interview

‘Lage groei is een teken van succes'

Dietrich Vollrath: 'De lage groei maakt duidelijk hoe goed we het hebben.' ©RV DOC

De economische groei staat al jaren op een laag pitje, en de coronacrisis dreigt het tempo verder te verlagen. Econoom Dietrich Vollrath ligt er allerminst wakker van. ‘De lage groei maakt duidelijk hoe goed we het hebben’, argumenteert hij in ‘Fully Grown’.

Het was de nasleep van de financiële crisis in 2008 die Dietrich Vollrath op het spoor zette van een boek dat ‘onbedoeld optimistisch’ uitdraaide. Vollrath, economieprofessor aan de University of Houston, vroeg zich af waarom de economie zich na de crisis niet sneller herpakte. De groei ging teleurstellend traag. 

Hij stelde vast dat dat niets nieuws was: de economische groei in de Verenigde Staten was al sinds 2000 op een lager pad beland, lang voor de crisis dus. Terwijl het Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp) per capita in de periode 1950-2000 gemiddeld 2,25 procent per jaar groeide, viel dat na de eeuwwisseling terug tot 1 procent. In Europa speelt een gelijkaardig verhaal.

Die structurele groeivertraging roept automatisch de vraag op wat we verkeerd doen en hoe we een en ander kunnen corrigeren, maar Vollrath gaat daar niet in mee. Zijn zoektocht naar de oorzaken deed hem inzien dat tragere groei een onbedoeld neveneffect is van ons succes als samenleving.

De enorme toename van onze levensstandaard deed ons na de babyboom in de jaren 50 kiezen voor kleinere gezinnen, terwijl vrouwen als nooit tevoren toetraden tot de arbeidsmarkt en de gemiddelde scholingsgraad omhoogging. De demografische effecten die in de 20ste eeuw de groei stuwden, zoals de babyboomers die massaal de arbeidsmarkt opgingen, werken nu tegen.

Die demografische tegenwind zet sinds 2000 een stevige rem op de economische groei. Volgens Vollrath verklaart de verlaagde toename in menselijk kapitaal twee derde van de totale groeivertraging. Een gevolg van onze keuzes, niet van marktfalingen of een tekort aan innovatie.

Vollrath ontkent niet dat andere krachten spelen - de stijgende marktmacht van bedrijven met hogere winsten en dividenduitkeringen, minder toetreding van nieuwe bedrijven, groeiende ongelijkheid en jobverlies door concurrentie van lageloonlanden - maar die hebben weinig of geen meetbare impact op de groei. Wat niet wil zeggen dat we ons er zomaar bij moeten neerleggen.

U beschouwt de vertraagde economische groei als een succes. Waarom precies?

Dietrich Vollrath: ‘De groeivertraging is in de eerste plaats een gevolg van demografische veranderingen, met een keuze voor kleinere gezinnen. Die keuze is een weerspiegeling van de toename in onze welvaart, wat historisch gezien samengaat met een keuze voor minder kinderen. Het is ook een kwestie van innovatieve anticonceptie, van vrouwenrechten en de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt. Wil je dat zomaar terugdraaien?’

‘Een tweede luik is onze keuze geleidelijk meer diensten te consumeren in plaats van goederen. Naarmate de levensstandaard stijgt, spenderen mensen proportioneel een groter deel van hun inkomen aan diensten. En het is nu eenmaal moeilijker om productiviteitswinst te boeken in diensten dan in goederen. Bij diensten koop je elkaars tijd, maar je gaat de productiviteit van een concert toch niet verhogen door de muzikanten dubbel zo snel te laten spelen?’

‘Een economie die meer op diensten draait, vertaalt zich dus in lagere groei. Dat is dan weer het gevolg van ons succes om almaar efficiënter goederen te produceren. Zo zijn koelkasten erg goedkoop geworden, maar dat wil niet zeggen dat ik er dan maar acht koop. Je spendeert het vrijgekomen geld aan beter onderwijs, gezondheidszorg, vakantie. Dat kan omdat de basisgoederen zo goedkoop geworden zijn.’

De lage groei ligt volgens waarnemers mee aan de basis van populistische en protectionistische oprispingen. Dat valt toch moeilijk te rijmen met succes?

Vollrath: ‘De lage groei is een gevolg van succes. Dat betekent niet dat alles perfect is. Het duidt er wel op dat we in een goede positie verkeren om andere zaken dan groei aan te pakken.’

‘In het verleden waren algemeen welzijn en groei rechtstreeks met elkaar verbonden. Kijk naar Europa vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen alles letterlijk heropgebouwd moest worden. Daar had je een sterke link tussen bbp- en welvaartsgroei. Maar de relatie tussen beide is geen gegeven. Groei en welvaart zijn niet noodzakelijk hetzelfde. De vraag is wie profiteert, wiens welzijn gaat erop vooruit? Veel mensen staan er op financieel gebied niet zo rooskleurig voor. Het gaat daarbij om herverdeling, om winnaars en verliezers.’

Na elke crisis lijkt de groei structureel terug te vallen naar een lager niveau dan vóór de crisis. Dreigt dat te gebeuren met de coronacrisis?

Vollrath: ‘De financiële crisis drukte ons met de neus op de groeivertraging. Maar die was er al voor de crisis. De lage groei nadien week niet zo veel af van het langetermijnpad sinds 2000. De coronacrisis kan anders uitdraaien, al is het nog wat vroeg om daar grote uitspraken over te doen. Dit kan een aanslepende, negatieve schok worden, met een daling in de levensstandaard en enkele verloren jaren voor de economie.’

‘Als je kijkt naar de ontwrichting in de VS, met massale ontslagen die de band tussen werknemers en bedrijven doorknippen, kan je de vraag stellen of we snel zullen terugkeren naar business as usual. Hetzelfde voor shoppincenters: die hadden het al lastig en riskeren niet te heropenen als mensen niet langer dicht op elkaar gepakt willen zijn.’

Wil dat zeggen dat we opgescheept zitten met een lage groei, zonder er wakker van te moeten liggen? Hoe betalen we dan de vergrijzingsfactuur of de dure aanpak van de coronacrisis?

Vollrath: ‘Ten eerste is de groei niet nul. Onze levensstandaard blijft stijgen, los van wat de coronacrisis brengt. Dit is het nieuwe normaal. Naarmate we rijker worden, zullen we relatief meer uitgeven aan diensten, waar de productiviteitsgroei lager is. Al hoop ik dat ik verkeerd ben en dat morgen iemand met een fantastische innovatie komt voor het efficiënter leveren van diensten. Demografisch gezien zal het effect van de vergrijzing min of meer voorbijgaan, wat de groei uiteindelijk kan stuwen. Maar dan nog keren we niet terug naar een groei van 2,25 procent. Eerder 1,5 procent.’

De lage groei en het vooruitzicht dat die nog even blijft duren is niets om ons zorgen om te maken.
Dietrich Vollrath

‘Toch is de lage groei en het vooruitzicht dat die nog even blijft duren niets om ons fundamenteel zorgen om te maken. Een lage bbp-groei per capita is iets anders dan de vraag hoe we het geld zullen spenderen. Dat zijn politieke keuzes, die misschien wat moeilijker zijn bij een lagere groei. Maar er is wel degelijk nog altijd groei, zij het minder dan voordien.’

Er heerst ongerustheid over de lage productiviteitsgroei, een motor van de economische groei. In België trok de Nationale Raad voor de Productiviteit onlangs aan de alarmbel. Hoe essentieel is productiviteit?

Vollrath: ‘Productiviteit is fundamenteel, maar tegelijk ambigu en niet duidelijk gedefinieerd. Dat is het deel van de groei dat niet gelinkt is aan menselijk of fysiek kapitaal (gebouwen, machines... red.). Het omvat veel zaken: van technologische innovatie tot de shift van sectoren met een lage naar sectoren met een hoge productiviteit.’

‘Niets zegt dat productiviteitsgroei zich moet vertalen in meer bbp-groei. Een manier om de productiviteit te verhogen is door met dezelfde input meer te produceren. Dat is wat we in de 20ste eeuw gedaan hebben. Een alternatief is dat je met minder input hetzelfde produceert. Dat zien we vandaag vaker in de aandacht voor het milieu en minder grondstoffenverbruik. Het bbp stijgt dan niet, maar toch gaan we erop vooruit. De vraag is wat dan met de overheidsinkomsten gebeurt? Want die komen los te staan van het bbp. Je zal afwegingen moeten maken.’

Zijn pogingen om de productiviteitsgroei te boosten vruchteloos?

Vollrath: ‘Alles wat de productiviteitsgroei kan opkrikken is geweldig. In diensten is dat moeilijker, maar niet onmogelijk. Bovendien is het altijd mogelijk dat we verkeerd meten en de productiviteitsgroei in diensten hoger is dan gedacht.’

Vóór corona was telegeneeskunde beperkt, nu worden veel beperkingen weggevaagd omdat het niet anders kan.

‘De coronacrisis kan helpen, doordat mogelijk meer taken naar online verschuiven en de inefficiënties verkleinen. Neem de medische sector in de VS. Voor corona was telegeneeskunde erg beperkt, nu worden heel wat beperkingen weggevaagd omdat het niet anders kan. Een dokter kan tot 50 procent meer patiënten zien in één dag. De diensteneconomie kan ook een boost krijgen door schaaleffecten. Pas sinds kort zijn er dienstenbedrijven met dezelfde schaalgrootte als goederenbedrijven.’

Immigratie is volgens uw onderzoek de enige ‘quick win’ voor een snel groeiherstel. Hoe moet die eruitzien?

Vollrath: ‘Voor de VS gaat het om 250.000 extra immigranten per jaar om de verhouding van werkenden tot de bevolking constant te houden. Met een miljoen extra immigranten, zo’n 0,3 procent van de bevolking, kan je zowat de helft van de totale groeivertraging compenseren.’

‘Idealiter gaat het om zo hoog mogelijk opgeleide immigranten. Voor de VS geldt dat immigranten gemiddeld hogergeschoold zijn dan de lokale bevolking. De impact is dus meteen positief. De VS profiteren zo van de rest van de wereld, met als keerzijde de langetermijngevolgen voor sommige ontwikkelingslanden die werknemers zien vertrekken.’

Hoe staat u tegenover de ‘degrowth’-beweging, die de economische groei bewust wil vertragen?

Vollrath: ‘Deels kan ik hen volgen als ze stellen dat we minder de nadruk op groei moeten leggen. Er zijn veel andere zaken die onze aandacht verdienen, zoals milieu en de vermindering van de ongelijkheid, en we hebben de mogelijkheden om ze aan te pakken.’

‘Maar ik ben het niet eens met hun pleidooi voor negatieve groei. Dat is te rigide, want het vertrekt vanuit een verkeerd veronderstelde link tussen grondstoffenverbruik en milieuschade, en groei. In het verleden had je misschien een link tussen grondstoffen en groei, maar die relatie is vandaag geen noodzakelijkheid. Je kan hetzelfde produceren met minder input, waardoor je tegelijk het bbp ietwat kan opkrikken en minder grondstoffen kan gebruiken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud