nieuwsanalyse

Brazilië staat vol witte olifanten

Het Maracana-stadion van de Olympische Spelen ligt vlakbij de sloppenwijk in Rio de Janeiro. ©Bloomberg

Met de Copa América maakt Brazilië zich op voor een nieuw voetbalfeest. Tegelijk is de financiële kater van het Wereldkampioenschap vijf jaar later nog altijd voelbaar, met lege, verloederde en vooral geld slurpende stadions. Het WK was eerder een vloek dan een zegen voor de voetbalnatie bij uitstek.

Bijna vijf jaar geleden verlieten de Rode Duivels met opgeheven hoofd het Braziliaanse WK. Ze zwaaiden uit in het Estadio Mané Garrincha in hoofdstad Brasilia. Met uitzondering van de kleine finale bleef het tweede duurste voetbalstadion uit de geschiedenis van Brazilië daarna leeg. Lange tijd deed de parking zelfs dienst als busstation. Tegenwoordig spelen een tweede- en vierdeklasser er af en toe hun wedstrijden. Voor minder dan duizend toeschouwers. In 2018 vonden er amper 16 duels plaats, in een stadion ter waarde van 900 miljoen dollar.

Hetzelfde verhaal valt op te tekenen in andere uithoeken van het land, zoals in het noordelijke Natal en Recife, waar de stadions dienstdoen als locatie voor huwelijken en verjaardagsfeesten. In Recife nam het plaatselijke Náutico even zijn intrek in het miljoenencomplex, maar de club keerde daarna terug naar zijn aftandse stadion midden in de stad. In Cuiabá betaalt het stadsbestuur zich blauw aan onderhoudskosten, terwijl daklozen onderdak zoeken in de lekke kleedkamers. Het langverwachte tramnetwerk, dat klaar moest zijn in juni 2014, is voorlopig voor 30 procent voltooid.

©Mediafin

Zo zijn in Brazilië nog 40 onafgewerkte WK-infrastructuurprojecten te vinden. De vijfvoudig wereldkampioen kampt met witte olifanten, peperdure maar ongebruikte sportcomplexen. Het is ondertussen een gekend scenario bij elk WK. De FIFA kiest een gastland, dat miljarden besteedt aan nieuwe infrastructuur voor vier weken gebruik. Na het toernooi verdwijnt de FIFA, met de inkomsten onder de arm.

Sporteconomen zijn het er al lang over eens dat de organisatie van megasportevenementen nauwelijks economische voordelen oplevert. Zelfs de moeilijk in kaart te brengen gevolgen voor het toerisme zijn verwaarloosbaar voor metropolen als Rio, die ook zonder een grootschalig evenement toeristen lokken.

Toch kondigde Brazilië in de aanloop naar het WK trots aan dat het toernooi de katalysator zou zijn voor de ontwikkeling van de binnenlandse en noordelijke regio’s. Daarom ging het met zijn twaalf arena’s ruim over de minimumgrens van acht. Geen enkele regio mocht afwezig blijven bij het voetbalfeest. Steden zonder noemenswaardige profclub ontvingen plots een hypermodern stadion, dat elke Europese topclub twintig jaar voorbereiding zou kosten. Door de vertraagde bouwwerken werd het stadionbudget onder druk van de FIFA verdriedubbeld tot bijna 4 miljard dollar. Stadsbesturen en aannemers profiteerden mee van de bouwwerken via fraude en steekpenningen.

Ode aan inheemse cultuur

Het symbool van deze megalomanie was de oerwoudstad Manaus, 2.000 kilometer verwijderd van de grote steden aan de oostkust. De Arena da Amazônia droeg een prijskaartje van 300 miljoen dollar. Als ode aan de inheemse cultuur van het Amazonewoud stond een rieten mand model voor het bouwwerk.

In de praktijk leden de natuur en de bevolking zwaar onder de bouw van de arena. Ook ontbrak een visie over hoe het stadion de periode na de vier WK-duels zou overleven. Gezien de torenhoge kosten van 233.000 dollar per maand zocht Manaus al snel na het toernooi naar een private overnemer. Het 44.000 zitjes tellende stadion wordt tegenwoordig gebruikt voor vierdeklassewedstrijden, goed voor 800 toeschouwers.

Clubs die kunnen genieten van andere hypermoderne infrastructuur betalen zich blauw aan afbetalings- of onderhoudskosten. Atlético Mineiro gebruikt de WK-arena alleen als andere topclubs op bezoek komen in Belo Horizonte. Zelfs het legendarische Maracana in Rio, waar Duitsland zijn vierde wereldtitel veroverde, kampt met dezelfde problemen: het is te duur en te bombastisch als permanente thuishaven voor de topclubs van de stad.

Verspilling van tijd en geld

Dat de FIFA Brazilië heeft opgezadeld met witte olifanten mag geen verrassing zijn. Voetballegende en politicus Romário kon in 2013 al geen touw vastknopen aan het plan om afgelegen en voetbalarme steden deel te laten uitmaken van de Wereldbeker. Hij noemde de organisatie een verspilling van tijd en geld, een mening die de hele bevolking deelde. In de aanloop naar het WK trokken protestgroepen de straat op. Terwijl het onderwijs en de gezondheidszorg kreunden onder besparingen gaf de overheid 13 miljard dollar uit aan het WK. Brazilië leert maar niet uit zijn fouten. Rio staat sinds de Olympische Spelen in 2016 vol met verlaten sportsites, waarvan sommige het speelterrein van dieven en krakers werden.

800
Toeschouwers
Het stadion in de oerwoudstad Manaus telt 44.000 zitjes. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor vierdeklassewedstrijden, goed voor 800 toeschouwers.

Behalve de internationale federaties is de arbeiderspartij PT de grote schuldige voor die excessen. Na de Wereldbeker kregen de ex-presidenten Lula en Dilma Rousseff de wind van voren in een reeks corruptieschandalen, onder meer gelinkt aan de bouw van de stadions. Allebei stonden ze op de eerste rij toen de FIFA en het Internationaal Olympisch Comité Brazilië uitgekozen hadden. Hun politieke val viel samen met het nationale besef dat het WK weinig meer dan een torenhoge schuldenberg had opgeleverd. Tegelijk kelderde de economische groei en steeg de werkloosheid. Beloftes over toegenomen welvaart voor elke burger werden nooit vervuld. De hoogconjunctuur van begin deze eeuw lijkt ver verleden tijd. Ook onder de nieuwe rechtse regering van president Jair Bolsonaro zit Brazilië nog niet op het juiste pad.

Toch zijn er langzaam tekenen van beterschap. Zeven WK-arena’s fungeren dit seizoen als permanente uitvalsbasis van een eersteklasseclub, al trekt een gemiddelde eersteklassewedstrijd maar 21.000 toeschouwers, waardoor de troosteloze halflege tribunes opvallen.

De zes bestaande stadions die voor de Copa América gebruikt worden, liggen deze keer wel ecologisch bewust op drie uur vliegafstand van elkaar. Van die duurzame politiek zijn de witte olifanten het slachtoffer. Brazilië is een sjabloon van hoe het niet moet. Rusland en Qatar, respectievelijk het vorige en het volgende gastland van het WK, lijken bij voorbaat kansloos om niet in dezelfde val te trappen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect