Golf van sociale onrust spoelt over Latijns-Amerika

De sociale etterbuil barstte open in Chili. ©EPA

Latijns-Amerika staat in brand. Steeds meer landen in de regio revolteren tegen het besparingsbeleid van hun vaak rechtse president. De inwoners snakken veeleer naar maatregelen tegen de ongelijkheid en de corruptie en naar beter onderwijs en goede gezondheidszorg.

Wie de internationale actualiteit wat volgt, kan de indruk krijgen dat Latijns-Amerika enkele decennia in de tijd teruggegooid is. Zowat elke week lijkt een andere brandhaard op te duiken. Venezuela, Haïti, Ecuador, Argentinië, Bolivia... Alle hebben of hadden ze af te rekenen met protesten. Zelfs het traditionele toonbeeld van politieke en economische stabiliteit in de regio, Chili, bezweek deze week voor het virus.

De extreme armoede neemt weer toe. Ruim één Latijns-Amerikaan op de tien kampt daarmee.
Alicia Bárcena
topvrouw van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (Eclac)

Meer dan eens staken boze burgers auto’s, bussen, metro’s, vuilnisbakken en zelfs overheidsgebouwen in brand om hun ongenoegen kracht bij te zetten en draaiden de manifestaties uit op gewelddadige confrontaties met de ordediensten. Met tientallen doden en honderden gewonden tot gevolg.

In landen als Chili, Ecuador en Bolivia liepen de spanningen zo hoog op dat de presidenten naar drastische maatregelen grepen. Ze kondigden niet alleen de noodtoestand af, maar voerden ook de avondklok in of stuurden duizenden militairen en tanks de straat op om orde op zaken te stellen. De beelden doen denken aan taferelen die zich afspeelden tijdens de militaire dictaturen in de jaren 60, 70 en 80 van de vorige eeuw.

Op het eerste gezicht steken erg lokale fenomenen - zoals duurdere metrotickets, de afschaffing van brandstofsubsidies of voedseltekorten - de lont aan het vuur. Maar vaak zijn die concrete maatregelen slechts de druppel waardoor delen van de maatschappij plots beslissen jarenlange opgekropte woede de vrije loop te laten. En de onderliggende redenen voor die verbolgenheid lopen in grote delen van Latijns-Amerika grotendeels gelijk.

Regionale economie

©Mediafin

‘De politieke realiteit in een land bepaalt uiteraard het beleid dat een regering voorstaat. Maar de prestaties van de regionale economie spelen in dit geval ook een belangrijke rol’, zegt Cynthia Arnson, directrice Latijns-Amerika van het onderzoeksinstituut Wilson Center. ‘Wie wil begrijpen wat zich in Latijns-Amerika afspeelt, kijkt het best naar de evolutie van de economische groei van de voorbije jaren.’

Aan het begin van deze eeuw leek ‘the sky the limit’ voor Latijns-Amerika. Gestuwd door de boom van de grondstoffenprijzen zwol de regionale economie enkele jaren na elkaar met 4 tot 6 procent aan (zie grafiek) en werd de staatskas goed gespijsd. Tot groot jolijt van de toenmalige linkse presidenten. Die gebruikten dat manna graag om sociale projecten op poten te zetten. De maatregelen hielpen miljoenen Latijns-Amerikanen uit de armoede en deden de middenklasse aangroeien.

De grondstoffenhausse ligt inmiddels al enkele jaren achter ons. Net als het economische gouden decennium in Latijns-Amerika. En dat voelen de inwoners. Niet alleen gaan jobs verloren en zetten werkgevers het mes in lonen. De nieuwe machthebbers, intussen veelal van rechtse signatuur, halen ook noodgedwongen de broeksriem aan. Ze schrappen decennia oude subsidies en naar onderwijs, gezondheidszorg en pensioenen vloeit minder geld. Na enkele jaren ‘lidmaatschap’ van de middenklasse belanden heel wat Latijns-Amerikanen daardoor plots weer in de armoede.

Achilleshiel

‘De regio heeft tussen het begin van het vorige decennium en het midden van het huidige decennium weliswaar belangrijke vooruitgang geboekt’, zegt Alicia Bárcena, topvrouw van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (Eclac), een regionale commissie van de Verenigde Naties. ‘Maar een deel van die progressie is sinds 2015 weer tenietgegaan. Wat vooral zorgen baart: de extreme armoede neemt weer toe. Ruim één Latijns-Amerikaan op de tien kampt daarmee. De enorme ongelijkheid blijft de achilleshiel van de regio.’

Daarnaast is de corruptie nog altijd een endemisch probleem. Niet zelden spelen politici, zakenlui en vooraanstaande leden van het leger of de politie een hoofdrol in die schandalen. De verhalen over illegale verrijking zetten onvermijdelijk kwaad bloed bij dat deel van de bevolking dat de grootste moeite van de wereld heeft elke maand de eindjes aan elkaar te knopen.

De affaires ondermijnen bovendien het vertrouwen van de bevolking in de politieke klasse en de democratische instellingen als beslissingscentrum. ‘Het leidt ertoe dat presidenten hun legitimiteit kwijtspelen en de bevolking besluit zelf actie te ondernemen en de straat opgaat om het regeringsbeleid te laken’, zegt Jason Marczak, directeur van de Amerikaanse denktank Atlantic Council. Met al jaren vrijwel altijd dezelfde uitkomst: de impopulaire presidenten schroeven de gecontesteerde maatregelen uiteindelijk terug om hun hachje te redden.

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie