, als de bankenunie, de kapitaalmarktenunie en dat Europees Monetair Fonds er nog niet zijn? Zonder die instrumenten dreigt een Europese minister van Economie een marionet te worden.’

Van wie? Van de grote landen?
Van Overtveldt: ‘Je ziet dat de grote landen met dingen wegkomen waarmee de rest niet wegkomt. Ze hebben de voorbije decennia niet altijd de afspraken over het begrotingstekort en de staatsschuld nageleefd. Ook op het vlak van de concurrentie zie je dat. Met de regelmaat van de klok worden kleine landen op de vingers getikt. Om legitieme redenen. In België is het fiscale gunstregime van de overwinstrulings vernietigd door de Commissie en ik kan dat begrijpen. Het systeem spoorde niet met de regels voor vrije concurrentie, al vind ik het een aberratie dat de beslissing ook met terugwerkende kracht werkt.’

‘Maar ik merk dat in grote landen die discussies zich niet voordoen. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat die landen braver zijn. Ik durf dat te betwijfelen. Ik denk dat daar iets anders speelt. Een paar kleine landen beginnen zich schrap te zetten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content