nieuwsanalyse

Trump speelt het spel van kwaad naar erger

Donald Trump legde in maart een eerste reeks invoerheffingen op voor staal en aluminium. ©AFP

In de handelsoorlog met China grijpt de Amerikaanse president Donald Trump naar de afschrikkingsmethode. Hij dreigt met hoge invoerheffingen op een groot deel van de Chinese producten die de VS binnenkomen.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft zijn administratie de opdracht gegeven een lijst op te stellen van uit China ingevoerde producten ter waarde van 200 miljard dollar. De VS zullen daarop een tarief van 10 procent heffen. Hij reageerde daarmee op de aankondiging vorige week van Peking dat het met gelijke munt zal betalen als de VS op 6 juli beginnen met het extra belasten van een eerste reeks producten ter waarde van 50 miljard dollar die de VS binnenkomen.

Het lijkt wel een spelletje van kwaad tot erger waarbij de ene partij uithaalt naar de andere en er vervolgens een opbod ontstaat van vergeldingsmaatregelen, tot één partij ermee stopt uit schrik voor de volgende zet van de tegenstander.

Het verbale - voorlopig toch vooral - geweld over het handelsgeschil tussen de VS en China, twee van de grootste handelsmachten ter wereld, deed de aandelenmarkten in Azië rood kleuren. Ook in Europa was er een ferme huivering op de markten.

De doorn in het oog

Een eerste reeks extra invoerheffingen die Trump eerder dit jaar invoerde, viseerde staal- en aluminiumproducten, niet alleen uit China, maar ook uit Europa, Canada en Mexico. Die maatregel was bedoeld om de Amerikaanse staal- en aluminiumindustrie te beschermen. Met de nieuwe heffingen beoogt Trump het verminderen van het grote tekort dat de VS nu heeft in zijn handel met China.

De Verenigde Staten voerden vorig jaar voor zowat 505 miljard dollar Chinese producten in - meer dan 20 procent van de totale invoer van de VS - terwijl het land omgekeerd maar voor 130 miljard naar China exporteerde. Er is dus een groot onevenwicht in de Amerikaanse handel met China. Volgens Trump is dat te wijten aan de oneerlijke handelspraktijken die Peking hanteert. Hij verwijt China vooral op een onfaire manier Amerikaanse intellectuele eigendom en technologie in te pikken.

Weegschaal slaat door

Een land moet geen evenwicht hebben in zijn handel met elk ander land. Het is de totale handelsbalans die van belang is. Daar hebben de VS duidelijk een probleem. Ze boekten vorig jaar een tekort van 807 miljard dollar. Het onevenwicht in hun handel met China is goed voor bijna de helft daarvan.

Langs de andere kanten boeken de VS een overschot in de dienstenhandel, wat het totale tekort op hun goederen- en dienstenbalans mildert tot 555 miljard dollar. Als bovendien gekeken wordt naar de ruimere lopende rekening van de betalingsbalans (goederen, diensten en inkomenstransfers) dan hebben de VS daar een tekort van ‘maar’ 128 miljard dollar, of 2,4 procent van hun bruto binnenlandse product (bbp). Een tekort van die orde is niet alarmerend.

Maar er spelen meer dan alleen maar economische argumenten. China is een opkomende economische en politieke macht op het wereldtoneel. Voor Trump is het een prestigekwestie om meer evenwicht te krijgen in de handelsrelaties tussen de twee. Want het grote tekort dat de VS nu hebben met China kan worden voorgesteld als een teken van zwakheid.

Kostprijs van tarieven

De krachtmeting tussen de VS en China inzake de internationale handel is vooral politiek gedreven. Maar er hangt wel een prijskaartje aan vast. Invoerheffingen maken ingevoerde producten duurder en leiden tot een welvaartsverlies voor de consumenten in de VS en in China, als dat laatste land met vergeldingsmaatregelen komt.

10 miljoen
Handelsoorlog
Volgens de Amerikaanse econoom Paul Krugman kan de handelsoorlog met China 9 tot 10 miljoen werknemers in de VS treffen.

De heffingen maken het de exporterende bedrijven ook moeilijker. Ze kunnen omzet, winst en werkgelegenheid kosten. Dat wordt slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de baten voor de binnenlandse bedrijven die door de tarieven tegen de buitenlandse concurrentie worden beschermd.

De zaken worden nog wat gecompliceerder omdat bedrijven internationaal produceren. Van de computer- en elektronicacomponenten die de VS invoeren uit China komt 86 procent van niet-Chinese bedrijven.

Overigens is China kwetsbaarder voor een handelsoorlog dan de VS, omdat China veel meer naar de VS uitvoert dan andersom.

Disruptie uit andere hoek

Invoerheffingen van 40 procent kunnen de handelsstromen met 70 procent doen dalen, stelt de Amerikaanse econoom Paul Krugman, die gespecialiseerd is in internationale handel. Dat is aanzienlijk.

Toch meent hij dat de effecten van een handelsoorlog op de economie over het algemeen niet zo enorm groot zijn. Hij ziet een negatieve impact op de economische groei, gespreid over een paar jaar, van 2 tot 3 procent. Dat komt omdat de Amerikaanse economie kan steunen op een grote binnenlandse markt en niet zo afhankelijk is van de buitenlandse handel.

Voor China geldt hetzelfde. De totale uitvoer van de VS is goed voor 12 procent van het bbp. De uitvoer van China is met 20 procent van het bbp belangrijker, maar slechts 3 procentpunten daarvan gaan naar de VS.

Krugman waarschuwt echter dat de impact van een handelsoorlog ook niet mag worden geminimaliseerd. Heel wat bedrijven in de VS, en hun toeleveranciers, zelfs in dienstenactiviteiten, zullen worden geraakt door de hogere invoertarieven - door de intermediaire goederen uit China die ze in hun productieproces gebruiken - of door de Chinese vergeldingsmaatregelen.

Hij schat dat 9 tot 10 miljoen werknemers in de VS daardoor getroffen zullen worden en misschien op zoek moeten naar een andere job. Deze ‘Trump-schok’, zoals hij het noemt, zal heel wat disruptie veroorzaken, voorspelt de econoom.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content