Advertentie
interview

‘Stop te beweren dat miljardairs goed zijn voor de economie'

Thomas Piketty: ‘Er is een enorme ongelijkheid in de besteding van de onderwijsmiddelen.’ ©Photo News

Een economisch systeem overleeft enkel als de mensen het als rechtvaardig ervaren, schrijft de Franse topeconoom Thomas Piketty in zijn jongste boek ‘Capital et idéologie’. Hij geeft enkele pittige recepten om dat te bereiken. ‘Laat iedereen op 25 jaar 120.000 euro erven.’

Thomas Piketty (48) kan veel, maar korte boeken schrijven hoort daar niet bij. ‘Ja, hij is weer dik uitgevallen’, geeft de Franse econoom toe, terwijl hij zijn ogen laat rusten op ‘Capital et idéologie’. Zijn jongste werkstuk, dat in februari in het Nederlands verschijnt, telt meer dan 1200 bladzijden en 169 grafieken en tabellen. ‘Ik wil niet over een onderwerp spreken zonder dat ik geprobeerd heb alle mogelijke data te verzamelen’, glimlacht hij verontschuldigend.

Juist daarom oogstte Piketty zo veel lof voor ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’, zijn vuistdikke bestseller die in 2013 uitkwam en 2,5 miljoen keer over de toonbank ging. Daarin stelt hij dat onder het kapitalisme de ongelijkheid toeneemt omdat het rendement op kapitaal doorgaans hoger ligt dan de economische groei. Die analyse kreeg veel kritiek, maar bracht wel een groot maatschappelijk debat op gang.

Het is afwachten of de opvolger hetzelfde effect heeft. Hoewel Piketty vorige week tijdens zijn lezing aan de Erasmus School of Economics in Rotterdam benadrukte dat het boek meer als een historisch dan als een economisch werk gezien moet worden, bevat het genoeg controversiële ideeën. Volgens zijn critici is het niet minder dan een radicaal politiek programma, vol met gevaarlijke voorstellen.

De mensen zullen hun levenswijze pas aanpassen om de klimaatverandering tegen te gaan als ze zien dat de rijksten grotere inspanningen leveren dan zijzelf.

Hoewel de ongelijkheid opnieuw centraal staat, verwijst Piketty tijdens het gesprek vooral naar het begrip rechtvaardigheid. De economische geschiedenis kan niet los gezien worden van politiek en ideologie, benadrukt de hoogleraar aan de Paris School of Economics.

‘Als ik naar de ontwikkeling van economische systemen in verschillende samenlevingen kijk, zie ik daar een zoektocht naar rechtvaardigheid. Je kunt nooit een samenleving organiseren door simpelweg te zeggen: ‘Wij zijn rijk, en jullie arm, en dat is nu eenmaal zoals het is’. Je moet een verhaal kunnen vertellen waarom er rijken zijn en waarom dat ook voor de armen een goede zaak is. Soms is dat een overtuigend verhaal, soms niet. Maar samenlevingen hebben behoefte aan een idee van rechtvaardigheid.’

Genoeg haver

Een van de verhalen die de afgelopen decennia populair was, is de trickle-down-theorie. Kort gezegd: belastingverlagingen voor bedrijven en rijken zijn goed voor de armen omdat ze leiden tot hogere uitgaven en meer welvaart. Die druppelt uiteindelijk omlaag. Zoals als je een paard genoeg haver geeft, er na verloop van tijd ook wat voor de mussen op de weg zal liggen, in de woorden van de econoom John Kenneth Galbraith.

De werknemers moeten in alle bedrijven een derde tot de helft van de leden van de raad van bestuur kunnen aanduiden.

Stanford-historicus Walter Scheidel heeft er een hard hoofd in dat het zo werkt. Gevestigde belangen houden volgens hem grote veranderingen tegen. Om de ongelijkheid substantieel te verminderen is bijna altijd een schok nodig, zei hij onlangs. Een pandemie, een oorlog of een andere catastrofe.

‘Zo cynisch ben ik niet’, lacht Piketty. ‘Je hebt niet altijd de Zwarte Dood nodig. Soms kan een gewone crisis volstaan. Denk aan de Grote Depressie van de jaren 30 of de financiële crisis van 2008. Juist op die momenten moeten we een nieuw kapitalisme bedenken. Na 2008 kwam de belangrijkste reactie van centrale banken, die massaal geld gingen drukken. Dat heeft wel het totale bankroet van het financiële systeem voorkomen - het was dus beter dan niets doen - maar het volstaat niet. Je lost er problemen zoals ongelijkheid en klimaatverandering niet mee op. Daarvoor zijn maatregelen nodig zoals een progressieve belasting op vermogens en de uitstoot van CO₂, en meer overheidsinvesteringen.’

Die uitdagingen haken volgens Piketty aan bij de discussie over ongelijkheid. ‘Als je echt wil bereiken dat de mensen hun manier van leven veranderen om de klimaatverandering tegen te gaan, moet je ze laten zien dat de rijksten grotere inspanningen moeten leveren dan zijzelf. Mensen begrijpen het niet dat zij meer energiebelasting moeten betalen voor hun autogebruik, terwijl rijkere burgers die een weekendje op en neer naar Rome vliegen geen kerosineaccijns betalen. Dat krijg je niet verkocht.’

Amerikaans congreslid Alexandria Ocasio-Cortez ©AFP

‘Every billionnaire is a policy failure’, betogen linkse Amerikaanse politici zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Elizabeth Warren. Deelt u die mening?
Thomas Piketty: ‘Ik weet niet of elke nieuwe miljardair een mislukking is, maar ik weet wel zeker dat het geen succes is. De belofte dat er met meer miljardairs meer ondernemerschap en innovatie zou komen, is niet uitgekomen. Er zijn in de 21ste eeuw meer miljardairs dan in de jaren 70, 80 of 90. En dat terwijl de economische groei een stuk lager ligt. Zeker in de VS is de groei sinds de ambtstermijn van Ronald Reagan gehalveerd (de Republikeinse president voerde in de jaren 80 belastingverlagingen voor de rijken door, red.). Je kunt dus niet blijven herhalen dat miljardairs goed zijn voor de economie, want dat zien gewone mensen niet op hun loonstrookje.’

U pleit in uw boek voor een omslag naar ‘participatief socialisme’. Wat houdt dat precies in?
Piketty: ‘Voor mij is dat een voortzetting van de sociaaldemocratie. Die heeft in de 20ste eeuw veel bereikt, maar schiet nog altijd tekort in de spreiding van eigendom en onderwijs, en de organisatie van de wereldeconomie op een niveau dat de landsgrenzen overstijgt.’

Kunt u een voorbeeld geven?
Piketty: ‘In Frankrijk investeert de overheid een paar honderdduizend euro in de schoolcarrière van studenten die naar universiteiten en elitescholen gaan, terwijl dat bij iemand die op zijn 17de stopt met studeren maar 50.000 euro is. Er is dus een enorme ongelijkheid in de besteding van de onderwijsmiddelen. Daar moeten we iets aan doen als we de ongelijkheid op de lange termijn willen verminderen.’

‘We hebben een duidelijke, becijferde doelstelling nodig van wat we rechtvaardig vinden, zoals we eerder hebben gedaan met het belastingstelsel. De afgelopen tweehonderd jaar hebben we bepaald vanaf welk inkomens- of vermogensniveau welke belastingschaal van toepassing is. Maar bij het onderwijs blijven we in mooie woorden hangen, in plaats van te meten hoeveel de 10 procent rijksten aan onderwijsmiddelen krijgen, en hoeveel dat is voor de armste 50 procent.’

U wilt ook de inspraak van werknemers in hun bedrijven vergroten.
Piketty: ‘Er zijn nu al landen waar de werknemers een derde of de helft van de leden van de raad van bestuur mogen aanwijzen, zoals in Duitsland en Zweden. Dat zou elk land moeten doen. En waarom niet het stemrecht van grootaandeelhouders in alle bedrijven plafonneren? Het is niet omdat je op je 30ste rijk geworden bent met een goed idee, dat je op je 80ste nog altijd de enige moet zijn die beslissingen kan nemen over hoe een bedrijf met een paar duizend werknemers moet werken.’

Door de vergrijzing dreigt ook de ongelijkheid tussen de generaties toe te nemen. U pleit ervoor dat alle jongeren op hun 25ste al een soort van vooruitgeschoven erfenis ontvangen.
Piketty: ‘Je wilt niet dat mensen tot hun 50ste moeten wachten tot ze een erfenis kunnen ontvangen van hun ouders. Zelfs in een samenleving waarin iedereen even vermogend is, is dat een probleem, want sommigen zullen die erfenis krijgen als ze 40 zijn, anderen op hun 60ste of later. Onder mijn voorstel krijgen ze op hun 25ste allemaal 120.000 euro.’ In zijn boek suggereert Piketty dat dit kan worden gefinancierd met een progressieve vermogensbelasting.

© Het Financieele Dagblad

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud